RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten

De Europese Unie (EU) stelt een regeling vast voor de handel in broeikasgasemissierechten teneinde de uitstoot van bedoelde gassen op een economisch efficiënte wijze te verlagen. Met die regeling beogen de EU en de lidstaten hun in het kader van het Protocol van Kyoto aangegane verbintenissen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen na te komen. Installaties in de sector van de energieactiviteiten, de productie en verwerking van ferrometalen, de delfstoffenwinning en de vervaardiging van papier en karton vallen onder dit systeem van uitwisseling van emissierechten.

BESLUIT

Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Deze richtlijn heeft ten doel de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk terug te dringen teneinde de invloed ervan op het klimaat te beperken.

Vergunningen voor de emissie van broeikasgassen

Sedert 1 januari 2005 moet elke installatie die een activiteit verricht die in bijlage I van de richtlijn wordt genoemd (de sector van de energieactiviteiten, de productie en verwerking van ferrometalen, de delfstoffenwinning en de vervaardiging van papier en karton) en die een uitstoot van broeikasgassen tot gevolg heeft, beschikken over een door de bevoegde autoriteit afgegeven vergunning.

Een aanvraag voor een vergunning van broeikasgasemissies moet een beschrijving omvatten van:

  • de installatie en haar activiteiten, met inbegrip van de gebruikte technologie;
  • de grondstoffen en hulpstoffen waarvan het gebruik waarschijnlijk tot emissies van in bijlage II genoemde gassen zal leiden;
  • de bronnen van de emissies van gassen uit de installatie;
  • de maatregelen die zijn gepland om de emissies te bewaken en te rapporteren.

De bevoegde autoriteit verleent die vergunning, indien zij van oordeel is dat de exploitant in staat is de uitstoot te bewaken en hierover verslag uit te brengen. Een vergunning kan gelden voor verschillende installaties die door dezelfde exploitant op dezelfde locatie worden gebruikt. De vergunning bevat:

  • de naam en het adres van de exploitant;
  • een beschrijving van de activiteiten en de uitstoot van de installatie;
  • een bewakingsprogramma;
  • de vereisten inzake het uitbrengen van verslagen;
  • de verbintenis om binnen vier maanden na het einde van elk kalenderjaar een hoeveelheid emissierechten af te geven die gelijk is aan de totale uitstoot van de installatie voor dat jaar.

De bevoegde autoriteit herbeoordeelt de vergunning voor de emissie van broeikasgassen op zijn minst om de vijf jaar en brengt de nodige wijzigingen aan.

Beheer van de emissierechten

De totale hoeveelheid rechten die jaarlijks voor de hele Europese Unie (EU) wordt verleend, zal vanaf 2013 lineair afnemen. Voor 2013 wordt de totale hoeveelheid rechten voor de hele EU berekend op basis van de nationale plannen, die door de Commissie zijn goedgekeurd en tussen 2008 en 2012 ten uitvoer worden gelegd.

De lidstaten veilen alle rechten die niet kosteloos worden toegewezen. De veiling van de rechten dient als volgt te gebeuren:

  • 88 % wordt verdeeld onder de lidstaten op basis van hun emissies;
  • 10 % wordt verdeeld met het oog op solidariteit en groei;
  • 2 % wordt verdeeld onder de lidstaten waarvan de broeikasgasemissies in 2005 minimum 20 % lager lagen dan het emissieniveau van het basisjaar dat voor hen gold op grond van het Protocol van Kyoto.

Ten minste 50 % van de opbrengsten uit de veiling van emissierechten dient voor de volgende doeleinden te worden aangewend:

  • reductie van de emissie van broeikasgassen;
  • ontwikkeling van hernieuwbare energie en van andere technologieën die bijdragen tot de overgang naar een koolstofarme economie;
  • maatregelen om ontbossing te voorkomen en bebossing en herbebossing te doen toenemen;
  • maatregelen voor het bevorderen van vastlegging door bosbouw;
  • afvang en geologische opslag;
  • overschakeling op vervoersvormen met een lage emissie en op vormen van openbaar vervoer;
  • onderzoek inzake energie-efficiëntie en schone technologieën;
  • verbetering van energie-efficiëntie en isolatie;
  • dekking van administratieve uitgaven voor het beheer van de Europese regeling.

De Europese Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2010 voor de hele EU geharmoniseerde maatregelen vast met betrekking tot de geharmoniseerde toewijzing van de rechten.

De Commissie dient uiterlijk op 30 juni 2010 een analytisch verslag bij het Europees Parlement en de Raad in met een beoordeling van de situatie ten aanzien van energie-intensieve bedrijfstakken of deeltakken waarvan is vastgesteld dat het weglekeffect een significante risicofactor vormt.

Bewaking van en rapportage over de uitstoot

De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2011 een verordening voor de bewaking en rapportage van emissies vast te stellen. In deze verordening dient zij rekening te houden met het meest nauwkeurige en actuele beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal.

De lidstaten en de Commissie moeten erop toezien dat alle besluiten en verslagen die verband houden met de hoeveelheid emissierechten en de toewijzing ervan en met de bewaking, rapportage en verificatie van emissies onverwijld openbaar worden gemaakt op een passende wijze die zorgt voor toegang op niet-discriminerende basis.

Verificatie en accreditatie

De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2011 een verordening vast te stellen voor de verificatie van emissieverslagen en voor de accreditatie van en het toezicht op verificateurs. In deze verordening worden in voorkomend geval de voorwaarden vastgesteld voor de accreditatie en intrekking van accreditatie, wederzijdse erkenning en collegiaal toezicht op accreditatie-instanties.

Mechanismen van het Protocol van Kyoto

Bij Richtlijn 2004/101/EG wordt de band tussen de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de EU en het Protocol van Kyoto versterkt, meer bepaald door de zogenaamde “projectgebonden” mechanismen van het Protocol van Kyoto (“gemeenschappelijke uitvoering” en “mechanisme voor schone ontwikkeling”) te koppelen aan deze regeling van de Unie. Daardoor kunnen de exploitanten nu om hun verplichtingen na te komen beide mechanismen gebruiken in het kader van de regeling van de Unie. Het resultaat zal een verlaging zijn van de kosten voor het in overeenstemming brengen van de onder de regeling vallende installaties.

Krachtens deze richtlijn zijn de kredieten van projectgebonden mechanismen voor het vervullen van de Kyoto-verplichtingen (Joint Implementation – JI (gemeenschappelijke uitvoering) en het Clean Development Mechanism - CDM (mechanisme voor schone ontwikkeling)) op dezelfde manier geldig als de emissierechten, met uitzondering van die welke door nucleaire installaties worden gegenereerd en die welke voortvloeien uit landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouwactiviteiten. De kredieten die worden verworven door JI-projecten worden “gecertificeerde emissiereducties (CER’s)” genoemd, terwijl de kredieten op grond van het CDM “emissiereductie-eenheden (ERU’s)” worden genoemd. De richtlijn voorziet ook in bepalingen die moeten voorkomen dat de ERU’s en de CER’s twee keer worden geteld wanneer zij worden gegenereerd door middel van activiteiten die ook een vermindering of beperking meebrengen van de emissies uit installaties die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen.

Registers, verslagen en overeenkomsten

De Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan Verordening (EU) 920/2010 voor de totstandbrenging van een gestandaardiseerd registersysteem in de vorm van elektronische gegevensbanken waarmee de verlening, het bezit en de overdracht en intrekking van emissierechten kan worden gevolgd. Bij het aanleggen van deze registers worden de toegang van burgers tot informatie, de vertrouwelijkheid en de uitvoering van het Protocol van Kyoto gewaarborgd.

De Commissie benoemt een centrale administrateur voor het bijhouden van een onafhankelijk transactielogboek waarin de verlening, het bezit, de overdracht en de annulering van emissierechten worden vastgelegd. De centrale administrateur oefent een geautomatiseerde controle uit op elke in de registers genoteerde transactie. Wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld, worden verdere transacties niet meer geregistreerd tot de onregelmatigheden zijn opgelost.

Elk jaar brengen de lidstaten bij de Commissie verslag uit over de toepassing van deze richtlijn.

Er kunnen overeenkomsten worden gesloten om te zorgen voor de erkenning van emissierechten tussen de Europese regeling en verenigbare verplichte regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten met absolute emissieplafonds die in een ander land of in een subfederale of regionale entiteit worden vastgesteld. Met derde landen of met subfederale of regionale entiteiten kunnen niet-bindende regelingen worden getroffen voor administratieve en technische coördinatie in verband met emissierechten in de Europese regeling of andere verplichte regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten met absolute emissieplafonds.

Aanpassingen die van toepassing worden na de goedkeuring door de Gemeenschap van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering

De ondertekening van een dergelijke overeenkomst betekent dat de lidstaten hun emissie van broeikasgassen met meer dan 20 % moeten terugdringen ten opzichte van het emissieniveau van 1990, zoals met de reductieverbintenis van 30 % door de Europese Raad van maart 2007 tot uiting is gebracht. De Commissie verbindt er zich in dat verband toe een verslag in te dienen waarin zij met name de volgende punten evalueert:

  • de op internationaal niveau genomen maatregelen;
  • de maatregelen die moeten worden genomen om de reductiedoelstelling van 30 % voor de emissie van broeikasgassen te halen;
  • het gevaar van een weglekeffect met betrekking tot de concurrentiepositie van het bedrijfsleven;
  • het effect van deze overeenkomst op andere economische sectoren;
  • het effect op de landbouwsector;
  • bebossing, herbebossing, ontbossing en bosdegradatie.

Het gebruik van de in deze richtlijn voorziene kredieten is toegestaan, net als de CER’s (gecertificeerde emissiereducties) en de ERU’s (emissiereductie-eenheden) en andere goedgekeurde kredieten die afkomstig zijn van derde landen die de internationale overeenkomst hebben geratificeerd.

Context

Met de goedkeuring van het Protocol van Kyoto in 2002 hebben de Gemeenschap en de lidstaten zich ertoe verbonden hun broeikasgasemissies in de periode 2008-2012 met 8 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Door de oprichting van een systeem van handel in broeikasgasemissierechten worden de EU en de lidstaten geholpen hun verbintenissen in het kader van het Protocol van Kyoto na te komen, en dit op doeltreffende wijze en zonder afbreuk te doen aan de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid.

In maart 2007 heeft de Europese Raad, als bijdrage tot de totstandkoming van een overeenkomst voor na 2012, de doelstelling goedgekeurd om de emissie van broeikasgassen tegen 2020 met 30 % terug te dringen ten opzichte van het niveau van 1990, op voorwaarde dat andere ontwikkelde landen zich ertoe verbinden vergelijkbare doelstellingen na te streven, naargelang hun respectieve verantwoordelijkheden en vermogens. De EU heeft zich er vast toe verbonden haar emissie van broeikasgassen tegen 2020 met ten minste 20 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. In oktober 2009 heeft de Europese Raad zijn steun gegeven aan de doelstelling om de uitstoot tegen 2050 met 80 tot 95 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990, in overeenstemming met de IPPC-richtlijn. Ook de conferentie van Kopenhagen, die van 7 tot 18 december 2009 heeft plaatsgevonden, sloot aan op deze doelstellingen.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 2003/87/EG

25.10.2003

31.12.2003

L 275 van 25.10.2003

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 2004/101/EG

13.11.2004

13.11.2005

L 338 van 13.11.2004

Richtlijn 2008/101/EG

2.2.2009

2.2.2010

L 8 van 13.1.2009

Richtlijn 2009/29/EG

25.6.2009

31.12.2012

L 140 van 5.6.2009

Verordening (EG) nr. 219/2009

20.4.2009

-

L 87 van 31.3.2009

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 2003/87/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap [Publicatieblad L 302 van 18.11.2010].

Beschikking 2007/589/EG van de Commissie van 18 juli 2007 tot vaststelling van richtsnoeren voor de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad [Publicatieblad L 229 van 31.8.2007].
De 12 bijlagen bij deze beschikking bevatten richtsnoeren voor de monitoring en rapportage van broeikasgasemissies. In bijlage I zijn algemene richtsnoeren opgenomen. De aanvullende richtsnoeren voor specifieke activiteiten zijn opgenomen in de bijlagen II tot en met XI. Bijlage XII bevat richtsnoeren met betrekking tot continue emissiemeting. Deze richtsnoeren beogen te zorgen voor regelmatig en nauwkeurig toezicht en rapportage van broeikasgassen in de Gemeenschap. Toepassing van de richtsnoeren wordt overigens vergemakkelijkt op installaties waarvan de gemiddelde geverifieerde gerapporteerde uitstoot gedurende de vorige handelsperiode minder dan 25000 t fossiel CO2 per jaar bedroeg.

Beschikking 2006/780/EG van de Commissie van 16 november 2006 inzake het voorkomen van dubbeltellingen van reducties van broeikasgasemissies in het kader van de communautaire regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten voor projectactiviteiten uit hoofde van het Protocol van Kyoto overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad [Publicatieblad L 316 van 16 november 2006].

Laatste wijziging: 05.04.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven