Energieprestatie van gebouwen
De bouwsector is goed voor 40 % van het totale energieverbruik van de Europese Unie (EU). Het terugdringen van het energieverbruik in die sector is dan ook prioritair in het kader van de „20-20-20“-doelstellingen inzake energie-efficiëntie. Deze richtlijn sluit aan op deze doelstelling en bevat gedragsregels voor de lidstaten met betrekking tot de energieprestatie van gebouwen.
BESLUIT
Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen.
SAMENVATTING
Deze richtlijn heeft ten doel de energieprestatie van gebouwen * en gebouwunits te verbeteren.
Methodologie voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen
De lidstaten moeten op nationaal of regionaal niveau een methodologie vaststellen voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen, waarbij met name de volgende aspecten in aanmerking worden genomen:
- de thermische kenmerken van het gebouw (warmtecapaciteit, isolatie, enz.);
- verwarmingsinstallatie en warmwatervoorziening;
- airconditioningsystemen;
- ingebouwde lichtinstallatie;
- de omstandigheden betreffende het binnenklimaat.
Tevens wordt rekening gehouden met de positieve invloed van andere aspecten, zoals plaatselijke blootstelling aan zonlicht, natuurlijk licht, elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en stadsverwarmings- en stadskoelingssystemen of blokverwarmings- en blokkoelingssystemen.
Vaststelling van de minimumeisen
De lidstaten moeten op basis van de bovengenoemde methodologie minimumeisen inzake energieprestatie vaststellen teneinde kostenoptimale niveaus te bereiken. Deze minimumeisen worden om de 5 jaar getoetst.
Bij het vaststellen van de minimumeisen kunnen de lidstaten een onderscheid maken tussen nieuwe en bestaande gebouwen en tussen verschillende categorieën gebouwen.
Nieuwe gebouwen moeten aan de minimumeisen voldoen. Alvorens met de bouw wordt begonnen, dient de haalbaarheid te worden onderzocht van de installatie van systemen voor energievoorziening gebaseerd op energie uit hernieuwbare bronnen, warmtepompen, stads- of blokverwarming of -koeling en warmtekrachtkoppeling.
Wanneer bestaande gebouwen een ingrijpende renovatie ondergaan, moet ervoor worden gezorgd dat de energieprestatie wordt opgevoerd tot het niveau van de minimumeisen.
De lidstaten kunnen beslissen geen minimumeisen toe te passen op de volgende categorieën gebouwen:
- gebouwen die officieel beschermd zijn (bijvoorbeeld historische gebouwen);
- gebouwen die worden gebruikt voor erediensten;
- tijdelijke gebouwen;
- residentiële gebouwen die op jaarbasis slechts gedurende een beperkte tijd worden gebruikt;
- alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2.
De minimumeisen inzake energieprestatie gelden ook voor nieuwe technische bouwsystemen als verwarmingssystemen, warmwatersystemen, airconditioningsystemen en grote ventilatiesystemen alsook voor de vervanging of de verbetering daarvan.
Tot de bouwschil behorende onderdelen van een gebouw die een significant effect op de energieprestatie van de bouwschil hebben (bijv. raamkozijnen), moeten eveneens aan de minimumeisen inzake energieprestatie voldoen wanneer zij worden vervangen of vernieuwd, teneinde kostenoptimale niveaus te bereiken.
Deze richtlijn stimuleert bij nieuwbouw of renovatie de installatie van slimme meetsystemen voor het energieverbruik, overeenkomstig de richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit.
Doelstelling: bijna-energieneutrale gebouwen
Vanaf 31 december 2020 moeten alle nieuwe gebouwen bijna-energieneutrale gebouwen zijn. Voor nieuwe gebouwen waarin overheidsinstanties zijn gehuisvest die eigenaar zijn van deze gebouwen is dat vanaf 31 december 2018.
De Commissie moedigt de bouw van dergelijke gebouwen aan door de lidstaten aan te sporen nationale plannen op te stellen, waarin het volgende wordt opgenomen:
- de door de lidstaat gehanteerde definitie van bijna-energieneutrale gebouwen;
- tussentijdse streefcijfers voor het verbeteren van de energieprestatie van nieuwe gebouwen tegen 2015;
- informatie over het financiële beleid en de financiële maatregelen ter bevordering van de energieprestatie van gebouwen.
Financiële stimulansen en marktbelemmeringen
De lidstaten dienen een lijst op te stellen van de bestaande en de toekomstige instrumenten die ten doel hebben de energieprestatie van gebouwen te verbeteren. Deze lijst wordt om de drie jaar bijgewerkt.
Energieprestatiecertificaten
De lidstaten dienen een systeem van energieprestatiecertificaten voor gebouwen op te zetten. Die certificaten bevatten naast informatie over het energieverbruik van een gebouw ook aanbevelingen voor de kostenoptimale verbetering van de energieprestatie.
Wanneer een gebouw of gebouwunit te koop of te huur wordt aangeboden, moet de energieprestatie-indicator van het energieprestatiecertificaat worden vermeld in de advertenties in commerciële media.
Het certificaat wordt bij de bouw, verkoop of verhuur van een gebouw of gebouwunit aan de toekomstige nieuwe huurder of koper getoond en aan de koper of de nieuwe huurder overhandigd.
Voor gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 500 m² die door een overheidsinstantie worden bezet en gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 500 m² die veelvuldig door het publiek worden bezocht, moet het energieprestatiecertificaat worden geafficheerd op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek (deze drempel wordt op 9 juli 2015 verlaagd naar 250 m²).
De lidstaten dienen een systeem in te stellen voor de periodieke keuring van de verwarmings- en airconditioningsystemen van gebouwen.
Deze richtlijn vervangt Richtlijn 2002/91/EG.
REFERENTIE
| Besluit | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
| Richtlijn 2010/31/EU |
8.7.2010 |
9.7.2012 |
PB L 153 van 18.6.2010 |



