RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Wereldtop voor sociale ontwikkeling

Archief

Ter gelegenheid van de Wereldtop voor sociale ontwikkeling wijst de Europese Unie met nadruk op de noodzaak om bij te dragen tot een evenwichtige en duurzame economische en sociale vooruitgang op internationaal niveau.

MAATREGEL

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 21 december 1994 betreffende de prioriteiten van de Europese Unie op de wereldtopconferentie voor sociale ontwikkeling (Kopenhagen, maart 1995) [COM(1994) 669 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

De sociale ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de democratie; de naleving van de mensenrechten veronderstelt de participatie van de georganiseerde samenleving, met name door de dialoog tussen de sociale partners.

Het is nodig dat in het sociaal beleid plaats wordt ingeruimd voor structurele acties op nationaal en internationaal vlak om de duurzaamheid van de groei te garanderen en het ontstaan van te grote ongelijkheid te voorkomen.

De Unie houdt in het bijzonder vast aan de volgende doelstellingen:

  • alle landen moeten op grond van hun ontwikkelingsniveau concrete en in de tijd gespreide doelstellingen voor hun sociale ontwikkeling vaststellen;
  • de sociale rechten moeten verder worden ontwikkeld door de Staten te bewegen de verdragen van de IAB te ratificeren en effectief toe te passen;
  • de vermindering van excessieve ongelijkheid moet een specifiek doel van het sociaal ontwikkelingsbeleid zijn;
  • het samenwerkings- en het bijstandsbeleid moeten beter worden gecoördineerd;
  • de sociale ontwikkeling moet expliciet worden opgenomen in het door de internationale instellingen, met name het IMF en de Wereldbank, aanbevolen beleid;
  • het internationaal vrij verkeer van kapitalen moet effectief aan de ontwikkeling bijdragen.

Op bilateraal vlak moet de EU zich ertoe verbinden om:

  • in de tussen de EU en haar partners overeengekomen samenwerkingsprogramma's op het gebied van de ontwikkeling prioriteit toe te kennen aan het scheppen van arbeidsplaatsen en de bestrijding van de armoede;
  • bij de toekenning van steun en handelspreferenties de voorkeur te geven aan landen die zich verbinden tot de uitvoering van concrete en doeltreffende sociale ontwikkelingsstrategieën.

De kosten/effectiviteitsverhouding en de selectiviteit van de overheidssteun aan ontwikkelingslanden moeten worden verbeterd.

Het probleem van de voor de ontwikkeling ter beschikking staande middelen moet op bredere schaal worden aangepakt volgens de volgende hoofdlijnen:

  • tenuitvoerlegging van een binnenlands beleid dat op doeltreffendheid en rechtvaardigheid is gericht (garanderen van een effectieve toegang tot de produktiemiddelen en de markt, afstemmen van de overheidsuitgaven op precieze sociale ontwikkelingsdoelstellingen, enz.);
  • aanmoediging van de kapitaalstromen en de overdracht van technologie en know-how naar de ontwikkelingslanden en de landen op weg naar een markteconomie.

De EU zal haar inspanningen voortzetten die zijn gericht op de uitroeiing van de armoede en de integratie van alle geledingen van de maatschappij (massaal scheppen van arbeidsplaatsen, preventie van sociale uitsluiting, revitalisering van de sociale beschermingsstelsels).

De EU is als grootste donor van ontwikkelingshulp vastbesloten om een wezenlijke bijdrage aan de internationale actie te blijven leveren.

VERBONDEN MAATREGELEN

Aanbeveling 2000/581/EG van de Commissie van 15 september 2000 in verband met de ratificatie van Verdrag nr. 182 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) van 17 juni 1999 betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid [Publicatieblad L 243 van 28.09.2000]

Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) van 1998 inzake de fundamentele beginselen en rechten in verband met werk

In de verklaring wordt herinnerd aan de fundamentele arbeidsnormen die op de topconferentie in Kopenhagen werden aangegeven, en wordt uitdrukking gegeven aan de universele toepassing ervan. Met andere woorden, alle leden van de IAO, zelfs al hebben ze de basisverdragen niet geratificeerd, zijn alleen al vanwege hun lidmaatschap van de IAO gehouden de beginselen betreffende de fundamentele rechten waarover de genoemde verdragen handelen, te bevorderen en te verwezenlijken.

Teneinde de universele toepassing van de fundamentele arbeidsnormen te bevorderen, wordt voorzien in een controlemechanisme, een systeem van toezicht, en in technische bijstand.

Resultaat van de Wereldtop voor sociale ontwikkeling van Kopenhagen, maart 1995 (verklaring en actieprogramma)

De topconferentie heeft met name de gelegenheid geboden om voor het eerst de fundamentele arbeidsnormen met universeel karakter aan te geven: vrijheid van vereniging en daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen, afschaffing van elke vorm van dwangarbeid of verplichte arbeid, daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid, en opheffing van discriminatie op het gebied van werkgelegenheid en beroep.

De Commissie voor sociale ontwikkeling is in het Economisch en Sociaal Comité van de Verenigde Naties bevoegd voor de follow-up van de Wereldtop voor sociale ontwikkeling, met name voor het onderzoek naar de toepassing van de verklaring van Kopenhagen en het actieprogramma van de top.

De Commissie heeft op 14 februari 1997 een Mededeling aan de Raad en aan het Parlement goedgekeurd betreffende de follow-up van de Wereldtop Sociale Ontwikkeling door de Europese Unie (COM(96) 724 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

De gevolgde beleidslijnen in Europa sluiten inmiddels grotendeels aan bij de in Kopenhagen aangegane verplichtingen. Het doel van de Mededeling is na te gaan welke concrete maatregelen de Europese Unie zou kunnen nemen op vijf terreinen die bijzondere aandacht verdienen.

A. Ontwikkeling van de sociale dimensie in internationaal institutioneel verband: de globalisering van de economie gaat gepaard met een zeker verlies aan beleidsautonomie op nationaal niveau, wat weer leidt tot intensievere internationale samenwerking in organisaties als de VN, de ILO, het IMF, de Wereldbank, de WTO, de G7, enz.

B. Invoering van het aspect inachtneming van de sociale grondrechten en bevordering van de sociale en menselijke ontwikkeling in bilaterale akkoorden: in de bilaterale betrekkingen en bij de toekenning van hulp en handelspreferenties zou de Gemeenschap prioriteit moeten verlenen aan landen die concrete maatregelen nemen om de in Kopenhagen aangegane verplichtingen na te komen (bevordering van de grondrechten van de werkenden, toepassing van de ILO-verdragen of althans eerbiediging van de grondslagen daarvan). De Commissie stelt voor om in onderlinge overeenstemming ten minste 20% van de publieke ontwikkelingshulp van de Gemeenschap te reserveren voor de ontwikkeling van de sociale basisprogramma's, en dat ook ten minste 20% van de overheidsuitgaven van de ontwikkelingslanden voor hetzelfde doel zou moeten worden gebruikt.

C. Integratie van de armoedebestrijding in de ontwikkelingsacties en voortzetting van de initiatieven tegen sociale uitsluiting in de Gemeenschap: in de dialoog met de ontwikkelingslanden zou de Gemeenschap systematisch rekening kunnen houden met een analyse van de situatie op het gebied van de armoede en een evaluatie van het nationale beleid ter bestrijding van armoede en ongelijkheid. Binnen de Unie zelf dient ervoor gezorgd te worden dat alle burgers kunnen profiteren van de de economische vooruitgang.

D. Handhaving van de werkgelegenheid als sociaal-economische prioriteit: de door de EU verleende prioriteit aan de bestrijding van de werkloosheid zou een weerslag kunnen vinden en met andere initiatieven vergeleken kunnen worden in een ruimer internationaal verband (ILO, G7, enz.).

E. Bescherming van de rechten van immigranten, bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat: de Gemeenschap zal nieuwe initiatieven ontplooien in het kader van het Europees Jaar tegen racisme (1997).

In de geest van de Top van Kopenhagen wil de Commissie, in het kader van een om de achttien maanden georganiseerd forum, belangenorganisaties, sociale partners enz. raadplegen over een reeks sociale kwesties.

In het jaar 2000 zal een balans van de interne en externe aspecten van het beleid van de Unie worden gepresenteerd.

In het door de Commissie op 12 april 1995 (COM(95) 134 def.) goedgekeurde sociaal actieprogramma voor de middellange termijnzijn talrijke voorstellen opgenomen die beantwoorden aan de verplichtingen die op de topconferentie te Kopenhagen zijn aangegaan.

Het Europese Parlement heeft op 3 februari 1995 een "Resolutie over de prioriteiten van de Europese Unie op de wereldtopconferentie voor sociale ontwikkeling (Kopenhagen, maart 1995)" goedgekeurd.

Laatste wijziging: 15.03.2004

Zie ook

Voor nadere informatie wordt verwezen naar de site van de Internationale Arbeidsorganisatie (EN)(ES)(FR) en de site van de Verenigde Naties over de Wereldtop voor sociale ontwikkeling (FR) en over de Commissie voor sociale ontwikkeling (EN).

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven