RSS
Alfabetische index

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Groei en werkgelegenheid

Archief
Werkgelegenheid en sociaal beleid

De Lissabonstrategie, die in 2000 is gelanceerd, wil van Europa tegen 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld maken, die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. De balans van de tussentijdse evaluatie van deze strategie is, op zijn zachtst gezegd, matig. De kloof op het gebied van productiviteit en groei tussen Europa en zijn economische partners is nog breder geworden en daar komt nog het probleem van de vergrijzing van de bevolking bij.

De Europese Raad heeft derhalve besloten de strategie van Lissabon een nieuwe impuls te geven door middel van een partnerschap voor groei en werkgelegenheid. Het doel van dit partnerschap is duurzame ontwikkeling. Om dat doel te bereiken, moet Europa zich op een kleiner aantal prioriteiten concentreren. Door een sterkere en duurzame groei te verwezenlijken en meer en betere banen te creëren, zullen immers de nodige middelen vrijkomen om onze ruimere ambities op economisch, sociaal en milieugebied waar te maken.

  • INVESTEREN IN EUROPA AANTREKKELIJKER MAKEN
    Om de groei en de werkgelegenheid te bevorderen, moet Europa voor investeerders en werknemers aantrekkelijker worden. Gezien de belangrijke bijdrage van het midden- en kleinbedrijf (mkb) tot het scheppen van werkgelegenheid en groei, moet Europa eerst en vooral de hinderpalen voor de oprichting van dergelijke bedrijven uit de weg ruimen en de ondernemingsgeest stimuleren. Ondanks de vooruitgang die sinds de lancering van de Lissabonstrategie is geboekt, is er nog altijd te weinig durfkapitaal beschikbaar om jonge ondernemingen te starten en is de huidige belastingwetgeving geen aanmoediging om winst voor vermogensopbouw aan te wenden.
    • Zorgen voor open en concurrerende markten binnen en buiten Europa
      De concurrentie binnen de interne markt stimuleert de productiviteit en innovatie. Het Europese mededingingsbeleid is van cruciaal belang voor het ontstaan van concurrerende markten. Het moet worden voortgezet binnen een uitgebreid Europa en ook op sommige markten die hun volledige potentieel nog niet hebben ontsloten. Hinderpalen voor concurrentie moeten worden weggewerkt en staatssteun moet worden aangewend voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling, en durfkapitaal. Buiten de EU moet het handelsbeleid ervoor zorgen dat Europese ondernemingen toegang krijgen tot markten van derde landen, met inachtneming van regels die een eerlijke concurrentie waarborgen.
    • Europese en nationale regelgeving verbeteren
      Vereenvoudiging van de wetgeving helpt het bedrijfsleven en met name het midden- en kleinbedrijf (MKB) door onnodige administratieve formaliteiten af te schaffen. De Europese Commissie en de lidstaten hebben reeds talrijke initiatieven genomen om de administratieve kosten te beperken. Dit komt de productiviteit en het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen ten goede, vergroot hun aanpassingsvermogen en opent mogelijkheden om innovaties door te voeren en banen te scheppen. Ook wordt het makkelijker om nieuwe bedrijven op te richten.
    • De Europese infrastructuren uitbreiden en verbeteren
      Investeringen in vervoer moeten in economische, sociale en milieubehoeften van de samenleving voorzien. Een moderne infrastructuur is een belangrijke mededingingsfactor om ondernemingen aan te trekken, want zij bevordert het handelsverkeer en de mobiliteit. De klimaatverandering onderstreept trouwens de noodzaak van duurzamere mobiliteit. Intermodaliteit is vooral gericht op een betere spreiding van het verkeer over milieuvriendelijkere, veiligere en energie-efficiëntere vervoermiddelen. Tegelijk maken nieuwe technologieën het vervoer efficiënter.
  • KENNIS EN INNOVATIE VOOR GROEI
    Kennis en innovatie zijn essentieel voor de productiviteitsgroei, die voor Europa een kritieke factor is, want in een context van mondiale concurrentie moet Europa het hoofd bieden aan concurrenten die over goedkope arbeidskrachten en over natuurlijke hulpbronnen beschikken.
    • Investeringen in onderzoek en ontwikkeling verhogen en verbeteren
      Wetenschappelijk onderzoekerHet Europese doel, namelijk 3% van het BBP, waarvan 1% uit de overheidssector en 2% uit de particuliere sector, is nog lang niet bereikt. In dit verband wordt de toegang tot durfkapitaal en financiering voor jonge innoverende ondernemingen vereenvoudigd door de hervorming van de staatssteun. Het zevende kaderprogramma voor onderzoek wil vooral investeringen van de particuliere sector in sleuteltechnologieën steunen. Bovendien stimuleert een gemeenschappelijke fiscale benadering voor onderzoek en ontwikkeling de ondernemingen tot meer investeringen in O&O-activiteiten.
    • Innovatie en de toepassing van informatie- en communicatietechnologie (ICT) vergemakkelijken
      Wil onderzoek de groei stimuleren, dan moeten de onderzoeksresultaten in innovatie worden omgezet. Meer samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen bevordert de overdracht van ideeën in ruil voor een sterkere participatie van de ondernemingen in de financiering van de universiteiten. Dat levert beter en rendabeler onderzoek op. Het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie steunt acties ter bevordering van de toepassing van informatietechnologie, milieuvriendelijke technologie en duurzame energiebronnen.
    • Innovatie ten dienste van duurzame ontwikkeling
      Innovatie en technologische ontwikkeling zijn essentieel voor milieuvriendelijke economische groei en voor de duurzaamheid van de hulpbronnen (met name de energiebronnen). De ontwikkeling van milieutechnologieën kan ook nieuwe markten openen en zo het concurrentievermogen van de ondernemingen versterken.
    • Bijdragen aan een sterke Europese industriële basis
      Het technologisch potentieel van de Europese industrie wordt niet altijd volledig benut. Een Europese gemeenschappelijke aanpak van de problemen op het gebied van onderzoek, regelgeving en financiering kan synergieën doen ontstaan om grootscheepse projecten te kunnen uitvoeren en beter op de behoeften van de samenleving te kunnen inspelen. Voorts kan een financiële bijdrage van de overheid de duurzame ontwikkeling van concrete producten en diensten bevorderen en het Europese concurrentievermogen internationaal versterken. Het Galileo-project en mobiele telefonie zijn goede voorbeelden van partnerschappen.
  • MEER EN BETERE BANEN CREËREN
    Kennis en innovatie zijn essentieel voor de productiviteitsgroei, die voor Europa een kritieke factor is, want in een context van mondiale concurrentie moet Europa het hoofd bieden aan concurrenten die over goedkope arbeidskrachten en over natuurlijke hulpbronnen beschikken.
    • De arbeidsmarkt aantrekkelijker maken en de stelsels voor sociale bescherming moderniseren
      De lidstaten moeten streefcijfers voor de werkgelegenheid in 2008 en 2010 vaststellen en maatregelen in het kader van hun nationale hervormingsprogramma’s nemen. Dankzij de geïntegreerde werkgelegenheidsrichtsnoeren kunnen ze de efficiëntste instrumenten kiezen. Het is zaak ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt aantrekkelijker wordt en ook blijft: bijzondere aandacht gaat naar jongeren en oudere werknemers. In dit verband is ook de hervorming van de pensioen- en gezondheidszorgstelsels noodzakelijk om hun levensvatbaarheid en een degelijke sociale bescherming te waarborgen.
    • Het aanpassingsvermogen van werknemers en bedrijven en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verhogen
      Snel veranderende economieën vergen een groot aanpassingsvermogen van de werknemers, die in staat moeten zijn hun vaardigheden te ontwikkelen om in de behoeften van snel groeiende sectoren te voorzien. Een dergelijke flexibiliteit moet echter wel gepaard gaan met een sociale zekerheid die ook de perioden van verandering dekt. Om deze nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden, moeten de stelsels voor sociale bescherming worden gemoderniseerd. En om beter in de marktbehoeften te voorzien, moeten ten slotte alle belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers worden weggewerkt.
    • Meer investeren in menselijk kapitaal door beter onderwijs en betere vaardigheden
      In een kenniseconomie spelen onderwijs en opleiding een doorslaggevende rol omdat zij de groei en de werkgelegenheid steunen door hooggeschoolde arbeidskrachten met een groot aanpassingsvermogen te leveren. Zij versterken ook de sociale samenhang en het actieve burgerschap. Iedereen moet toegang krijgen tot onderwijs en opleiding via de Europese ruimte voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren, die tegen 2010 een wereldwijde kwaliteitsreferentie moet worden.
    • Het cohesiebeleid van de EU 2007-2013 en de rol van de structuurfondsen en het Cohesiefonds
      De communautaire strategische richtsnoeren stellen de prioriteiten van het cohesiebeleid vast . Zij geven aan op welke gebieden het cohesiebeleid de doelstellingen van de Lissabonstrategie kan helpen verwezenlijken en bevatten ook geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid. Zo worden de nationale programma’s en projecten die onder de structuurfondsen en het Cohesiefonds vallen, gericht op groei, werkgelegenheid, innovatie en de kenniseconomie, alsook op de totstandbrenging van fysieke infrastructuren.

Zie ook

  • Meer informatie is te vinden op de site van de Europese Commissie: "Groei en banen: samen werken aan het Europa van de toekomst" (EN).
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven