RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (2006-2010)

Deze routekaart ondersteunt de doelstellingen van de agenda inzake gendergelijkheid. Zij bouwt voort op de raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005), waarvan zij de balans opmaakt en tegelijkertijd de nodige verbeteringen in de verf zet. Zij dient te worden gevolgd door een voortgangsverslag in 2008 en door een evaluatie met vervolgmaatregelen in 2010.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Een routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2006-2010 [COM(2006) 92 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

De routekaart beschrijft zes prioritaire actiegebieden en voor elk daarvan doelstellingen en sleutelacties die het halen van de doelstellingen moeten vergemakkelijken. Hoewel dankzij de wetgeving inzake gelijke behandeling en de sociale dialoog aanzienlijke vooruitgang is geboekt, kampt de Europese Unie (EU) nog steeds met grote problemen.

Gelijke economische onafhankelijkheid voor vrouwen en mannen

  • Sommige doelstellingen van Lissabon houden verband met de genderdimensie, maar er moeten meer inspanningen worden geleverd om deze doelstellingen te verwezenlijken, met name wat de participatiegraad en de werkloosheid van vrouwen betreft.
  • Ondanks het bestaande EU-recht bedraagt de salariskloof tussen mannen en vrouwen nog steeds 15% als gevolg van structurele ongelijkheden op de arbeidsmarkt en directe discriminatie.
  • Gemiddeld 30% van de ondernemers in de Europese Unie zijn vrouwen. Zij ondervinden vaak meer moeilijkheden bij de toegang tot financiële middelen en opleidingen.
  • Vrouwen worden meer door armoede bedreigd dan mannen omdat hun loopbaan vaak wordt onderbroken, waardoor zij minder individuele pensioensrechten opsparen. De socialezekerheidsstelsels zouden hen passende uitkeringen moeten bieden.
  • Vrouwen en mannen worden met verschillende gezondheidsrisico's geconfronteerd. Het medisch onderzoek en de statistieken en indicatoren inzake veiligheid en gezondheid zijn echter hoofdzakelijk op mannen en op door mannen gedomineerde sectoren toegesneden.
  • De EU zet zich in om een einde te maken aan de meervoudige discriminatie jegens migrantenvrouwen en vrouwen die tot etnische minderheden behoren.

De combinatie van privé- en beroepsleven

  • Flexibele arbeidsregelingen bieden voordelen voor zowel de werkgevers als de werknemers. Toch maken meer vrouwen dan mannen gebruik van de beleidsmaatregelen in verband met de combinatie van werk en gezin, wat negatieve gevolgen kan hebben voor hun arbeidspositie en hun economische onafhankelijkheid.
  • De bevolking van de EU neemt in aantal af en vergrijst, met alle gevolgen van dien voor de arbeidsmarkt. Het is van cruciaal belang dat de toegang tot structuren voor kinderopvang vergemakkelijkt wordt, dat werk en privéleven gemakkelijker kunnen worden gecombineerd en dat de dienstverlening aan ouderen wordt verbeterd.
  • Mannen moeten worden aangemoedigd om vaderschapsverlof te nemen of deeltijds te werken.

Een evenwichtige vertegenwoordiging in de besluitvorming

  • De aanhoudende ondervertegenwoordiging van vrouwen in de civiele samenleving, de politiek en hogere openbare bestuursfuncties is een democratisch tekort.
  • Een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen in de economische besluitvorming kan innovatie bevorderen en een gunstige invloed hebben op de arbeidsproductiviteit, met name op het gebied van arbeidsflexibiliteit en transparantie van bevorderingsprocedures.
  • De lidstaten hebben voor de openbare onderzoekssector een doelstelling van 25 % vrouwen in leidinggevende posities vastgesteld.

De uitroeiing van alle vormen van seksueel geweld

  • De EU zet zich in tegen schendingen van de grondrechten op leven, veiligheid, vrijheid, waardigheid en lichamelijke en emotionele integriteit. Zij onderneemt actie tegen op traditie berustende praktijken die tegen deze rechten indruisen.
  • De Commissie stelt voor vrouwenhandel strafbaar te maken en tegelijkertijd seksuele uitbuiting te ontmoedigen. De nieuwe richtlijn betreffende verblijfstitels voor slachtoffers van mensenhandel moet slachtoffers met name de mogelijkheid bieden de arbeidsmarkt opnieuw te betreden.

De uitbanning van genderstereotypen

  • Vrouwen zouden op het gebied van onderwijs, opleiding en cultuur moeten worden aangemoedigd om niet-traditionele onderwijstrajecten en gewaardeerde beroepssectoren te verkennen.
  • Vrouwen zijn doorgaans werkzaam in sectoren die minder erkenning en waardering genieten en bezetten over het algemeen lagere echelons in de hiërarchie.
  • De media zijn mede verantwoordelijk voor de verspreiding van genderstereotypen. De overheid en de betrokken partijen moeten dan ook geregeld met elkaar in dialoog gaan.

De bevordering van gendergelijkheid in derde landen

  • In het kader van het uitbreidingsproces zijn toetredende landen en (potentiële) kandidaat-lidstaten gehouden het acquis communautaire op het gebied van gendergelijkheid in hun nationale wetgeving op te nemen.
  • De gelijkheid van vrouwen en mannen is een volwaardige doelstelling van het Europese nabuurschaps-, ontwikkelings- en buitenlands beleid.
  • De EU bevordert de internationale beginselen van de Millenniumverklaring inzake ontwikkeling en van het Actieplatform van Peking (BPfA) (EN).

Voornaamste acties

De Commissie dient de bestaande communautaire wetgeving inzake gendergelijkheid te moderniseren. In 2006 werd de wetgeving inzake gelijke kansen en de gelijke behandeling van vrouwen en mannen herschikt. De Commissie zal erop toezien dat het aspect gendergelijkheid zoveel mogelijk wordt geïntegreerd in alle beleidsmaatregelen, zoals de geïntegreerde richtlijnen voor groei en werkgelegenheid en de nieuwe gestroomlijnde open coördinatiemethode op het gebied van pensioenen, sociale integratie, gezondheidszorg en langdurige zorg.

Bewustmakingscampagnes zijn van cruciaal belang om genderstereotypen uit te roeien. De Commissie wil onder andere meer in dialoog treden met de EU-burgers via het PLAN D voor democratie, dialoog en debat en het portaal “Uw Europa”.

Er is op de meeste actiegebieden behoefte aan betere statistische gegevens. Dankzij nieuwe indicatoren en een nieuwe samengestelde gendergelijkheidsindex zullen gegevens op EU-niveau gemakkelijker met elkaar kunnen worden vergeleken. Het is ook belangrijk de statistische gegevens naar geslacht uit te splitsen.

Er is behoefte aan meer onderzoek naar gendermainstreaming op gezondheidsgebied en naar beroepen in de sociale en gezondheidssector. De Europese databank over vrouwen en mannen in de besluitvorming zal verder worden uitgebouwd. Er kan een beroep worden gedaan op het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling om doelgericht onderzoek te financieren.

Internationaal wil het Actieplatform van Peking met steun van de Commissie zorgen voor betere structuren om gegevens te verzamelen over de genderproblematiek in de ontwikkelingslanden.

De financiering

Een nieuw Europees Instituut voor gendergelijkheid, dat over een kapitaal van 50 miljoen euro beschikt, moet een sleutelrol spelen bij de follow-up van de meeste acties.

De transversale acties worden gefinancierd door het PROGRESS-programma omdat de gelijkheid van vrouwen en mannen in tal van beleidsmaatregelen aan bod komt. Daarom moet de Commissie ervoor zorgen dat meer rekening wordt gehouden met en moet zij nagaan wat de impact is van de genderproblematiek in het EU-begrotingsproces.

De structuurfondsen zijn een belangrijke bron van financiering. Dankzij de structuurfondsen kunnen ook de doelstellingen van Barcelona worden verwezenlijkt inzake structuren voor kinderopvang en de ontwikkeling van de gezondheidszorgvoorzieningen. Het Europees Sociaal Fonds (ESF) speelt een rol bij de integratie van vrouwen op de arbeidsmarkt maar ook bij de integratie van vrouwen uit derde landen in de Europese Unie en bij de uitbanning van stereotypen.

Context

Verschillende evenementen moeten worden aangegrepen om de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen, met name het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007), het Europees Jaar van de strijd tegen uitsluiting en armoede (2010) en de Euro-Mediterrane Ministerconferentie over gendergelijkheid van 2006.

De Commissie moet een EU-netwerk van vrouwen in economische en politieke sleutelposities en een EU-netwerk van instanties die actief zijn op het gebied van gendergelijkheid opzetten. Zij werkt nauw samen met de ngo's en de sociale partners.

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tussentijds voortgangsverslag over de routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (2006-2010) [COM(2008) 760 – Niet in het Publicatieblad verschenen].
In dit verslag wordt een tussentijdse evaluatie gemaakt van de resultaten die werden geboekt sinds de goedkeuring van de routekaart voor de periode 2006-2010. De routekaart werd ten uitvoer gelegd aan de hand van twee werkprogramma’s met een looptijd van één jaar en haar doelstellingen werden in 2007 versterkt door de goedkeuring van het pact voor gendergelijkheid. De transversale tenuitvoerlegging van de routekaart in andere beleidsdomeinen alsook de communicatie-initiatieven werden gefinancierd door het PROGRESS-programma.
De grootste vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid werd geboekt op gebieden die in de lidstaten het voorwerp uitmaken van gekwantificeerde gemeenschappelijke doelstellingen. Op vrijwel alle gebieden die verband houden met de routekaart werden vorderingen gemaakt. De vooruitgang is echter niet altijd even groot in de lidstaten en er moeten bijkomende inspanningen worden gedaan om de voor 2010 vastgestelde doelstellingen te halen. In het verslag worden in dat verband meerdere voorstellen gedaan:

  • verbetering van de governance: de Commissie is van mening dat de doelstellingen niet kunnen worden gerealiseerd zonder het engagement van alle belanghebbenden en acht een evaluatie van de nationale en communautaire wetgeving alsook van de programma's en de begroting van de EU noodzakelijk, teneinde het gelijkheidsbeginsel beter in aanmerking te nemen. De internationale en Europese indicatoren dienen te worden verbeterd en de geharmoniseerde statistische gegevens moeten beter met elkaar vergeleken kunnen worden. De inwerkingtreding van het Europees Instituut voor gendergelijkheid is van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de routekaart;
  • vergroten van het bewustzijn van het sociale en economische belang van gendergelijkheid: met name in het kader van de Lissabonstrategie, de hernieuwde sociale agenda en de open coördinatiemethode (OCM) op het gebied van sociale bescherming en sociale integratie. Het beleid inzake cohesie, onderwijs en onderzoek zouden moeten worden geëvalueerd. De gelijkheid tussen vrouwen en mannen moet worden bevorderd in de besluitvormingsinstanties, zowel economisch als politiek, alsook in de media.

De definitieve effectbeoordeling van deze acties is gepland voor 2010.

Laatste wijziging: 18.09.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven