RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Ouderschapsverlof

De Europese sociale partners hebben een nieuwe raamovereenkomst gesloten inzake ouderschapsverlof. Deze overeenkomst verlengt het ouderschapsverlof tot vier maanden voor elke ouder. Het is van toepassing voor alle werknemers en alle types van arbeidscontract. De werknemers krijgen de mogelijkheid om hun beroeps- en gezinsverantwoordelijkheden beter op elkaar af te stemmen en de overeenkomst draagt ook bij tot een gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

BESLUIT

Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst betreffende ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG (Voor de EER relevante tekst).

SAMENVATTING

Werknemers hebben recht op ouderschapsverlof bij de geboorte of adoptie van een kind. Dit verlof kan opgenomen worden tot het kind een bepaalde leeftijd (maximum 8 jaar) heeft bereikt die werd vastgesteld door de nationale wetgevingen en/of door collectieve overeenkomsten.

Deze richtlijn is van toepassing op alle werknemers, zowel mannen als vrouwen, ongeacht het soort arbeidscontract (met onbepaalde duur, bepaalde duur, deeltijds contract of via een uitzendkantoor).

Het ouderschapsverlof wordt toegekend voor een periode van ten minste 4 maanden. Het verlof moet in principe door elke werknemer volledig opgenomen worden en kan dus niet van de ene ouder op de andere worden overgedragen. Toch kan een dergelijke overdracht toegestaan worden op voorwaarde dat elke ouder minstens één van de vier maanden verlof behoudt.

Uitvoeringsbepalingen van het ouderschapsverlof
De voorwaarden en aanpassingsbepalingen voor het ouderschapsverlof worden in de lidstaten bij wet en/of bij collectieve overeenkomsten vastgesteld. Daardoor kunnen de lidstaten van de EU en/of sociale partners:

  • het ouderschapsverlof aanpassen aan de behoeften van ouders en werkgevers, door het verlof toe te kennen als vol- of deeltijdverlof, in gedeelten of in de vorm van uitgesteld verlof;
  • het recht op ouderschapsverlof afhankelijk stellen van een anciënniteitsperiode, van ten hoogste één jaar. In dit geval zal de som van de opeenvolgende contracten van bepaalde duur bij dezelfde werkgever in aanmerking genomen worden voor de berekening van de anciënniteitsperiode;
  • de omstandigheden vaststellen waarin een werkgever het recht heeft het ouderschapsverlof uit te stellen, om gerechtvaardigde redenen in verband met het functioneren van de onderneming;
  • bijzondere regelingen toestaan om de goede werking van kleine ondernemingen te garanderen.

Werknemers die gebruik wensen te maken van het recht op ouderschapsverlof moeten rekening houden met een kennisgevingsperiode naar hun werkgever toe. De duur van de kennisgevingsperiode is vastgelegd in elke EU-lidstaat rekening houdend met de belangen van werknemers en werkgevers.

Elke EU-lidstaat wordt ook aangemoedigd om bijkomende maatregelen te treffen en/of specifieke voorwaarden te stellen bij de uitvoering van het ouderschapsverlof van adoptieouders en ouders van kinderen met een handicap of langdurige ziekte.

Terugkeer naar het werk en non-discriminatie

Na een periode van ouderschapsverlof heeft de werknemer het recht op een terugkeer naar zijn/haar arbeidplaats. Wanneer dit onmogelijk blijkt, moet de werkgever een gelijkaardige functie voorstellen, conform het arbeidscontract of de arbeidsrelatie.

Bovendien blijven verworven rechten of rechten in wording van de werknemer bij aanvang van het ouderschapsverlof:

  • ongewijzigd behouden tot het einde van het ouderschapsverlof;
  • van toepassing na afloop van de ouderschapsverlofperiode. Alle wijzigingen die voortvloeien uit de wetgeving, collectieve overeenkomsten en/of nationale gebruiken blijven van toepassing.

Werknemers worden eveneens beschermd tegen minder gunstige behandeling of ontslag wegens het aanvragen of opnemen van ouderschapsverlof.

Alle kwesties rond sociale zekerheid en inkomen bij ouderschapsverlof moeten door de EU-lidstaten en/of nationale sociale partners geregeld worden. De overeenkomst vermeldt niets over de uitbetaling van het loon of een compensatie tijdens het ouderschapsverlof.

Bij hun terugkeer naar het werk moeten werknemers het recht krijgen voor een bepaalde periode aangepaste werktijden en/of -patronen aan te vragen. De werkgevers beoordelen deze aanvragen en reageren erop, rekening houdend met hun eigen behoeften en met die van de werknemers.

Arbeidsverzuim door overmacht

Werknemers kunnen eveneens verlof aanvragen wegens overmacht in verband met onvoorziene gezinsomstandigheden. Deze vorm van verlof kan meer bepaald worden aangevraagd in geval van ziekte of een ongeval waardoor de onmiddellijke aanwezigheid van de werknemer bij zijn gezin vereist is.

Context

Deze richtlijn stelt de herziene raamovereenkomst vast, gesloten door de Europese sociale partners op 18 juni 2009. Deze overeenkomst volgt op de raamovereenkomst van 14 december 1995 inzake het ouderschapsverlof.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad
Richtlijn 2010/18/EU

7.4.2010

8.3.2012

PB L 68 van 18.3.2010

Laatste wijziging: 02.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven