Bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever
De richtlijn heeft ten doel de betaling van de lonen van werknemers te garanderen bij insolventie van de werkgever. Zij verplicht de lidstaten van de Europese Unie (EU) daartoe waarborgfondsen op te zetten en stelt regels vast voor insolventiegevallen met grensoverschrijdende gevolgen.
BESLUIT
Richtlijn 2008/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (Voor de EER relevante tekst).
SAMENVATTING
De richtlijn beschermt werknemers met loonaanspraken tegen werkgevers in staat van insolventie.
Een werkgever verkeert in staat van insolventie wanneer is verzocht om opening van een juridische procedure die ertoe leidt dat hij het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of ten dele verliest en dat een curator wordt aangewezen, en wanneer de bevoegde gerechtelijke instantie:
- heeft besloten de procedure te openen; of
- heeft geconstateerd dat de onderneming of de vestiging van de werkgever definitief is gesloten en dat het beschikbare vermogen ontoereikend is.
De lidstaten van de Europese Unie (EU) kunnen bij wijze van uitzondering de aanspraken van bepaalde categorieën werknemers uitsluiten indien andere waarborgen hen dezelfde mate van bescherming bieden. De lidstaten kunnen ook bepalen dat deze richtlijn niet van toepassing is op huispersoneel dat in dienst is van een natuurlijke persoon en op deelvissers.
Afgezien van die uitzonderingen vallen alle werknemers onder deze richtlijn, ongeacht de duur van de arbeidsovereenkomst of de arbeidsverhouding. De richtlijn geldt bijgevolg ook voor deeltijdwerkers, werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en uitzendkrachten.
Waarborgfondsen
De lidstaten zetten waarborgfondsen op die de betaling van achterstallige lonen van werknemers en, indien nodig, de vergoeding wegens beëindiging van de arbeidsverhouding garanderen. Zij kunnen de betalingen van het waarborgfonds beperken, maar deze moeten wel voldoende hoog blijven om tot de sociale doelstelling van de richtlijn bij te dragen.
De minimumperiode waarover het waarborgfonds aanspraken honoreert wordt berekend op basis van:
- een referentieperiode van ten minste zes maanden, wat leidt tot de betaling van de aanspraken over een periode van ten minste drie maanden;
- een referentieperiode van ten minste achttien maanden, wat leidt tot de betaling van de aanspraken over een periode van ten minste acht weken. In dit geval worden bij de berekening de voor de werknemer meest gunstige perioden in aanmerking genomen.
De werkgevers dragen in de financiering van de waarborgfondsen bij, tenzij de overheid volledig voor de financiering instaat.
Sociale zekerheid
De lidstaten kunnen bepalen dat de betalingsgarantie niet geldt voor de premiebedragen:
- voor de sociale zekerheid;
- voor aanvullende stelsels van sociale voorzieningen die voor een of meer bedrijfstakken gelden en welke naast de wettelijke stelsels van sociale zekerheid bestaan.
Werknemers behouden bovendien hun volle recht op prestaties van de verzekeringsinstellingen indien de werkgever de verplichte premiebedragen voor de sociale zekerheid niet heeft betaald, maar de loonpremies wel op de uitgekeerde lonen heeft ingehouden.
De belangen van de werknemers worden beschermd met betrekking tot ouderdomsuitkeringen, met inbegrip van nabestaandenpensioenen uit hoofde van aanvullende sociale voorzieningen. Die bescherming geldt ook voor werknemers die de onderneming hebben verlaten voordat de insolventie is ingetreden.
Grensoverschrijdende situaties
Indien de insolvabele werkgever actief was op het grondgebied van ten minste twee lidstaten, dienen de aanspraken te worden gehonoreerd door het waarborgfonds van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verrichtte.
Evenzo wordt de omvang van de rechten van de werknemers bepaald door het nationale recht waaronder het waarborgfonds valt.
REFERENTIES
| Besluit | Inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Richtlijn 2008/94/EG |
17.11.2008 |
17.11.2008 |
L 283 van 28.10.2008 |
GERELATEERDE BESLUITEN
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2011 over de uitvoering en toepassing van een aantal bepalingen van Richtlijn 2008/94/EG betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever [COM(2011) 84 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].Het bij Richtlijn 2008/94/EG voor werknemers ingestelde veiligheidsnet is efficiënt en nuttig gebleken. In de periode van 2008 tot 2011 hebben de waarborgfondsen namelijk aanspraken van 3,4 miljoen werknemers gehonoreerd, vooral dan in de context van de wereldwijde economische crisis.



