RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Organisatie van de arbeidstijd: basisrichtlijn

De richtlijn stelt algemene minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het gebied van de organisatie van de arbeidstijd vast. Zij heeft bovendien betrekking op de dagelijkse rusttijden, de pauzes, de wekelijkse rusttijd, de jaarlijkse vakantie en bepaalde aspecten van nacht- en ploegenarbeid. Er bestaan sectorale bepalingen voor het wegvervoer, de activiteiten op zee en de burgerluchtvaart.

BESLUIT

Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

SAMENVATTING

Met het oog op de duidelijkheid en de transparantie van het Gemeenschapsrecht codificeert deze richtlijn de oude basisrichtlijn 93/104/EG van de Raad van 23 november 1993, alsook de wijziging daarvan bij Richtlijn 2000/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 2000. Zij streeft naar een evenwicht tussen de hoofddoelstelling van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers enerzijds en de behoeften van een moderne Europese economie anderzijds.

Organisatie van de arbeidstijd

De arbeidstijd * komt overeen met de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken.

De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn opdat de werknemer de volgende rust- en werktijden kan genieten:

  • een dagelijkse minimumrusttijd * van elf aaneengesloten uren in elk tijdvak van vierentwintig uur;
  • een pauze wanneer de dagelijkse arbeidstijd meer dan zes uren bedraagt;
  • een ononderbroken gemiddelde minimumrusttijd van vierentwintig uren voor elk tijdvak van zeven dagen waaraan de elf uren dagelijkse rusttijd worden toegevoegd;
  • een maximale wekelijkse arbeidstijd van achtenveertig uren, inclusief overwerk;
  • een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken.

Voor de berekening van de wekelijkse gemiddelden kunnen de lidstaten referentieperioden vaststellen:

  • die niet langer zijn dan veertien dagen voor de wekelijkse rusttijd;
  • die niet langer zijn dan vier maanden voor de maximale wekelijkse arbeidstijd;
  • in overleg met de sociale partners of door hun deze mogelijkheid toe te kennen via collectieve overeenkomsten wat de duur van de nachtarbeid betreft.

Nachtarbeid *vormt een geval apart, want de duur daarvan mag niet langer zijn dan gemiddeld acht uur per tijdvak van vierentwintig uur. Nachtarbeid die bijzondere risico’s of grote lichamelijke of geestelijke spanningen met zich meebrengt, wordt geregeld in nationale wetten en/of gebruiken of in collectieve overeenkomsten.

Nachtarbeiders * moeten ten aanzien van hun veiligheid en gezondheid een mate van bescherming genieten die op de aard van hun werk is afgestemd. Zij hebben, alvorens zij bij nachtarbeid worden ingezet en daarna op gezette tijden, recht op een gratis medische keuring. Wanneer zij ongeschikt worden bevonden, moeten zij waar mogelijk passend dagwerk krijgen. Werkgevers die het werk volgens een bepaald rooster indelen, moeten rekening houden met het algemene beginsel van de aanpassing van de arbeid aan de mens, met name om monotone en tempogebonden arbeid te verlichten. Werkgevers die regelmatig gebruik maken van nachtarbeiders, moeten de op het gebied van gezondheid en veiligheid bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen.

Er kunnen afwijkingen van de hierboven genoemde beginselen worden toegestaan bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners. Er kunnen met name afwijkingen worden toegestaan:

  • met inachtneming van de algemene beginselen inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, wanneer de duur van de arbeidstijd niet wordt gemeten en/of door de werknemers zelf wordt bepaald;
  • voor werkzaamheden waarbij de arbeidsplaats en de woonplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn, zoals offshorewerkzaamheden *;
  • voor bewakings- of surveillancediensten die verband houden met de bescherming van goederen of personen;
  • voor werkzaamheden waarbij de continuïteit van de dienst moet worden gewaarborgd, zoals ziekenhuiszorg, landbouw, pers en informatie;
  • in geval van te verwachten toename van het werk, met name in de landbouw, in het toerisme of bij de posterijen, alsook voor het spoorwegpersoneel;
  • mits een compenserende rusttijd wordt geboden:
    • volgens de in de richtlijn vermelde criteria, bijvoorbeeld werkzaamheden waarbij de continuïteit van de dienst of de productie moet worden gewaarborgd;
    • bij collectieve overeenkomst of bedrijfsakkoord tussen de sociale partners.

De afwijkingen voor de referentieperioden voor de berekening van de duur van de wekelijkse arbeidstijd mogen niet meer bedragen dan zes maanden of, bij collectieve overeenkomst, twaalf maanden.

Een lidstaat kan een werkgever toestaan af te wijken van de grens van achtenveertig uren wekelijkse arbeidstijd, mits de werknemer daarmee instemt. De werknemer mag geen nadeel ondervinden in geval van weigering. De werkgever verbindt zich ertoe een voor de bevoegde autoriteiten toegankelijk register bij te houden van elke werknemer die aanvaard heeft om langer te werken dan de vastgestelde arbeidstijd. De algemene beginselen van veiligheid en gezondheid moeten worden nageleefd.

Er gelden bijzondere bepalingen voor bepaalde sectoren:

  • mobiele werknemers *en offshorewerkzaamheden *: de bepalingen inzake de dagelijkse rusttijd, de pauzes, de wekelijkse rusttijd en de nachtarbeid zijn niet van toepassing op mobiele werknemers; de lidstaten zorgen er echter voor dat mobiele werknemers overeenkomstig de richtsnoeren van de richtlijn recht hebben op een passende rusttijd *. De referentieperioden voor de offshorewerknemers kunnen tot twaalf maanden worden verlengd voor de berekening van de maximale duur van de wekelijkse arbeidstijd;
  • werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen: de bepalingen inzake de dagelijkse rusttijd, de maximale wekelijkse arbeidstijd en de nachtarbeid zijn niet van toepassing op werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen van een lidstaat, maar de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd mag niet meer bedragen dan achtenveertig uur over een referentieperiode van een jaar. Het maximumaantal arbeidsuren bedraagt veertien uur in elke periode van vierentwintig uur en tweeënzeventig in elke periode van zeven dagen. Het aantal uren rust mag niet minder zijn dan tien per dag en zevenenzeventig per week. Nationale bepalingen, collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners stellen de grenzen voor het aantal uren op beide gebieden vast. Uiterlijk in 2009 bekijkt de Commissie de bepalingen op dit gebied opnieuw;
  • artsen in opleiding: voor artsen in opleiding is een overgangsperiode van vijf jaar, met ingang van 1 augustus 2004, vastgesteld. Gedurende de eerste drie jaar van deze periode mag de wekelijkse arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 58 uur. Gedurende de volgende twee jaar mag de maximale wekelijkse arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 56 uur. Aan sommige lidstaten kan een zesde overgangsjaar worden toegestaan. In het laatste geval mag de arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 52 uur per week. Aan het einde van deze overgangsperiode bedraagt de arbeidstijd 48 uur per week.

Elke vijf jaar stellen de lidstaten en de Commissie een verslag over de tenuitvoerlegging van de richtlijn op.

Belangrijkste begrippen
  • Arbeidstijd: de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken.
  • Rusttijd: de tijd die geen arbeidstijd is.
  • Nachttijd: een tijdvak van ten minste zeven uren, als vastgesteld bij de nationale wetgeving, dat in ieder geval de periode tussen vierentwintig uur en vijf uur omvat.
  • Nachtarbeider: enerzijds, een werknemer die normaal gedurende ten minste drie uren van zijn dagelijkse arbeidstijd werkzaam is binnen de nachttijd. Anderzijds, een werknemer die gedurende een bepaald gedeelte van zijn jaarlijkse arbeidstijd binnen de nachttijd werkzaam kan zijn, als vastgesteld, naar keuze van de betrokken lidstaat, bij:
    • de nationale wetgeving na raadpleging van de sociale partners, of
    • collectieve overeenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners op nationaal of regionaal niveau.
  • Mobiele werknemer: een werknemer die als lid van het rijdend, varend of vliegend personeel in dienst is van een bedrijf dat diensten verricht voor het vervoer van passagiers of goederen over de weg, in de lucht of in de binnenvaart.
  • Offshorewerkzaamheden: werkzaamheden die hoofdzakelijk op of vanaf offshore-installaties (waaronder boortorens) worden verricht en die direct of indirect verband houden met de exploratie, winning of exploitatie van minerale hulpbronnen, met inbegrip van koolwaterstoffen, alsmede duikwerkzaamheden uitgevoerd vanaf een offshore-installatie of een vaartuig in verband met dergelijke werkzaamheden.
  • Passende rusttijd: regelmatige, in tijdseenheden uitgedrukte rustperioden die voldoende lang en ononderbroken zijn om ervoor te zorgen dat de werknemers als gevolg van vermoeidheid wegens lange werktijden of andere onregelmatige werkroosters geen letsel toebrengen aan zichzelf, hun collega's of anderen en hun gezondheid op korte of op lange termijn niet schaden.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2003/88/EG [goedkeuring: medebeslissing COD/2002/0131]

2.8.2004

-

L 299/9 van 18.11.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 24 maart 2010 betreffende de «herziening van de arbeidstijdenrichtlijn» (eerste fase van de raadpleging van de sociale partners op het niveau van de Europese Unie krachtens artikel 154 van het VWEU) [COM(2010) 106 definitief – Niet verschenen in het Publicatieblad].
De arbeidstijdenrichtlijn dient herzien te worden met het oog op de evolutie van de arbeidsomstandigheden in de Europese Unie. De wetgeving moet daarom zorgen voor meer flexibiliteit op het gebied van organisatie van de arbeid, met name voor:

  • de bepaling van de arbeidstijden. De Commissie bemerkt dat hoewel de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur in Europa afneemt, er grote variatie bestaat afhankelijk van de sector, evenals personen die met hun werkgever specifieke arbeidstijden kunnen overeenkomen. De bepaling van de arbeidstijd dient rekening te houden met de belangen van de werknemers en de concurrentiekracht van de ondernemingen;
  • de berekening van de aanwezigheidsdienst, d.w.z. de tijdsduur dat werknemers aanwezig zijn op de werkplek zonder te werken. Aanwezigheidsdienst wordt voornamelijk gebruikt in de gezondheidszorg en urgentiediensten (politie, brandweer, enz.);
  • de referentieperiode die wordt gebruikt voor de berekening van de maximale wekelijkse arbeidsduur. Een verlenging van deze periode zou het met name mogelijk maken rekening te houden met de seizoensgebonden variaties in productie die bepaalde sectoren kennen;
  • de planning van de minimumperiodes voor wekelijkse en dagelijkse rust, evenals de onmiddellijke of gespreide toepassing ervan.

De Commissie dient overleg te plegen met de Europese sociale partners om na te gaan op welke wijze de richtlijn herzien kan worden.

Verslag van de Commissie van 7 juli 2006 over de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2003/88/EG (organisatie van de arbeidstijd van werknemers die werkzaam zijn in het geregeld stedelijk personenvervoer) [COM(2006) 371 definitief – Niet verschenen in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie over de toepassing van de bepalingen van Richtlijn 2003/88/EG met betrekking tot offshorewerknemers [COM(2006) 853 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Laatste wijziging: 07.07.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven