RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Stroomlijnen van de jaarlijkse coördinatiecyclus voor economisch en werkgelegenheidsbeleid

Archief

1)DOELSTELLING

Het coördinatieproces voor economisch en werkgelegenheidsbeleid stroomlijnen en synchroniseren teneinde meer nadruk te leggen op de uitvoering van de aanbevelingen dan op de jaarlijkse opstelling van richtsnoeren.

2)MAATREGEL

Mededeling van de commissie over het stroomlijnen van de jaarlijkse coördinatiecyclus voor economisch en werkgelegenheidsbeleid [COM(2002) 487 def. - niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

3)SAMENVATTING

Doelstellingen. De Europese Unie (EU) heeft de laatste jaren een economische, sociale en ecologische strategie ontwikkeld. Deze strategie is gericht op:

  • een zo krachtig mogelijke economische groei, met name door verbetering van het groeipotentieel;
  • voortgang naar volledige werkgelegenheid;
  • vrijwaring van de sociale samenhang;
  • inachtneming van het beginsel van duurzame ontwikkeling.

Verschillende coördinatiemechanismen. Naast de coördinatie van het economisch beleid in het kader van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid (GREB) voorziet het Verdrag in coördinatie door het Stabiliteits- en groeipact en de Europese werkgelegenheidsstrategie ("Luxemburg-proces"). Daar komen nog andere processen bij zoals bijvoorbeeld het proces van economische hervorming ("Cardiff-proces"), de macro-economische dialoog met de sociale partners in het kader van het Europees werkgelegenheidspact ("Keulen-proces") en de door de Europese Raad van Lissabon ingevoerde open coördinatiemethode ("Lissabon-proces").

Deze ontwikkeling van instrumenten voor beleidscoördinatie heeft het coördinatiekader complexer gemaakt en maakt de formulering en de verspreiding van de beleidsoriëntaties van de Unie niet gemakkelijker. Het is evenwel nodig dat de EU op doeltreffende coördinatiemechanismen kan steunen om een betere uitvoering van de strategieën te garanderen en de evaluatie van de verkregen resultaten te vergemakkelijken. De Europese Raad van Barcelona heeft verzocht om stroomlijning van deze verschillende coördinatieprocessen.

Voorstellen. De Commissie stelt de volgende maatregelen voor om te komen tot stroomlijning van de verschillende beleidscoördinatiecycli:

  • de efficiëntie van de beleidscoördinatie vergroten, met name door een betere follow-up van de uitvoering;
  • de coherentie en complementariteit tussen de verschillende processen en instrumenten verbeteren;
  • een meer algemene inzet en "ownership" bevorderen door het Europees Parlement, de nationale parlementen, de sociale partners en de civiele samenleving erbij te betrekken;
  • de doorzichtigheid en begrijpelijkheid van de beleidscoördinatiecyclus vergroten.

De Commissie stelt voor in de verschillende coördinatieprocessen de nadruk meer te leggen op de middellange termijn, meer belang te hechten aan de uitvoering van de aanbevelingen en de evaluatie van het effect, en de werkzaamheden te stroomlijnen rond een aantal hoofdpunten van het betreffende jaar. Daardoor zouden de beleidsprocessen coherenter, doorzichtiger en doeltreffender worden gemaakt, terwijl de autonomie van de processen in acht zou worden genomen en een bijdrage tot de stabiliteit en voorspelbaarheid van het beleid zou worden geleverd.

Voornaamste bouwstenen van de nieuwe beleidscoördinatiecyclus

Voorbereiding van de voorjaarsconferentie van de Europese Raad. De Commissie stelt een verslag voor de Europese Raad op waarin wordt aangegeven op welke terreinen vooruitgang moet worden geboekt en wat de voornaamste richtsnoeren zijn. Dit verslag wordt aangevuld met het "uitvoeringspakket", dat het uitvoeringsverslag over de GREB, het gezamenlijke werkgelegenheidsverslag en het uitvoeringsverslag over de internemarktstrategie bevat. Daarbij komen nog diverse verslagen en scoreborden van de Commissie (het Cardiff-verslag, het verslag over de staatssteun, over innovatie en het ondernemingenbeleid).

Europese Raad van het voorjaar. Deze raad speelt een rol van primordiaal belang in de jaarlijkse beleidscoördinatiecyclus. Hij evalueert de geboekte vooruitgang, op basis waarvan hij algemene beleidsrichtsnoeren voor de voornaamste prioriteiten geeft.

Voorstellen van de Commissie. De Commissie dient vervolgens een "richtsnoerenpakket" in, dat de GREB en de werkgelegenheidsrichtsnoeren bevat, teneinde op basis van de richtsnoeren van de Europese Raad een concreet werkprogramma op te stellen. Dit pakket wordt voor het eerst in april 2003 gepubliceerd en bestrijkt in principe een periode van drie jaar (tot 2006). Er worden verder elk jaar richtsnoeren opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijke belangrijke nieuwe ontwikkelingen, maar de richtsnoeren zouden over het geheel genomen tot 2006 stabiel moeten blijven. De internemarktstrategie heeft ook betrekking op internemarktaangelegenheden tot 2006. Zij zal slechts worden aangepast als dat nodig is.

Vaststelling van nieuwe richtsnoeren en aanbevelingen. De bevoegde Raadsformaties nemen de GREB en de werkgelegenheidsrichtsnoeren aan en keuren de actieplannen voor hun bevoegdheidsterrein (bijvoorbeeld de internemarktstrategie) goed nadat de Europese Raad van juni het "richtsnoerenpakket" heeft goedgekeurd.

Uitvoeringsonderzoek. Het onderzoek naar de geboekte vooruitgang geschiedt in het vierde kwartaal met de stelselmatige informatieverschaffing over de uitvoering van de door de lidstaten overeengekomen beleidsmaatregelen en de beoordeling van deze informatie door de Commissie. De door de lidstaten verstrekte informatie zou in één document en tegelijkertijd, ten laatste in oktober, kunnen worden ingediend. De diensten van de Commissie zouden dan de informatie kunnen beoordelen en hun bevindingen neerleggen in een nieuw "uitvoeringspakket", samen met het voorjaarsverslag, waarmee een nieuwe cyclus begint.

De Commissie stelt voor ook andere verwante processen te stroomlijnen, zodat ze ten volle kunnen bijdragen tot de opstelling van het "uitvoeringspakket" en het voorjaarsverslag.

Strategie op middellange termijn. De Commissie wil op het gebied van economisch en werkgelegenheidsbeleid meer nadruk leggen op de middellange termijn teneinde de stabiliteit van de beleidsrichtsnoeren en -aanbevelingen te vergroten, zodat de lidstaten geloofwaardige strategieën kunnen vaststellen om de aanbevelingen ten uitvoer te leggen, en om te vermijden dat de strategieën herhaaldelijk moeten worden bijgesteld. Er zal dan een duidelijker verband zijn tussen de beleidsstrategie en de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de agenda van Lissabon. Voorts is de nadruk verlegd van de formulering van de strategieën naar de uitvoering ervan. Dit alles zal de zichtbaarheid en de impact van de strategie verbeteren.

Globale richtsnoeren voor het economisch beleid. De GREB behouden hun jaarlijks karakter, maar worden slechts om de drie jaar volledig herzien, tenzij op initiatief van de Commissie een herziening noodzakelijk wordt geacht. Ze hebben dus een meer strategisch karakter doordat de klemtoon meer op de voornaamste beleidsvraagstukken wordt gelegd.

Werkgelegenheidsrichtsnoeren. Baten van dezelfde aard kunnen worden verkregen voor de werkgelegenheidsrichtsnoeren ("Luxemburg-proces") met grondige herzieningen om de drie jaar en een afstelling van het tijdschema op de eindtermijn 2010.

Interne markt. Het Cardiff-proces wordt gericht op de grondige analyse van een beperkt aantal kernvraagstukken ieder jaar. De internemarktstrategie wordt om de vijf jaar vastgesteld en zou in de volgende fase nauwer met de Lissabon-strategie kunnen worden verbonden. Daarom zou een actieprogramma moeten worden vastgesteld dat tot 2006 loopt.

Samenhang van het "richtsnoerenpakket". De inhoud die onder de verschillende instrumenten valt, zou duidelijker moeten worden bepaald. De GREB blijven een centrale rol spelen. Zij hebben betrekking op de macro-economische politiek en leggen de nodige nadruk op de structurele politiek teneinde het groeipotentieel, de werkgelegenheid, de sociale samenhang, de duurzame ontwikkeling en de overgang naar een kenniseconomie te bevorderen. De processen van Cardiff en Luxemburg zullen de respectieve onderwerpen grondiger behandelen. De werkgelegenheidsrichtsnoeren zullen hun ruime bereik behouden en ook hun rol als voornaamste instrument voor de beleidscoördinatie op werkgelegenheidsgebied, in volle overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid. Het Cardiff-proces maakt het mogelijk om een beter onderscheid te maken tussen de meer algemene aanbevelingen van de GREB en de specifieke acties op communautair niveau in de internemarktstrategie.

Voordat nieuwe, niet hierboven genoemde coördinatieprocessen worden ingevoerd, zou moeten worden aangetoond dat de problemen niet in het kader van de bestaande procedures kunnen worden behandeld en dat een nieuwe procedure een reële toegevoegde waarde zal leveren.

Timing. De stroomlijning wordt reeds uitgevoerd in de aanloop naar de Europese Raad van voorjaar 2003.

4)UITVOERINGSMAATREGELEN

5)VERDERE WERKZAAMHEDEN

 
Laatste wijziging: 08.04.2003

Zie ook

Voor nadere informatie raadpleeg:

  • Proces van economische hervorming ("Cardiff-proces") (EN).
  • Lissabon-strategie (DE) (EN) (FR).
  • Luxemburg-proces: Europese werkgelegenheidsstrategie (EN).
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven