RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Reglement van orde van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is een adviesorgaan van de Europese Unie (EU). Het Comité moet in het Europese besluitvormingsproces op een bepaald aantal gebieden geraadpleegd worden door de Raad, de Commissie of het Parlement. Het kan ook op eigen initiatief adviezen afgeven in alle gevallen waarin het dat raadzaam acht.

SAMENVATTING

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is op grond van artikel 303 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU) gemachtigd om zijn eigen reglement van orde vast te stellen. Het onderhavige reglement van orde regelt de werkwijze en de organisatie van het EESC.

DE LEDEN

Overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag betreffende de werking van de EU bestaat het Comité uit vertegenwoordigers van de organisaties van werkgevers, werknemers en andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, met name sociaaleconomische en culturele organisaties en burger- en beroepsorganisaties.

De leden worden door de regeringen van de lidstaten voorgesteld en door de Raad van de Europese Unie voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar benoemd. Het aantal leden is begrensd tot 350.

DE WERKORGANEN VAN HET COMITÉ

Het bureau

Het bureau bestaat uit:

  • de voorzitter en de twee vicevoorzitters ;
  • de drie groepsvoorzitters (groep I: werkgevers; groep II: werknemers; groep III: verschillende economische en sociale belangen);
  • de zes voorzitters van de gespecialiseerde afdelingen;
  • een variabel aantal leden, dat niet meer mag bedragen dan er lidstaten zijn.

De voorzitter wordt gekozen uit de leden van de drie groepen en de vicevoorzitters worden gekozen uit de leden van de twee groepen waartoe de voorzitter niet behoort. Zij worden gekozen voor een periode van twee jaar, volgens het principe van rotatie tussen de groepen.

De belangrijkste taken van het bureau zijn:

  • het stelt de interne organisatie en werkwijze van het Comité vast en draagt de politieke verantwoordelijkheid voor de algemene leiding ervan;
  • het oefent samen met de voorzitter van het Comité de in het financieel reglement en het reglement van orde van het Comité vastgestelde bevoegdheden in budgettaire en financiële aangelegenheden uit;
  • het stelt de uitvoeringsbepalingen van het reglement van orde vast, waarvan het de interpretatie nader toelicht;
  • het onderzoekt om de zes maanden de invloed van de door het Comité uitgebrachte adviezen aan de hand van een hiertoe opgesteld verslag.

Het voorzitterschap en de voorzitter

Het voorzitterschap (de voorzitter en de twee vicevoorzitters) komt bijeen met de groepsvoorzitters om de werkzaamheden van het bureau en van de voltallige vergadering voor te bereiden.

De voor tweeënhalf jaar gekozen voorzitter leidt de werkzaamheden van het Comité. Hij betrekt de vicevoorzitters voortdurend bij zijn activiteiten. Hij vertegenwoordigt het Comité naar buiten toe en brengt het Comité verslag uit over de uit naam van het Comité ondernomen stappen en verrichte handelingen. Direct na zijn verkiezing legt de voorzitter de voltallige vergadering een werkprogramma voor de duur van zijn ambtstermijn voor. Aan het einde van deze periode maakt de voorzitter de balans op van hetgeen verwezenlijkt is.

Gespecialiseerde afdelingen

Het Comité omvat zes gespecialiseerde afdelingen:

  • landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu (NAT) (EN) (FR);
  • economische en monetaire Unie, economische en sociale samenhang (ECO) (EN) (FR);
  • werkgelegenheid, sociale zaken, burgerschap (SOC) (EN) (FR);
  • externe betrekkingen (REX) (EN) (FR);
  • eengemaakte markt, productie en consumptie (INT) (EN) (FR);
  • vervoer, energie, infrastructuur, informatiemaatschappij (TEN) (EN) (FR).

Op voorstel van het bureau kunnen andere afdelingen worden ingesteld door de voltallige vergadering voor beleidsterreinen die onder de Verdragen vallen. Met uitzondering van de voorzitter, dient elk lid van het Comité deel uit te maken van minstens één gespecialiseerde afdeling, maar niet meer dan twee (tenzij een afwijking wordt toegestaan). De leden van de afdelingen worden voor een periode van tweeënhalf jaar aangewezen.

De gespecialiseerde afdelingen hebben tot taak een advies of een informatierapport op te stellen over vraagstukken die hun worden voorgelegd. Zij kunnen uit hun midden studiegroepen of redactiegroepen vormen; zij kunnen ook een afdelingsrapporteur aanwijzen. De rapporteur is belast met het opstellen van het advies en de follow-up ervan bij de Europese Instellingen, wanneer dit in een voltallige zitting is aangenomen.

De subcomités

Het Comité kan over bepaalde bijzondere vraagstukken die onder de bevoegdheid van meer dan één gespecialiseerde afdeling vallen, subcomités samenstellen. De regels betreffende de gespecialiseerde afdelingen zijn naar analogie van de subcomités van toepassing. Zijn ontwerpadviezen worden rechtstreeks ter beraadslaging aan het Comité voorgelegd.

Waarnemingsposten, hoorzittingen, deskundigen

Het Comité kan waarnemingsposten instellen wanneer de aard, de omvang en het specifieke karakter van het te behandelen onderwerp een bijzondere flexibiliteit vergen ten aanzien van de werkmethoden, de procedures en de in te zetten middelen.

Indien het belang van een bepaald onderwerp zulks rechtvaardigt, kunnen de verschillende organen en werkstructuren van het Comité personen van buiten het Comité horen.

Ten slotte kan de voorzitter deskundigen aanwijzen om technische vraagstukken toe te lichten die in het kader van de werkzaamheden opduiken.

Adviescommissies

Het Comité kan adviescommissies oprichten. Deze commissies worden samengesteld uit leden van het Comité en afgevaardigden van gebieden uit het maatschappelijk middenveld die het Comité bij zijn werkzaamheden wenst te betrekken.

Dialoog met de economische en sociale organisaties in de EU en in derde landen

Op grond van zijn bijzondere taakstelling onderhoudt het Comité gestructureerde betrekkingen met de sociaaleconomische raden en de aanverwante instellingen in de Unie en in derde landen. Het Comité stelt delegaties aan die deze betrekkingen moeten onderhouden.

Groepen en categorieën

Het Comité bestaat uit drie groepen die respectievelijk de werkgevers, de werknemers en de andere sociaaleconomische geledingen van de georganiseerde civiele samenleving vertegenwoordigen. De groepen kiezen hun voorzitters en vicevoorzitters. Zij nemen deel aan de voorbereiding, de organisatie en de coördinatie van de werkzaamheden van het Comité.

  • De groep van de werkgevers (groep I) bestaat uit vertegenwoordigers van openbare en particuliere bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen, kamers van koophandel, de groot- en detailhandel, financiële diensten, vervoer en de landbouw.
  • De groep van de werknemers (groep II) bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale vakorganisaties van werknemers, zowel op het niveau van de confederaties als op het niveau van de sectorale federaties.
  • De groep waartoe de overige groepen van de civiele samenleving behoren (groep III) bestaat uit vertegenwoordigers van de boerenbonden, de consumentenorganisaties, de KMO's, ambacht, liberale beroepen en de NGO's die zich bezighouden met sociale en milieubescherming.

De leden van de drie groepen van het Comité kunnen op vrijwillige basis categorieën vormen die de verschillende economische en sociale geledingen van de georganiseerde civiele samenleving in de Unie vertegenwoordigen.

WERKWIJZE VAN HET COMITÉ

Raadpleging van het Comité

Het Comité stelt zijn adviezen op die door de Raad, door de Commissie of door het Europees Parlement zijn aangevraagd.

Het Comité kan op eigen initiatief ook adviezen, informatieve verslagen en resoluties goedkeuren over alle vraagstukken die betrekking hebben op de taken waarmee de Europese Unie is belast.

De adviezen van het Comité geven het standpunt van het Comité weer over de problematiek waarover het werd geraadpleegd. Doorgaans gaan deze vergezeld van concrete voorstellen. In haar adviezen verdedigt het Comité met name de belangen van het maatschappelijk middenveld, dat het op Europees niveau vertegenwoordigt.

Werkzaamheden van de gespecialiseerde afdelingen

Voor de opstelling van een advies of een informatief rapport wijst het bureau de voor de voorbereiding van de werkzaamheden bevoegde afdeling aan.

De rapporteur, die eventueel door een of meerdere corapporteurs en een deskundige ondersteund wordt, onderzoekt de kwestie, verzamelt de geformuleerde standpunten en stelt op die basis het ontwerpadvies op dat met het oog op bespreking en stemming aan de gespecialiseerde afdeling wordt doorgegeven.

Werkzaamheden van de voltallige vergadering

Het Comité komt meermalen per jaar in voltallige vergadering bijeen (over het algemeen zijn dat tien zittingen per jaar). De voltallige vergadering van het Comité keurt zijn adviezen goed op basis van de adviezen van de gespecialiseerde afdelingen en zendt die toe aan de Raad, de Commissie en het Europees Parlement.

De ontwerpagenda wordt opgesteld door het bureau op voorstel van de voorzitter en in samenwerking met de groepsvoorzitters. Hij wordt aan de leden van het Comité, alsmede aan de Raad, de Commissie en het Europees Parlement toegezonden en wordt bij de opening van de zitting ter goedkeuring aan de voltallige vergadering voorgelegd.

De door het Comité goedgekeurde adviezen, alsmede de notulen van de zitting worden aan het Parlement, de Raad en de Commissie toegezonden. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ongeacht de juridische grondslag van de raadpleging (verplichte of facultatieve raadpleging) vormen de adviezen van het Comité een juridisch noodzakelijk element voor de eindbeslissing van de Raad.

ALGEMENE BEPALINGEN

Wijze van stemmen

Tenzij in dit reglement anders bepaald, worden de teksten en de besluiten van het Comité en zijn organen bij meerderheid van stemmen goedgekeurd. De stemming is openbaar of geheim; er kan ook een hoofdelijke stemming worden gehouden. Geheime stemming vindt plaats indien een meerderheid van de leden van het Comité hierom verzoekt.

Urgentieprocedure

Indien de termijn waarbinnen het Comité een advies moet afgeven aanleiding geeft tot spoed, kan tot toepassing van de urgentieprocedure worden besloten. De voorzitter kan, zonder voorafgaande raadpleging van het bureau, onmiddellijk alle voor het verloop van de werkzaamheden nodige maatregelen nemen. Hij stelt de leden van het bureau hiervan wel op de hoogte.

Openbaarheid en openbaarmaking

Het Comité maakt zijn adviezen openbaar in het Publicatieblad van de Europese Unie. De samenstelling van het Comité, van zijn bureau alsmede van de gespecialiseerde afdelingen wordt in het Publicatieblad bekendgemaakt.

De secretaris-generaal van het Comité moet de nodige maatregelen nemen om de burgers recht op toegang tot documenten te garanderen. Elke burger van de Europese Unie kan het Comité aanschrijven in een van de officiële werktalen en in die taal antwoord verwachten.

De voltallige zittingen en de vergaderingen van de gespecialiseerde afdelingen zijn openbaar. De leden van de Europese Instellingen kunnen bovendien de vergaderingen van het Comité en van zijn werkorganen bijwonen en daarin het woord voeren.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 22.12.2010

Zie ook

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven