RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Handvest van de grondrechten

Met het Handvest van de grondrechten wordt een reeks persoonlijke, burgerlijke, politieke, economische en sociale rechten van de burgers en de ingezetenen van de EU erkend en in het EU-recht opgenomen.

In juni 1999 achtte de Europese Raad van Keulen het wenselijk dat de in de Europese Unie (EU) vigerende grondrechten in een handvest werden geconsolideerd teneinde er meer bekendheid aan te geven. De staatshoofden en regeringsleiders wilden de in het Verdrag van de Raad van Europa van 1950 neergelegde algemene beginselen in het handvest opnemen, alsmede de beginselen die voortvloeien uit de constitutionele tradities die de Europese lidstaten gemeen hebben, de grondrechten die gelden voor de burgers van de Unie en de economische en sociale rechten die zijn vervat in het Sociaal Handvest van de Raad van Europa en in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden. Het handvest diende ook de beginselen te omvatten die voortvloeien uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de rechten van de mens.

Het handvest werd opgesteld door een conventie die bestond uit een vertegenwoordiger van elke EU-lidstaat, een vertegenwoordiger van de Europese Commissie en leden van het Europees Parlement en van de nationale parlementen. Het werd in december 2000 te Nice formeel door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie afgekondigd.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in december 2009 werd het handvest wettelijk bindend en kreeg het dezelfde rechtskracht als de Verdragen. Het handvest werd te dien einde gewijzigd en in december 2007 een tweede keer afgekondigd.

Inhoud

Het handvest verenigt rechten die tot nu toe waren opgenomen in verscheidene wetgevingsinstrumenten, zoals de nationale en Europese wetgevingen, de internationale verdragen van de Raad van Europa, de Verenigde Naties (VN) en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), in een enkel document. Het handvest geeft meer bekendheid aan de grondrechten en verduidelijkt ze, waardoor het de rechtszekerheid in de EU versterkt.

Het handvest van de grondrechten omvat een inleidende preambule en 54 artikelen, verdeeld over zeven hoofdstukken:

  • hoofdstuk I: waardigheid (menselijke waardigheid, recht op leven, recht op menselijke integriteit, verbod van folteringen en van onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, verbod van slavernij en dwangarbeid);
  • hoofdstuk II: vrijheden (recht op vrijheid en veiligheid, eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, bescherming van persoonsgegevens, recht te huwen en recht een gezin te stichten, vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, vrijheid van meningsuiting en van informatie, vrijheid van vergadering en vereniging, vrijheid van kunsten en wetenschappen, recht op onderwijs, vrijheid van beroep en recht om te werken, vrijheid van ondernemerschap, recht op eigendom, asielrecht, bescherming bij verwijdering, uitzetting en uitlevering);
  • hoofdstuk III: gelijkheid (gelijkheid voor de wet, non-discriminatie, culturele, godsdienstige en taalkundige verscheidenheid, gelijkheid van mannen en vrouwen, rechten van het kind, rechten van ouderen, integratie van personen met een handicap);
  • hoofdstuk IV: solidariteit (recht op voorlichting en raadpleging van de werknemers binnen de onderneming, recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie, recht op toegang tot arbeidsbemiddeling, rechtvaardige en billijke arbeidsomstandigheden en -voorwaarden, verbod van kinderarbeid en bescherming van jongeren op het werk, gezins- en beroepsleven, sociale zekerheid en sociale bijstand, gezondheidsbescherming, toegang tot diensten van algemeen economisch belang, milieubescherming, consumentenbescherming);
  • hoofdstuk V: burgerschap (actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en bij gemeenteraadsverkiezingen, recht op behoorlijk bestuur, recht op toegang tot documenten, Europese Ombudsman, recht van petitie, vrijheid van verkeer en van verblijf, diplomatieke en consulaire bescherming);
  • hoofdstuk VI: rechtspleging (recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging, legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake delicten en straffen, recht om niet tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft);
  • hoofdstuk VII: algemene bepalingen.

Toepassingsgebied

Het handvest geldt voor de Europese instellingen, waarbij het subsidiariteitsbeginsel wordt gerespecteerd, en kan in geen geval de hun door de Verdragen toegekende bevoegdheden en taken uitbreiden. Het handvest geldt ook voor de lidstaten wanneer zij EU-wetgeving uitvoeren.

Indien rechten overeenstemmen met rechten die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens, zijn de betekenis en het toepassingsgebied daarvan zoals vastgesteld in het verdrag, hoewel in het EU-recht in een ruimere bescherming kan worden voorzien. Alle rechten die zijn afgeleid van de gewone constitutionele tradities van de EU-landen dienen overeenkomstig die tradities te worden geïnterpreteerd.

Protocol Nr. 30 bij de Verdragen betreffende de toepassing van het handvest op Polen en het Verenigd Koninkrijk beperkt de uitlegging van het handvest door het Hof van Justitie en de nationale rechtbanken van deze twee lidstaten, met name wat de rechten in verband met solidariteit (hoofdstuk IV) betreft.

Laatste wijziging: 06.05.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven