RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europese beleidsmaatregelen inzake participatie en informatie van jongeren

Het doel van deze mededeling is te evalueren wat de lidstaten hebben gedaan om de in 2003 door de Raad goedgekeurde gemeenschappelijke doelstellingen inzake participatie en informatie van jongeren te verwezenlijken. De mededeling bevat ook voorstellen voor verdere verbeteringen. Het gaat er vooral om het actief en verantwoordelijk burgerschap bij jongeren te versterken. De belangstelling van jongeren voor kwesties van algemeen belang neemt immers af, wat ertoe kan leiden dat ze als burger te weinig actief zijn.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie van 20 juli 2006 aan de Raad over Europese beleidsmaatregelen inzake participatie en informatie van jongeren [COM(2006) 417 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

Het jeugdbeleid dient om de integratie van jongeren in het beroepsleven te vergemakkelijken en hun actief Europees burgerschap te ontwikkelen. Het witboek " Een nieuw elan voor Europa's jeugd " heeft geleid tot de goedkeuring van een kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken, waarbij de lidstaten zijn overeengekomen vooral aandacht te schenken aan vier specifieke prioriteiten om het actieve burgerschap van jongeren te bevorderen:

  • informatie;
  • participatie;
  • vrijwilligerswerk;
  • een beter begrip van en meer kennis over jongeren.

De lidstaten hebben hun nationale verslagen over participatie en informatie bij de Commissie ingediend. Zij bevestigen dat de twee Europese prioriteiten "participatie" en "informatie", waarop zij de open coördinatiemethode (OCM) toepassen, het nationale jeugdbeleid hebben gestimuleerd en belangrijk blijven voor de ontwikkeling van het actieve burgerschap van jongeren. Niettemin erkennen zij dat het proces alleen resultaten zal opleveren als zij met elkaar en met regionale en plaatselijke autoriteiten blijven samenwerken.

In deze mededeling worden die betrekkingen geanalyseerd en wordt de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen inzake beide bovengenoemde prioriteiten in de hele Europese Unie (EU) geëvalueerd.

TOEGANG VAN JONGEREN TOT INFORMATIE EN PARTICIPATIE VAN JONGEREN AAN VOORLICHTING

De gemeenschappelijke doelstellingen inzake informatie voor jongeren zijn gebaseerd op de volgende punten: toegang van jongeren tot informatie, informatie van hoge kwaliteit en participatie van jongeren aan voorlichting.

Toegang van jongeren tot informatie

Alle lidstaten hebben informatiehulpmiddelen ter beschikking gesteld van de jongeren, maar slechts twaalf lidstaten hebben een informatiestrategie uitgewerkt waarin alle voor jongeren relevante thema's aan bod komen en alle niveaus - van lokaal tot Europees niveau - worden geïntegreerd.

Websites met informatie voor jongeren zijn het belangrijkste instrument om informatie te verspreiden. Het in 2003 opgezette Europese jongerenportaal legt links met de nationale portalen voor jongeren in negentien lidstaten. De EU-lidstaten erkennen dat het portaal de samenwerking tussen ministeries en de uitwisselingen op het gebied van jongereninformatie ten goede is gekomen.

Uit de verslagen blijkt dat de lidstaten:

  • de gepersonaliseerde informatiebureaus verder wensen uit te bouwen;
  • kansarme jongeren willen helpen om toegang te krijgen tot hulpmiddelen zoals internet, opdat zij van de informatiemaatschappij niet worden uitgesloten.

De acties hadden vooral betrekking op thema's zoals vrije tijd, jongerenorganisaties en vrijwilligerswerk, terwijl informatie over participatie, onderwijs, werkgelegenheid en reizen in Europa soms over het hoofd werd gezien.

In Engeland verstrekt Connexions Direct - de nationale onlinedienst - telefonisch, online, via sms of e-mail informatie aan jongeren. In Slovenië schenken de centra voor jongereninformatie en -advies bijzondere aandacht aan jonge Roma. In Cyprus en Spanje worden jongeren op het platteland door mobiele eenheden van informatie te voorzien.

Informatie van hoge kwaliteit

De lidstaten willen ervoor zorgen dat jongereninformatie aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet. Daarom gebruiken de meeste lidstaten het Europees handvest voor voorlichting aan jongeren.

Netwerken spelen een belangrijke rol om de vaardigheden van jongerenvoorlichters te verbeteren. De Europese netwerken voor jongereninformatie EURODESK (EN), ERYICA (EN) en EYCA (EN) helpen immers opleidingscursussen voor hun leden ontwikkelen. Zij hebben ook een compendium van kwaliteitsinitiatieven samengesteld.

In Frankrijk organiseren jongereninformatiecentra zelf de opleiding van hun personeel om ervoor te zorgen dat aan de kwaliteitsnormen wordt voldaan. Het Europees handvest voor voorlichting aan jongeren wordt samen met aanvullende nationale kwaliteitsnormen toegepast.

Participatie van jongeren aan voorlichting

Op dit gebied zijn er vrijwel geen maatregelen genomen. Uit enkele nationale verslagen blijkt echter dat jongeren geraadpleegd kunnen worden over informatiestrategieën en over de ontwikkeling van informatiemateriaal. In Slowakije werken de jongereninformatiecentra samen met vrijwilligers, die met name in scholen en universiteiten informatie voor jongeren verspreiden.

Hinderpalen en uitdagingen

De lidstaten ondervinden moeilijkheden om de gemeenschappelijke doelstellingen inzake informatie voor jongeren te verwezenlijken. Deze hinderpalen kunnen in drie categorieën worden ingedeeld:

  • methode: sommige lidstaten vinden het bijzonder moeilijk om een beginpunt en indicatoren vast te stellen om de geboekte vooruitgang te evalueren methodologie;
  • onderlinge coördinatie: de coördinatie tussen de verschillende institutionele actoren met bevoegdheden voor jeugdzaken moet worden verbeterd;
  • gebrek aan middelen, vooral op lokaal niveau.

De EU-lidstaten willen de gemeenschappelijke doelstellingen verder verwezenlijken. In de nabije toekomst is het vooral zaak de nationale jeugdraden beter te laten samenwerken en meer aandacht te schenken aan kansarme jongeren.

Voor een betere toegang van jongeren tot informatiediensten moeten volgens de Commissie:

  • allesomvattende informatiestrategieën worden ontwikkeld waarin alle voor jongeren belangrijke thema's aan bod komen;
  • informatiehulpmiddelen en innovatieve methoden worden bevorderd.

Volgens de Commissie vergt informatie van hoge kwaliteit:

  • de verdere ontwikkeling van diensten voor persoonlijk advies;
  • de systematisch gebruikmaking van het Europees handvest voor voorlichting aan jongeren.

Ook moet de participatie van jongeren aan informatiestrategieën van de overheid worden verbeterd en de rol van jongerenorganisaties bij de bevordering van jongereninformatie worden versterkt.

PARTICIPATIE VAN JONGEREN AAN HET DEMOCRATISCHE BESTEL

De acties om de participatie van jongeren aan het democratische bestel te bevorderen, zijn beter gecoördineerd dan vroeger. Om de gemeenschappelijke doelstellingen inzake jongerenparticipatie te verwezenlijken, gebruiken de lidstaten de volgende middelen: betere kaders, steun voor participatieve en representatieve structuren, steun voor projecten.

Betere kaders

Het rechtskader voor jongerenparticipatie is verbeterd. Sommige lidstaten hebben wetgeving aangenomen, andere hebben strategische actieplannen ontwikkeld of nieuwe verplichtingen inzake het raadplegen van jongeren afgesproken. De volgende landen hebben allemaal verschillende maatregelen genomen:

  • Ierland een jeugdwet;
  • Tsjechië een jeugdconcept;
  • Portugal een nationaal jeugdhervormingsprogramma;
  • Zweden een wetsvoorstel ("The power to decide");
  • Estland en Slovenië een strategisch plan;
  • Letland een politiek programma voor jongeren;
  • Slowakije een plan voor jongerenparticipatie.

Voorts stelt Italië speciale fondsen beschikbaar om het jeugdbeleid te financieren.

Steun voor participatieve en representatieve structuren

Er zijn diverse maatregelen genomen om participatieve structuren te ondersteunen en de dialoog met partners op het gebied van jeugdzaken te bevorderen. Niettemin dient de samenwerking tussen lokale, regionale, nationale en Europese actoren te worden verbeterd. Uit de nationale verslagen blijkt ook dat lokaal meer inspanningen moeten worden geleverd en dat de obstakels voor de participatie van bepaalde groepen jongeren uit de weg moeten worden geruimd.

Er zijn vaker fora voor dialoog tussen jongeren en beleidsmakers georganiseerd, zoals raadplegingen op gezette tijden, bijeenkomsten en hoorzittingen.

Sommige landen hebben personen aangewezen om zich met jeugdzaken bezig te houden: Finland een ombudsman, het Verenigd Koninkrijk een nationale jongerencorrespondent aangewezen en Litouwen gemeentelijke jeugdcoördinatoren.

Andere landen hebben horizontale structuren ontwikkelen zoals interministeriële bijeenkomsten. En ten slotte zijn er landen die overlegstructuren hebben opgezet zoals:

  • nationale raden (de meeste lidstaten);
  • jeugdcommissies en plaatselijke jeugdraden (Luxemburg en België);
  • jongerenparlementen (Cyprus en Malta);
  • participatieve structuren voor jongeren (Griekenland en Spanje);
  • specifiekere structuren voor kansarme jongeren (Duitsland);
  • structuren voor jongeren op het platteland (Polen);
  • steunpunten voor jongerenprojecten (Oostenrijk).

Jongeren hebben steeds minder belangstelling voor het representatieve democratische bestel, maar slechts weinig lidstaten lijken actie te ondernemen om daar iets aan te doen. Toch heeft een aantal landen maatregelen genomen om jongeren te stimuleren aan verkiezingen deel te nemen:

  • Nederland heeft parallel stemrecht voor jongeren ingevoerd;
  • Finland verleent stemrecht bij lokale verkiezingen vanaf 16 jaar;
  • Frankrijk heeft een systeem opgezet voor automatische registratie op de kiezerslijst;
  • België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaan gebruikmaken van internet.

Steun voor projecten

Bij alle projecten moet de betrokkenheid van jongeren worden gestimuleerd en jongeren moeten de belangrijkste actoren bij hun participatieve projecten zijn. Steun voor structuren zoals jongerenorganisaties is eveneens van essentieel belang.

Sommige lidstaten hebben inspanningen geleverd om projecten open te stellen voor kansarme jongeren. In Frankrijk steunt en beloont het programma "Envie d'agir" eerste projecten door en voor jongeren en financiert innovatieve en creatieve projecten, vrijwilligerswerk en projecten ter bevordering van de ondernemerszin. In Denemarken onderstreept het project "jeugdbeleid in Deense gemeenten" dat jongeren nauwer bij de beleidsvorming moeten worden betrokken.

Hinderpalen en uitdagingen

De problemen van de lidstaten kunnen worden ingedeeld in vier categorieën:

  • methode: sommige lidstaten vinden het bijzonder moeilijk om een beginpunt en indicatoren vast te stellen om de geboekte vooruitgang te evalueren;
  • gebrek aan directe of indirecte steun: het is niet alleen belangrijk middelen aan structuren en projecten te besteden. De overheid moet ook voor duurzame steun zorgen via wetgevingsinitiatieven, het sluiten van partnerschappen met jongeren of het ontwikkelen van gemeenschappelijke hulpmiddelen;
  • gebrek aan betrokkenheid bij de jongeren zelf: jongeren hebben uiteraard het recht er niet te participeren, maar er kan meer worden gedaan om ze erbij te betrekken. Jongeren die bereid zijn hun ervaring te delen, zouden als "ambassadeurs" kunnen optreden. De participatie van jongeren kan ook worden bevorderd door de individuele en sociale voordelen van betrokkenheid beter te erkennen en te promoten;
  • inertie van de institutionele actoren: de samenwerking tussen de lokale, regionale en nationale niveaus moet worden verbeterd. De ontwikkeling van jeugdparticipatiestructuren moet verder worden ondersteund en er moet een dialoog met de jongeren over een ruimer aantal thema's worden aangegaan. Ook de participatie van jongeren op lokaal niveau moet worden bevorderd door de lokale autoriteiten in te schakelen.

Zoals bij de informatie voor jongeren willen de EU-lidstaten de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen voortzetten. Volgens hen is het zaak vooral ICT-hulpmiddelen te gebruiken voor een interactieve participatie aan het beleid (bijvoorbeeld met behulp van "policy blogging") en de jongeren nauwer bij verkiezingen te betrekken.

Volgens de Commissie vergt de participatie van jongeren aan het maatschappelijke leven:

  • een gestructureerde raadpleging van jongeren over thema's die hen aanbelangen. Het is daarbij vooral zaak de rol van de nationale jeugdraden in het raadplegingsproces te versterken;
  • lokale participatieve structuren en een systematische betrokkenheid van jongeren bij de werkzaamheden van de lokale besluitvormingsorganen;
  • een analyse van de obstakels voor de participatie van bepaalde groepen jongeren om de representativiteit van de jongeren te vergroten;
  • instrumenten om de participatie van jongeren te bevorderen, zoals richtsnoeren voor participatiemechanismen.

Ook moeten maatregelen worden genomen om de participatie van jongeren aan werkzaamheden van de instellingen van de representatieve democratie te vergroten (jongeren bijvoorbeeld nauwer bij politieke partijen betrekken).

Ten slotte moeten de verschillende vormen van leren participeren worden gesteund. In dit verband is het essentieel synergieën te ontwikkelen met maatregelen op het gebied van onderwijs. Op Europees vlak is dit bijvoorbeeld mogelijk via nauwere banden met de open coördinatiemethode voor onderwijs en opleidingen. Op nationaal vlak is dit mogelijk door in scholen initiatieven ter bevordering van een actief burgerschap te nemen. Steun voor verschillende vormen van leren participeren veronderstelt ook een betere erkenning van de verschillende vormen van jongerenparticipatie.

ACTIEVE PARTICIPATIE VAN JONGEREN AAN DE ONTWIKKELING VAN DE EU

De gestructureerde dialoog met jongeren over de Europese agenda moet worden verbeterd. De Commissie en de lidstaten hebben benadrukt dat jongeren actief bij de debatten en de dialoog over het beleid moeten worden betrokken. De Europese instellingen en de lidstaten hebben inspanningen geleverd om deze beginselen in de praktijk te brengen en jongeren nauwer bij de ontwikkeling van de EU te betrekken, met name via:

  • een raadplegingsproces over het witboek "Een nieuw elan voor Europa's jeugd" uit 2001;
  • regelmatige ontmoetingen met jongerenorganisaties;
  • een Europese jeugdweek;
  • overleg over het Europese jongerenportaal;
  • door het voorzitterschap georganiseerde jongerenevenementen;
  • conferenties, campagnes, fora en raadplegingen in de lidstaten.

Niettemin vindt de Commissie dat de bestaande dialoog met jongeren over Europese thema's op Europees, nationaal, regionaal en lokaal vlak beter moet worden ontwikkeld en gestructureerd.

Wat verstaat de Commissie onder een betere gestructureerde dialoog?

Bij de dialoog moet een zo groot mogelijke verscheidenheid van jongeren worden betrokken om de dialoog een zo groot mogelijke legitimiteit te geven. Het is dus essentieel dat kansarme jongeren en jongeren die niet georganiseerd zijn, eraan deelnemen. Deze dialoog moet ook al wie rechtstreeks of onrechtstreeks bij jeugdzaken betrokken is, samenbrengen met het oog op een coherenter en sectordoorsnijdend beleid.

De Commissie is voornemens gedurende drie jaar steun te verlenen aan een permanente dialoog in een geest van constructief partnerschap. Zij stelt met name voor:

  • de mogelijkheid te bieden om de dialoog op lokaal niveau aan te vatten opdat jongeren tijdig aan Europese debatten kunnen deelnemen;
  • na te gaan welke prioritaire thema's tot en met 2009 op Europees niveau besproken zullen worden: sociale integratie en verscheidenheid in 2007, interculturele dialoog in 2008 en perspectieven voor continue samenwerking op het gebied van jeugdzaken in 2009;
  • een informeel forum voor jongerenvertegenwoordigers, voorzitterschappen, het Europees Parlement en de Commissie te creëren;
  • op gezette tijden een Europese jeugdweek te organiseren waaraan commissarissen en vertegenwoordigers van andere Europese instellingen deelnemen;
  • ontmoetingen te organiseren met jongeren die gewoonlijk geen contacten met de Europese instellingen hebben;
  • een Eurobarometer-enquête voor jongeren te organiseren (eind 2006);
  • Europese informatienetwerken in te schakelen om de gestructureerde dialoog te ondersteunen.

OPEN COÖRDINATIEMETHODE

De Commissie vindt dat de open coördinatiemethode (OCM) moet worden versterkt en doet daartoe de volgende voorstellen:

  • de lidstaten beslissen uiterlijk eind 2006 aan welke actiepunten inzake participatie en informatie zij bijzondere aandacht willen schenken, en zij stellen actieplannen op;
  • de lidstaten zorgen voor follow-up waarbij jongeren en jongerenorganisaties worden betrokken, en stellen uiterlijk eind 2008 een evaluatieverslag op;
  • de lidstaten nemen vrijwillig deel aan bij wijze van proef georganiseerde "peer reviews" over informatie en participatie;
  • de lidstaten promoten de gemeenschappelijke doelstellingen bij regionale en lokale autoriteiten, jongerenorganisaties en jongeren in het algemeen;
  • de Commissie raadpleegt het Europees Jeugdforum over voorstellen in verband met de OCM;
  • een werkgroep stelt indicatoren vast met het oog op de evaluatie van de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen inzake participatie en informatie.

De Raad wordt verzocht de voorstellen in deze mededeling goed te keuren.

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie van 10 mei 2006 aan de Europese Raad, "Een agenda voor de burger - Concrete resultaten voor Europa" [COM(2006) 211 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Witboek van 1 februari 2006 inzake een Europees communicatiebeleid [COM(2006) 35 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Mededeling van de Commissie van 30 mei 2005 over Europese beleidsmaatregelen voor jongeren - Aandacht voor jongerenbelangen in Europa - implementatie van het Europees pact voor de jeugd en bevordering van actief burgerschap [COM(2005) 206 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Mededeling van de Commissie van 13 oktober 2005, "De bijdrage van de Commissie voor de periode van bezinning en daarna: Plan D voor Democratie, Dialoog en Debat" [COM(2005) 494 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Witboek van de Commissie van 21 november 2001, "Een nieuw elan voor Europa's jeugd" [COM(2001) 681 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Laatste wijziging: 30.04.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven