RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport

In het licht van de resultaten van de analyse van de oorzaken van het toegenomen dopinggebruik geeft de Europese Commissie als antwoord op de vragen van de andere communautaire instellingen en organen een overzicht van de maatregelen die ze op het gebied van de dopingbestrijding heeft genomen of van plan is te nemen. De Commissie is vooral voornemens alle relevante communautaire instrumenten ter bestrijding van doping in te zetten (onderzoek, onderwijs en opleidingen, jeugdzaken, politiële en justitiële samenwerking, volksgezondheid) en de bestaande wetgevingsmaatregelen beter te coördineren. Zij geeft ook de hoofdlijnen aan voor een eventuele deelname van de Europese Unie aan het Wereldantidopingagentschap.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport [COM(99) 643 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

De Commissie heeft bij de bestrijding van dopinggebruik in de sport voor een driesporenbenadering gekozen:

  • in kaart brengen van de standpunten van deskundigen over de ethische, juridische en wetenschappelijke kanten van het dopingverschijnsel. Te dien einde heeft de Commissie de Europese Werkgroep voor de ethiek om advies gevraagd;
  • verlenen van medewerking aan de voorbereidingen van een internationale conferentie over dopingbestrijding in 1999 en samenwerken met de olympische beweging met het oog op de oprichting van het Wereldantidopingagentschap (dat op 10 november 1999 is opgericht);
  • inschakelen van de instrumenten van de Gemeenschap om de werkzaamheden van de lidstaten aan te vullen en hieraan een communautaire dimensie te geven, daarbij rekening houdend met de toenemende mobiliteit in de sport in Europa en de bevoegdheden die de Gemeenschap ten aanzien van het dopingverschijnsel heeft.

Een vooraanstaande plaats inruimen voor de ethiek in de sport en de bescherming van de gezondheid van sporters intensiveren

De Commissie verbindt zich ertoe bij haar toekomstige werkzaamheden en reflecties rekening te houden met het advies van de Europese Werkgroep voor de ethiek (EWE) (EN)(FR). Deze heeft aan een aantal ethische uitgangspunten herinnerd waarop alle werkzaamheden van de Gemeenschap geënt dienen te zijn:

  • het recht van eenieder, sporters zo goed als de andere burgers, op veiligheid en gezondheid;
  • integriteit en helderheid als grondslag voor regulaire sportwedstrijden en voor het behoud van het imago van de sport in het algemeen;
  • bijzondere aandacht voor de mensen die het meeste gevaar lopen en in het bijzonder voor kinderen die bijzonder veel interesse kunnen hebben voor topsport.

Uitgaande van deze ethische uitgangspunten heeft de EWE een aantal maatregelen voorgesteld:

  • de totstandbrenging van een doeltreffend systeem voor gezondheidscontroles bij sporters, met name door de oprichting van een gespecialiseerde dienst die sporters medische en psychologische hulp en voorlichting biedt;
  • de goedkeuring van een richtlijn voor de bescherming van jonge sporters en met name van degenen die beroepssporter willen worden;
  • de goedkeuring van specifieke voorschriften voor de bescherming van sporters als werknemers die bijzondere risico's lopen;
  • de bevordering van epidemiologisch onderzoek naar de gezondheid van sporters;
  • de organisatie van conferenties in samenwerking met de wereld van de sport over het dopingvraagstuk en de gezondheid van sporters;
  • de bewustmaking van mensen in het onderwijs voor het vraagstuk van de ethiek in de sport;
  • toenemende samenwerking op het gebied van politie en justitie;
  • opname in de contracten met sporters van bepalingen omtrent doping en het verbod om doping te gebruiken;
  • de goedkeuring na afloop van een Europese conferentie over doping in de sport van een gemeenschappelijke verklaring die als gedragscode voor de sport kan fungeren.

Het Wereldantidopingagentschap: een nieuw partnerschap?

Het tweede zwaartepunt in de werkzaamheden van de Gemeenschap betreft de eventuele medewerking aan het Wereldantidopingagentschap(EN)(FR).

Het Wereldantidopingagentschap (WADA), dat in Montreal is gevestigd, is op 10 november 1999 in Lausanne opgericht. Het WADA wil de strijd tegen doping internationaal bevorderen en coördineren en bestaat onder meer uit vertegenwoordigers van de olympische beweging, overheidsdiensten, intergouvernementele organisaties en de particuliere sector.

De Europese Unie en de lidstaten waren politiek en financieel actief bij de oprichting van het WADA in 1999 betrokken.

De Gemeenschap wilde in 1999 een belangrijke rol spelen bij de oprichting van het WADA omdat sommige taken van het agentschap onder gebieden vallen waarvoor de Gemeenschap bevoegd is.

Dit agentschap vormt het raamwerk voor een nieuw partnerschap tussen de olympische beweging en de overheidsinstanties. De Europese Unie heeft van meet af aan op het standpunt gestaan dat de onafhankelijkheid van het agentschap gerespecteerd dient te worden en dat het op heldere wijze dient te functioneren. Om ervoor te zorgen dat aan deze uitgangspunten wordt voldaan, hebben de vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en de Raad van Europa bij de voorbereidende werkzaamheden voor het agentschap met één stem gesproken. Bij de voorbereidende werkzaamheden kon met name worden bereikt dat de twee partijen in het toekomstige agentschap op paritaire voet vertegenwoordigd zullen zijn en belangrijke beslissingen met eenparigheid van stemmen genomen zullen worden.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC)(EN)(FR) had van zijn kant de Europese Gemeenschap verzocht om mee te werken aan de oprichting van het agentschap. Het IOC wenste dat het agentschap, dat op 10 november 1999 is opgericht, voor de Olympische Spelen in Sydney in september 2000 volledig operationeel zou zijn.

Op 2 november 1999 zijn het IOC en de Europese Unie het op een bijeenkomst eens geworden over de ontwerpstatuten van het agentschap, waaraan echter nog de volgende punten werden toegevoegd:

  • in de tekst dient te worden onderstreept dat het van wezenlijk belang is dat alle betrokken partijen zich in politiek en moreel opzicht sterk maken voor de werkzaamheden van het agentschap;
  • het is aan het agentschap om de lijst met verboden middelen vast te stellen en te wijzigen, waarbij de lijst van de medische commissie van het IOC als uitgangspunt genomen dient te worden;
  • het agentschap is verantwoordelijk voor de erkenning van de laboratoria voor de tests en de harmonisering van de testmethoden;
  • het agentschap moet in nauwe samenwerking met de internationale sportfederaties en de desbetreffende overheidsinstanties zorg dragen voor de organisatie en coördinatie van de tests die buiten wedstrijdverband plaatsvinden;
  • overheidsinstanties en sportbonden moeten op gelijke voet vertegenwoordigd zijn in de stichtingsraad, die zich geheel onafhankelijk van invloeden van buitenaf - zoals ongeoorloofde belangen van commerciële aard - zal moeten opstellen;
  • belangrijke besluiten worden met eenparigheid van stemmen genomen.

Op basis van dit akkoord met de vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Raad van Europa heeft het IOC de statuten van het agentschap gedeponeerd om de stichtingsraad te kunnen oprichten.

In de overgangsfase tot 1 januari 2002 was de Unie met twee vertegenwoordigers ad personam in de stichtingsraad vertegenwoordigd. De Commissie nam als waarnemer deel.

Hoewel de Raad vanaf 2002 een communautaire bijdrage aan de huishoudelijke begroting van het Wereldantidopingagentschap wilde leveren, heeft de Commissie in december 2001 aangekondigd dat de EU niet aan de toekomstige werking en financiering van het WADA zou deelnemen omdat de juridische en politieke voorwaarden niet waren vervuld.

Momenteel beperkt de EU zich ertoe de werkzaamheden van het WADA te ondersteunen. De EU zou kunnen overwegen in de toekomst actief aan het WADA deel te nemen.

Opgemerkt zij dat de 25 lidstaten van de EU elk individueel bijdragen aan de financiering van het Wereldantidopingagentschap.

De instrumenten van de Gemeenschap inschakelen

Het gebruikmaken van de instrumenten van de Gemeenschap vormt het derde zwaartepunt in de werkzaamheden van de Commissie op het gebied van dopingbestrijding. Twee soorten werkzaamheden zijn denkbaar:

  • enerzijds kan de coördinatie van maatregelen met een regelgevend karakter worden verbeterd;
  • anderzijds kan gebruik worden gemaakt van programma's van de Gemeenschap waarmee in Europees verband steun kan worden verleend aan positieve acties die de dopingbestrijding ten doel hebben.

Om te bereiken dat de inspanningen op het gebied van de dopingbestrijding een duurzaam effect hebben en doeltreffend zijn, is het van groot belang dat er gezorgd wordt voor een daadwerkelijke coördinatie en synergie tussen de werkzaamheden die de verschillende hoofdrolspelers - sportbonden, lidstaten, internationale organisaties, Europese Unie, Wereldantidopingagentschap - verrichten op de gebieden waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen.

De inspanningen zullen voornamelijk gericht worden op de volgende punten:

  • intensivering van het onderzoek naar dopingmiddelen, opsporingsmethoden, de gevolgen van doping voor de gezondheid en naar doping als sociaal-economisch verschijnsel;
  • gebruikmaking van de programma's op het gebied van onderwijs, scholing en jongeren om voorlichtings-, scholings-, bewustmakings- en preventie-werkzaamheden op dopinggebied te verrichten;
  • gebruikmaking van alle mogelijkheden die de programma's voor samenwerking op het gebied van politie en justitie bieden;
  • intensivering van de voorlichting over geneesmiddelen;
  • ontwikkeling van werkzaamheden in het kader van het volksgezondheidsbeleid.

Doping en sport

Doping heeft een ander karakter gekregen. Uitzonderingen daargelaten gaat het niet meer om geïsoleerde sportbeoefenaars die op de dag van de wedstrijd doping nemen. Het gaat nu veeleer om systematische methoden die binnen teams op georganiseerde wijze worden toegepast en waarbij op een manier die in strijd is met de ethiek, gebruik wordt gemaakt van de vooruitgang van de wetenschap, bijvoorbeeld door gebruik te maken van stoffen waarmee het gebruik van doping bij tests kan worden gecamoufleerd.

De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan de oorzaken van de toename van dopingpraktijken. Een van de hoofdoorzaken van de toename van doping is dat sport te commercieel aan het worden is, met name de enorme stijging van de uitzendrechten die zich onlangs heeft voorgedaan en de belangrijke contracten met sponsors. De commercialisering van de sport en de economische en financiële belangen die daarmee gepaard gaan, hebben ertoe geleid dat het aantal sportwedstrijden gestegen is en er steeds minder tijd is voor rust, waardoor ook de sportcarrières van beroepssporters korter duren. Daarnaast dienen ook de schadelijke effecten te worden genoemd van de contracten die sommige sportbonden met hun sponsors hebben afgesloten, waarin al naar gelang van de behaalde resultaten vergoedingen worden toegekend. De omgeving van de sporter, van de trainer tot de dokter en van managers tot familieleden, verhoogt de druk op de sporter in sommige gevallen nog.

Bij deze problematiek gaat het voor een groot deel om jonge sporters aangezien sportcarrières op steeds jongere leeftijd beginnen.

Dopingbestrijding is er voorts een goed voorbeeld van hoe de werkzaamheden van de Gemeenschap tot een versterking van de inspanningen op de verschillende niveaus en met name op nationaal niveau kunnen bijdragen en hoe er kan worden ingespeeld op de verwachtingen van de burgers en daarbij tegelijkertijd de onafhankelijkheid van de sportbonden en het subsidiariteitsbeginsel in acht kan worden genomen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Resolutie van het Europees Parlement van 14 april 2005 over de bestrijding van doping in de sport [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Het aantal dopinggevallen tijdens de Olympische Spelen in Athene in 2004 bewijst opnieuw dat dopinggebruik in de sport meer dan ooit een realiteit is die moet worden bestreden. Het Europees Parlement vraagt de Europese Commissie daarom een doeltreffend en geïntegreerd beleid ter bestrijding van dopinggebruik te voeren, steun aan een intensieve voorlichtingscampagne te verlenen en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.

Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 1998 over urgente maatregelen tegen doping in de sport [Publicatieblad C 98 van 9.4.1999]

Resolutie van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende een gedragscode tegen doping in de sport [Publicatieblad C44 van 19.2.1992]
Op verzoek van de Raad heeft de Commissie een gedragscode opgesteld om het grote publiek en meer specifiek jongeren en alle betrokken partijen te informeren en voor te lichten.

Laatste wijziging: 12.07.2006
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven