RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Vrij verkeer van sporters

Het recht op vrij verkeer is een van de belangrijkste rechten die de Europese Unie (EU) haar burgers garandeert. Dat recht geldt ook voor sporters, ongeacht of het amateurs of beroepssporters betreft. Elke directe discriminatie op basis van nationaliteit en alle vormen van nodeloze of onevenredige indirecte discriminatie en andere obstakels die het vrij verkeer van sporters belemmeren, zijn op grond van de EU-wetgeving dan ook verboden.

Het vrije verkeer is een van de grondrechten die de Europese Unie (EU) haar burgers garandeert. Artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbiedt discriminatie op basis van nationaliteit. Dat verbod geldt ook in situaties waarin EU-burgers hun recht uitoefenen om zich op het grondgebied van de EU-landen vrij te verplaatsen en te verblijven (artikel 21 VWEU). Bovendien voorziet het verdrag in het vrije verkeer van werknemers in de EU, wat betekent dat ook werknemers van EU-landen niet mogen worden gediscrimineerd op basis van hun nationaliteit (artikel 45 VWEU), alsook in de vrijheid van vestiging en dienstverlening (artikelen 49 en 56 VWEU).

Deze bepalingen zijn ook van toepassing op professionele en semiprofessionele sporters (als werknemers), op beoefenaren van beroepen ter ondersteuning van sporters, zoals instructeurs, coaches en trainers (als dienstverleners) en op amateursporters (als EU-burgers). In het kader van de toepassing van het EU-recht erkent de Commissie wel het bijzondere karakter van de sportsector, als vastgesteld in artikel 165 VWEU. Daarom aanvaardt zij specifieke evenredige beperkingen van het beginsel van vrij verkeer met betrekking tot:

  • de selectie van nationale atleten voor competities met nationale ploegen;
  • de beperking van het aantal deelnemers van een competitie;
  • het vaststellen van deadlines voor spelerstransfers in ploegsporten.

Vrij verkeer van beroepssporters

Hoewel de EU sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 op het gebied van sport een coördinerende en ondersteunende bevoegdheid heeft en aanvullende maatregelen kan nemen (artikel 165 VWEU), blijft sport een nationale bevoegdheid. Vaak zijn het sportfederaties die de sportregelgeving vaststellen. Die regelgeving moet evenwel in overeenstemming zijn met het EU-recht betreffende het vrije verkeer van werknemers wanneer professionele en semiprofessionele sporters hun sportactiviteiten tegen bezoldiging in werknemersverband verrichten, zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie (EHJ) al in meerdere arresten heeft bepaald.

Het meest opmerkelijke arrest werd door het EHJ gewezen in de zaak-Bosman in 1995, een zaak die ook betrekking had op transferregels als obstakel voor het vrije verkeer en nationaliteitsquota als een vorm van directe discriminatie. De heer Bosman, een Belgische voetballer van wie het met een Belgische club gesloten contract was afgelopen, was van mening dat het transfersysteem van de Fédération Internationale de Football Assocation (FIFA) zijn transfer naar een Franse club had verhinderd. Hij diende een klacht in tegen zijn club, de Belgische voetbalbond en de Union des Assocations Européennes de Football (UEFA). Hij achtte het transfersysteem en de nationaliteitsregels namelijk discriminerend en ongeldig, omdat zij een inbreuk vormden op het recht van vrij verkeer van werknemers in de EU. Het EHJ was van oordeel dat de transfer- en nationaliteitsregels inderdaad het vrije verkeer van spelers konden belemmeren. Bijgevolg oordeelde het EHJ dat een club een speler die onderdaan van een EU-land is niet mag verhinderen om aan het einde van zijn contract een nieuw contract met een club in een ander EU-land te ondertekenen en zijn transfer niet mag bemoeilijken door van de nieuwe club een transfer-, opleidings - of promotievergoeding te vragen. Nog volgens het arrest zijn ook nationaliteitsregels die bepalen dat een club slechts een beperkt aantal spelers uit een ander EU-land mag laten spelen, niet toegestaan.

Vrijheid van vestiging en dienstverlening door beroepssporters

De verscheidenheid van de nationale regelgeving inzake opleidingen en kwalificaties voor beroepen in de sportsector is groot. Naargelang het geval wordt die regelgeving vastgesteld door federale sportautoriteiten, onderwijs- of universiteitsstelsels, de overheid of zelfs beroepsorganisaties. Ook de voorwaarden voor het uitoefenen van een beroep in de sportsector verschillen sterk van land tot land. In sommige EU-landen is een staatsdiploma vereist om sportonderricht te geven, terwijl beroepsbeoefenaren in de sport in andere EU-landen geen diploma hoeven te hebben. Deze verschillen kunnen in bepaalde gevallen het vrije verkeer van beroepsbeoefenaren in de sport belemmeren en aanleiding geven tot conflicten: beroepsbeoefenaren in een EU-land kunnen zich op hun nationale grondgebied bedreigd voelen door instructeurs uit andere EU-landen die een verschillende opleiding of überhaupt geen opleiding hebben gevolgd.

In het kader van de vrijheid van vestiging en dienstverlening lost het algemene stelsel voor de erkenning van beroepskwalificaties dat probleem in zekere mate op. Het stelsel is van toepassing op de gereglementeerde beroepen, dat wil zeggen de beroepsactiviteiten die alleen mogen worden uitgeoefend door de houders van een diploma of enige andere kwalificatietitel, afgegeven door het nationale onderwijsstelsel. In die zin is het van toepassing op bepaalde beroepsactiviteiten in de sportsector (bijvoorbeeld skileraren). Dit is het geval als het bezit van een diploma vereist is voor de wettige uitoefening van een sportberoep. Dit stelsel impliceert dat een EU-land een onderdaan van een andere EU-lidstaat de toegang tot een beroep niet kan weigeren, als hij/zij houder is van de door zijn/haar EU-land erkende kwalificatie om in dat land toegang te krijgen tot hetzelfde beroep. Er bestaan echter uitzonderingen in geval van wezenlijke verschillen in verband met het niveau van de kwalificaties of de duur van de opleidingen.

Titels van sportdiploma's die door de nationale federaties of andere sportorganisaties worden afgegeven vallen eveneens onder dat stelsel indien die organisaties formeel door een overheidsinstantie zijn gemachtigd om de diploma's af te geven.

Laatste wijziging: 19.04.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven