RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Kerncompetenties voor een leven lang leren

Sleutelcompetenties in de vorm van kennis, vaardigheden en attitudes die in een bepaalde context adequaat zijn, zijn voor iedereen in een kennismaatschappij van fundamenteel belang. Ze zorgen voor een meerwaarde op de arbeidsmarkt, sociale cohesie en actief burgerschap door flexibiliteit en aanpasbaarheid, tevredenheid en motivatie te bieden. Omdat ze door iedereen verworven dienen te worden, stelt deze aanbeveling de lidstaten een referentie-instrument voor om te verzekeren dat deze sleutelcompetenties ten volle opgenomen zijn in hun strategieën en infrastructuren, in het bijzonder in de context van een leven lang leren.

BESLUIT

Aanbeveling nr. 2006/962/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren [Publicatieblad L 394 van 30.12.2006].

SAMENVATTING

Sleutelcompetenties voor een leven lang leren zijn een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes die in een bepaalde context adequaat zijn. Ze zijn met name nodig voor zelfontplooiing en ontwikkeling, sociale integratie, actief burgerschap en werk.

Sleutelcompetenties zijn van essentieel belang in een kennismaatschappij en zorgen voor meer flexibiliteit bij de beroepsbevolking, waardoor deze zich sneller kan aanpassen aan een voortdurend veranderende wereld waarin alles almaar sterker met elkaar verbonden is. Verder vormen ze een belangrijke factor bij innovatie, productiviteit en concurrentievermogen, en dragen ze bij tot de motivatie en tevredenheid van werknemers en de kwaliteit van het geleverde werk.

Sleutelcompetenties moeten verworven zijn door:

  • jongeren op het einde van hun verplichte scholing en opleiding, zodat ze toegerust zijn voor hun leven als volwassenen, in het bijzonder voor hun beroepsleven, en als basis voor verder leren;
  • volwassenen hun hele leven lang, door een proces van ontwikkeling en actualisering van vaardigheden.

De verwerving van sleutelcompetenties strookt eveneens met de beginselen van gelijkheid en toegang voor iedereen. Dit referentiekader geldt in het bijzonder ook voor kansarme groepen, wier onderwijspotentieel ondersteuning behoeft. Voorbeelden van zulke groepen met geringe basisvaardigheden zijn vroege schoolverlaters, langdurig werklozen, personen met een handicap, migranten, enz.

Acht sleutelcompetenties

Dit kader kent acht sleutelcompetenties en beschrijft de met elk van hen verband houdende essentiële kennis, vaardigheden en attitudes. Deze sleutelcompetenties zijn:

  • communicatie in de moedertaal, wat het vermogen is om zowel mondeling als schriftelijk (luisteren, spreken, lezen en schrijven) concepten, gedachten, gevoelens, feiten en meningen onder woorden te brengen en te interpreteren, en om op gepaste en creatieve wijze in alle maatschappelijke en culturele situaties talig te handelen;
  • communicatie in vreemde talen, wat naast dezelfde algemene vaardigheden als voor communicatie in de moedertaal, ook bemiddeling en intercultureel begrip vereist. Iemands taalbeheersing hangt van verschillende factoren en het vermogen om te luisteren, te spreken, te lezen en te schrijven af;
  • wiskundige competentie en basiscompetenties op het gebied van exacte wetenschappen en technologie. Wiskundige competentie is het vermogen wiskundige denkpatronen te ontwikkelen en toe te passen om diverse problemen in dagelijkse situaties op te lossen, waarbij het accent op procedés, activiteit en kennis ligt. Basiscompetenties op het gebied van exacte wetenschappen en technologie verwijzen naar de beheersing, het gebruik en de toepassing van kennis en methoden om de natuurlijke wereld te verklaren. Ze impliceren inzicht in de door menselijke activiteit veroorzaakte veranderingen en verantwoordelijkheid als individuele burger;
  • digitale competentie omvat de vertrouwdheid met en het kritische gebruik van technologieën van de informatiemaatschappij en dus basisvaardigheden in informatie- en communicatietechnologie (ICT);
  • leercompetentie houdt verband met leren, met het vermogen het eigen leerproces te beginnen en te organiseren, zowel individueel als in groepsverband, in overeenstemming met de eigen behoeften en het besef van methoden en kansen;
  • sociale en burgerschapscompetentie. Sociale competentie verwijst naar persoonlijke, interpersoonlijke en interculturele competentie en alle vormen van gedrag waarmee personen op een efficiënte en constructieve manier kunnen deelnemen aan het sociale en het beroepsleven. Het hangt samen met persoonlijk en sociaal welbevinden. Dat vereist inzicht in gedragscodes en gebruiken in de verschillende omgevingen waarin personen actief zijn. Burgerschapscompetentie, en in het bijzonder kennis van sociale en politieke concepten en structuren (democratie, rechtvaardigheid, gelijkheid, burgerschap en burgerrechten), wapent personen voor actieve en democratische participatie;
  • onder ontwikkeling van initiatief en ondernemerszin wordt iemands vermogen begrepen om ideeën in daden om te zetten. Het omvat creativiteit, innovatie en het nemen van risico's, alsook het vermogen om te plannen en projecten te beheren om doelstellingen te verwezenlijken. De persoon is zich bewust van zijn/haar arbeidsomgeving en kan kansen grijpen, die zich voordoen. Het vormt de basis voor de verwerving van meer specifieke vaardigheden en kennis die degenen die aan sociale of economische bedrijvigheid bijdragen, nodig hebben. Het dient het bewustzijn van ethische waarden en de bevordering van goed bestuur te omvatten;
  • cultureel bewustzijn en culturele expressie, wat een erkenning van het belang van de creatieve expressie van ideeën, ervaringen en emoties in diverse vormen (muziek, podiumkunsten, literatuur en beeldende kunsten) omvat.

Deze sleutelcompetenties zijn allemaal afhankelijk van elkaar en in elk geval ligt de nadruk op kritisch denken, creativiteit, initiatief, probleemoplossing, risicobeoordeling, het nemen van beslissingen en constructief beheer van gevoelens.

Een Europees referentiekader voor de lidstaten en de Commissie

Deze sleutelcompetenties bieden een referentiekader ter ondersteuning van nationale en Europese inspanningen om de door hen vooropgestelde doelstellingen te verwezenlijken. Dit referentiekader is voornamelijk bedoeld voor beleidsmakers, onderwijs- en opleidingsaanbieders, werkgevers en lerenden.

Het is een referentie-instrument voor de lidstaten en hun onderwijs- en opleidingsbeleid. De lidstaten moeten proberen om ervoor te zorgen dat:

  • het initieel onderwijs en de initiële opleiding alle jongeren de mogelijkheid bieden om hun sleutelcompetenties zodanig te ontwikkelen dat zij toegerust zijn voor het leven als volwassene en het werkzame leven, en zodoende ook voor een basis voor verder leren zorgen;
  • er passende voorzieningen worden getroffen voor kansarme jongeren die speciale ondersteuning behoeven om hun onderwijsmogelijkheden te realiseren;
  • volwassenen in staat zijn de sleutelcompetenties hun leven lang verder te ontwikkelen, in het bijzonder belangrijke doelgroepen zoals personen die hun vaardigheden op peil moeten brengen;
  • er passende voorzieningen voor volwassenenonderwijs en -opleiding aanwezig zijn, alsook maatregelen om gelijke toegang tot een leven lang leren en de arbeidsmarkt te waarborgen, en ondersteuning voor lerenden die rekening houdt met hun specifieke behoeften en vaardigheden;
  • de nodige coherentie van de volwasseneneducatie en -scholing voor individuele burgers verzekerd is door nauwe vervlechting met de respectieve beleidsmaatregelen.

Het vormt de basis voor actie op Europees niveau, in het bijzonder in het kader van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” en, meer in het algemeen, binnen de communautaire onderwijs- en opleidingsprogramma's. In dit opzicht dient de Commissie een speciale inspanning te leveren om:

  • de lidstaten te helpen bij de ontwikkeling van hun onderwijs- en opleidingsstelsel, het Europees referentiekader toe te passen als referentie om het leren van elkaar (peer learning) en de uitwisseling van goede praktijken te vergemakkelijken en om de ontwikkelingen te volgen en in voortgangsverslagen over de geboekte vooruitgang binnen het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” verslag uit te brengen;
  • het Europees referentiekader te gebruiken als referentie bij de uitvoering van de communautaire onderwijs- en opleidingsprogramma's en ervoor te zorgen dat die programma's de verwerving van sleutelcompetenties bevorderen;
  • het Europees referentiekader te gebruiken voor de uitvoering van gerelateerde communautaire beleidsmaatregelen (werkgelegenheids-, jeugd-, cultureel en sociaal beleid) en nauwere banden te ontwikkelen met de sociale partners en andere organisaties die op die terreinen werkzaam zijn;
  • tegen december 2010 het effect van het Europees referentiekader in het kader van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” te beoordelen evenals de opgedane ervaringen en de gevolgen voor de toekomst.

Context

Sleutelcompetenties zijn essentieel vanwege hun transversale karakter. Ze vormen een meerwaarde op de arbeidsmarkt, zijn goed voor sociale cohesie of voor jongeren (Europees Pact voor de jeugd). Daarom is levenslang leren in termen van integratie en de aanpassing aan verandering van kapitaal belang. De referentiecriteria waarmee de verbeteringen in Europese prestaties gemeten kunnen worden, werden vermeld in een rapport uit 2005 met uiteenlopende resultaten.

Als reactie op de zorgen die op de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 werden uitgedrukt en die in de herziene strategie van Lissabon in 2005 nogmaals werden benadrukt, maken de sleutelcompetenties deel uit van de doelstellingen van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010”, het communiqué van de Commissie van 2001 „Een Europese ruimte voor levenslang leren realiseren” en de daaropvolgende resolutie van de Raad van 2002. Deze laatste twee schoven specifieke voorstellen naar voren om van sleutelcompetenties een prioriteit te maken voor alle leeftijdsgroepen. Van zijn kant brak het tussentijdse verslag van 2004 over de vorderingen van het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” een lans voor de opstelling van gemeenschappelijke Europese referenties en beginselen.

Laatste wijziging: 03.03.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven