RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Indicatoren voor de kwaliteit van het schoolonderwijs

De voornaamste doelstelling van dit rapport is een reeks indicatoren voor de kwaliteit van het schoolonderwijs vast te stellen om de nationale evaluatie van de onderwijsstelsels te vergemakkelijken. Aan de hand van de indicatoren kan worden ontdekt welke vraagstukken nader bestudeerd moeten worden. Op deze manier kunnen de lidstaten van elkaar leren door de behaalde resultaten te vergelijken.

BESLUIT

Europees verslag van mei 2000 over de kwaliteit van het schoolonderwijs: zestien kwaliteitsindicatoren - verslag gebaseerd op de werkzaamheden van de werkgroep "Kwaliteitsindicatoren" [Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

Dit verslag over de kwaliteit van het schoolonderwijs is opgesteld door de deskundigen van de ministeries van Onderwijs van de 26 landen die aan de werkzaamheden van de werkgroep "Kwaliteitsindicatoren" hebben deelgenomen.

Uitdagingen voor de kwaliteit van het onderwijs in Europa

Aan de hand van de in het verslag gebruikte indicatoren en referentiedoelen zijn de volgende vijf uitdagingen vastgesteld:

  • de uitdaging van de kennismaatschappij;
  • de uitdaging van de decentralisatie;
  • de uitdaging van de middelen;
  • de uitdaging van de sociale integratie;
  • de uitdaging van gegevens en vergelijkbaarheid.

Op het niveau van de Europese Unie is het vooral zaak iedere Europeaan schoolonderwijs van hoog niveau te bieden.

De vier geëvalueerde hoofdgebieden

De werkgroep heeft een beperkt aantal van zestien indicatoren voorgesteld, die de volgende vier gebieden bestrijken:

  • de kundigheid op het gebied van wiskunde, leesvaardigheid, natuurwetenschappen, informatie- en communicatietechnologieën (ICT), vreemde talen, leren leren en maatschappijleer;
  • slagen en overgaan: deze indicator meet het vermogen van de leerlingen om hun studie tot een goed einde te brengen, waarbij gekeken wordt naar cijfers over schooluitval, voltooien van het hoger middelbaar onderwijs en deelname aan het hoger onderwijs;
  • monitoring van het schoolonderwijs: aan de hand van deze indicator kan de participatie van de betrokkenen aan de onderwijsstelsels worden gemeten door middel van een evaluatie en sturing van het schoolonderwijs en een evaluatie van de ouderparticipatie;
  • middelen en structuren: deze indicator heeft met name betrekking op de onderwijsuitgaven per leerling, onderwijs en opleiding van leraren, deelnamecijfers van het voorschools onderwijs en het aantal leerlingen per computer.

Per indicator zijn de beschikbare gegevens geanalyseerd (weergegeven in grafieken en tabellen) en worden de punten van overeenkomst tussen de lidstaten aangegeven. Het verslag zet aan tot een discussie door fundamentele vragen te stellen en geeft ten slotte voorbeelden van goede praktijken.

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE 16 INDICATOREN

Wiskunde

Een gedegen wiskundeopleiding hoort een kernelement van het leerplan te zijn. Wiskunde vergroot de analytische vaardigheden, het vermogen tot logisch denken en het redeneervermogen toegepast op cijfermateriaal. Volgens de beschikbare gegevens zijn er echter nog steeds grote verschillen al naargelang de leerplannen prioriteit geven aan meetkunde of aan algebra.

De belangrijkste uitdagingen voor wiskunde zijn: een onderwijsmethode ontwikkelen die bij de leerlingen een positieve instelling tegenover wiskunde teweegbrengt; de leerlingen stimuleren hun kennis op dit gebied uit te breiden en in stand te houden; zo mogelijk de wiskundige vaardigheden definiëren waarover alle Europese burgers zouden moeten beschikken.

Voorbeelden van goede praktijken zijn te vinden in Cyprus, dat wiskundewedstrijden voor leerlingen van alle leeftijdscategorieën organiseert, in Frankrijk, waar een nationale waarnemingspost voor wiskundeonderwijs is opgericht en in Duitsland, waar speciaal materiaal voor wiskundeleraren is ontwikkeld.

Leesvaardigheid

Het kunnen lezen en begrijpen van teksten is een basisvoorwaarde voor kennisverwerving, persoonlijke ontwikkeling en de sociale integratie van het individu. Uit het verslag blijkt dat de situatie thuis en de kenmerken van de leerlingen, zoals het geslacht, een belangrijke rol spelen.

De vraag blijft hoe op de middelbare school, in bibliotheken en boekwinkels de toegang tot boeken kan worden vergroot, hoe de ouders meer bij het leren van hun kinderen betrokken kunnen worden en hoe lezen voor de jeugd aantrekkelijker kan worden gemaakt (bijvoorbeeld door middel van reclame, televisie en cd-roms).

Een goed voorbeeld van een nationaal initiatief is te vinden in Duitsland, waar leerlingen dagelijks gratis hun eigen nationale krant kregen, die systematisch door de leraren in de les werd behandeld. Interessant is ook het experiment in Zweden, waar ouders van 10-12-jarigen werden aangemoedigd dagelijks een half uur met hun kind een goed boek te lezen.

Natuurwetenschappen

Natuurwetenschappen ontwikkelen bij de leerlingen het vermogen tot analyseren, onderzoeken en experimenteren: vermogens die onmisbaar zijn voor de technologische vooruitgang. Het verslag legt de vinger op grote verschillen tussen de landen qua natuurwetenschappelijke kennis en op het belang van factoren als motivatie, geslacht, gangbare methoden, de status van wetenschappelijke studies en banen, enz.

Het verslag roept op tot een discussie over de vraag hoe bij alle leerlingen voldoende belangstelling voor de natuurwetenschappen kan worden gewekt en hoe het leren kan worden bevorderd door middel van efficiëntere methoden die aansluiten bij praktische ervaringen.

Enkele goede praktijken die in het rapport bijzondere aandacht krijgen zijn het initiatief "Schola ludus" van Slowakije, dat bedoeld is om het natuurwetenschappelijk onderwijs te bevorderen door middel van een rondreizende interactieve tentoonstelling en het Europees initiatief "Women in science", dat de geschiedenis van de natuurwetenschappen illustreert aan de hand van bijdragen van vrouwen.

Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)

De ICT worden steeds belangrijker in het dagelijks leven doordat zij een nieuwe manier van leren, leven, werken, consumeren en ontspannen mogelijk maken.

Ondanks de verschillen in de plaats die de ICT in de leerplannen innemen (in sommige landen worden de ICT als hulpmiddel gebruikt en in andere landen zijn zij een apart vak), zijn de meeste landen van plan de ICT meer te gaan gebruiken.

De vraag is nu hoe het gebruik van ICT door iedereen, zelfs de meest kansarme en kwetsbare groepen van de bevolking, kan worden gestimuleerd en hoe vakdocenten kunnen worden opgeleid in de vereiste vaardigheden.

In IJsland, waar alle leerlingen in de hoogste klassen van het middelbaar onderwijs hun eigen laptop hebben, is een goed voorbeeld te vinden van een doelstelling die alle Europese landen zouden moeten halen. Op Europees niveau wordt het gebruik van ICT ondersteund door de initiatieven eEurope en eLearning.

Vreemde talen

Om te kunnen profiteren van de beroeps- en persoonlijke mogelijkheden die de interne markt hun biedt, is het voor de burgers van de Europese Unie een absolute noodzaak om verschillende talen van de Gemeenschap te beheersen.

Volgens de beschikbare gegevens lijkt er een verband te bestaan tussen enerzijds de verbreidheid van de officiële taal van een land en anderzijds het vermogen van jongeren om nog een andere taal te spreken: in landen waarvan de taal relatief weinig verbreid is (Denemarken, Zweden e.a.) is men meer gemotiveerd om een andere taal te leren dan in landen met een wijd verbreide taal (Frankrijk, Spanje e.a.). Sociale en culturele factoren spelen eveneens een belangrijke rol.

Belangrijke uitdagingen zijn de belangstelling van jongeren voor het leren van talen te wekken en methoden te ontwikkelen aan de hand waarvan het zelfvertrouwen van leerlingen in de omgang met een andere taal dan de moedertaal kan worden verstrekt. Het Belgisch ministerie van Onderwijs biedt cursussen aan in 18 zowel Europese als niet-Europese talen. Het Europese keurmerk is bedoeld om de belangstelling voor het leren van talen te stimuleren door de aandacht te vestigen op innovatieve projecten.

Leren leren

Of iemand in staat is zijn hele leven te leren is bepalend voor zijn succes in het beroepsleven en in de maatschappij. Om effectief te leren moet men weten hoe men moet leren en moet men beschikken over instrumenten en strategieën waarmee dat doel kan worden bereikt.

Op dit gebied zijn nog geen gegevens voor heel Europa voorhanden. Sommige lidstaten hebben echter reeds methoden ontwikkeld om inzicht te krijgen in de oorzaken van succes en falen op school. Het is nu zaak ervoor te zorgen dat de leren lerenvaardigheden een beleidsprioriteit worden, teneinde de leerplannen aan te passen en de bij- en nascholing van leraren te bevorderen.

Maatschappijleer

Jongeren voorbereiden op het staatsburgerschap houdt ook in dat hun een burgercultuur moet worden bijgebracht die gebaseerd is op de beginselen van democratie, gelijkheid en vrijheid, maar tevens van erkenning van rechten en plichten. Het verslag wijst er met name op hoe moeilijk het bevorderen van sociale en culturele diversiteit is. Bovendien onderstreept het rapport de noodzaak de leraren te doordringen van het belang van hun rol in de ontwikkeling van hun leerlingen als staatsburger.

In Griekenland komen elk jaar verkozen middelbare scholieren in het parlement bijeen om over actuele vraagstukken te debatteren. In Italië is op alle scholen een leerlingenstatuut ingevoerd met de rechten en plichten van de leerlingen.

Cijfers over schooluitval

Zij die het formele onderwijs voortijdig verlaten beschikken vaak niet over basisvaardigheden of een beroepsopleiding, waardoor zij moeilijk werk vinden. Doordat zij vaak niet bereid zijn een strategie van levenslang leren te volgen, lopen deze mensen het risico langdurig werkloos te worden.

Het verslag onderstreept dat de grote verschillen tussen de landen niet alleen verband houden met verschillen tussen de onderwijsstelsels, maar ook met sociaal-economische verschillen. In Duitsland bijvoorbeeld biedt het duale stelsel, waarin leerlingen het volgen van een leertijd bij een bedrijf combineren met een beroepsopleiding in deeltijd, de mogelijkheid een beroepskwalificatie te verwerven. Anderzijds kunnen de percentages voortijdige schoolverlaters ook verband houden met economische factoren zoals een hoge werkloosheid, onevenwichtigheden tussen stedelijke en plattelandseconomieën, enz.

De Europese Raad van Lissabon heeft in maart 2000 bepaald dat het aantal 14- tot 18-jarigen dat alleen lager middelbaar onderwijs heeft genoten vóór 2010 moet zijn gehalveerd. In Nederland wordt schooluitval bestreden door middel van regionale samenwerking tussen scholen; in Duitsland biedt het bedrijfsleven stages aan.

Voltooiing hoger middelbaar onderwijs

Een hoog percentage jongeren dat het hoger middelbaar onderwijs heeft voltooid, is een belangrijk teken dat het onderwijssysteem succesvol is. Het verslag wijst erop dat het met succes voltooien van het hoger middelbaar onderwijs niet los kan worden gezien van de rest van de schoolloopbaan van de jongere, noch van de economische conjunctuur van het land.

De belangrijkste uitdagingen zijn hoe we de motivatie van de jongeren kunnen vergroten en hun een beter inzicht kunnen geven in het verband tussen theorie en praktijk, alsmede bij de leerlingen meer belangstelling kweken voor levenslang leren.

Deelname aan hoger onderwijs

De mogelijkheden die door het hoger onderwijs worden geboden worden steeds groter. Het is echter van essentieel belang dat we de toekomstige vraag proberen te voorspellen in het licht van de ontwikkeling van nieuwe technologieën, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, enz.

Het verslag vermeldt de verschillen tussen de onderwijsstelsels, met name wat de leerplannen betreft (sommige vakken worden in sommige landen in het hoger middelbaar onderwijs gegeven en in andere landen in het hoger onderwijs) en het al dan niet bestaan van beroepsopleidingen (bij gebrek aan een beroepsopleiding studeren jongeren verder). Vanwege de verzadigde arbeidsmarkt komt het vaak voor dat zij die geen baan kunnen vinden zich inschrijven voor hoger onderwijs. Hoge deelnamecijfers zullen uiteindelijk leiden tot een hooggekwalificeerde beroepsbevolking, waardoor personen zonder diploma van het hoger onderwijs in bepaalde sectoren nog moeilijker een baan zullen vinden.

Hoge deelnamecijfers in een brede leeftijdsgroep hebben ook aanzienlijke gevolgen voor het deel van de bevolking dat op een gegeven tijdstip niet beschikbaar is om betaald werk te verrichten. Verder merkt het verslag op dat de deelname van vrouwen in bijna alle gevallen feitelijk hoger is dan die van mannen.

Nader onderzoek verdienen volgens het verslag onder andere de man/vrouwverhouding in bepaalde vakgebieden, de vraag in hoeverre de keuze voor hoger onderwijs wordt bepaald door de arbeidsmarktsituatie, de relatie tussen de deelname van oudere leeftijdsgroepen en de productiviteit van de arbeidsmarkt, enz.

Evaluatie en sturing van schoolonderwijs

Evaluatie en sturing bieden scholen de mogelijkheid zich met andere, vergelijkbare instellingen te vergelijken. Alle landen zijn op zoek naar de beste middelen om de prestaties van hun scholen te meten, door middel van in- of externe evaluatie of een combinatie van die twee.

In Oostenrijk is een website gecreëerd voor scholen, die toegang verschaft tot informatie, ideeën of voorstellen voor de ontwikkeling van schoolwerkplannen. Dit verslag vormt op zijn beurt een belangrijke bijdrage op Europees niveau aan de verbetering van de evaluatiesystemen in Europa.

Ouderparticipatie

De participatie van ouders bij de opleiding van hun kinderen heeft belangrijke gevolgen voor de verbetering van het functioneren van de school en de kwaliteit van het onderwijs. Het rapport onderstreept dat ouderparticipatie kan plaatsvinden op vrijwillige basis in de vorm van rechtstreekse participatie aan de onderwijsactiviteiten of via adviesorganen, vrijwilligersverenigingen, naschoolse activiteiten en clubs.

Deze indicator roept een aantal belangrijke fundamentele vragen op over de rol en invloed van de ouders met betrekking tot de toegevoegde waarde die ouders kunnen leveren en de omstandigheden waarin hun bijdragen het meest relevant en nuttig zijn.

Er bestaan tal van goede praktijken. Speciale vermelding verdient Duitsland, waar seminars voor ouders worden georganiseerd om hen te informeren over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en opleiding.

Onderwijs en opleiding van leraren

De rol en de status van leraren maken een ongekende verandering door: niet alleen moeten zij zich bij laten scholen in nieuwe instrumenten (ICT), maar ook moeten zij inspelen op de veranderende behoeften en verwachtingen. De Europese landen hebben dringend behoefte aan initiële opleidingen van hoge kwaliteit, aangevuld met goede stages en continue bijscholing.

Het verslag wijst erop dat er weliswaar gegevens over de initiële opleiding van leraren voorhanden zijn, maar dat het moeilijker is aan gegevens over bij- en nascholing te komen. Deze indicator maakt onderscheid tussen enerzijds algemeen/vakgericht onderwijs en opleiding, gericht op onderwijs van het vak, en anderzijds pedagogische en praktijkopleiding, die met het lerarenberoep verband houden.

Hoewel er grote verschillen bestaan, zwengelt het verslag de discussie aan over de vraag welke maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat leraren hun kennis voortdurend op peil houden en hoe scholen bijzonder goede leraren moeten belonen en vasthouden.

Deelname aan voorschools onderwijs

Voorschools onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan de emotionele en verstandelijke ontwikkeling van het kind, het vereenvoudigt de overgang van spelend leren naar formeel leren en draagt ertoe bij dat het kind de school met succes doorloopt.
Dit onderwijs, dat bedoeld is voor kinderen van drie jaar en ouder, moet door goed opgeleid personeel worden gegeven.

Aantal leerlingen per computer

Iedereen moet kunnen leren goed met een computer om te gaan: de school moet over een toereikend aantal computers kunnen beschikken. Anderzijds verdient het, gezien de snel veranderende technologie, soms de voorkeur een school met minder computers uit te rusten, maar voor vervanging te zorgen naarmate de modellen uit de tijd raken. Omdat een groot aantal scholen van kostbare apparatuur moet worden voorzien, is in sommige schoolsystemen gekozen voor een partnerschap met de particuliere sector. Het blijft vooral zaak de investering van de scholen en de partners in computers economisch interessant te maken.

Onderwijsuitgaven per leerling

De begroting voor onderwijs is een belangrijke beslissing voor nationale regeringen. Deze investering levert pas op lange termijn rendement op en de gevolgen ervan werken door op belangrijke terreinen als sociale samenhang, internationale concurrentie en duurzame groei.

Het verslag wijst op de belangrijke rol van welvaartsverschillen. In Schotland kunnen lokale overheden dankzij samenwerkingsverbanden tussen de publieke en particuliere sector onderwijshervormingen financieren. De onderwijsstelsels in Europa moeten streven naar een efficiënte verdeling van de middelen tussen het lokale en het regionale niveau en de participatie van de particuliere sector vergemakkelijken zonder dat dit ten koste gaat van de integriteit van het onderwijsstelsel.

Context

Tijdens de conferentie van Praag in juni 1998 hebben de ministers van Onderwijs van de Europese Unie (EU) en de kandidaat-lidstaten voorgesteld een werkgroep van nationale deskundigen in het leven te roepen om een reeks indicatoren of referentiedoelen vast te stellen ter ondersteuning van de nationale evaluatie van de onderwijsstelsels.

De deskundigen hebben hun verslag gepresenteerd tijdens de bijeenkomst van de ministers van Onderwijs van de lidstaten van de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten te Bucarest in juni 2000.

Op grond van een voorstel van de Commissie en bijdragen van de lidstaten heeft de Raad op 12 februari 2001 het "Verslag over de toekomstige concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels" goedgekeurd. Het gaat hierbij om het eerste document dat een algemene en coherente aanpak van het nationaal beleid op onderwijsgebied schetst, rond drie doelstellingen:

  • de kwaliteit en de doeltreffendheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de Europese Unie verbeteren;
  • eenieder toegang geven tot onderwijs en een leven lang leren;
  • de onderwijs- en opleidingsstelsels voor de wereld openstellen.

Na de goedkeuring van het "Verslag over de toekomstige concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels" heeft de Commissie een werkprogramma opgesteld waarin ongeveer 29 indicatoren op het gebied van onderwijs en opleiding in het algemeen zijn opgenomen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Gedetailleerd werkprogramma voor de follow-up inzake de doelstellingen voor de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa [Publicatieblad C 142 van 14.6.2002].

Conclusies van de Raad van 14 februari 2002 over het vervolg op het "Verslag over de toekomstige concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels" met het oog op een gemeenschappelijk verslag van de Raad en de Commissie te presenteren tijdens de voorjaarsbijeenkomst 2002 van de Europese Raad [Publicatieblad C 58 van 5.3.2002].

Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2001 betreffende Europese samenwerking inzake kwaliteitsevaluatie in het schoolonderwijs [Publicatieblad L 60 van 1.3.2001].

Aanbeveling 98/561/EG van de Raad van 24 september 1998 betreffende Europese samenwerking ter waarborging van de kwaliteit in het hoger onderwijs[Publicatieblad L 270 van 7.10.1998].

Laatste wijziging: 08.05.2006
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven