RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Onderwijs en opleiding 2020 (ET 2020)

„Onderwijs en opleiding 2020” (ET 2020) is een nieuw strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding dat voortbouwt op zijn voorganger, het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” (ET 2010). Het voorziet in gemeenschappelijke strategische doelstellingen voor de lidstaten, met inbegrip van een aantal beginselen om deze doelstellingen te bereiken, alsook gemeenschappelijke werkmethoden met prioritaire gebieden voor elke periodieke werkcyclus.

BESLUIT

Conclusies van de Raad van 12 mei 2009 betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) [Publicatieblad C 119 van 28.5.2009].

SAMENVATTING

Deze conclusies voorzien in een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding tot 2020. Dit kader bouwt voort op het werkprogramma „Onderwijs en opleiding 2010” (ET 2010) met het oog op het overwinnen van de problemen die blijven bestaan voor het creëren van een op kennis gebaseerd Europa en om van een leven lang leren een realiteit voor iedereen te maken.

Het hoofddoel van het kader is de lidstaten te steunen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijs- en opleidingsstelsels. Die moeten immers beter in de middelen voorzien om alle burgers hun potentieel te laten verwezenlijken en duurzame economische welvaart en inzetbaarheid te verzekeren. Het kader moet het hele spectrum van onderwijs- en opleidingsstelsels in aanmerking nemen in het teken van een leven lang leren, en alle niveaus en contexten omvatten (met inbegrip van niet-formeel en informeel leren).

De conclusies stellen vier strategische doelstellingen voor het kader voorop:

  • van een leven lang leren en mobiliteit een realiteit maken – de uitvoering van strategieën voor een leven lang leren, de ontwikkeling van aan het Europese kwalificatiekader gekoppelde nationale kwalificatiekaders en flexibelere leertrajecten moet worden voortgezet. De mobiliteit moet worden uitgebreid en het Europees handvest voor kwaliteit bij mobiliteit moet worden toegepast;
  • de kwaliteit en de efficiëntie van onderwijs en opleiding verbeteren – alle burgers moeten sleutelcompetenties kunnen verwerven en alle onderwijs- en opleidingsniveaus moeten aantrekkelijker en doeltreffender gemaakt worden;
  • kansengelijkheid, sociale cohesie en actief burgerschap bevorderen – onderwijs en opleiding moeten burgers in staat stellen om vaardigheden en competenties te verwerven en te ontwikkelen met het oog op hun inzetbaarheid en op verder leren, actief burgerschap en interculturele dialoog. Onderwijsachterstand moet worden bestreden door middel van kwalitatief hoogstaand inclusief onderricht in de vroege kinderjaren;
  • innovatie en creativiteit (inclusief ondernemerschap) op alle onderwijs- en opleidingsniveaus bevorderen – de verwerving van transversale competenties door alle burgers moet worden bevorderd en de werking van de kennisdriehoek (onderwijs-onderzoek-innovatie) moet worden verzekerd. Partnerschappen tussen bedrijven en onderwijsinstellingen evenals bredere leergemeenschappen met de civiele samenleving en andere belanghebbenden moeten worden bevorderd.

Om de vooruitgang te meten, die er met betrekking tot deze doelstellingen wordt geboekt, worden ze vergezeld van (in Bijlage I van de conclusies uiteengezette) indicatoren en Europese benchmarks.

Verder wordt voorzien in een aantal beginselen die eveneens in acht genomen dienen te worden bij het nastreven van voormelde doelstellingen. Dit omvat de invulling van de Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding in het teken van een leven lang leren, waarbij op een doeltreffendere wijze wordt gebruikgemaakt van de open coördinatiemethode en er synergieën worden ontwikkeld tussen de verschillende betrokken sectoren. De Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding behoort sectoroverschrijdend en transparant te zijn en dient dus de aanverwante beleidsterreinen en relevante belanghebbenden te omvatten. De resultaten van de samenwerking moeten verspreid en regelmatig herbekeken worden. Daarnaast moet gestreefd worden naar een grotere compatibiliteit met het proces van Kopenhagen en het proces van Bologna en naar een sterkere dialoog en samenwerking met derde landen en internationale organisaties.

Om te beschikken over doeltreffende en flexibele werkmethoden voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding, voorziet het kader een aantal werkcycli tot 2020, waarvan de eerste de periode 2009-2011 omvat. Op basis van voormelde strategische doelstellingen worden er voor elke cyclus een aantal prioritaire gebieden overeengekomen. De prioritaire gebieden voor de eerste cyclus worden in bijlage II omschreven. De samenwerking dient haar beslag te krijgen via initiatieven rond wederzijds leren, waarvoor duidelijke mandaten, tijdschema's en geplande outputs moeten worden bepaald. De resultaten van de samenwerking moeten op grote schaal worden verspreid onder beleidsmakers en belanghebbenden om de zichtbaarheid en impact te vergroten. Aan het einde van elke cyclus moet er een gezamenlijk verslag van de Raad en de Commissie worden opgesteld, dat ook zal bijdragen tot het bepalen van de prioritaire gebieden voor de volgende cyclus. Samen met de lidstaten zal de Commissie de samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding opvolgen.

De lidstaten dienen samen te werken onder gebruikmaking van de open coördinatiemethode om de Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding vooruit te helpen op basis van voormelde strategische doelstellingen, beginselen en werkmethodes. Tegelijkertijd moeten de lidstaten nationale maatregelen goedkeuren om de strategische doelstellingen te verwezenlijken en ertoe bij te dragen dat de Europese benchmarks worden bereikt.

De Commissie wordt verzocht om de samenwerking tussen de lidstaten te ondersteunen, de geboekte vooruitgang met betrekking tot de doelstellingen en de benchmarks te evalueren en te blijven werken aan benchmarks op het gebied van mobiliteit, inzetbaarheid en taalonderricht. Ten slotte dient de Commissie samen met de lidstaten na te gaan hoe het op het werkprogramma ET 2010 gebaseerde coherente kader van indicatoren en benchmarks in overeenstemming kan worden gebracht met het ET 2020.

Laatste wijziging: 23.10.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven