Werkprogramma voor de follow-up inzake de doelstellingen voor de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa
Doel van dit werkprogramma is de toekomstige concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels te verwezenlijken.
BESLUIT
Gedetailleerd werkprogramma voor de follow-up inzake de doelstellingen voor de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa [Publicatieblad C 142 van 14.6.2002].
SAMENVATTING
Tijdens de Europese Raad van Barcelona heeft de Raad "Onderwijs" samen met de Commissie het onderstaande werkprogramma voorgesteld. Het bevat een gedetailleerd tijdschema voor de verwezenlijking van de toekomstige concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels, terwijl ook de te realiseren hoofdpunten worden aangegeven.
- De kwaliteit van de onderwijs- en opleidingsstelsels verbeteren
|
Strategische en geassocieerde doelstellingen |
Hoofdpunten |
Indicatoren voor het meten van de vorderingen |
|---|---|---|
|
Verbetering van het onderwijs en de opleiding voor onderwijsgevenden en opleiders |
- De vaardigheden inventariseren waarover onderwijsgevenden en opleiders in het licht van hun veranderende rol in de kennismaatschappij moeten beschikken |
- Tekort/overschot aan gekwalificeerde onderwijsgevenden en opleiders op de arbeidsmarkt |
|
Vaardigheden voor de kennismaat-schappij ontwikkelen |
- Nieuwe basisvaardigheden bepalen en vaststellen hoe deze vaardigheden tezamen met de traditionele basisvaardigheden beter in de leerplannen kunnen worden geïntegreerd |
- Aantal personen dat secundair onderwijs voltooit |
|
Iedereen toegang tot ICT geven |
- Passende apparatuur en onderwijssoftware verstrekken |
- Percentage onderwijsgevenden die zijn opgeleid om ICT te gebruiken in scholen |
|
De instroom in de studierichtingen van de exacte wetenschappen en de technische richtingen vergroten |
- De belangstelling voor wiskunde, wetenschap en techniek op jonge leeftijd stimuleren |
- Groter aantal instromers in de studierichtingen wiskunde, exacte wetenschappen en techniek (hoger secundair en tertiair onderwijs, naar gender) |
|
Financiële middelen optimaal inzetten |
- Investering in menselijke hulpbronnen opvoeren en tegelijkertijd zorgen voor een billijke en effectieve verdeling van de beschikbare middelen om de algemene toegang tot en kwaliteitsverbetering van onderwijs en opleiding te vergemakkelijken |
- Groei van de investeringen per capita in menselijke hulpbronnen (structurele indicator) |
- De onderwijs- en opleidingsstelsels voor iedereen toegankelijker maken
|
Strategische en geassocieerde doelstellingen |
Hoofdpunten |
Indicatoren voor het meten van de vorderingen |
|---|---|---|
|
Open leersituaties |
- De toegang tot levenslang leren verruimen door het verstrekken van advies, informatie en begeleiding over het gehele spectrum van de beschikbare leermogelijkheden |
- Percentage van de bevolking tussen 25 en 64 dat deelneemt aan onderwijs en opleiding (structurele indicator) |
|
Leren aantrekkelijker maken |
- Jongeren aanmoedigen om na afloop van de leerplicht onderwijs of opleidingen te blijven volgen en volwassenen motiveren en in staat stellen om gedurende het hele leven deel te nemen aan leerprocessen |
- Percentage van de werktijd die de werknemers in de opleiding doorbrengen, per leeftijdscategorie |
|
Actieve participatie van burgers in de maatschappij, gelijke kansen en sociale samenhang ondersteunen |
- Ervoor zorgen dat het aanleren van democratische waarden en democratische deelname door alle schoolpartners daadwerkelijk wordt bevorderd, teneinde eenieder voor te bereiden op actief burgerschap |
- Percentage jongeren tussen 18 en 24 jaar met alleen lager secundair onderwijs dat geen onderwijs of opleiding volgt (structurele indicator) |
- De wereld in de onderwijs- en opleidingsstelsels binnenhalen
|
Strategische en geassocieerde doelstellingen |
Hoofdpunten |
Indicatoren voor het meten van de vorderingen |
|---|---|---|
|
De banden met de wereld van het werk, de wereld van het onderzoek en de maatschappij in het algemeen aanhalen |
- Nauwe samenwerking tussen de onderwijs- en opleidingsstelsels en de maatschappij in het algemeen stimuleren |
- Percentage studenten en stagiairs in initiële opleiding, die gebruik maken van arbeidsbemiddeling (alternerend leren) |
|
Ondernemersgeest ontwikkelen |
- Zin voor initiatief en creativiteit in het hele onderwijs- en opleidingsstelsel bevorderen om de ondernemersgeest te ontwikkelen ("ondernemerschap") |
- Aantal zelfstandigen in de diverse sectoren van de kenniseconomie (inzonderheid de leeftijdsgroep 25-35) |
|
Leren van vreemde talen verbeteren |
- Iedereen aansporen om naast de moedertaal twee of - in voorkomend geval - meer andere talen te leren, en meer begrip kweken voor het belang van het leren van vreemde talen op alle leeftijden |
- Percentage scholieren en studenten met een gedegen kennis van twee vreemde talen |
|
Mobiliteit en uitwisselingen versterken |
- Mobiliteit zo toegankelijk mogelijk maken voor individuele personen en voor onderwijs- en opleidingsorganisaties, inclusief organisaties die zich op een kansarm publiek richten, en de nog resterende belemmeringen voor mobiliteit terugdringen |
- Percentage eigen studenten en stagiairs die een deel van hun opleiding in een andere lidstaat of in een derde land volgen |
|
De samenwerking in Europa intensiveren |
- De doeltreffendheid en de snelheid van erkenningsprocedures verbeteren ten behoeve van verdere studie, opleiding en werkgelegenheid in heel Europa |
- Percentage universitaire en postuniversitaire studenten en onderzoekers die hun studie in een ander EU-land of een derde land voortzetten |
Onder toepassing van de open coördinatiemethode geeft dit werkprogramma ook de voornaamste instrumenten aan voor het meten van de vooruitgang en het vergelijken van de Europese resultaten op zowel Europees als internationaal niveau.
Context
Het tijdschema voorziet in een evaluatie van de te realiseren resultaten medio 2003, gevolgd door een tussentijds verslag over de uitvoering van het werkprogramma op de voorjaarstop van 2004 en het eindverslag in 2010.



