RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Erasmus Mundus (2004-2008)

Archief

Het Erasmus Mundus-programma is erop gericht de kwaliteit van het hoger onderwijs in Europa te verbeteren door de samenwerking met derde landen te bevorderen en het hoger onderwijs in Europa aantrekkelijker te maken.

BESLUIT

Besluit nr. 2317/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 tot invoering van een programma voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (Erasmus Mundus) (2004-2008).

SAMENVATTING

Het Erasmus Mundus-programma, dat wordt uitgevoerd in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2008, stelt een duidelijk eigen “Europees” hogeronderwijsaanbod voor. Het heeft vooral ten doel de kwaliteit en aantrekkingskracht van het hoger onderwijs in Europa te verhogen en de internationale mobiliteit van academici en studenten te bevorderen. Erasmus Mundus sluit aan op de mededelingen van de Commissie over een nauwere samenwerking met derde landen en over de rol van de universiteiten in het Europa van de kennis.

Doelstellingen

Het doel van Erasmus Mundus is de kwaliteit van het hoger onderwijs in Europa te verhogen door de samenwerking met derde landen te stimuleren en zo de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen te verbeteren en de dialoog en het begrip tussen de volkeren en culturen te bevorderen. Het programma heeft de volgende specifieke doelstellingen:

  • het bevorderen van de kwaliteit van het hoger onderwijs met een duidelijk eigen Europese toegevoegde waarde;
  • hooggekwalificeerde afgestudeerden en academici uit alle landen ter wereld stimuleren om kwalificaties te verwerven en/of ervaring op te doen in de Europese Unie (EU), en hen daartoe in staat te stellen;
  • de ontwikkeling van meer structurele vormen van samenwerking tussen de EU en instellingen in derde landen ondersteunen en een grotere uitgaande mobiliteit uit de EU bewerkstelligen;
  • de toegankelijkheid en de wereldwijde zichtbaarheid van het hoger onderwijs verbeteren.

De Commissie houdt bij het nastreven van de doelstellingen van het programma rekening met het algemeen beleid van de Gemeenschap inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen. De Commissie zorgt er ook voor dat geen enkele groep van burgers of onderdanen van derde landen wordt uitgesloten of benadeeld.

Acties

Het Erasmus Mundus-programma wordt ten uitvoer gelegd door middel van vijf acties.

De masteropleidingen van Erasmus Mundus zijn Europese masteropleidingen op hoog niveau die door de Gemeenschap worden geselecteerd op grond van de kwaliteit van de geboden opleiding. De masteropleidingen hebben de volgende kenmerken:

  • er zijn minimaal drie instellingen voor hoger onderwijs uit drie verschillende lidstaten bij de opleiding betrokken;
  • er wordt in de loop van het studieprogramma een studietijdvak in minimaal twee van de drie instellingen afgelegd;
  • er zijn ingebouwde mechanismen voorhanden voor de erkenning van de bij partnerinstellingen doorgebrachte studietijdvakken;
  • zij leiden tot twee of meer gecombineerde door de lidstaten erkende of geaccrediteerde graden van de deelnemende instellingen;
  • er is een minimumaantal plaatsen gereserveerd voor studenten uit derde landen;
  • er zijn doorzichtige toelatingscriteria waarin onder meer de gelijke behandeling van vrouwen en mannen wordt gewaarborgd;
  • er zijn duidelijke regels voor de toekenning van beurzen aan studenten en academici;
  • er zijn passende faciliteiten voor studenten uit derde landen (informatievoorziening, huisvesting, enz.);
  • er worden minstens twee Europese talen gebruikt die worden gesproken in de lidstaten waar de deelnemende instellingen gevestigd zijn.

De masteropleidingen van Erasmus Mundus worden geselecteerd voor een periode van vijf jaar met een jaarlijkse verlenging.

Beurzen zijn een financiële ondersteuning voor masterstudenten en academici uit derde landen die deelnemen aan de masteropleidingen van Erasmus Mundus. Studenten en academici moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om voor een beurs in aanmerking te komen.

Studenten moeten onderdanen van een derde land zijn en in het bezit zijn van een eerste graad van een instelling voor hoger onderwijs. Zij mogen niet in een lidstaat of in een deelnemend land verblijven noch in de voorgaande vijf jaar gedurende meer dan 12 maanden hun hoofdactiviteit in een lidstaat of deelnemend land hebben verricht. Daarnaast moeten zij aanvaard zijn voor inschrijving, dan wel ingeschreven zijn voor een masteropleiding van Erasmus Mundus.

Academici moeten onderdaan van een ander derde land zijn en niet in een lidstaat of deelnemend land verblijven. Zij mogen de voorgaande vijf jaar niet langer dan in totaal 12 maanden hun hoofdactiviteit in een lidstaat of deelnemend land hebben verricht. Zij moeten tevens over een uitstekende academische en/of beroepservaring beschikken.

De partnerschappen met instellingen voor hoger onderwijs in derde landen omvatten, voor een periode van maximaal drie jaar, een masteropleiding van Erasmus Mundus en minstens één instelling voor hoger onderwijs uit een derde land, om een kader te bieden voor mobiliteit naar derde landen. Erkenning van de studieperioden aan de (niet-Europese) gastinstelling moet worden gegarandeerd.

Studenten en academici die in aanmerking willen komen voor mobiliteitsbeurzen moeten burgers van de EU of onderdanen van een derde land zijn die vóór het begin van het mobiliteitsprogramma minimaal drie jaar lang legaal in de Europese Unie hebben verbleven (om andere redenen dan voor studiedoeleinden).

De activiteiten in het kader van de partnerschappen kunnen ook het volgende omvatten:

  • onderwijstaken bij de partnerinstelling om een studieprogramma voor het project te ontwikkelen;
  • uitwisselingen van docenten, praktijkopleiders, bestuurders en andere relevante specialisten;
  • ontwikkeling en invoering van nieuwe methodologieën in het hoger onderwijs, waaronder met name invoering van informatie- en communicatietechnologie, e-learning, open leren en leren op afstand;
  • ontwikkeling van samenwerkingsprogramma’s met instellingen voor hoger onderwijs in derde landen met de bedoeling er opleidingen aan te bieden.

Erasmus Mundus ondersteunt activiteiten en maatregelen om het hoger onderwijs in Europa aantrekkelijker te maken als onderwijsbestemming, bijvoorbeeld door het profiel, de zichtbaarheid en de toegankelijkheid van het Europees onderwijs te verbeteren. De maatregelen kunnen ook gericht zijn op de doelstellingen van het Erasmus Mundus-programma, zoals de internationale dimensie van kwaliteitsborging, mobiliteit, de erkenning van studiepunten en van Europese kwalificaties in het buitenland en de onderlinge erkenning van kwalificaties met derde landen. Ook kunnen banden worden gecreëerd tussen het hoger onderwijs en de wereld van het onderzoek.

De activiteiten moeten plaatsvinden in het kader van netwerken waarbij minimaal drie particuliere of overheidsorganisaties uit drie verschillende lidstaten betrokken zijn die op nationaal of internationaal niveau actief zijn op het gebied van hoger onderwijs. Organisaties uit derde landen kunnen ook deel uitmaken van deze netwerken. Deze activiteiten, zoals seminars, conferenties, workshops, ICT-instrumenten of publicaties, kunnen in de lidstaten en in derde landen plaatsvinden.

Voor technische ondersteunende maatregelen bij de uitvoering van het programma kan op initiatief van de Commissie een beroep gedaan worden op deskundigen, uitvoeringsagentschappen en andere bevoegde instanties in de lidstaten alsook op alle andere vormen van technische bijstand.

Begunstigden

Erasmus Mundus richt zich specifiek tot:

  • instellingen voor hoger onderwijs;
  • studenten die in het bezit zijn van een eerste graad aan een instelling voor hoger onderwijs;
  • academici en onderzoekers;
  • personeel dat rechtstreeks bij het hoger onderwijs betrokken is;
  • andere publieke of particuliere organisaties die actief zijn op het gebied van het hoger onderwijs.

Deelnemende landen

Het programma staat open voor deelneming van de vijfentwintig lidstaten van de Gemeenschap, de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie die deelnemen aan de Europese Economische Ruimte (EVA/EER) en de landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de EU.

Uitvoering van het programma

De Commissie zorgt voor een doeltreffende uitvoering van het programma. Een jury, die bestaat uit prominente academici en die representatief is voor de diversiteit van het hoger onderwijs in de EU, selecteert de masteropleidingen van Erasmus Mundus en de partnerschappen met instellingen voor hoger onderwijs. De masteropleidingen van Erasmus Mundus hebben de beschikking over een specifiek aantal beurzen. De instellingen die Erasmus Mundus-masterprogramma's aanbieden, selecteren zelf de studenten uit derde landen. De pr-activiteiten worden door de Commissie zelf geselecteerd.

De selectieprocedures voorzien in een coördinatiemechanisme op Europees niveau, ter voorkoming van ernstige onevenwichtigheden tussen de diverse vakgebieden, de nationaliteiten van studenten en academici en de lidstaten van bestemming.

In samenwerking met de lidstaten ziet de Commissie toe op de algehele samenhang en complementariteit met andere relevante beleidsmaatregelen, instrumenten en acties van de Gemeenschap, met name de kaderprogramma's voor onderzoek en de externe samenwerkingsprogramma’s op het gebied van het hoger onderwijs.

De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat het programma op nationaal niveau efficiënt wordt beheerd (inclusief het aanwijzen van passende instanties die nauw met de Commissie samenwerken) en moeten daarbij alle partijen betrekken. Zij moeten inspanningen leveren om juridische en administratieve belemmeringen weg te nemen.

Begroting

Voor de periode 2004-2008 was aanvankelijk 230 miljoen euro uitgetrokken. Dat bedrag werd aangevuld met middelen uit de begroting voor buitenlandse hulp en bedraagt nu 296,1 miljoen euro. De jaarlijkse vastleggingen worden binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten goedgekeurd door de begrotingsautoriteit.

Monitoring en evaluatie

De Commissie oefent in samenwerking met de lidstaten regelmatig toezicht uit op het verloop van het programma. Zij evalueert ook voortdurend de globale impact van het programma alsook de complementariteit ervan met andere relevante communautaire beleidsmaatregelen, instrumenten en acties.

De Commissie dient de volgende documenten aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s te verstrekken:

  • een verslag over de financiële gevolgen van de toetreding van een nieuwe lidstaat voor het programma alsook voorstellen om dergelijke gevolgen het hoofd te bieden;
  • een tussentijds evaluatieverslag over de bereikte resultaten en de kwalitatieve aspecten van de uitvoering van het programma, uiterlijk op 30 juni 2007;
  • een mededeling over de voortzetting van het programma, uiterlijk op 31 december 2007;
  • een verslag van de evaluatie achteraf, uiterlijk op 31 december 2009.

Context

Het Erasmus Mundus-programma is het antwoord op de uitdagingen die in het in 1999 begonnen Bolognaproces en de Lissabonstrategie van 2000 naar voren zijn gekomen. Die zorgen er respectievelijk voor dat het Europese hogeronderwijsstelsel voor de hele wereld aantrekkelijker wordt, op een wijze die in overeenstemming is met de culturele en wetenschappelijke tradities van Europa, en dat de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa worden aangepast aan de behoeften van de kennismaatschappij.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtreding – vervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Besluit 2317/2003/EG

20.1.2004 – 31.12.2008

-

L 345 van 31.12.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Besluit nr. 1298/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot invoering van het actieprogramma Erasmus Mundus 2009-2013 voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen [Publicatieblad L 340 van 19.12.2008].
Het actieprogramma Erasmus Mundus 2009-2013 bouwt voort op het actieprogramma van de periode 2004-2008. Het nieuwe programma staat net als het vorige programma in het teken van het streven naar uitmuntendheid, maar de werkingssfeer is hier en daar aangepast. Zo werd het programma uitgebreid naar het doctoraatsniveau, worden hogeronderwijsinstellingen uit derde landen en hun behoeften beter geïntegreerd en worden meer middelen uitgetrokken voor Europese deelnemers. Bovendien wordt het programma niet langer op basis van de vijf acties ten uitvoer gelegd, maar door middel van gezamenlijke programma’s, partnerschappen en maatregelen die het Europese hoger onderwijs bevorderen.

EVALUATIE

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 2 juli 2007 – Verslag over de tussentijdse evaluatie van het Erasmus Mundus-programma 2004-2008 [COM(2007) 375 definitief – niet in het Publicatieblad verschenen].
In de periode 2004-2006 leidde het programma tot 80 Erasmus Mundus-masteropleidingen, 2 325 beurzen voor studenten uit derde landen, 19 partnerschappen en 23 projecten die het Europese hoger onderwijs aantrekkelijker moesten maken. De Commissie presenteert haar conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering van het programma op basis van de externe evaluatie die in de periode 2004-2006 plaatsvond. De toegevoegde waarde van het programma werd gewaardeerd, evenals de relevantie, het nut, de resultaten, de doeltreffendheid en de duurzaamheid. Het Erasmus Mundus-programma beantwoordt aan de doelstellingen van het Bolognaproces en de Lissabonstrategie voor wat betreft mobiliteit, samenwerking, excellentie en intercultureel begrip. Zo kan het Europees hoger onderwijs concurreren in de wereld. Het programma heeft ook tot meer gestructureerde samenwerking geleid. Bovendien is het voor een aantal lidstaten de aanleiding geweest om een wettelijk kader te creëren voor het erkennen van twee of meer gecombineerde academische graden in het geval van partnerschappen. Niettemin was aanvullende financiering uit de begroting voor de buitenlandse hulp nodig om tegemoet te komen aan het toenemende aantal aanvragen voor masteropleidingen en beurzen. Daarnaast hebben niet-Europese studenten in grotere mate van het programma geprofiteerd dan Europese studenten.
Met het oog op de voorbereiding van het volgende programma werden tevens aanbevelingen geformuleerd om het programma te verbeteren, te versterken en uit te breiden. Deze aanbevelingen hebben betrekking op de opzet van het programma, waaronder het verstrekken van beurzen aan EU-studenten, de uitbreiding van het programma naar het doctoraatsniveau, de bevordering van samenwerking en partnerschappen met instellingen voor hoger onderwijs in derde landen, enz. De aanbevelingen aangaande het beheer van het programma betreffen met name beurzen, de versterkte rol van de nationale informatiebronnen, het bevorderen, verspreiden en monitoren van projecten alsmede het opstellen van richtsnoeren voor goede praktijken om de kwaliteit van de masteropleidingen te waarborgen. Wat de financiering van het programma betreft, zullen de Erasmus Mundus-beurzen en het collegegeld voor de masteropleidingen internationaal gezien concurrerend worden gehouden. De Commissie wil de financiële steun verhogen aan de universiteiten die deel uitmaken van een consortium dat Erasmus Mundus-masteropleidingen verzorgt, teneinde de werkelijke kosten van de programma's beter te weerspiegelen.

Laatste wijziging: 11.09.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven