RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Nauwere samenwerking met derde landen op het gebied van hoger onderwijs

De strategie van de Europese Unie (EU) inzake de samenwerking met derde landen op het gebied van het onderwijs stelt twee hoofddoelstellingen vast: het opleiden van hooggekwalificeerde mensen in de partnerlanden en in de Unie dankzij de wederzijdse ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen en het promoten van de EU als centre of excellence op wereldniveau voor studie, opleiding en wetenschappelijk en technologisch onderzoek.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2001 over een nauwere samenwerking met derde landen op hogeronderwijsniveau [COM(2001) 385 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

In het kader van de ontwikkeling van het hoger onderwijs en ten aanzien van een steeds toenemende vraag naar internationaal onderwijs en mobiliteit van de studenten roept de Commissie op tot extra inspanningen op Europees niveau ter versterking van de samenwerking met derde landen.

Volgens deze nieuwe aanpak moet de Europese Unie (EU):

  • ervoor zorgen dat op meer systematische wijze rekening wordt gehouden met de internationale dimensie in haar onderwijsactiviteiten;
  • meer zichtbaarheid geven aan haar maatregelen op het gebied om studenten uit derde landen aan te trekken.

Binnen het hierboven geschetste kader stelt de Commissie in deze aanbeveling een algemene strategie voor en stelt zij concrete actiebeginselen vast.

Voorgestelde maatregelen

De Commissie wil gebruik maken van haar ervaring met EU-programma's, met name het Erasmus-programma. Zij dringt er voorts op aan dat in onderwijsovereenkomsten die met niet-EU-landen worden gesloten voor elk land en zo nodig voor elke regio aangepaste regelingen worden voorzien.

De mededeling beoogt een samenwerking die is gericht op multilaterale netwerken en partnerschappen van landen met een hogeronderwijsstelsel op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de onderwijsinstellingen in Europa, zodat de betreffende universiteiten het eens kunnen worden over:

  • de voorwaarden voor de uitwisseling van studenten en docenten. De ontwikkeling van afstandsonderwijs en het algemeen gebruik van de informatietechnologieën zullen ook een rol spelen bij de versterking van de internationale partnerschappen;
  • de theoretische inhoud van de cursussen voor de aan de uitwisseling deelnemende studenten;
  • de mechanismen voor de erkenning van de werkzaamheden van de thuis- en gastuniversiteiten volgens het model van het Europees systeem voor de overdracht van studiepunten (ECTS) (DE) (EN) (FR) dat de Europese norm voor het hoger onderwijs is;
  • de regelingen voor de opvang van de studenten tijdens hun verblijf in het buitenland. De Commissie stelt in dit verband voor om het aantal langdurige studiebeurzen voor studenten uit derde landen te vergroten.

Te vermijden zijn:

  • uitwisselingen buiten partnerschappen tussen universiteiten, die de voordelen voor deze instellingen beperken en het delen van de opgedane ervaring bemoeilijken;
  • uitwisselingen waarbij de betrokkenen niet naar hun land van herkomst terugkeren, welke het “braindrain”-fenomeen kunnen aanmoedigen.

Om echt doeltreffend met derde landen samen te werken, zijn studentenuitwisselingen op zich onvoldoende. Zij moeten vergezeld gaan van met name uitwisselingen van docenten, gemeenschappelijke programma’s en regelingen voor de erkenning van in het buitenland genoten onderwijs.

De Commissie stelt voor om in samenwerking met de Europese universiteiten een gemeenschappelijke actie op touw te zetten ter bevordering van de EU als centre of excellence op onderwijsgebied in de wereld. In dit kader stelt de Commissie ook voor om het aanbod aan Europese studies in de wereld te versterken door het netwerk van centra voor EU-studies en de Jean Monnet-leerstoelen (gespecialiseerde onderwijsposten voor onderzoek op het gebied van Europese integratie) wereldwijd uit te breiden.

De Commissie lanceert ook het idee om de Europese universiteiten aan te moedigen werkelijk Europese "onderwijspaketten" aan te bieden, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van gemeenschappelijke cursussen, zodat zowel buitenlandse als Europese studenten meer dan één academiejaar in verschillende lidstaten kunnen gaan studeren. Dit kan eventueel tot gemeenschappelijke diploma's leiden.

De Commissie kondigt aan dat zij in het kader van het Alfa-programma (EN) (ES) (FR) (PT) spoedig een proefprogramma voor postuniversitaire studiebeurzen voor docenten en studenten uit Latijns Amerika zal opzetten.

Context

De lidstaten hebben in de loop van de jaren een solide traditie van bilaterale samenwerking met derde landen op onderwijsgebied ontwikkeld. De EU zelf heeft ook een aantal initiatieven met derde landen opgezet, zoals de samenwerkingsprogramma's met de Verenigde Staten en Canada en de programma's Tempus (DE) (EN) (FR), Alfa en Erasmus Mundus.

Laatste wijziging: 09.11.2011

Zie ook

  • Internationale samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (DE) (EN) (FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven