RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Globale richtsnoeren voor het economisch beleid (2002)

Archief

1) DOELSTELLING

Verbeteren van de voorwaarden voor economische groei en de schepping van werkgelegenheid door een economische beleidsstrategie die is afgestemd, enerzijds, op het voeren van een op groei en stabiliteit gericht macro-economisch beleid en, anderzijds, op structurele hervormingen om een duurzame, werkgelegenheidscheppende en niet-inflatoire groei te bewerkstelligen, rekening houdend met duurzame ontwikkeling.

2) BESLUIT

Aanbeveling van de Raad van 21 juni 2002 betreffende de globale richtsnoeren voor het economische beleid van de lidstaten en de Gemeenschap [Publicatieblad L 182 van 11.07.2002].

3) SAMENVATTING

VOORNAAMSTE PRIORITEITEN EN BELEIDSVEREISTEN

Na de abrupte en onverwachte verzwakking van de economische bedrijvigheid en de vertraging van de werkgelegenheidsgroei in 2001, ziet het ernaar uit dat de economie weer aantrekt. Door het toenemende vertrouwen en de groeiende buitenlandse vraag kan in de tweede helft van 2002 een expansie worden verwacht die dicht in de buurt ligt van het potentiële groeitempo van de EU-economie. Het is echter vrij onwaarschijnlijk dat de werkloosheid vóór 2003 merkbaar vermindert. Verwacht wordt dat de inflatoire druk beperkt zal blijven.

De Unie streeft naar evenwichtige en duurzame expansie van de economische bedrijvigheid. Om de doelstelling van de Europese Raad van Lissabon te bereiken en tegen 2010 van Europa de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie te maken, moet het potentiële groeitempo worden verhoogd en moet er meer vaart worden gezet achter de economische hervormingen. De inspanningen dienen op de volgende vier grote terreinen te worden toegespitst:

  • Instandhouding en verdere versteviging van het macro-economische kader
    Het macro-economische kader van de EU steunt op twee pijlers: prijsstabiliteit en een gezond begrotingsbeleid. Opdat de automatische stabilisatoren ongehinderd over de gehele conjunctuurcyclus hun werk kunnen doen zonder dat de limiet van 3 % van het BBP voor begrotingstekorten wordt overschreden, moeten de lidstaten hun inspanningen verdubbelen om uiterlijk in 2004 begrotingssituaties te bereiken die nagenoeg in evenwicht zijn of een overschot vertonen. Deze situaties bieden niet alleen ruimte voor de automatische stabilisatoren, maar ook voor een gestage daling van de overheidsschuld waardoor het hoofd kan worden geboden aan budgettaire uitdagingen, bijvoorbeeld als gevolg van de vergrijzing van de bevolking.
  • Bevordering van meer en betere banen
    Ondanks de sterke resultaten van de hervormingen van de arbeidsmarkt in de jaren negentig blijft de werkloosheid, en in het bijzonder de langdurige werkloosheid, in een aantal lidstaten nog steeds hoog. Er bestaan nog belemmeringen voor de geografische en beroepsmobiliteit van de werklozen. De arbeidsparticipatie van vrouwen en oudere werknemers blijft onbevredigend laag. De lidstaten moeten derhalve maatregelen nemen om de participatiegraad te verhogen en de werkloosheid terug te dringen. Hiervoor zijn hervormingen van de belasting- en uitkeringsstelsels en van de arbeidsmarkt noodzakelijk. De Europese Raad van Barcelona heeft erop aangedrongen dat de effectieve gemiddelde pensioenleeftijd tegen 2010 met vijf jaar wordt verhoogd.
  • Verbetering van de voorwaarden voor een hoge productiviteitsgroei
    Om de komende uitdagingen het hoofd te bieden, in het bijzonder de vergrijzing van de bevolking, en om een duurzame BBP-groei van 3 % te bereiken, moet de productiviteit van de Europese economie worden verhoogd. Om een concurrerender en voor de ondernemer en investeerder vriendelijker klimaat te bereiken, moeten de Europese energie-, communicatie-, diensten- en arbeidsmarkten meer geïntegreerd worden.
  • Bevordering van duurzame ontwikkeling
    De externe effecten van de economische bedrijvigheid op het milieu moeten in de prijzen tot uiting komen. Investeringen in het efficiënt omgaan met hulpbronnen en in energie-efficiëntie kunnen tot innovatie en de schepping van werkgelegenheid leiden. Economische beleidsmaatregelen kunnen tevens bijdragen tot de economische en sociale samenhang, aangezien de schepping van banen de beste bescherming biedt tegen armoede en sociale uitsluiting.

ALGEMENE AANBEVELINGEN

De globale richtsnoeren voor het economische beleid moedigen de lidstaten aan om maatregelen te nemen op de volgende terreinen:

Macro-economisch beleid:

  • begrotingssituaties bewerkstelligen of handhaven die nagenoeg in evenwicht zijn of een overschot vertonen, en indien deze situaties nog niet zijn bereikt, de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen uiterlijk in 2004 worden verwezenlijkt;
  • een procyclisch begrotingsbeleid vermijden en de automatische stabilisatoren ongehinderd hun werk laten doen terwijl het herstel doorzet;
  • erop toezien dat loonstijgingen verenigbaar zijn met de prijsstabiliteit en de stijging van de productiviteit.

Kwaliteit en houdbaarheid van de openbare financiën:

  • de kwaliteit van de overheidsuitgaven bevorderen door fondsen te bestemmen voor de accumulatie van fysiek en menselijk kapitaal en voor onderzoek;
  • de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn verbeteren door de drieledige strategie te volgen, dat wil zeggen arbeidsparticipatie verhogen, overheidsschuld verminderen en pensioenstelsels aanpassen;
  • blijven streven naar belastingcoördinatie tussen de lidstaten.

Arbeidsmarkt:

  • de belasting- en uitkeringsstelsels aanpassen om werken lonend te maken;
  • de actieve arbeidsmarktmaatregelen versterken door de efficiency ervan te verhogen;
  • belemmeringen voor mobiliteit en de deelneming van vrouwen uit de weg ruimen.

Structurele hervorming van de productmarkten:

  • Interne markt: de lidstaten zouden het omzettingspercentage van de internemarktrichtlijnen moeten optrekken, de technische handelsbelemmeringen voor het vrije verkeer moeten opheffen, in het bijzonder in de dienstensector, en de markten voor overheidsopdrachten verder moeten openstellen.
  • Concurrentie: de lidstaten zouden een effectieve concurrentie moeten verzekeren door de onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de mededingingsautoriteiten en moeten zorgen voor minder en betere overheidssteun.
  • Netwerkindustrieën: de markttoegang in het algemeen en in het bijzonder in de elektriciteits- en gassector moet worden bevorderd. De lidstaten zouden de bouw van nieuwe infrastructuur moeten bevorderen.

Efficiency en integratie van de EU-markt voor financiële diensten:

  • de integratie van de financiële markten bespoedigen, door de kosten van toegang tot kapitaal te verminderen via het Actieplan voor financiële diensten (APFD) dat tegen 2005 ten uitvoer moet zijn gelegd en het Actieplan voor risicokapitaal (APRK) dat in 2003 ten uitvoer moet zijn gelegd;
  • met het oog op toezicht de mechanismen voor samenwerking en coördinatie op alle niveaus verbeteren.

Ondernemerschap:

  • een voor de ondernemer vriendelijker klimaat tot stand brengen, met name door het vennootschapsbelastingstelsel te vereenvoudigen, de overheidsdiensten efficiënter te maken en de belemmeringen voor de ontplooiing van grensoverschrijdende economische bedrijvigheid aan te pakken die onder meer voortvloeien uit de verschillen tussen de lidstaten (standaarden voor jaarrekeningen, ondernemingsbestuur, belastingregelingen, BTW);
  • de verbintenissen uitvoeren die zijn aangegaan in het kader van het Europees Handvest voor kleine ondernemingen;
  • de toegang tot financiering vergemakkelijken, vooral voor het midden- en kleinbedrijf (MKB).

Kenniseconomie:

  • onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie stimuleren door de algemene uitgaven te verhogen, de banden tussen de universiteiten en het bedrijfsleven te verstevigen en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen, en door het zesde kaderprogramma voor onderzoek aan te nemen;
  • de informatie- en communicatietechnologie (ICT) bevorderen door de effectieve mededinging te stimuleren en het internetgebruik aan te moedigen (opstellen van een nieuw eEuropa 2005 -actieplan);
  • meer inspanningen leveren op het gebied van onderwijs en opleiding, zodat meer goed opgeleide onderzoekers beschikbaar komen en alle burgers de basisvaardigheden beheersen.

Duurzame ontwikkeling:

  • effectanalyses opstellen waarin wordt gekeken naar de maatschappelijke en milieuconsequenties van de beleidsmaatregelen;
  • werk maken van een beleid dat gebaseerd is op economische instrumenten zoals belastingen, door de gebruiker en de vervuiler te betalen heffingen en afspraken op basis van vrijwilligheid;
  • de handel in emissierechten op EU-niveau invoeren om aan de eisen van het protocol van Kyoto te voldoen;
  • de openbaarmaking van milieu-informatie in de jaarrekening van ondernemingen aanmoedigen;
  • sectorale subsidies en belastingvrijstellingen afbouwen die een negatief milieueffect hebben;
  • overeenstemming bereiken over een Europees akkoord over de belastingheffing op energie.

RICHTSNOEREN VOOR HET ECONOMISCHE BELEID PER LAND

België: In 2002 zal de economische bedrijvigheid waarschijnlijk met niet meer dan 1 % groeien, maar in 2003 zal de economie vermoedelijk met 3 % groeien. België mag het begrotingssaldo in 2002 niet laten verslechteren in vergelijking met 2001. Voor 2003 is de doelstelling een begrotingsoverschot van 0,5 %. België moet de hervormingen van het belastingstelsel consolideren, de arbeidsmobiliteit vergroten, een goed evenwicht tussen flexibiliteit en werkzekerheid bevorderen en de werkgelegenheidsgraad van vrouwen verhogen. Voorts is het noodzakelijk de concurrentie in de elektriciteits- en de gassector te verhogen en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlichten.

Denemarken: Verwacht wordt dat de economische groei in 2002 tot 1,75 % zal toenemen en tot 2,5 % in 2003, vooral onder invloed van de binnenlandse vraag. De Deense begroting heeft een overschot, maar Denemarken moet ervoor zorgen dat de doelstelling van de regering om de groei van het overheidsverbruik te beperken, wordt bereikt. De Deense arbeidsmarkt presteert het best van de EU met een werkgelegenheidsgraad van 76 %, terwijl de werkloosheid in 2001 tot 4,3 % is gedaald. Denemarken moet de openstelling voor concurrentie van de elektriciteits- en gasmarkten voltooien.

Duitsland: Verwacht wordt dat de economische bedrijvigheid in de loop van de tweede helft van 2002 zal herstellen, maar de economische groei zal desalniettemin onder de 1 % blijven. In 2001 bedroeg het Duitse overheidstekort 2,7 %, wat de doelstelling van het geactualiseerde stabiliteitsprogramma overschrijdt. De Duitse regering heeft er zich toe verbonden de referentiewaarde van 3 % van het BBP na te leven en de begroting in 2004 vrijwel in evenwicht te brengen. De begrotingspolitiek moet erop gericht zijn het tekort onder de 3 % van het BBP te houden en het in 2003 zo ver te verminderen dat de doelstelling voor 2004 kan worden bereikt. Elke begrotingsruimte moet worden gebruikt om het tekort te verminderen en de hervorming van het gezondheidszorgstelsel is noodzakelijk. Voorts moet Duitsland zijn belasting- en uitkeringsstelsels hervormen om werken lonend te maken, de doelmatigheid van de AAMP's verbeteren en de werkorganisatie flexibeler maken. Duitsland dient tevens te zorgen voor effectieve concurrentie op de elektriciteits- en gasmarkten.

Griekenland: De regering heeft haar beleid van vermindering van het tekort voortgezet en voor 2002 wordt het begrotingsoverschot op 0,8 % van het BBP geraamd. Voor 2003 wordt gerekend op een versnelling van de economische groei. De Griekse begrotingspolitiek dient erop te worden gericht dat niet aan de inflatoire druk wordt bijgedragen, dat voor de lopende uitgaven duidelijke normen gelden, en dat de hervorming van de socialezekerheidsstelsels wordt opgevoerd. Griekenland moet tevens de pensioenrechten hervormen, onderwijs en opleiding verbeteren, voortgaan met het wegwerken van de belangrijkste verstoringen van werkgelegenheidsprikkels en het loonvormingssysteem veranderen. De deelname van het bedrijfsleven op het gebied van O&O en de verspreiding van informatietechnologie moeten worden aangemoedigd. Voorts moet de openbare administratie worden gestroomlijnd en moet daadwerkelijke concurrentie in de geliberaliseerde netwerkindustrieën worden vergroot.

Spanje: Na een vertraging wordt verwacht dat de economische bedrijvigheid in 2003 in overeenstemming met het potentieel groeit. In 2001 was de Spaanse begroting voor het eerst sedert 25 jaar in evenwicht. De regering moet haar politiek verder blijven richten op een beperking van de uitgaven en erop toezien dat de hervorming van de personenbelasting in 2003 de stabiliteit van de overheidsfinanciën op de middellange termijn niet in gevaar brengt. Voorts is een veelomvattende herziening van het pensioenstelsel noodzakelijk. Op de Spaanse arbeidsmarkt moet de hervorming van de loonvorming worden voortgezet, moet de arbeidsmobiliteit verhogen en de arbeidsparticipatie worden gestimuleerd, met name onder vrouwen. Voorts moet Spanje de administratieve lasten voor bedrijven verlichten en de concurrentie vergroten, onder andere in de geliberaliseerde telecommunicatiesector en energiesector.

Frankrijk: De economische bedrijvigheid zal herstellen in de loop van 2002. Blijkens het stabiliteitsprogramma wordt verwacht dat het begrotingstekort in 2002 1,9 % van het BBP bereikt en in 2003 verder afneemt. De nieuwe regering heeft een aanvang gemaakt met een audit van de overheidsfinanciën. De Franse regering moet ervoor zorgen dat het begrotingstekort in 2002 de referentiewaarde van 3 % van het BBP niet overschrijdt en dat toekomstige belastingverminderingen het tekort niet verder doen oplopen, opdat in 2004 nagenoeg een evenwicht kan worden bereikt. Structurele hervormingen, met name van het pensioenstelsel, zijn noodzakelijk. Frankrijk moet de recente hervormingen van de belastingen en de sociale zekerheid consolideren en toezien op de effecten van de invoering van de 35-urenweek. Frankrijk wordt aangemoedigd om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verminderen en de liberalisering van de gassector en de elektriciteitssector te bespoedigen.

Ierland: Na een economisch herstel in 2002 wordt in het vooruitzicht gesteld dat de Ierse economie in 2003 op een groeiritme van 5 à 6 % komt. In het stabiliteitsprogramma wordt voor 2002 een gering begrotingsoverschot nagestreefd en wordt voor 2003 rekening gehouden met een gering tekort. De Ierse regering moet ervoor zorgen dat de begrotingspolitiek in 2002 in grote lijnen neutraal is en dat de begroting min of meer in evenwicht is. De situatie op de arbeidsmarkt benadert waarschijnlijk volledige werkgelegenheid en Ierland moet bevorderen dat de lonen worden vastgesteld naar gelang van de ontwikkeling van de productiviteit. Ierland wordt aangemoedigd om de daadwerkelijke concurrentie in de plaatselijke sectoren voor telecommunicatie, elektriciteit, gas en vervoer te vergroten.

Italië: Verwacht wordt dat de economische bedrijvigheid in 2002 aantrekt, maar de groei zal onder de 2 % blijven en in 2003 tot 2,75 % stijgen. Voor 2002 voorziet het stabiliteitsprogramma in een begrotingstekort van 0,5 % en voor 2003 in een begrotingsevenwicht. De regering moet erop toezien dat de verbintenissen in verband met de tekortreductie worden nagekomen en dat de belastinghervorming de doelstelling van een begroting in evenwicht niet in gevaar brengt. Voorts moet de regering ervoor zorgen dat bij de hervorming van het socialezekerheidsstelsel het pensioenstelsel wordt aangepakt. Italië wordt aangemoedigd om hervormingen door te voeren om de flexibiliteit van de arbeidsmarkt te verbeteren, de sociale partners te stimuleren om bij de loonvorming beter rekening te houden met de verschillen in productiviteit, de arbeidsparticipatie te verhogen, vooral van vrouwen, en om de belastingdruk op arbeid te verlichten, vooral bij de laagbetaalden. Italië moet de effectieve concurrentie in de dienstensectoren en op de energiemarkt versterken. De administratieve lasten voor het bedrijfsleven moeten worden verlicht.

Luxemburg: Voor 2002 wordt verwacht dat het begrotingsoverschot nog verder zal dalen, en voor 2003 dat het herstel van de economische bedrijvigheid tot een bescheiden stijging van het overschot zal leiden. De regering moet proberen de lopende overheidsuitgaven binnen de perken te houden. Wat de arbeidsmarkt betreft, moet Luxemburg maatregelen nemen om de nationale arbeidsparticipatie te verhogen, vooral van oudere werknemers en van vrouwen. Voorts moet de aangekondigde hervorming van de mededingingswetgeving worden uitgevoerd. De administratieve lasten voor het bedrijfsleven moeten worden verlicht.

Nederland: Voor 2002 wordt economische groei van 1,5 % verwacht en voor 2003 van 2,75 %. Verwacht wordt dat de begroting in 2002 in evenwicht zal zijn en in 2003 een klein tekort kan vertonen. Nederland moet ervoor zorgen dat het begrotingsbeleid in 2002 niet bijdraagt tot de inflatoire druk en een verslechtering van het begrotingssaldo in 2003 voorkomen. De arbeidsmarkt blijft het zeer goed doen. De regering moet arbeid financieel lonend maken door het uitkeringenstelsel te wijzigen en de hervorming van de arbeidsongeschiktheidsregeling af te ronden. Nederland moet investeringen in O&O in de hand werken en belemmeringen voor de concurrentie in de dienstensectoren opheffen.

Oostenrijk: Verwacht wordt dat het voorspelde economische herstel in 2003 zal leiden tot een weinig van het potentieel verschillende groei van 2,5 %. Blijkens het stabiliteitsprogramma wordt verwacht dat de Oostenrijkse begroting in 2002 en 2003 in evenwicht zal zijn Om deze doelstelling te bereiken zal de regering bezuinigingen op structurele uitgaven moeten doorvoeren, in het bijzonder op het niveau van de lagere overheden. De voorgenomen verlaging van de belastingdruk mag het evenwicht van de begroting niet in gevaar brengen. Het pensioenstelsel moet worden herzien. De resultaten van de arbeidsmarkt blijven zeer bevredigend. De regering moet de verspreiding van informatie- en communicatietechnologie en investeringen in O&O bespoedigen en de administratieve lasten voor de bedrijven verlichten.

Portugal: Verwacht wordt dat de economische groei in 2002 op 1,5 % uitkomt en in 2003 op 2,25 %. Het Portugese begrotingstekort is in 2001 opgelopen en heeft het streefcijfer van 1,1 % ruim overschreden. De Portugese regering heeft zich verbonden tot naleving van de referentiewaarde van 3 % van het BBP en zal ernaar streven de begroting in 2004 in evenwicht te brengen. De nieuwe regering heeft in mei 2002 een gewijzigde begroting aangenomen. Het begrotingsbeleid moet erop gericht zijn dat de referentiewaarde van 3 % van het BBP voor het overheidstekort van 2002 niet wordt overschreden en dat in 2004 een begroting wordt bereikt die nagenoeg in evenwicht is. Om deze doelstelling te verwezenlijken, zijn maatregelen vereist in aanvulling op de maatregelen die werden opgenomen in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van 2001. Tevens moet de pensioenhervorming worden voortgezet en moeten de uitgaven voor de gezondheidszorg worden ingeperkt. Om de gunstige arbeidsmarktsituatie te behouden, moet Portugal onderwijs en opleiding verbeteren, toezien op de loonontwikkelingen en de arbeidsmarktinstellingen moderniseren. Voorts moet de regering investeringen in O&O stimuleren en de concurrentie vergroten, met name in de energiesector.

Finland: De verwachting voor Finland luidt dat de economische bedrijvigheid weer zal opleven in 2002-2003. Volgens de ramingen is het begrotingsoverschot verminderd. Het begrotingsbeleid moet erop gericht zijn dat afwijkingen van betekenis van de uitgavenrichtsnoeren op de middellange termijn worden vermeden, de begrotingsdiscipline op het niveau van de lokale overheden wordt verbeterd, en de hervorming van het pensioenstelsel met het oog op de vergrijzing van de Finse bevolking wordt voortgezet. Om de werkloosheidsgraad omlaag te brengen, en met name het niveau van de structurele werkloosheid, moet Finland ervoor zorgen dat werk lonend is, de doelmatigheid van actieve arbeidsmarktprogramma's vergroten en deze heroriënteren op de langdurige werkloosheid. De Finse regering moet voorts de oprichting van bedrijven vergemakkelijken, de concurrentie in de openbare dienstensector versterken en de toepassing van het communautair mededingingsrecht hervormen.

Zweden: Verwacht wordt een economische groei van 1,7 % in 2002 en 2,8 % in 2003. De regering verwacht voor deze twee jaren een begrotingsoverschot van 1,8 % van het BBP. Om de doelstelling van een gemiddeld begrotingsoverschot van 2 % op de volledige conjunctuurcyclus te bereiken, zal Zweden in 2002 de strategie van verlaging van de belastingen moeten voortzetten en tegelijkertijd vasthouden aan het uitgavenmaximum en de uitgaven streng onder controle houden. Om de toestand op de arbeidsmarkt te verbeteren, moet Zweden verder werk maken van de hervorming van de belasting- en uitkeringsstelsels en de doeltreffendheid van de actieve arbeidsmarktprogramma's verbeteren. Voorts moet de Zweedse regering de concurrentie op het gebied van de openbare dienstverlening stimuleren.

Verenigd Koninkrijk: Voor 2002 wordt een economische groei van 2 % verwacht. Volgens de prognoses van het convergentieprogramma ruimen de begrotingsoverschotten van de vorige jaren plaats voor een begrotingstekort van ongeveer 1 % van het BBP voor het begrotingsjaar 2002-2003 en de daaropvolgende jaren. Een daling van de schuldquote tot 36,3 % wordt tegen 2006-2007 in het vooruitzicht gesteld. Het Verenigd Koninkrijk moet ruimte bieden voor een toename van de overheidsinvesteringen en een verslechtering van de overheidsfinanciën voorkomen. Om de dynamiek van de arbeidsmarkt te waarborgen, moet het Verenigd Koninkrijk de actieve maatregelen intensiveren die gericht zijn op personen die het kwetsbaarst zijn voor werkloosheid, en de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregelingen hervormen. De regering moet de concurrentie in specifieke sectoren verbeteren en de aangekondigde infrastructuurinvesteringen bij de spoorwegen uitvoeren.

4) TOEPASSINGSMAATREGELEN

5) VERDERE WERKZAAMHEDEN

Mededeling van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid 2002 [COM(2003) 4 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

De mededeling bevat een algemene beoordeling en een beoordeling per lidstaat van de tenuitvoerlegging van de beleidsaanbevelingen uit de GREB 2002.

BALANS VAN HET MACRO-ECONOMISCH BELEID

Economische groei en inflatie. De versnelling van het economisch herstel zette in 2002 niet door. Ondanks de geringe economische groei (geraamd op minder dan 1%) breidde de werkgelegenheid zich verder uit. Daarentegen vertoonde de algemene inflatie vrijwel geen afname en verschilt zij nog steeds per lidstaat. Volgens Eurostat bedroeg de invloed van de overschakeling op de euro op de inflatie in de eurozone in de eerste helft van 2002 slechts 0 tot 0,2%.

Rentevoet. Het monetair beleid van de ECB is voor het grootste deel van 2002 ongewijzigd gebleven. In december heeft de ECB dankzij de daling van het inflatierisico haar rentetarieven met 0,5% verlaagd.

Kwaliteit en houdbaarheid van openbare financiën. Onder invloed van de automatische stabilisatoren is de begrotingssituatie duidelijk verslechterd. In sommige lidstaten was dit bovendien te wijten aan een discretionaire versoepeling van het begrotingsbeleid. In sommige lidstaten die nog steeds een hoog structureel tekort hebben, is de voortgang naar een sluitende of positieve begroting tot stilstand gekomen of omgeslagen, waardoor de Commissie maatregelen moest nemen in het kader van het stabiliteits- en groeipact en het Verdrag. De houdbaarheid van de openbare financiën op langere termijn is in de meeste lidstaten verre van verzekerd (vooral in België, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Portugal).

Arbeidsmarkt. De arbeidsmarkten vertoonden in 2002 vrij goede resultaten gezien de zwakke economische groei, hetgeen blijkt uit de voortdurende uitbreiding van de werkgelegenheid. De werkloosheid in de EU is met 0,2% slechts licht gestegen tot 7,6% van de beroepsbevolking. Het tempo van de arbeidsmarkthervormingen bleef echter traag. De meeste lidstaten hebben enige vooruitgang geboekt bij de aanpassing van de belasting- en uitkeringsstelsels om arbeid lonender te maken, maar de maatregelen waren over het algemeen onsamenhangend.

Productmarkten. De vooruitgang bij de totstandbrenging van de interne markt was vorig jaar teleurstellend. Slechts vijf lidstaten halen het streefcijfer van een omzettingstekort van 1,5% of minder. Bovendien is het aantal inbreukprocedures nog te hoog. Daarentegen zijn vorderingen geboekt bij de versterking van de concurrentie- en regelgevingsautoriteiten en heeft de dalende tendens bij de staatssteun zich in de meeste lidstaten voortgezet. De liberalisatie van de sectoren telecommunicatie en energie begint voor de consumenten vruchten af te werpen. Maar over het algemeen is er in de netwerkindustrieën nog steeds sprake van onvoldoende concurrentie.

Kapitaalmarkten. Bij de integratie van de financiële markten zijn bemoedigende vorderingen gemaakt en de doelstellingen van de Europese Raad van Barcelona zullen grotendeels worden gehaald. De grensoverschrijdende coördinatie van het financiële toezicht kan nog worden verbeterd.

Ondernemerschap. In alle lidstaten is de regelgeving verbeterd. Sommige lidstaten hebben maatregelen genomen om de tijd en de kosten voor de oprichting van een nieuw bedrijf te verminderen, de administratieve formaliteiten te verlichten, de concurrentie te stimuleren en de doelmatigheid van de openbare sector te vergroten. Alle lidstaten hebben vooruitgang geboekt bij de tenuitvoerlegging van het Europees handvest voor kleine bedrijven.

Kennismaatschappij. De EU haalt de VS geleidelijk in wat betreft het gebruik van ICT, maar de achterstand op het gebied van octrooien en bedrijfs-O&O blijft groot en houdt aan. Het gebruik van internet is verder toegenomen.

Duurzame ontwikkeling. Er zijn verschillende maatregelen genomen, waaronder een verhoging van de belastingen op het energieverbruik (castellanodeutschenglishfrançais), terwijl andere maatregelen gericht zijn op milieubescherming. Vooruitgang werd geboekt naar de aanneming van het voorstel van de Commissie over een Europees systeem voor de verhandeling van uitstootrechten ( (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR)).

BEOORDELING PER LIDSTAAT

België. België is erin geslaagd een evenwichtige begrotingssituatie te handhaven. Ook is er vooruitgang geboekt op de arbeidsmarkt (behalve bij de bevordering van de geografische mobiliteit) en de productmarkten, en bij de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij.

Denemarken. Denemarken wordt aangemerkt als één van de lidstaten die de landenspecifieke onderdelen van de GREB 2002 het best ten uitvoer hebben gelegd. Er zijn met name vorderingen gemaakt op het gebied van de overheidsfinanciën en de productenmarkt en bij de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij.

Duitsland. De Bondsrepubliek heeft bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen, met name op het gebied van de overheidsfinanciën, maar weinig vooruitgang geboekt (Duitsland heeft de in het Verdrag vastgelegde drempel van 3% voor het overheidstekort overschreden). Ook bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen voor de arbeidsmarkt zijn weinig vorderingen gemaakt. Daarentegen is er wel sprake van enige vooruitgang bij de productmarkten, het ondernemerschap en de kenniseconomie.

Griekenland. Griekenland heeft vooruitgang geboekt op het gebied van de overheidsfinanciën, waaronder een bescheiden hervorming van het pensioenstelsel, en op het gebied van de arbeidsmarkt. Op de productmarkten en bij de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij valt ook enige vooruitgang te constateren.

Spanje. Op het gebied van de overheidsfinanciën is enige vooruitgang geboekt: de Spaanse begroting is in evenwicht gebleven. Op de arbeidsmarkt zijn enige vorderingen gemaakt, alsmede op het gebied van de productmarkten en bij de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de invoering van nieuwe technologieën in ondernemingen.

Frankrijk. Het land heeft slechts weinig voortgang gemaakt met de sanering van de overheidsfinanciën. Daarentegen zijn bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen voor de arbeidsmarkt enige vorderingen gemaakt. Zo zijn meer in het bijzonder maatregelen genomen om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verminderen en het gebruik van internet te bevorderen.

Ierland. Bij de overheidsfinanciën is enige vooruitgang geboekt hoewel het begrotingsbeleid expansiever is geweest dan voorzien. Op de arbeidsmarkt zijn maatregelen genomen om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Bij de opvolging van de aanbevelingen voor de productmarkten, het ondernemerschap en de kenniseconomie is vooruitgang geboekt, zoals de toegenomen concurrentie in de netwerkindustrieën.

Italië. De vooruitgang op het gebied van de overheidsfinanciën was beperkt. Bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen voor de arbeidsmarkt zijn daarentegen enige vorderingen gemaakt. Op de andere gebieden zijn maatregelen genomen om de administratieve lasten te verlichten, de concurrentie te vergroten en het gebruik van nieuwe technologieën aan te moedigen.

Luxemburg. Luxemburg heeft vorderingen gemaakt op het gebied van de overheidsfinanciën en de arbeidsmarkt. Op het gebied van de productmarkten, de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij is geen vooruitgang van betekenis geboekt, maar er zijn maatregelen genomen om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlichten.

Nederland. Nederland heeft enige vooruitgang geboekt bij de overheidsfinanciën en op de arbeidsmarkt, met name dankzij maatregelen die arbeid financieel aantrekkelijker maken. Ook zijn er stappen ondernomen om de concurrentie in sommige dienstensectoren in de hand te werken en om het gebruik van informatietechnologieën te bevorderen.

Oostenrijk. Op het stuk van de overheidsfinanciën waren de vorderingen van het land beperkt: het wist in 2002 geen begrotingsevenwicht te bewerkstelligen. Ook op de arbeidsmarkt was de vooruitgang beperkt. Daarentegen is wel vooruitgang geboekt op het gebied van de productmarkten, de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij. Voorts zijn er extra middelen uitgetrokken voor onderzoek en zijn de administratieve lasten verlicht.

Portugal. Portugal heeft vooruitgang geboekt op het gebied van de overheidsfinanciën en het overheidstekort is in 2002 duidelijk teruggelopen. Op de arbeidsmarkt kan enige vooruitgang worden geconstateerd met de tenuitvoerlegging van de nieuwe nationale strategie voor een leven lang leren. Portugal heeft ook vorderingen gemaakt op het gebied van onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, het gebruik van nieuwe technologieën en de concurrentie in de netwerkindustrieën.

Finland. Finland heeft een aantal vorderingen gemaakt op het gebied van de overheidsfinanciën. De reële uitgaven van de centrale overheid overschreden echter het oorspronkelijke streefcijfer. Bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen voor de arbeidsmarkt is vooruitgang geboekt, met name met de verlichting van de belastingdruk op de lage en middeninkomens. Bij de opvolging van de aanbevelingen voor de productmarkten, het ondernemerschap en de kenniseconomie is slechts weinig vooruitgang geboekt.

Zweden. Het land heeft bevredigende vooruitgang geboekt op het gebied van de overheidsfinanciën met comfortabele overschotten. De maatregelen ten aanzien van de arbeidsmarkt zijn in overeenstemming met de aanbevelingen. Er is enige vooruitgang geboekt op de andere gebieden, met name dankzij maatregelen ter vergroting van de concurrentie in de verschillende sectoren.

Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk heeft vooruitgang geboekt bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen voor de overheidsfinanciën, en de investeringen zijn conform de aanbevelingen toegenomen. De maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt hebben de inzetbaarheid verbeterd. Wat de productmarkten, de bevordering van het ondernemerschap en de kennismaatschappij betreft, zijn de vorderingen bevredigend, met name op het gebied van de concurrentie.

 
Laatste wijziging: 25.03.2003
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven