RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Toezicht op begrotingsbeleid

Met deze verordening wordt toezicht op en coördinatie van het begrotingsbeleid van de lidstaten beoogd. Het gaat om preventieve maatregelen bedoeld om de begrotingsdiscipline te waarborgen die nodig is voor de goede werking van de Europese Unie. De verordening heeft niet alleen betrekking op de lidstaten die de euro al hebben aangenomen, maar ook op de lidstaten die er nog niet aan deelnemen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Deze verordening vormt het preventieve luik van het stabiliteits- en groeipact. Zij voorziet in toezicht op en coördinatie van het begrotingsbeleid van de lidstaten om op preventieve wijze de begrotingsdiscipline binnen de Europese Unie te waarborgen.

Hiertoe voorziet de verordening in een Europees semester aan het begin van ieder jaar om de lidstaten te helpen een gezond begrotingsbeleid op te stellen. De lidstaten dienen bij de Commissie stabiliteitsprogramma’s in (voor de eurolanden) en convergentieprogramma's (voor de landen die niet tot de eurozone behoren) waarin ze een budgettaire doelstelling op middellange termijn formuleren. Deze programma’s worden door de Commissie beoordeeld en de Raad formuleert voor elke lidstaat afzonderlijk aanbevelingen over de programma’s.

Europees semester voor coördinatie van economisch beleid

Het Europees semester is een periode van zes maanden waarin het begrotingsbeleid van de lidstaten wordt onderzocht.

Aan het begin van het semester identificeert de Raad de grote economische uitdagingen voor de Europese Unie en geeft de lidstaten strategische aanwijzingen voor het te volgen beleid.

Na en op basis van deze aanwijzingen formuleren de lidstaten:

Aan het eind van het Europees semester en na beoordeling van de programma’s doet de Raad aanbevelingen voor elke lidstaat. De Raad geeft op deze manier, rekening houdend met het advies van de Commissie, een beoordeling aan de lidstaten alvorens ze hun definitieve begroting voor het volgende jaar opmaken.

Begrotingsdoelstellingen op middellange termijn

Elk land heeft voor zijn begrotingspositie een structureel omschreven middellangetermijndoelstelling. De middellangetermijndoelstellingen lopen van land tot land uiteen: hoe hoger de schuld en de geschatte kosten van de vergrijzing, hoe strenger de doelstellingen.

Voor de lidstaten die tot de eurozone behoren en voor de lidstaten die deelnemen aan het wisselkoersmechanisme (WKM 2), bevinden de middellangetermijndoelstellingen zich boven ‑1 % van het BBP. De middellangetermijndoelstelling van een lidstaat kan bij grote structurele hervormingen worden bijgesteld, of om de drie jaar, wanneer prognoses worden gepubliceerd die het mogelijk maken om de geschatte kost van de vergrijzing te herzien.

Multilateraal toezicht: de stabiliteits- en convergentieprogramma's

De stabiliteits- en convergentieprogramma's vormen de basis voor het multilateraal toezicht van de Raad van de EU. Dit toezicht, overeenkomstig artikel 121 van het verdrag betreffende de werking van de EU, moet in een vroegtijdig stadium het ontstaan van buitensporige tekorten bij de overheidsadministraties voorkomen en moet de coördinatie van het economisch beleid bevorderen.

Iedere deelnemende lidstaat dient bij de Raad van de EU en de Commissie een stabiliteitsprogramma (voor de eurolanden) of convergentieprogramma (voor de landen buiten de eurozone) in.

De stabiliteits- of convergentieprogramma's omvatten:

  • de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn en het aanpassingstraject met het oog op het bereiken van die doelstelling, het saldo van de overheden in percentage van het BBP, de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, de groeiverwachtingen voor overheidsuitgaven, de groeiverwachtingen voor overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, en een rekenkundige beoordeling van de discretionaire maatregelen die zijn voorzien inzake ontvangsten. Bovendien moeten in het convergentieprogramma de middellangetermijndoelstellingen voor het monetair beleid en de relatie tussen deze doelstellingen en de prijs- en wisselkoersstabiliteit worden behandeld;
  • informatie over de impliciete verplichtingen die verband houden met de vergrijzing en over niet in de balans opgenomen verplichtingen (zoals overheidswaarborgen) die mogelijk een grote weerslag zouden hebben op de overheidsuitgaven;
  • informatie over de mate van overeenstemming van de programma’s met de globale richtsnoeren voor het economische beleid en de nationale hervormingsprogramma’s;
  • de belangrijkste veronderstellingen omtrent de verwachte economische ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s (groei, werkgelegenheid, inflatie en andere belangrijke variabelen);
  • een gedetailleerde beoordeling van de budgettaire en andere geplande of vastgestelde maatregelen van het economisch beleid die van belang zijn om de doelstellingen van het programma te bereiken, zoals grote structurele hervormingen;
  • een analyse van de mogelijke gevolgen van wijzigingen in de belangrijkste economische veronderstellingen voor de begrotings- en de schuldsituatie;
  • in voorkomend geval, de redenen waarom wordt afgeweken van het aanpassingstraject richting begrotingsdoelstelling op middellange termijn.

De stabiliteits- en convergentieprogramma's worden elk jaar in de maand april ingediend. Zij worden door de lidstaten openbaar gemaakt.

Onderzoek van de stabiliteits- en convergentieprogramma's

Op basis van de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluaties onderzoekt de Raad de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen die de lidstaten in hun programma’s voorstellen. Ze gaat met name na:

  • of de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling gebaseerd is op realistische economische veronderstellingen;
  • of de genomen of geplande maatregelen volstaan om de begrotingsdoelstelling te bereiken;
  • of de betrokken lidstaat bij de beoordeling van het aanpassingstraject een jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo nastreeft;
  • of de jaarlijkse toename van de overheidsuitgaven van de betrokken lidstaat niet te hoog is, d.w.z., niet hoger dan een referentiewaarde voor de middellange termijn.

Bij zijn evaluaties houdt de Raad rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen, en met name pensioenhervormingen.

De Raad onderzoekt het stabiliteitsprogramma binnen ten hoogste drie maanden na de indiening ervan. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad advies uit over het programma en kan hij de betrokken lidstaat verzoeken zijn programma aan te passen als hij van mening is dat de doelstellingen en de inhoud ervan moeten worden aangescherpt.

Een buitensporig tekort vermijden: mechanisme van vroegtijdige waarschuwingen

In het kader van het multilaterale toezicht volgt de Raad de uitvoering van de stabiliteits- en convergentieprogramma's op basis van de door de deelnemende lidstaten verstrekte gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluatie.

Als de Commissie een significante afwijking vaststelt ten aanzien van de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling of ten aanzien van het aanpassingstraject dat tot de verwezenlijking van deze doelstelling moet leiden, dan richt zij een waarschuwing tot de betrokken lidstaat. Als de situatie na een maand ongewijzigd is gebleven, bezorgt de Raad het betrokken land aanbevelingen om te voorkomen dat er een buitensporig tekort ontstaat ("systeem van vroegtijdige waarschuwingen", artikel 121, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de EU).

De door de Raad aangenomen aanbevelingen kunnen publiek worden gemaakt.

Context

Het stabiliteits- en groeipact is een geheel van regels die zorgen voor economisch en budgettair toezicht op Europees niveau. Het doel is de economische en financiële stabiliteit van de EU te verzekeren.

De lidstaten moeten derhalve een gezond begrotingsbeleid voeren om te voorkomen dat er buitensporige overheidstekorten ontstaan die de economische en financiële stabiliteit van de EU in gevaar zouden kunnen brengen.

In 2011 onderging het stabiliteits- en groeipact een grondige herziening. De nieuwe maatregelen die werden aangenomen vormen een belangrijke stap in het verwezenlijken van begrotingsdiscipline, het bevorderen van economische stabiliteit en het voorkomen van een nieuwe crisis in de Europese Unie.

Het stabiliteits- en groeipact verenigt zes wetgevende besluiten die op 13 december 2011 van kracht zijn gegaan:

  • Verordening (EU) nr. 1173/2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied;
  • Verordening (EU) nr. 1174/2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied;
  • Verordening (EU) nr. 1175/2011 tot wijziging van de huidige verordening over toezicht op begrotingssituaties;
  • Verordening (EU) nr. 1176/2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden;
  • Verordening (EU) nr. 1177/2011 tot wijziging van de procedure bij buitensporige tekorten;
  • Richtlijn nr. 2011/85/EU tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum van omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1466/97

1.7.1998

PB L 209 van 2.8.1997

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum van omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1055/2005

27.7.2005

PB L 174 van 7.7.2005

Verordening (EU) nr. 1175/2011

13.12.2011

PB L 306 van 23.11.2011

 
Laatste wijziging: 06.01.2012

Zie ook

Nadere informatie is te vinden op de website van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven