RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Nieuw rechtskader voor betalingen

Met deze richtlijn wordt beoogd een geharmoniseerd rechtskader voor betalingsdiensten tot stand te brengen. De richtlijn vervangt dus de in de zevenentwintig lidstaten geldende nationale voorschriften door een samenstel van regels dat binnen de gehele interne markt van toepassing.

BESLUIT

Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Doel van deze richtlijn is een rechtskader tot stand te brengen dat noodzakelijk is om te komen tot een eengemaakte betaalmarkt waarop geen belemmeringen meer bestaan voor de toetreding van nieuwe dienstaanbieders. Daarnaast beoogt de richtlijn de concurrentie in de hand te werken en gebruikers een ruimere keuze te bieden. Verder wordt een hoog niveau van bescherming gewaarborgd door de vaststelling van informatievereisten en de respectieve rechten en plichten van betalingsdienstgebruikers en -aanbieders.

Toepassingsgebied

De richtlijn is gericht tot betalingsdienstaanbieders die binnen de Gemeenschap gevestigd zijn en is van toepassing op betalingen in euro of in andere nationale munteenheden van de Europese Unie (EU). De richtlijn is niet van toepassing op betalingstransacties in contanten of met papieren cheques. Ook kredietverlening door betalingsinstellingen valt niet onder de richtlijn, behalve wanneer de kredieten nauw verband houden met betalingsdiensten.

De richtlijn onderscheidt zes categorieën betalingsdienstaanbieders:

  • kredietinstellingen (in de zin van de richtlijn betreffende de toegang tot de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen), met inbegrip van bijkantoren en kredietinstellingen die hun hoofdkantoor binnen dan wel buiten de EU hebben;
  • de postcheque- en girodiensten die betalingsdiensten aanbieden;
  • instellingen voor elektronisch geld (in de zin van de richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het prudentiële toezicht op instellingen voor elektronisch geld);
  • betalingsinstellingen (natuurlijke of rechtspersonen aan wie vergunning is verleend om als dusdanig op te treden);
  • de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit;
  • de lidstaten en hun regionale en lokale overheden wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van overheidsinstantie.

Voorwaarden voor het verlenen van een vergunning

De activiteit van betalingsdienstverlener mag pas na voorafgaande toestemming worden uitgeoefend. De vergunningsaanvragen moet bij de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst worden ingediend. Vergunningen worden uitsluitend verleend aan rechtspersonen met een vestiging in een lidstaat. De vergunningsaanvraag moet samen met een uitvoerige lijst van informatie worden ingediend, onder andere over het programma van de werkzaamheden, het bedrijfsplan, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controlemechanismen; de procedures voor risicobeheer en de organisatiestructuur.

Om voor een vergunning in aanmerking te komen moet de betalingsinstelling over solide governancesystemen beschikken. Bovendien kunnen de bevoegde autoriteiten weigeren een vergunning te verlenen indien zij niet overtuigd zijn van de geschiktheid van de aandeelhouders of vennoten die een gekwalificeerde deelneming bezitten.

De richtlijn stelt vast dat de betalingsinstelling bij de vergunningsverlening over een aanvangskapitaal moet beschikken en altijd over voldoende eigen middelen moet beschikken, waarbij de hoogte van het aanvangskapitaal afhankelijk is van het soort betalingsdiensten dat de instelling verleent.

De vergunning stelt de betrokken betalingsinstelling in staat overal in de Gemeenschap betalingsdiensten aan te bieden, zowel door middel van het vrij verrichten van diensten, als door middel van vrijheid van vestiging. Iedere intrekking van een vergunning moet, met redenen omkleed, worden medegedeeld aan de belanghebbenden en openbaar worden gemaakt.

Een vergunning als betalingsinstelling is geldig in alle lidstaten en wordt ingeschreven in een communautair register dat regelmatig wordt bijgewerkt en online toegankelijk is.

Bevoegde autoriteiten

De lidstaten moeten bevoegde autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de uitoefening van toezicht op betalingsinstellingen. Deze autoriteiten moeten overheidsinstanties zijn, dan wel lichamen die zijn erkend bij de nationale wetgeving of door overheidsinstanties die daartoe zijn gemachtigd en onafhankelijk van economische organisaties zijn. De bevoegde autoriteiten moeten met elkaar samenwerken en zijn gebonden aan het beroepsgeheim.

Zij zijn onder meer gerechtigd om van de betalingsinstelling de gegevens te verlangen die zij nodig hebben voor hun controle; aanbevelingen, richtsnoeren en bindende administratieve maatregelen uit te vaardigen; de vergunning op te schorten of in te trekken en sancties uit te spreken tegen de betalingsinrichtingen.

Eisen inzake transparantie en informatieverschaffing

De richtlijn voert duidelijke en beknopte informatievereisten in voor alle betalingsdienstaanbieders, zowel voor degenen die eenmalige betalingstransacties verrichten als voor degenen die betalingstransacties verrichten die vallen onder een raamcontract (dat betrekking heeft op een reeks betalingstransacties).

In de richtlijn wordt met name het volgende vastgelegd:

  • de vooraf mee te delen voorwaarden (respectieve plichten en aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker, kosten, informatie betreffende het toepasselijk recht, klachten- en verhaalsprocedures enz.);
  • de op verzoek van de betalingsdienstgebruiker vóór de uitvoering van een betalingstransactie te verstrekken informatie (uitvoeringstermijn, provisies en kosten);
  • de na de uitvoering van een betalingstransactie aan de betaler te verstrekken informatie (de referentie van de transactie en van de begunstigde, het totaalbedrag van de betalingstransactie en het bedrag van de provisies en kosten, alsook de gehanteerde wisselkoers);
  • de na ontvangst van de geldmiddelen aan de begunstigde te verstrekken informatie (de referentie van de betaler, het totaalbedrag aan overgemaakte geldmiddelen, het bedrag van alle in rekening gebrachte provisies en kosten, alsook de wisselkoers).

Rechten en plichten van betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders

De richtlijn bevat onder meer de volgende voorschriften betreffende de rechten en plichten van betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders:

  • een uitvoeringstermijn van één werkdag: indien de betaling wordt verricht in euro of in de valuta van een lidstaat buiten de eurozone en indien de betaling slechts één valutawissel inhoudt tussen de euro en de officiële valuta van een lidstaat die geen deel uitmaakt van de eurozone, moet het bedrag van de betalingsopdracht uiterlijk aan het einde van de eerste werkdag volgende op het tijdstip van aanvaarding op de betaalrekening van de begunstigde zijn gecrediteerd. Tijdens een overgangsperiode die loopt tot 1 januari 2012, kunnen de betaler en zijn betalingsdienstaanbieder een andere termijn overeenkomen, die echter niet langer mag zijn dan drie dagen;
  • aansprakelijkheid van de betalingsdienstaanbieder bij niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering van een betalingstransactie. Indien de betalingstransactie binnen de grenzen van het grondgebied van de EU wordt verricht, berust de risicoaansprakelijkheid bij de betalingsdienstaanbieder;
  • aansprakelijkheid van de betalingsdienstgebruiker bij frauduleus gebruik van een betaalinstrument (beperkt tot 150 euro). Deze regel geldt evenwel niet voor betalingsdienstgebruikers die ondernemingen zijn;
  • invoering van het beginsel van de uitvoering voor het volledige bedrag: volgens dit beginsel moet het volledige bedrag dat op de betalingsopdracht is vermeld, zonder aftrekken, op de rekening van de begunstigde wordt gecrediteerd;
  • voorwaarden voor terugbetaling in geval van een toegestane betalingstransactie die niet toegestaan had moeten worden;
  • voorwaarden voor herroeping op grond waarvan een betalingsdienstgebruiker een betaling kan weigeren die hem per vergissing wordt aangeboden. De betalingsdienstaanbieder is daarbij gehouden het bewijs te leveren dat de betalingstransactie is geauthenticeerd, juist is geregistreerd, is geboekt en niet door een technische storing of enig ander falen is beïnvloed.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Richtlijn 2007/64/EG

25.12.2007

1.11.2009

L 319 van 5.12.2007

Wijzigingsbesluit(en) Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Richtlijn 2009/111/EG

7.12.2009

31.10.2010

L 302 van 17.11.2009

Laatste wijziging: 02.07.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven