RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Balans van de invoering van de chartale euro

In deze mededeling maakt de Commissie een gedetailleerde balans op van de invoering van eurobankbiljetten en -munten en geeft zij een samenvatting van de uitslag van de eurobarometer-enquêtes over de mening van burgers en ondernemingen over de omschakeling op de euro.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad - Balans van de invoering van de chartale euro [COM(2002) 124 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

De invoering van de chartale euro is de grootste geldwisseloperatie van de geschiedenis geweest. Er zijn meer dan 15 miljard bankbiljetten en 51 miljard muntstukken geproduceerd en omgewisseld tegen de 9 miljard nationale bankbiljetten en de 107 miljard nationale muntstukken die op dat moment in omloop waren. De operatie, die zich grotendeels heeft voltrokken tussen begin september 2001 en eind februari 2002, is probleemloos verlopen en kan dus worden beschouwd als een groot succes.

Dit grote succes is deels te danken aan een perfecte coördinatie tussen de instellingen. De Europese Commissie heeft door haar aanbevelingen en voorstellen de activiteiten van de deelnemende lidstaten gestimuleerd en gecoördineerd. Zij heeft euroteams opgezet van de nationale overheden en van de directeuren Communicatie van de Ministeries van Financiën. De Commissie is ook opgetreden als informatiepunt. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft op zijn beurt op efficiënte wijze de activiteiten van de nationale centrale banken gecoördineerd. Een soepele invoering van de euro was alleen mogelijk met de deelneming van financiële instellingen, winkels, de politie, geldtransporteurs en vooral van Europese burgers, wier medewerking onontbeerlijk was voor een goed verloop van de operatie. De Commissie, de ministeries, de banken en de beroepsverenigingen hebben tussen 1996 en 2001 meer dan een half miljard euro uitgegeven aan voorlichtingscampagnes voor de burger.

De invoering van eurobiljetten en -muntstukken en het uit circulatie nemen van nationaal geld zijn dankzij de goede organisatie sneller gegaan dan aanvankelijk was voorzien. Na de eerste week van januari werd het merendeel van de contante betalingen reeds in euro's uitgevoerd, en na de tweede week was er nog maar weinig nationaal geld in omloop.

Het verloop van de operaties

Balans van de bevoorrading vooraf van de banken en de bevoorrading vooraf van de winkels door de banken. Door middel van de bevoorradingsoperatie van banken en vervolgens van winkels door banken, konden banken en winkels vanaf half september 2001 de eerste munten en bankbiljetten in huis krijgen. De lidstaten mochten zelf de startdatum bepalen. Tot 31 december is 132,1 miljard euro onder de banken verspreid, hetgeen gelijkstaat aan 21 % van de totale productie van bankbiljetten. Van de munten is tussen september en december meer dan 73 % van de totale productie onder de banken verspreid, maar op dit punt waren er grote verschillen tussen de lidstaten. Al deze operaties zijn probleemloos verlopen.

Bevoorrading. In verschillende landen is de bevoorrading van winkels door de banken in september begonnen. Van de aan bedrijven geboden mogelijkheid om een kleine hoeveelheid geld in huis te halen teneinde het winkelpersoneel op te leiden, is weinig gebruik gemaakt. Over het geheel genomen kan worden gesteld dat de 2,8 miljoen winkels in de eurozone op zeer uiteenlopende wijze hebben deelgenomen aan de bevoorradingsoperaties: terwijl bijna alle Ierse winkels voorzien waren van euro's, was dit slechts voor 10 % van de Italiaanse winkels het geval. Gemiddeld hebben de banken slechts 9 % van de totale waarde van door hen ontvangen bankbiljetten onder de winkels verspreid. Voor de muntstukken lag dit percentage iets gunstiger. Opvallend is dat de resultaten beter waren in de lidstaten die stimuleringsmaatregelen hebben getroffen of logistieke beperkingen hebben opgeheven (Duitsland, Ierland, Nederland en Oostenrijk).

Munten. De burgers zijn vanaf half december in de gelegenheid gesteld om minikits met munten aan te schaffen om alvast te wennen aan de nieuwe geldstukken. Deze kits varieerden per land in waarde en zijn met groot enthousiasme ontvangen. Er zijn meer dan 150 miljoen minikits verkocht. Hoewel sommigen vooraf anders vreesden, hebben de burgers het verbod om de munten vóór 1 januari te gebruiken uitstekend nageleefd. Er zijn slechts enkele incidentele gevallen geregistreerd van gebruik in automaten.

De totaalbalans van de bevoorrading vooraf laat zien dat er 6 miljard biljetten (40 % van de productie) en 37,5 miljard munten (73,5 % van de productie) zijn verspreid. Het succes van de bevoorrading vooraf is doorslaggevend geweest voor de snelheid waarmee in 2002 de betalingen in euro's op gang zijn gekomen.

De verspreiding van de biljetten en munten in januari 2002. De verspreiding van de nieuwe biljetten en muntstukken heeft voornamelijk plaatsgevonden via opnames bij geldautomaten en aan de loketten van financiële instellingen, en door de teruggave van wisselgeld in winkels. Op 1 januari 2002 bevatte gemiddeld 80 % van de geldautomaten eurobiljetten. Op 4 januari waren bijna alle automaten aangepast. In technisch opzicht is de operatie zeer goed verlopen, enkele problemen in Italië en Finland daargelaten. Het aantal geldopnames was gedurende de eerste dagen zeer hoog als gevolg van het enthousiasme en de nieuwsgierigheid van de burgers, en was na twee weken terug op het normale niveau. Er zijn geen problemen geconstateerd met het bijvullen van de geldautomaten.

9. Omwisselen van de oude nationale munten. Gedurende de eerste tien dagen van januari ontstonden er lange wachtrijen bij de banken omdat veel burgers naar het loket gingen om hun oude nationale munten en biljetten om te wisselen of om euro's op te nemen. In sommige landen overtrof de verspreiding via bankloketten die via geldautomaten. In Duitsland, Spanje en Luxemburg waren de banken zelfs op 1 januari open.

Rol van de winkeliers. Omdat winkeliers geen wisselgeld mochten geven in de oude nationale munteenheid, waren zij genoodzaakt veel meer geld in kas te hebben dan gewoonlijk. De meeste winkeliers hebben zich goed aan deze regel gehouden. Gedurende de eerste week leverde de bevoorrading van winkels met eurobiljetten en -munten spanningen op, aangezien veel klanten bij het afrekenen van hun aankopen grote coupures aanboden. Langere wachtrijen waren hiervan het onvermijdelijke gevolg. De 7585 geldtransportwagens die actief waren in de eurozone, hebben in die dagen op maximale capaciteit moeten werken. Over het geheel genomen zijn slechts incidenteel tekorten opgetreden van bepaalde munt- of biljetgrootten. De centrale banken van de lidstaten zijn elkaar waar nodig te hulp geschoten. Zo kon Frankrijk van Spanje 100 miljoen muntstukken van vijftig cent kopen en heeft de centrale bank van Portugal uit de reserve van het Eurosysteem enkele miljoenen biljetten van verschillende coupures ontvangen.

De totaalbalans is dus positief, want door de combinatie van genoemde drie kanalen is de euro snel verspreid onder de 300 miljoen burgers van de eurozone.

Het gebruik van de euro voor betalingen in contanten. Voordat de consumenten de euro begonnen te gebruiken, hebben zij in de eerste dagen vooral hun oude nationale geld uitgegeven. Omdat winkeliers alleen euro's teruggaven, en zo als "stofzuiger" van de oude munteenheden fungeerden, werd het oude geld snel aan het economisch verkeer onttrokken. Op 2 januari werd op het eind van de dag 20 % van de betalingen in euro's verricht, op 4 januari was dat aandeel 55 % en op 16 januari was het 95 %. Gedurende de eerste twee weken werden er nog veel betalingen in contanten gedaan, maar dit aantal normaliseerde toen het oude nationale geld uit het economisch verkeer was verdwenen. Alle andere aanpassingen, zoals de omzetting van rekeningen, van kaarten en van betaalautomaten zijn naar tevredenheid verlopen. In Ierland en Nederland is de overgang naar de euro het snelst gegaan, daar in die landen al tussen 8 en 10 januari bijna alle betalingen in euro's plaatsvonden. Andere landen, zoals België, Spanje en Frankrijk hadden toen nog maar net de grens van 70 % bereikt.

De terugname van de oude nationale munteenheden. De terugname van de oude munteenheden is grotendeels binnen enkele weken gebeurd. Op 11 januari was al een derde van de op 31 december in omloop zijnde biljetten teruggenomen, en op 8 februari werd de grens van 75 % bereikt. In werkelijkheid was er toen al veel minder nationaal geld in omloop dan dit cijfer suggereert: doordat de tijdelijke depots overvol bankbiljetten lagen, ontstond er enige vertraging bij het tellen van de biljetten door de centrale banken.
De terugname van muntstukken ging langzamer: op 22 februari was pas 27,9 % van de waarde van de in omloop zijnde munten teruggenomen. Ook dit cijfer is beïnvloed door de grote hoeveelheden munten die in de depots wachtten op telling. In de loop van 2001 hadden de centrale banken al bijna 9 % van de in omloop zijnde munten weten terug te nemen. Het is nu duidelijk dat een deel van de biljetten, en met name een flink deel van de munten nooit meer terug zal komen, omdat ze verloren zijn gegaan of door verzamelaars gehouden zijn. In de meeste lidstaten kan het oude geld maar tot een bepaalde datum ingewisseld worden. (Zie tabel aan het eind van de tekst.)

Overige vraagstukken in verband met de invoering van de chartale euro

Prijsstabiliteit. Onderzoek onder consumenten wijst uit dat een grote meerderheid van de burgers, 67 %, van mening is dat de prijzen bij omzetting in euro's het vaakst omhoog zijn afgerond, terwijl 28 % meent dat de prijzen even vaak omhoog als omlaag zijn afgerond. Slechts 1,9 % denkt dat de prijzen omlaag zijn afgerond. In werkelijkheid blijkt uit de door Eurostat gepubliceerde inflatiecijfers dat de inflatie tussen december en januari van 2 % naar 2,7 % op jaarbasis is gestegen, maar dat dit verschijnsel het gevolg is van verschillende factoren die niet met de euro te maken hebben, zoals de verhoging van bepaalde belastingen en heffingen, de stijging van de olieprijzen en de stijging van de prijzen van groenten en fruit. Volgens Eurostat heeft de invoering van de euro voor slechts 0 tot 0,16 % bijgedragen aan de maandelijkse prijsontwikkeling. De vrijwillige afspraken over het stabiel houden van de prijzen zijn over het algemeen goed nageleefd.

Veiligheidsvraagstukken. Hoewel het aantal geldtransporten groter was dan ooit tevoren, en er bijna twee keer zoveel munten en biljetten werden vervoerd, zijn er veel minder incidenten voorgevallen dan normaal. Tussen september en december is slechts melding gemaakt van 27 diefstallen van biljetten en 17 diefstallen van munten. De doeltreffendheid van de getroffen veiligheidsmaatregelen was dan ook zeer bevredigend.

Kwaliteit van de productie. De kwaliteitscontrole op de munten en biljetten was bijzonder doeltreffend. Er zijn enkele zeldzame gevallen van productiefouten ontdekt, maar de kans dat iemand euro's met gebreken in handen zou krijgen, was buitengewoon klein. Er was kritiek op de aanwezigheid van nikkel in de muntstukken van 1 en 2 euro, maar onderzoek heeft uitgewezen dat de munten geen allergische reactie veroorzaken.

Vervalsing. De eurobiljetten en -munten zijn beter tegen vervalsing beschermd dan welke oude nationale muntsoort dan ook. Wat betreft de biljetten zijn in januari slechts ongeveer vijftig gevallen van vervalsing ontdekt, wat buitengewoon weinig is, en bij de munten zijn slechts twee kopieën van slechte kwaliteit aangetroffen.

De aanpassing van verkoopautomaten. De aanpassing van verkoopautomaten is wat minder goed verlopen. Veel exploitanten hebben de snelheid waarmee de nationale munt door de euro zou worden vervangen, onderschat, en leden omzetverlies doordat een deel van hun automaten nog niet was aangepast. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel kon deze achterstand niet snel worden ingelopen. In slechts enkele gevallen zijn euromunten die in andere landen van de eurozone waren vervaardigd, geweigerd als gevolg van een slechte afstelling van de automaten.

De invoering van de euro in derde landen. In december 2001 zijn 26 nationale banken en financiële instellingen buiten de eurozone vooraf bevoorraad met ongeveer vier miljard euro, teneinde ervoor te zorgen dat eurobiljetten al meteen de eerste dagen van januari beschikbaar zouden zijn. In Midden- en Oost-Europa werden veel nationale biljetten, met name van Duitsland, bewaard en gebruikt. Met de terugname van deze biljetten was al in 2001 begonnen.

Reacties van de burgers

Het oordeel van de burgers over de doeltreffendheid van de voorbereidende fase was hoofdzakelijk positief: gemiddeld driekwart van de burgers vond dat ze goed tot zeer goed voorbereid waren op de datum van 1 januari 2001. De meerderheid was van mening dat de vervroegde omzetting van bankrekeningen in euro's heeft bijgedragen tot de goede voorbereiding. Eind januari verklaarde een op de vijf burgers nog wel problemen te hebben met het hanteren van euro's (slechts een op de dertig zei grote problemen daarmee te hebben). In acht landen (Duitsland, Spanje, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Finland) verklaarde de meerderheid van de burgers geen enkel probleem te hebben. De meeste burgers hadden geen moeite met het herkennen van de verschillende munten of met het omgaan ermee. Een uitzondering hierop werd gevormd door Ierland.

Mentale overschakeling op de euro. Voor 77 % van de burgers heeft de omschakeling op de euro geen enkele verandering in koopgedrag teweeggebracht. Consumenten hebben vaak nog moeite met het onthouden van de prijzen in euro's. De meerderheid (45 %) rekent nog altijd in de oude nationale munt, terwijl een minderheid van 28 % ook mentaal al op de euro is overgegaan. Niettemin hebben de burgers weinig gebruikgemaakt van zakrekenmachines of euroconverters. De meerderheid van de burgers wilde dat de dubbele prijsvermelding zou verdwijnen aan het einde van de periode van dubbele omloop. De meningen hierover lopen echter per land echter sterk uiteen.

Algemene tevredenheid. Gemiddeld 60 % van de burgers is van mening dat de overgang naar de Europese munt voor hen persoonlijk meer voor- dan nadelen met zich mee zal brengen. Deze mening vindt de meeste steun onder jongeren onder de 24 jaar. Een grote meerderheid voelt zich bovendien dankzij de euro meer Europeaan. Vier op de vijf burgers vindt dat de omschakeling op de euro goed tot zeer goed is verlopen. Tot slot is meer dan twee derde van de burgers tevreden met het feit dat de euro hun munt is geworden. Alleen in Duitsland, Griekenland en Oostenrijk is het percentage ontevreden burgers groter.

Aanpassing van het midden- en kleinbedrijf (MKB)

Over het algemeen is de bezorgdheid over een mogelijke slechte voorbereiding van het MKB ongegrond gebleken. Zelfs de MKB-bedrijven die achterliepen met hun voorbereidingen blijken er te elfder ure nog in te zijn geslaagd de overgang naar de Europese munt te maken. Op het moment van de overgang op de euro voerde reeds 95 % van de MKB-bedrijven de boekhouding in euro's. De meeste MKB-bedrijven verklaren geen problemen te hebben ondervonden bij de overgang op de euro. In zeldzame gevallen zijn er problemen opgetreden met computersystemen, met de vaststelling of aanduiding van prijzen, of met de facturering. Over het algemeen zijn er geen onaangename verrassingen geweest en vond 95 % van het MKB dat hun omschakeling op de euro is verlopen zoals verwacht of zelfs vlotter. Een op de vijf ondernemingen denkt dat de euro een positief effect op hun bedrijvigheid zal hebben.

De overgang in cijfers: belangrijkste nationale bepalingen

-Inwisseling bij banken na het einde als wettig betaalmiddelInwisseling bij de centrale banken na het einde als wettig betaalmiddel
België31/12/2002Bankbiljetten: geen einddatum
Munten: 31/12/2004
Duitsland28/02/2002Geen einddatum
GriekenlandDoor elke bank zelf te bepalenBankbiljetten: 01/03/2012
Munten: 01/03/2004
Spanje30/06/2002Geen einddatum
Frankrijk30/06/2002Bankbiljetten: 17/02/2012
Munten: 17/02/2005
IerlandNog niet vastgelegdGeen einddatum
Italië30/06/200201/03/2012
Luxemburg30/06/200213/12/2004
Nederland31/12/2002Bankbiljetten: 01/01/2032
Munten: 01/07/2007
Oostenrijk28/02/2002Geen einddatum
Portugal30/06/2002Bankbiljetten: 30/12/2022
Munten: 30/12/2002
FinlandDoor elke bank zelf te bepalen29/02/2012
Laatste wijziging: 14.09.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven