RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Praktische aspecten van de invoering van de euro: balans van de situatie (1998)

De Commissie stelt een overzicht op van de voorbereidingen die op nationaal en Europees niveau in de particuliere en openbare sector worden getroffen voor de invoering van de euro en bekendmaking van de maatregelen die de Commissie zal treffen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie van 11 februari 1998 over de stand van zaken met betrekking tot de praktische aspecten van de invoering van de euro [COM(98) 61 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

Na de Mededeling van de Commissie van 1 oktober 1997 [COM(97) 491 def.- Niet verschenen in het Publicatieblad] die een inventarisatie bevatte van de praktische voorbereidingen voor de invoering van de euro, wordt in deze mededeling de balans opgemaakt van de geboekte vooruitgang.

Nationale overheidsinstanties. De voorbereidingen van de nationale overheidsinstanties worden versneld uitgevoerd. Tot op heden hebben elf lidstaten een nationaal plan voor de overschakeling (België, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Spanje) of een wetsontwerp voor een volledige wet hiervoor (Duitsland) doen verschijnen.
Bovendien hebben alle lidstaten aangekondigd voornemens te zijn staatsobligaties om te zetten in euro, hetzij bij aanvang van de derde fase, hetzij zodra zij tot de EMU toetreden als dit op een latere datum gebeurt.

Voorlichting. Op het gebied van voorlichting is de belangrijkste prioriteit de intensivering van de acties die gericht zijn op het grote publiek, het MKB, de plaatselijke overheden, (nationale en Europese) ambtenaren en derde landen. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan ouderen, gehandicapten en andere kwetsbare groepen.
Verscheidene lidstaten hebben inmiddels omvangrijke voorlichtingscampagnes opgezet in nauwe samenwerking met de Commissie en het Europese Parlement.

Overschakeling. Voor de communautaire instellingen, wier financiële transacties overwegend in ecu worden uitgedrukt, zal de overschakeling op de euro grotendeels op 1 januari 1999 plaatshebben. Er is geen overgangsperiode voorzien. De specifieke wetgeving voor deze overschakeling is uiterst beperkt en de overschakeling zou in de praktijk geen problemen moeten opleveren. Het beheer van de communautaire begroting zal er overigens aanzienlijk eenvoudiger door worden.

De Europese Raad van Luxemburg (12 en 13 december 1997) heeft bevestigd dat op 1 januari 2002 de eurobiljetten en -munten in omloop zullen worden gebracht in alle lidstaten die deelnemen aan de eerste fase van de monetaire unie.
Bovendien bestaat er brede overeenstemming over het bekorten van de periode gedurende welke de huidige munteenheden en de euro naast elkaar in omloop blijven: het merendeel van de lidstaten heeft reeds verklaard te zullen kiezen voor een periode van veel minder dan zes maanden. Problemen als de logistieke aspecten in verband met het opslaan van de biljetten en munten tot 2001, het leveren van grote hoeveelheden biljetten en munten aan handelsbanken, enzovoorts, worden momenteel onderzocht.

Eurobiljetten en -munten. Er is overeenkomst bereikt over de waarden en de technische specificaties van de eurobiljetten en -munten (castellanodeutschenglishfrançais). De resolutie van de Raad van 19 januari 1998 bevestigt deze overeenkomst.
Het definitieve ontwerp van de gemeenschappelijke zijde van de munten is goedgekeurd door de Raad van 17 november 1997. Tot nu toe hebben zes landen (Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Ierland, Italië en België) het ontwerp van de nationale zijde van de euromunten bekendgemaakt.

Omrekeningskoersen en afronding. De diensten van de Commissie buigen zich thans over de vraagstukken die zich voordoen in verband met het juridische kader van de euro (castellanodeutschenglishfrançais). In het bijzonder is opheldering vereist op twee terreinen, namelijk de toepassing van de omrekeningskoersen (castellanodeutschenglishfrançais) en de bepalingen met betrekking tot de afronding:

  • het gebruik van de omrekeningskoersen tussen de euro en een deelnemende nationale munt is verplicht bij elke vervanging of omrekening;
  • bij omrekening/terugrekening (bijvoorbeeld van Belgische franken in euro en vervolgens van euro in Belgische franken) kan er een verschil optreden tussen het oorspronkelijke bedrag en het omgerekende bedrag. Betalingssystemen houden veelal rekening met dit probleem; het is daarom beter om de omrekening aan het bankwezen over te laten. Voor zover mogelijk verdient het hoe dan ook de voorkeur betalingsopdrachten uit te schrijven in de munteenheid waarin de aangegane verplichting is gesteld;
  • voor omrekeningen tussen nationale munteenheden wordt sterk aangeraden een driehoeksberekening via de euro uit te voeren (van een nationale munt in euro, dan van de euro in een andere nationale munt);
  • bij de omrekening van bedragen kan een stelselmatige opstapeling van afrondingsverschillen optreden: wat de beste oplossing is hangt af van elk specifiek geval en derhalve acht de Commissie het niet wenselijk te dien aanzien een algemene aanbeveling te formuleren.

Computersystemen. Ten aanzien van de aanpassing van computersystemen heeft het overleg tussen de vertegenwoordigers van deze sector met de Commissie twee belangrijke conclusies opgeleverd:

  • aanbevolen wordt een "cognitief hulpmiddel" in het leven te roepen over de implicaties van de euro op informaticagebied;
  • het is van essentieel belang praktijkervaringen en beproefde oplossingen uit te wisselen door middel van publicatie van gevalsanalyses en scenario's.

Eurosymbool. De internationale erkenning van het eurosymbool wordt geregeld door de registratie ervan bij de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO). De Commissie heeft gedetailleerde voorstellen gepresenteerd voor de installatie van het symbool op toetsenborden van computers.

Bankkosten. De regelgeving met betrekking tot de euro bevat geen bepalingen over het in rekening brengen van kosten door banken voor de omzetting in euro. De regelgeving en de nationale bepalingen beperken echter wel de mogelijkheden van de banken: zo mogen banken aan het einde van de overgangsperiode geen omzettingscommissie in rekening brengen op inkomende betalingen en op rekeningtegoeden, noch meer commissie aanrekenen op een transactie in euro dan op een transactie in de nationale munt.
In de praktijk zal het beleid van de banken hoofdzakelijk worden bepaald door de concurrentiedruk: over het algemeen zijn zij niet van plan om kosten aan te rekenen voor de omzetting van inkomende en uitgaande betalingen in nationale munt of in euro of van rekeningtegoeden uit een nationale munt in euro gedurende of aan het einde van de overgangsperiode, noch voor de omwisseling van biljetten en muntstukken gedurende de derde fase voor zover het om "redelijke" bedragen gaat.
De Commissie zal een aanbeveling formuleren voor goede gebruiken, dat wil zeggen het niet aanrekenen van omrekeningskosten.

Dubbele vermelding van prijzen. De dubbele vermelding van prijzen zal een belangrijke rol spelen bij de overgang naar de euro; de meerderheid van de detailhandelaren en overheidsdiensten zal prijzen en financiële informatie in beide munten vermelden, ook al is dit niet verplicht. De Commissie is van mening dat het verplicht stellen van het vermelden van dubbele prijzen niet de beste manier is om ervoor te zorgen dat de prijzen op zodanige wijze in beide munten worden vermeld dat wordt voldaan aan de behoeften van de consumenten en dat dit evenmin zou bijdragen tot het zo laag mogelijk houden van de kosten van de invoering van de euro. Wel is zij van plan een aanbeveling te formuleren betreffende "principes voor goede gebruiken" met als doel de burger de benodigde duidelijkheid en zekerheid te garanderen. Deze principes zouden betrekking hebben op:

  • het gebruik van vaste omrekeningskoersen voor de berekening van de vermelde tegenwaarden;
  • duidelijke vermelding door handelaren van de mogelijkheid om met euro' s te betalen gedurende de overgangsperiode;
  • een duidelijk onderscheid tussen de eenheid waarin de prijs is vastgesteld en de eenheid waarin de te betalen bedragen zijn berekend;
  • de tegenwaarde die slechts ter informatie wordt vermeld;
  • vrijwillige afspraken over het gebruik van gemeenschappelijke formaten of een gemeenschappelijke presentatie van de prijzen in twee munteenheden.

De dubbele prijsvermelding vormt echter slechts één van de vele communicatiemiddelen die moeten worden benut om de nieuwe prijzen en waardeschalen ingang te doen vinden.

Kleine ondernemingen. Kleine ondernemingen vormen een geval apart. Zij hebben te maken met twee risico's:

  • het risico gedwongen te zijn de euro te gebruiken voor hun transacties met andere bedrijven terwijl hun klanten nog in nationale munt betalen. Ofschoon het aan elke onderneming afzonderlijk is om te besluiten wanneer zij de overstap maakt op grond van haar specifieke situatie, verzoekt de Commissie het hele bedrijfsleven om, via hun vertegenwoordigers, op het geëigende niveau te komen tot principe-afspraken om de overschakeling naar de euro voor kleine ondernemingen te vergemakkelijken;
  • het terugkerende gebrek aan informatie bij kleine ondernemingen. Om dit te verhelpen zijn gerichte voorlichtingscampagnes nodig over de praktische vraagstukken waarmee leiders van kleine ondernemingen te maken krijgen.

Tot slot vormt voorlichting via het onderwijs één van de belangrijkste pijlers voor het informeren van de burger.

Laatste wijziging: 23.02.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven