RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De eerste en de tweede fase van de EMU

De eerste fase van het proces is begonnen op 1 juli 1990 met de volledige liberalisatie van het kapitaalverkeer tussen alle lidstaten. Maar met het van kracht worden van het Verdrag betreffende de Europese Unie op 1 november 1993 is het werkelijke begin gemaakt van de voorbereidingen op de Economische en Monetaire Unie (EMU).

Overeenkomstig het Verdrag is de tweede fase begonnen op 1 januari 1994 met, in het bijzonder, de oprichting van het Europees Monetair Instituut (EMI), gevestigd te Frankfurt. Het EMI had twee opdrachten :

  • de samenwerking tussen de centrale banken en de coördinatie van de monetaire politiek versterken (in dit stadium blijft de monetaire politiek evenwel een bevoegdheid van de nationale autoriteiten);
  • de nodige voorbereidingen treffen voor de oprichting van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), dat de enige monetaire politiek moet uitvoeren vanaf het begin van de derde fase, alsook voor de invoering van de enige munt.

Tijdens deze tweede fase moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun nationale wetgeving verenigbaar is met het Verdrag en de statuten van het ESCB, in het bijzonder wat betreft de onafhankelijkheid van hun centrale bank. Ook moeten zij belangrijke vorderingen maken wat betreft de convergentie van hun economieën, want de overgang naar de derde fase is afhankelijk van de naleving van de vier convergentiecriteria die in het Verdrag zijn vastgesteld. De Commissie stelt jaarlijks rapporten op inzake de mate van convergentie tussen de lidstaten.

De monetaire onrust van 1995, welke grotendeels was veroorzaakt door de dollar, heeft de politieke wil van de lidstaten om de EMU op te richten nog versterkt. Deze wil kwam tot uiting op de Europese Raad van Madrid op 15 en 16 december 1995, waar werd bevestigd dat de derde fase van de Economische en Monetaire Unie op 1 januari 1999 begint met inachtneming van de convergentiecriteria, het tijdschema, de protocollen en de procedures die zijn vastgesteld in het Verdrag. Op basis van de debatten naar aanleiding van het groenboek van de Commissie hebben de vijftien staatshoofden en regeringsleiders hier het scenario en het tijdschema voor de invoering van de enige munt, de euro, vastgesteld.

Ter bekroning van twee jaar werk van alle instellingen van de Europese Unie stelt de Europese Raad van Dublin van 13-14 december 1996 vast dat er een politiek akkoord bestaat over alle elementen die nodig zijn voor de invoering van de enige munt:

  • het juridische kader voor het gebruik van de euro;
  • het stabiliteits- en groeipact, dat tot doel heeft de naleving van de begrotingsdiscipline te verzekeren; en
  • de structuur van het nieuwe wisselkoersmechanisme voor de lidstaten die niet aan de eurozone deelnemen.

Het is ook bij deze gelegenheid dat het EMI de biljetten presenteert die op 1 januari 2002 in omloop zullen worden gebracht. De euro is thans een zichtbare realiteit voor de burger.

In de jaren 1996-97 maakt de economische opleving tegen een achtergrond van toenemende nominale convergentie, uiterst lage rentevoeten en inflatiepercentages en stabiele wisselkoersen (de Finse mark treedt tot het wisselkoersmechanisme toe in oktober 1996, de Italiaanse lire treedt opnieuw toe in november) een algemene verbetering van de openbare financiën mogelijk, zodat mag worden voorspeld dat de meeste lidstaten de euro zullen invoeren in 1999.

Laatste wijziging: 30.04.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven