RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Monetaire wetgeving van de deelnemende lidstaten

Onderhavige verordening legt de monetaire wetsbepalingen vast van de lidstaten die de euro hebben ingevoerd.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Deze verordening legt de monetaire wetsbepalingen vast van de lidstaten die de euro hebben ingevoerd en beschrijft de verschillende stappen bij de invoering van de euro in een lidstaat.

Zo kan een lidstaat, na invoering van de euro, gebruik maken van een overgangsperiode of een geleidelijkeaanpassingsperiode om de overgang naar een eenheidsmunt vlotter te laten verlopen. Vervolgens wordt de euro in de lidstaat ingevoerd en de oude nationale munt bestendig vervangen.

Overgangsperiode

De overgangsperiode mag maximaal drie jaar duren en begint op invoeringsdatum van de euro om te eindigen op de datum waarop de lidstaat naar de chartale euro omschakelt.

  • de invoeringsdatum van de euro is de datum waarop de lidstaat naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie overgaat. Deze stap maakt deel uit van een beslissing van de Raad waarbij de betrokken lidstaat de goedkeuring krijgt om de euro in te voeren.
  • de datum waarop de lidstaat naar de chartale euro omschakelt wordt gerekend vanaf het moment dat de euro het wettig betaalmiddel wordt op het grondgebied van de lidstaat. De euromuntstukken en -bankbiljetten kunnen vanaf dat ogenblik gebruikt worden in de betrokken lidstaat.

Het doel van de overgangsperiode is zorgen voor een soepele overgang van de nationale munt naar de euro. Derhalve blijven tijdens deze periode de monetaire wetsbepalingen van de lidstaat die van kracht waren voor de invoering van de euro, van toepassing. De nationale munteenheid blijft dus een wettig betaalmiddel op het grondgebied van de lidstaat en kan verder gebruikt worden.

Tijdens de overgangsperiode krijgt de lidstaat de mogelijkheid om de overgang naar de euro in zijn land voor te bereiden. Bijgevolg kan de euro aangewend worden bij bepaalde financiële transacties.

  • banktransacties: een bank die bijvoorbeeld een betaling in euro ontvangt, zal de omrekening moeten maken (volgens de omrekeningskoers) om een rekening uitgedrukt in de nationale munteenheid te kunnen crediteren (en omgekeerd);
  • de uitstaande overheidsschuld en overheidsuitgaven van de lidstaat: de bedragen van de uitgaven mogen in euro uitgedrukt worden;
  • sommige markten, bijvoorbeeld op het gebied van beleggingen in effecten en van goederen: bij de transacties mag de nationale munteenheid vervangen worden door de euro.

De overgangsperiode is echter geen verplichting. De datum van invoering van de euro kan dus samenvallen met het moment waarop de euro het wettig betaalmiddel wordt. In dit geval moet de lidstaat toch een geleidelijkeaanpassingsperiode respecteren.

Geleidelijkeaanpassingsperiode

De geleidelijkeaanpassingsperiode mag maximaal een jaar duren en is slechts van toepassing voor lidstaten die geen overgangsperiode hebben voorzien tussen de invoering van de euro en het moment waarop de euro het wettig betaalmiddel wordt.

De geleidelijkeaanpassingsperiode zorgt voor een geleidelijke vervanging van de nationale munteenheid door de euro. Tijdens deze periode moet de euro de basiseenheid zijn maar toch blijft het mogelijk om te verwijzen naar de oude nationale munteenheid.

Vervanging van de nationale munteenheid door de euro

Vanaf het moment waarop de lidstaat naar de chartale euro omschakelt, wordt de euro het wettig betaalmiddel en bijgevolg de officiële munteenheid van de lidstaat.

De euro vervangt dan de nationale munteenheid overeenkomstig de omrekeningskoers die werd beslist door de Raad. De euromuntstukken en -bankbiljetten worden dan de enige wettige betaalmiddelen in de lidstaat. Elke referentie naar nationale munteenheden van voor de omschakeling naar de chartale euro moet dan beschouwd worden als een referentie naar de euro gebaseerd op de omrekeningskoers.

Toch nog even vermelden dat de oude nationale munt nog kan gebruikt worden na de omschakeling naar de chartale euro tijdens een periode van dubbele omloop die maximaal zes maanden mag duren.

Eurobankbiljetten en -muntstukken

De euro wordt de rekeneenheid van de Europese Centrale Bank (ECB) en de centrale banken van de deelnemende lidstaten. De ECB en de centrale banken van de lidstaten zijn bovendien gemachtigd om eurobankbiljetten en -muntstukken in omloop te brengen. Deze bankbiljetten en muntstukken zijn de enige wettige betaalmiddelen in de eurozone.

Daarbij zijn de deelnemende lidstaten verantwoordelijk voor de strijd tegen namaak en vervalsing van eurobankbiljetten en -muntstukken.

Aanpassing van de verordening tot uitbreiding van de eurozone

Telkens wanneer een nieuwe lidstaat de euro invoert, wordt onderhavige verordening aangepast. In bijlage worden de lidstaten die deel uit maken van de eurozone opgesomd met vermelding van de datum waarop ze de euro hebben ingevoerd en de datum van de omschakeling naar de chartale euro.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 974/98

1.1.1999

PB L 139 van 11.5.1998

WijzigingsbesluitenDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 2596/2000

1.1.2001

PB L 300 van 29.11.2000

Verordening (EG) nr. 2169/2005

18.1.2006

PB L 346 van 29.12.2005

Verordening (EG) nr. 1647/2006

1.1.2007

PB L 309 van 9.11.2006

Verordening (EG) nr. 835/2007

1.1.2008

PB L 186 van 18.7.2007

Verordening (EG) nr. 836/2007

1.1.2008

PB L 186 van 18.7.2007

Verordening (EG) nr. 693/2008

1.1.2009

PB L 195 van 24.7.2008

Verordening (EG) nr. 670/2010

1.1.2011

PB L 196 van 27.8.2010

Laatste wijziging: 23.10.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven