RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Uitbreiding van het eurogebied: aanpassing van de stemrechten in de Raad van bestuur (ECB)

Deze besluit voorziet in een roulatiesysteem voor de stemrechten in de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), teneinde rekening te houden met de toename van het aantal presidenten naarmate nieuwe lidstaten de euro invoeren.

BESLUIT

Besluit 2003/223/EG van de Raad in de samenstelling van de staatshoofden en regeringsleiders van 21 maart 2003 inzake een wijziging van artikel 10.2 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank [Publicatieblad L 83 van 1.4.2003].

SAMENVATTING

Bij deze besluit worden de stemmingsregels vastgesteld voor de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). Er wordt met name voorzien in een roulatiesysteem voor de stemrechten, met het oog op een efficiënt en billijk besluitvormingsproces.

Raad van bestuur

De Raad van bestuur is een van de drie besluitvormingsorganen van de ECB. De overige twee zijn de Directie en de Algemene Raad.

De Raad van bestuur is het voornaamste besluitvormingsorgaan. Hij bepaalt namelijk het monetaire beleid van het eurogebied.

De Raad van bestuur bestaat uit de zes leden van de Directie en de presidenten van de centrale banken van de lidstaten van het eurogebied. Het aantal presidenten stijgt bijgevolg telkens wanneer een nieuwe lidstaat de euro in gebruik neemt.

Een roulatiesysteem voor de stemrechten per groep

Zodra er meer dan 21 presidenten in de Raad van bestuur zetelen, worden de regels in verband met het stemmen aangepast.

Het totale aantal stemrechten wordt bijgevolg beperkt tot 21. De zes leden van de Directie hebben een permanent stemrecht. De presidenten hebben de overige 15 stemrechten, die volgens het vastgelegde systeem tussen hen rouleren.

De presidenten worden daarop onderverdeeld in groepen, die zich van elkaar onderscheiden door de regelmaat waarmee hun leden stemrecht krijgen. De indeling van de presidenten bij een groep gebeurt op basis van een rangorde van de lidstaten en de nationale centrale banken. Bij het vaststellen van deze rangorde wordt rekening gehouden met:

  • het aandeel van elke lidstaat in het geaggregeerde bruto binnenlands product tegen marktprijzen van het eurogebied;
  • het aandeel van elke lidstaat in de totale geaggregeerde balans van de monetaire financiële instellingen van de lidstaten van het eurogebied.

Deze indicatoren staan borg voor objectiviteit aangezien zij de omvang van de globale economie van iedere deelnemende lidstaat het meest objectief weergeven en de specifieke betekenis van de financiële sector van de deelnemende lidstaten voor besluiten van centrale banken erkennen.

Bovendien voorziet deze verordening in een tenuitvoerlegging van het roulatiesysteem voor de stemrechten in twee stappen.

Stap I: stemrechten bij een Raad van bestuur met 15 of meer leden

Met ingang van de datum waarop het aantal presidenten meer dan 15 en minder dan 22 bedraagt, worden de presidenten in twee groepen onderverdeeld. De eerste groep bestaat uit de vijf presidenten van de nationale centrale banken van de lidstaten die op grond van de voornoemde criteria de grootste aandelen hebben in het totaal van het eurogebied. De tweede groep bestaat uit alle andere presidenten.

De vijf presidenten van de eerste groep hebben samen vier stemrechten en de overige presidenten van de tweede groep elf. De frequentie waarmee de leden van de eerste groep stemrecht hebben, mag niet lager zijn dan die van de presidenten van de tweede groep.

Stap II: stemrechten in een Raad van bestuur met 22 of meer leden

Met ingang van de datum waarop het aantal leden van de Raad van bestuur 22 bedraagt, worden de presidenten in drie groepen onderverdeeld. De eerste groep bestaat uit de vijf presidenten van de nationale centrale banken van de lidstaten die op basis van de hierboven genoemde criteria de grootste aandelen in het totaal van het eurogebied hebben. De tweede groep bestaat uit de helft van het totale aantal presidenten. De nationale centrale banken van de presidenten van deze groep zijn gevestigd in de landen die in de op de voornoemde criteria gebaseerde landenrangorde op de eerste vijf volgen. De derde groep omvat alle andere presidenten.

Vier stemrechten worden toegewezen aan de eerste groep, acht aan de tweede en drie aan de derde. In een eurogebied met 27 lidstaten bedraagt de stemfrequentie van de eerste groep 80 %, van de tweede 57 % en van de derde 38 %.

Binnen elke groep hebben de presidenten even lang stemrechten. De voor de toepassing van dit beginsel noodzakelijke maatregelen, die slechts van operationele aard zijn, worden door de Raad van bestuur vastgesteld.

Aanpassing aan de economische ontwikkelingen en toekomstige veranderingen

Telkens wanneer het geaggregeerde bruto binnenlands product wordt aangepast (om de vijf jaar) of het aantal presidenten ten gevolge van een uitbreiding van het eurogebied toeneemt, wordt de samenstelling van de groepen aan de eventuele veranderingen aangepast. Deze eventuele aanpassing gaat in op de dag waarop een of meerdere presidenten lid worden van de Raad van bestuur.

Elk voor de toepassing van de operationele details noodzakelijk besluit zal, bij afwijking van de nieuwe regelingen inzake het stemmen, met tweederde meerderheid worden goedgekeurd door alle leden van de Raad van bestuur - ongeacht of zij ten tijde van het besluit al dan niet stemrecht hebben.

Context

Lidstaten moeten aan bepaalde economische en financiële voorwaarden voldoen, de zogenoemde convergentiecriteria, alvorens de euro in gebruik te kunnen nemen.

Momenteel voldoen slechts 17 van de 27 lidstaten aan deze criteria. Zij hebben dan ook de euro als eenheidsmunt kunnen invoeren. De overige lidstaten kunnen pas tot het eurogebied toetreden wanneer zij aan de criteria voldoen. Ter herinnering wordt erop gewezen dat Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn vrijgesteld, omdat zij momenteel niet voornemens zijn de euro in te voeren.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Besluit 2003/223/EG

Na ratificatie door de lidstaten

-

L 83, 1.4.2003

Laatste wijziging: 13.07.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven