RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Strategie voor gendergelijkheid in het ontwikkelingsbeleid

De Commissie zet de bakens uit om gendergelijkheid in alle beleidslijnen beter te integreren en de vrouwen in het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie (EU) een grotere rol toe te bedelen. Bovendien stelt zij voor de ontwikkelingslanden concrete acties voor op gebieden die met sterkere ongelijkheid te kampen hebben.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 8 maart 2007 - Gelijke kansen voor vrouwen en mannen en versterking van de positie van vrouwen binnen de ontwikkelingssamenwerking [COM(2007) 100 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

SAMENVATTING

Gelijke kansen voor vrouwen en mannen zijn een essentiële factor voor duurzame ontwikkeling, met name op die gebieden in de ontwikkelingslanden waar de ongelijkheid het sterkst is, namelijk:

  • werkgelegenheid en economische activiteiten, want het merendeel van de vrouwen is in informele sectoren tewerkgesteld, waardoor zij te kampen hebben met een lage productiviteit en lage inkomsten, moeilijke arbeidsomstandigheden en weinig of geen sociale bescherming;
  • bestuur, want in vele landen spelen vrouwen bij de besluitvorming een marginale rol. Om de fundamentele mensenrechten van de vrouwen te beschermen moet de wetgeving betreffende gelijke rechten ook daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd;
  • toegang tot het onderwijs; de ongelijkheid op dit vlak houdt met name verband met het feit dat het de vrouwen zijn die de dagelijkse huishoudelijke taken opgelegd krijgen;
  • gezondheid, want de vrouwen hebben slechts beperkt toegang tot de eerstelijnsgezondheidszorg, met name de seksuele en reproductieve gezondheidszorg;
  • geweld, waarvan vrouwen het slachtoffer zijn.

De Commissie erkent dat er in het kader van de ontwikkelingssamenwerking belangrijke vooruitgang is geboekt in het streven naar gendergelijkheid. Gendergelijkheid komt steeds meer aan bod in de dialoog met de partnerlanden en in het overleg van de EU met het maatschappelijk middenveld. Bovendien werd vooruitgang geboekt bij de opzet van projecten en programma's op het gebied van gendergelijkheid en bij de capaciteitsuitbreiding van de lidstaten en de Commissie.

De Commissie wijst er niettemin op dat er nog belangrijke problemen blijven bestaan, namelijk:

  • de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling zijn niet verwezenlijkt; met name in het basis- en middelbaar onderwijs zijn genderverschillen niet weggewerkt. Voorts beperken de millenniumdoelstellingen op het gebied van gendergelijkheid zich tot de dimensies "gezondheid" en onderwijs" en worden andere dimensies verwaarloosd;
  • er zijn nog belangrijke sociale en culturele factoren - die het gevolg zijn van de traditionele sociale structuren - die niet bevorderlijk zijn voor een wijziging in de traditionele machtsverdeling tussen man en vrouw;
  • gendergelijkheid is nog niet ten volle geïntegreerd in de "landenstrategieën" en in de tenuitvoerlegging van de ontwikkelingssamenwerking door de EU.

Doelstellingen van de strategie

De eerste doelstelling van de strategie van de EU is de integratie van de genderdimensie efficiënter te laten verlopen. Dat vereist veranderingen op drie gebieden:

  • op politiek gebied: de Commissie onderstreept het belang van besprekingen over genderkwesties met de partnerlanden op het hoogste niveau;
  • op het gebied van ontwikkelingssamenwerking: de Commissie stelt voor:
    1. een doeltreffende dialoog met de belangrijkste actoren op te zetten bij de voorbereiding van de "landenstrategieën" en de hulpprogramma's;
    2. wederzijdse verantwoordingsmechanismen in te stellen;
    3. gebruik te maken van prestatie-indicatoren;
    4. de uitbetaling van stimuleringstranches aan genderbewuste indicatoren te koppelen;
  • op het gebied van de institutionele capaciteitsopbouw: de Commissie beveelt aan in de evaluatie- en uitvoeringsfase gebruik te maken van praktische instrumenten. Voorts wijst zij op de noodzaak de partnerlanden en het personeel een betere toegang tot informatie en goede praktijken alsmede opleiding in de genderproblematiek te verschaffen.

De tweede doelstelling bestaat erin de specifieke acties in de partnerlanden te heroriënteren zodat de emancipatie van de vrouw wordt bevorderd. De Commissie heeft met name de volgende actieterreinen aangewezen:

  • bestuur, met name politieke zelfbeschikking van de vrouw, bevordering van de mensenrechten, uitwerking van indicatoren om de genderongelijkheid te meten, de rol van vrouwen in conflict- en postconflictsituaties;
  • werkgelegenheid en economische activiteiten, met name economische en sociale zelfbeschikking van vrouwen en gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het werk, begrotingsanalyse uit genderoogpunt en beheer van overheidsfinanciën op basis van gendergelijkheid;
  • onderwijs, met name afschaffing van schoolgelden, aanmoediging van het schoollopen van meisjes, verbetering van de schoolomgeving, bewustmaking van jongeren van de gendergelijkheid en volwassenenalfabetisatie;
  • gezondheid, met name bevordering van de sociale bescherming van arme vrouwen en bescherming van de seksuele en reproductieve gezondheid (bijvoorbeeld door HIV/AIDS-preventiecampagnes en opleiding van de traditionele vroedvrouwen om de sterfte onder de moeders en de kindersterfte op het platteland terug te dringen);
  • geweld, waarvan vrouwen het slachtoffer zijn, met name hervorming van de wetgeving ter zake, bescherming van slachtoffers, bewustmaking in de media en onderwijs en opleiding van militair en gerechtelijk personeel.

Tenuitvoerlegging

De Commissie onderstreept het belang van de eigen verantwoordelijkheid van de begunstigde vrouwengroepen voor acties in het kader van ontwikkelingssamenwerking waarbij zij zich achter deelnemende organisaties van het maatschappelijk middenveld of basisorganisaties kunnen scharen. De EU moet met name de oprichting van maatschappelijke organisaties die gendergelijkheid verdedigen, waar die nog ontbreken, bevorderen en ervoor zorgen dat de capaciteit van de bestaande maatschappelijke organisaties wordt uitgebreid.

De steun zou betaald moeten worden naarmate de indicatoren voor de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen aangeven dat vorderingen worden gemaakt. Bovendien moet de genderdimensie in de nationale en plaatselijke begrotingen van de partnerlanden worden geïntegreerd. Hiertoe moeten op het vlak van de uitgaven nieuwe prioriteiten worden gesteld, de programma's in de sectoren worden geheroriënteerd zodat gendergelijkheid gewaarborgd is en de overheidsinkomsten en -uitgaven worden gecontroleerd.

De nationale strategieën voor armoedebestrijding moeten de situatie van een land op het gebied van gendergelijkheid analyseren om alle gevolgen ervan op het gebied van groei en armoedebestrijding te begrijpen. De Commissie onderstreept dat deze nationale strategieën een ruimere interpretatie van het begrip armoede moeten hanteren, met andere woorden een interpretatie die verder reikt dan het niet beschikken over voldoende financiële middelen. Voorts zou aanvaard moeten worden dat de maatschappelijke organisaties bijdragen aan de uitstippeling en monitoring van strategieën voor armoedebestrijding.

Tot slot onderstreept de Commissie het belang van coördinatie en harmonisatie met de lidstaten, die in het kader van regelmatige bijeenkomsten en de uitwisseling van goede praktijken kunnen plaatsvinden. Bovendien zal de EU het debat over gendergelijkheid op internationaal en regionaal niveau verder aanmoedigen en met name beklemtonen dat het belangrijk is dat het debat over gendergelijkheid verder reikt dan de terreinen gezondheid en onderwijs.

Specifieke acties van de Commissie

Om deze strategie ten uitvoer te leggen, stelt de Commissie acties op drie terreinen voor, namelijk:

  • landenprogrammering (nationale en regionale strategieën), met name:
    1. de ontwikkeling van aanvullende programmeringsrichtsnoeren;
    2. de systematische evaluatie van gendervraagstukken in de landenstrategieën;
    3. de bijstelling van de landenstrategieën in het licht van de resultaten van deze, evaluaties;
    4. het opzetten van partnerschappen met de bevoegde internationale organisaties, zoals het Ontwikkelingsfonds van de Verenigde Naties voor vrouwen (UNIFEM) en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die veel ervaring hebben met het integreren van gendervraagstukken in de programma's;
  • meerjarige thematische programma's in het kader van het financiële kader voor 2007 - 2013, die de gendergelijkheid kunnen ondersteunen op de gebieden menselijk potentieel, milieu en voedselzekerheid;
  • andere financiële instrumenten om de gendergelijkheid te ondersteunen, met name het Europese instrument voor democratie en mensenrechten en het Stabiliteitsinstrument.

Context

In 2001 legde het actieprogramma"Horizontale integratie van het gendergelijkheidaspect in de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap (2001 – 2006)" (DE Deutsch (de) English (en) español (es) français (fr) ) (EN Deutsch (de) English (en) español (es) français (fr) ) (ES Deutsch (de) English (en) español (es) français (fr) ) (FR Deutsch (de) English (en) español (es) français (fr) ) de basis voor de capaciteitsopbouw van de Europese Commissie op dit gebied.

Vervolgens werd bij Verordening (EG) nr. 1567/2003 van het Europees Parlement, die op 31 december 2006 is vervallen, een financieel kader vastgesteld voor steun voor beleid en maatregelen op het gebied van reproductieve en seksuele gezondheid en rechten in ontwikkelingslanden.

Bovendien was bij Verordening (EG) nr. 806/2004 van het Europees Parlement, die op 31 december 2006 is vervallen, voorzien in financiële middelen ten bedrage van 9 miljoen euro voor de financiering van specifieke acties op dit gebied. De Europese consensus van 2005 tenslotte wees gendergelijkheid aan als één van de fundamentele doelstellingen in het kader van de armoedebestrijding.

GERELATEERDE BESLUITEN

Werkdocument van de diensten van de Commissie van 8 maart 2010 betreffende het actieplan voor gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen binnen de ontwikkelingssamenwerking [SEC(2010) 265 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie heeft voor de periode van 2010 tot 2015 een actieplan voorgesteld voor de tenuitvoerlegging van de strategie van de hierboven genoemde mededeling, teneinde de gelijkheid van mannen en vrouwen in de ontwikkelingslanden te bevorderen. Dit actieplan draagt bij tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de doelstellingen van het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen.
In dat verband dient de Commissie met name:

  • het vermogen van de EU om actie te ondernemen te vergroten en de rol van de EU als grote voorvechter van gendergelijkheid op wereldniveau te versterken;
  • het gendergelijkheidsvraagstuk in het kader van de politieke dialoog tussen de EU en de ontwikkelingslanden aan bod laten komen;
  • bevordering van gendergelijkheid op te nemen in de door de EU gefinancierde projecten en betrouwbare indicatoren uit te werken om de geboekte vooruitgang te kunnen beoordelen;
  • participatie door het maatschappelijk middenveld in de ontwikkelingslanden aan te moedigen;
  • het beheer en de transparantie van de Europese financieringsregelingen te verbeteren;
  • het VN-initiatief dat vrouwen in conflictsituaties beter moet beschermen te steunen door de resolutie van de Verenigde Naties over vrouwen, vrede en veiligheid (de resoluties 1325 van 2000 en 1889 van 2009) ten uitvoer te leggen.
Laatste wijziging: 19.08.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven