RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)

Het Europees Ontwikkelingsfonds is het voornaamste instrument van de communautaire ontwikkelingssamenwerking met de ACS-staten en de landen en gebieden overzee (LGO). Het Verdrag van Rome van 1957 voorzag al in de oprichting van dit fonds om technische en financiële bijstand te verlenen, oorspronkelijk aan de Afrikaanse landen die toen nog niet onafhankelijk waren en waarmee sommige landen banden uit het verleden hadden.

Hoewel er op verzoek van het Europees Parlement sinds 1993 in de Gemeenschapsbegroting een post voor het fonds is gereserveerd, maakt het EOF nog geen deel uit van de algemene begroting van de Gemeenschap. Het wordt door de lidstaten gefinancierd, is aan eigen financiële regels onderworpen en wordt door een eigen comité geleid. De steun aan de ACS-staten en de LGO zal voor de periode 2008-2013 verder via het EOF worden gefinancierd.

Elk EOF wordt voor een periode van ongeveer vijf jaar gesloten. Sinds de sluiting van de eerste partnerschapsovereenkomst in 1964 volgen de EOF-cycli in het algemeen die van de partnerschapsovereenkomsten.

  • Eerste EOF: 1959-1964
  • Tweede EOF: 1964-1970 (Overeenkomst van Yaoundé I)
  • Derde EOF: 1970-1975 (Overeenkomst van Yaoundé II)
  • Vierde EOF 1975-1980 (Overeenkomst van Lomé I)
  • Vijfde EOF: 1980-1985 (Overeenkomst van Lomé II)
  • Zesde EOF: 1985-1990 (Overeenkomst van Lomé III)
  • Zevende EOF: 1990-1995 (Overeenkomst van Lomé IV)
  • Achtste EOF: 1995-2000 (Overeenkomst van Lomé IV en de herziening IV bis)
  • Negende EOF: 2000-2007 (Overeenkomst van Cotonou)
  • Tiende EOF: 2008-2013 (Herziene Overeenkomst van Cotonou)

Het EOF beschikt over verschillende instrumenten, met name de niet-terugvorderbare hulp, het risicodragend kapitaal en de leningen aan de particuliere sector. Stabex en Sysmin, de instrumenten gericht op de land- en mijnbouwsector, zijn opgeheven door de nieuwe partnerschapsovereenkomst die in juni 2000 te Cotonou werd ondertekend. Met deze overeenkomst werden de instrumenten van het EOF ook gestroomlijnd en een glijdend programmeringssysteem ingevoerd dat meer flexibiliteit biedt en de ACS-staten een grotere verantwoordelijkheid geeft.

Voor het negende EOF is een bedrag van 13,5 miljard euro uitgetrokken voor de periode 2000-2007. Bovendien bedraagt het overschot van de vorige EOF's meer dan 9,9 miljard euro. Besluit nr. 6/2005  van de ACS-EG-Raad van Ministers van 22 november 2005 bepaalt dat 482 miljoen euro van het voorwaardelijke bedrag van 1 miljard euro uit het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor samenwerking met de ACS-landen wordt vastgelegd. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld: 352 miljoen euro voor de langetermijnontwikkeling, 48 miljoen euro voor de regionale samenwerking en integratie en 82 miljoen euro voor de investeringsfaciliteit. Bovendien is een tweede tranche van 250 miljoen euro bij besluit nr. 7/2005  van de ACS-EG-Raad van Ministers voor de tweede tranche van de ACS-EU-waterfaciliteit vastgelegd.

De ontwikkelingshulp van het EOF past in een breder Europees kader. In de Europese Unie kunnen de middelen van de algemene begroting van de Gemeenschap voor bepaalde doeleinden worden aangewend. De Europese Investeringsbank (EIB), die een deel van de middelen van het EOF beheert (leningen en risicodragend kapitaal), draagt ook uit zijn eigen middelen een bedrag van 1,7 miljard euro bij voor de periode van het negende EOF.

Het tiende fonds, dat loopt van 2008 tot 2013, kent een begrotingstoewijzing van 22.682 miljard euro. Van dit bedrag is 21,966 miljard euro voor de ACS-staten, 286 miljoen voor de LGO en 2.430 miljoen voor de Commissie voor de ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het EOF door de Commissie. Met name het aan de ACS-staten toegekende bedrag wordt als volgt verdeeld: 17,766 miljard euro ter financiering van nationale en regionale indicatieve programma's, 2,7 miljard ter financiering van intra-ACS- en interregionale samenwerking en 1,5 miljard EUR voor de financiering van de investeringsfaciliteit. Een nog belangrijker deel van de begroting wordt gewijd aan de regionale programma's, waarmee dus het belang wordt benadrukt dat regionale economische integratie vormt voor de nationale en lokale ontwikkeling waarvoor het als grondslag dient. De "aanmoedigingsbedragen" die voor elk land in het leven zijn geroepen, zijn een innovatie van het tiende EOF.

De lidstaten hebben hun eigen bilaterale akkoorden en voeren hun eigen initiatieven uit in de ontwikkelingslanden die niet via het EOF of andere fondsen van de Gemeenschap gefinancierd worden.

Laatste wijziging: 14.06.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven