RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Tussentijds verslag over de samenhang in het ontwikkelingsbeleid

Dit verslag biedt een overzicht van de vorderingen die zijn gemaakt en nog moeten worden gemaakt in verband met de samenhang tussen twaalf belangrijke Europese beleidslijnen, de organisatorische mechanismen in de Unie en de ontwikkelingsdoelstellingen van Europa. Het rapport onderstreept dat de lidstaten in het algemeen van oordeel zijn dat op het niveau van de Unie grotere vorderingen inzake coherentie zijn gemaakt dan op nationaal niveau en dat prioriteiten- of belangenconflicten tussen de lidstaten en de ontwikkelingslanden de belangrijkste hinderpaal voor de samenhang van het ontwikkelingsbeleid vormen.

BESLUIT

Werkdocument van de Commissie van 20 september 2007 - Verslag van de EU over de coherentie van het ontwikkelingsbeleid [COM(2007) 545 definitief - Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

SAMENVATTING

De Europese Unie (EU) wil haar ontwikkelingshulp doeltreffender maken door te zorgen voor samenhang van het ontwikkelingsbeleid en met name de wisselwerking tussen de ontwikkelingsdoelstellingen en de andere Europese beleidslijnen. In 2005 had de Commissie al een mededeling (castellanodeutschenglishfrançais) opgesteld over dit thema, dat een van de doelstellingen van de ontwikkelingsconsensus vormt. Het engagement van de EU op dit gebied bestrijkt vijf sectoren: handel, milieu, klimaatverandering, veiligheid, landbouw, visserij, sociale dimensie, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, migratie, onderzoek, informatiemaatschappij, vervoer en energie.

Het verslag constateert dat talrijke vorderingen op weg naar meer beleidscoherentie zijn gemaakt. Enerzijds zijn de Europese instellingen zich beter bewust geworden van de externe impact van het EU-beleid op andere terreinen dan ontwikkeling en anderzijds zijn de organisatorische mechanismen zowel op het niveau van de EU als van de lidstaten verbeterd. Ondanks deze vorderingen moet nog veel werk worden verzet om de coherentie van het ontwikkelingsbeleid te verbeteren, waarbij de voornaamste hinderpalen de conflicterende beleidsprioriteiten en de belangenconflicten tussen lidstaten en ontwikkelingslanden zijn. Daarbij komt nog in sommige gevallen een gebrekkige capaciteit en onvoldoende inzicht in de problematiek bij de diensten die zich met andere sectoren dan ontwikkeling bezighouden.

Het rapport bevat een evaluatie van de vorderingen inzake de samenhang van het ontwikkelingsbeleid aan de hand van een toetsing van de volgende communautaire beleidslijnen:

  • handel: de EU bevordert de inschakeling van de ontwikkelingslanden in de internationale handel, met name door het sluiten van economische partnerschapsovereenkomsten, het stelsel van algemene preferenties (castellanodeutschenglishfrançais)en maatregelen voor hulp aan de handel. Bovendien werkt de Commissie aan de verbetering van haar regels inzake preferentiële oorsprong. In multilateraal verband was de EU een van de belangrijkste voortrekkers van het programma van Doha (EN) voor de ontwikkeling van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);
  • milieu: de ontwikkelingslanden, waarvan de meeste door aantasting van het milieu worden bedreigd, profiteren indirect van het EU-beleid op dit gebied. De EU is bovendien bereid deze landen te helpen bij de naleving van haar gewijzigde milieunormen, en ondersteunt hun daadwerkelijke deelname aan de multilaterale milieuovereenkomsten;
  • klimaatverandering: de ontwikkelingslanden zullen het zwaarst door de klimaatverandering worden getroffen en zullen dus direct of indirect van het EU-beleid op dit gebied profiteren. Het door de Commissie voorgestelde wereldwijde bondgenootschap tegen klimaatverandering tussen de EU en de ontwikkelingslanden zal een belangrijke stap vormen op weg naar de integratie van dit vraagstuk in de politieke dialoog met de ontwikkelingslanden en in de samenwerkingsprogramma's;
  • veiligheid: de EU heeft het verband tussen ontwikkeling en veiligheid versterkt, met name door conflictpreventie in de samenwerkingsprogramma's te integreren, een transparant en rechtvaardig beheer van de natuurlijke hulpbronnen te bevorderen en de programma's voor ontwapening, demobilisatie en wederinschakeling te ondersteunen. Toch moeten nog verdere stappen worden ondernomen, bijvoorbeeld voor de versterking van de organisatorische mechanismen van de Commissie en de Raad, teneinde het verband tussen het veiligheids- en het ontwikkelingsbeleid te versterken;
  • landbouw: de Europese Gemeenschap heeft substantiële vorderingen gemaakt bij haar inspanningen om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid ten goede komt aan de ontwikkeling. Sinds 2003 zijn de maatregelen die tot handelsdistorsies leiden, zoals interne subsidies en uitvoersubsidies, sterk teruggeschroefd, en de EU heeft voorgesteld dezelfde aanpak in het kader van de WTO-onderhandelingen toe te passen. De EU ondersteunt ook de landbouw- en plattelandsontwikkeling in de ontwikkelingslanden, met name in Afrika;
  • visserij: de hervorming van het visserijbeleid van de EU heeft geleid tot een grotere coherentie van de partnerschapsovereenkomsten op dit gebied met de ontwikkelingsdoelstellingen. Het rapport onderstreept dat een van de belangrijke vorderingen op dit gebied de ontwikkeling is van de visserij in de partnerlanden via een doeltreffend gebruik van de financiële bijdrage die zij in het kader van die overeenkomsten ontvangen;
  • sociale dimensie van de mondialisering, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk: de bevordering van deze waarden maakt deel uit van de politieke en sociale agenda van Europa en van de ontwikkelingsconsensus. In internationaal verband ondersteunt de EU de maatregelen betreffende de sociale dimensie van de mondialisering en fatsoenlijk werk. Tegelijk worden op regionaal en nationaal niveau werkgelegenheid en sociale vraagstukken steeds meer geïntegreerd in de dialoog, de samenwerkingsprogramma's en de handelsbetrekkingen met de ontwikkelingslanden;
  • migratie: uitgaande van de vorderingen bij de vaststelling van een politiek kader en de start van de politieke dialoog met de ontwikkelingslanden op regionaal en nationaal niveau, moet de EU zich thans concentreren op de uitwerking van concrete maatregelen;
  • onderzoek: de ontwikkelingslanden halen profijt uit de door de EU gefinancierde onderzoekprogramma's van algemeen belang. Daarnaast draagt de EU via specifieke internationale samenwerkingsprojecten direct bij tot de versterking van hun capaciteit. Er zijn evenwel nog verdere stappen noodzakelijk om de deelname van deze landen aan het zevende kaderprogramma voor onderzoek te bevorderen, deelname die wordt bemoeilijkt door het gebrek aan personele en institutionele middelen;
  • informatiemaatschappij: met het oog op de bevordering van de informatie- en communicatietechnologie in de ontwikkelingslanden moet de EU steun verlenen voor de politieke dialoog en de versterking van de capaciteit, op basis van particuliere investeringen in infrastructuur en overheidsmaatregelen voor de vaststelling van een gunstig regelgevend kader. Tegelijk moet de toegang tot onderzoek- en onderwijsnetten worden verbreed;
  • vervoer: het optreden van de EU ten aanzien van de ontwikkelingslanden bestaat in het vaststellen van internationale normen en normen voor samenwerking bij internationale projecten, en in het beleid voor de ontwikkeling van ecologische, sociale en veiligheidsnormen voor vervoermiddelen die het grondgebied van de EU binnenkomen en voor de EU-vloot. De EU wil ook het duurzame vervoer (castellanodeutschenglishfrançais)in de ontwikkelingslanden direct bevorderen;
  • energie: de EU heeft verschillende maatregelen ten gunste van de ontwikkelingslanden goedgekeurd, bijvoorbeeld het initiatief "energie ten behoeve van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling", het infrastructuurpartnerschap EU-Afrika en het energiepartnerschap EU-Afrika. Bovendien zullen deze landen profiteren van de maatregelen van het nieuwe energiebeleid van de EU inzake diversificatie van de energievoorziening en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Conclusies van de Raad over de coherentie in het ontwikkelingsbeleid. Raad Algemene zaken en externe betrekkingen - 20 november 2007 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Conclusies van de Raad over de coherentie tussen het EU-beleid inzake migratie en ontwikkeling. Raad Algemene zaken en externe betrekkingen - 20 november 2007 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Conclusies van de Raad over veiligheid en ontwikkeling. Raad Algemene zaken en externe betrekkingen - 19 november 2007 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

 
Laatste wijziging: 28.11.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven