RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gedragscode inzake de complementariteit en de taakverdeling binnen het ontwikkelingsbeleid

Om betere resultaten te bereiken met het EU-beleid voor ontwikkelingssamenwerking, stelt de Commissie voor om een vrijwillige gedragscode in te voeren die de taakverdeling tussen de EU-donoren in de ontwikkelingslanden moet verbeteren. Deze code berust op elf beginselen die beogen de administratieve formaliteiten te beperken, de middelen in te zetten waar zij het hardst nodig zijn, en de steun en de taken te verdelen met als doel meer, betere en snellere hulp te verlenen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie van 28 februari 2007 aan de Raad en het Europees Parlement "EU-gedragscode inzake de taakverdeling binnen het ontwikkelingsbeleid" [COM(2007) 72 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

In deze mededeling wordt een gedragscode voorgesteld die tot doel heeft de complementariteit en de taakverdeling tussen de EU-donoren (Unie en lidstaten) in de ontwikkelingslanden te verbeteren. Deze gedragscode is op 15 mei 2007 door de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, aangenomen. Bij die gelegenheid heeft de Raad het voorstel van de Commissie op enkele punten gewijzigd en met name een elfde beginsel toegevoegd.

Het komt vaak voor dat donoren zich grotendeels op dezelfde landen en sectoren concentreren. Dit resulteert in meer administratieve lasten en transactiekosten in de begunstigde landen, een versnippering van de politieke dialoog, minder transparantie en meer gevaar van corruptie. Sommige landen krijgen evenwel geen enkele aandacht van de donoren.

In de gedragscode zijn de operationele beginselen inzake complementariteit op het gebied van ontwikkelingssamenwerking vastgesteld. Bij gebrek aan een internationaal erkende definitie van complementariteit omschrijft de Commissie dit concept als de optimale verdeling van taken tussen de verschillende betrokkenen met het oog op een zo goed mogelijke benutting van de personele en financiële middelen. Dit houdt in dat elke betrokkene zijn steun richt op gebieden waar die steun de grootste meerwaarde heeft in vergelijking met wat de anderen doen.

De gedragscode is gebaseerd op goede praktijken en is opgesteld in samenwerking met deskundigen uit de lidstaten. Zij berust op de beginselen die zijn opgenomen in de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van de ontwikkelingshulp (eigen inbreng, onderlinge afstemming, harmonisatie, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoording (DE ) (EN ) (ES ) (FR ))), en op de aanvullende doelstellingen en de waarden die in de Europese consensus worden benadrukt.

De code bevat krachtlijnen waarin de beginselen voor de complementariteit in de ontwikkelingshulp zijn vastgelegd. De code omvat met name elf regels:

  • concentreer de activiteiten op een beperkt aantal nationale sectoren (zwaartepunten). De EU-donoren moeten hun activiteiten in een partnerland beperken tot twee sectoren waarvoor zij het grootste comparatieve voordeel * bieden, zoals erkend door de regering van het partnerland en de ander donoren. Naast steun voor de twee zwaartepunten kunnen de donoren begrotingssteun verlenen en programma's financieren die betrekking hebben op het maatschappelijk middenveld, onderzoek en onderwijs;
  • herschik de overige activiteiten in een land (buiten de zwaartepunten). De donoren moeten de activiteiten buiten hun zwaartepunten anders inrichten, door betrokken te blijven via regelingen voor gedelegeerde samenwerking/partnerschappen *, de vrijgekomen steun te verstrekken als algemene begrotingssteun of de steun op verantwoorde wijze af te bouwen;
  • streef voor ieder zwaartepunt naar een regeling met een leidende donor, die zorg draagt voor de coördinatie tussen alle donoren in de sector, teneinde op die manier de transactiekosten te verlagen;
  • streef naar regelingen voor gedelegeerde samenwerking/partnerschappen, op grond waarvan een leidende donor namens de andere donoren de middelen beheert en de dialoog voert met de regering van het partnerland over het te volgen beleid in de betrokken sector;
  • zorg voor adequate steun in de strategische sectoren. Er moet ten minste één donor actief betrokken zijn bij elke sector die relevant wordt geacht voor armoedebestrijding. Daarnaast zouden in elke sector maximaal drie tot vijf donoren actief mogen zijn;
  • voer deze taakverdeling ook op regionaal niveau door, aan de hand van de principes voor taakverdeling binnen een land, voor de samenwerking met de regionale partnerinstellingen;
  • wijs, op basis van een dialoog in de EU, voor iedere donor een beperkt aantal prioritaire landen aan;
  • verleen passende steun aan verwaarloosde landen. Dit betreft vaak kwetsbare landen, waarvan stabilisatie een positief effect zou hebben op de bredere regio;
  • analyseer de sterke punten en breid deze uit: de EU-donoren moeten hun comparatieve voordelen beter evalueren om zich meer te specialiseren;
  • bevorder de complementariteit op andere gebieden, zoals de verticale complementariteit * en de complementariteit tussen instrumenten *;
  • bouw verder aan de hervorming van de steunsystemen: de wijzigingen die in deze code worden voorgesteld, vereisen hervormingen op structureel en personeel niveau.

De Commissie meent dat de Unie dankzij deze gedragscode in het kader van het internationale proces van harmonisatie en onderlinge afstemming (Verklaring van Parijs) als motor kan fungeren op het gebied van complementariteit en taakverdeling.

Het welslagen van de gedragscode zal sterk afhangen van de rol van de delegaties van de Commissie en de vertegenwoordigingen van de lidstaten op het terrein. De toepassing van de code moet jaarlijks worden geëvalueerd op basis van een steekproef van de betrokken landen, een herziene EU-donoratlas en het ontwikkelingsverslag.

De gedragscode is een document in ontwikkeling dat periodiek zal worden herzien op basis van de lessen die worden getrokken uit de tenuitvoerlegging van de code en de follow-up van de resultaten.

Context

Het streven naar een betere taakverdeling in het ontwikkelingsbeleid van de EU is geen nieuwe doelstelling. In 1995 en 1999 heeft de Raad al resoluties aangenomen over de complementariteit tussen het communautaire beleid voor ontwikkelingssamenwerking en dat van de lidstaten. De verklaring van november 2000 over het ontwikkelingsbeleid was een poging om operationele complementariteit te bewerkstelligen tussen de Commissie en de lidstaten door gebieden aan te wijzen waarop de communautaire steun een toegevoegde waarde had. Deze aanpak kampte evenwel met politieke en operationele moeilijkheden. In 2004 heeft de EU besloten een operationele strategie voor complementariteit vast te stellen, waarvan deze mededeling het resultaat is. Dit streven naar een betere complementariteit is ook een centrale pijler van de Europese consensus en het actieplan voor de doeltreffendheid van de steun geworden.

Belangrijkste begrippen
  • Complementariteit binnen een land: zorgen voor een evenwichtige financiering in alle sectoren, waarbij verder wordt gekeken dan het politieke belang.
  • Complementariteit tussen landen: ervoor zorgen dat de EU overal en met grotere regelmaat aanwezig is in alle ontwikkelingslanden, door een einde te maken aan het bestaande onevenwicht dat het gevolg is van het feit dat teveel donoren zich op bepaalde goed presterende landen richten en kwetsbare landen al te vaak negeren.
  • Gedelegeerde samenwerking: een praktische regeling waarbij één donor (de leidende donor) optreedt namens een of meer andere donoren (de delegerende donoren of stille partners). De regels voor de praktische uitvoering worden vastgesteld in overleg tussen de leidende donor en de delegerende donoren.
  • Verticale complementariteit: zorgen voor synergieën tussen vergelijkbare activiteiten die op verschillende gebieden worden ondernomen op regionaal, nationaal en internationaal niveau.
Laatste wijziging: 27.10.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven