RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De consensus van Monterrey in de praktijk omzetten

De Europese Unie maakt de balans op van de verbintenissen die zij op de Europese Raad van Barcelona in maart 2002 inzake ontwikkelingsfinanciering is aangegaan en beveelt toekomstige maatregelen op bepaalde terreinen aan.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: "Omzetting van de consensus van Monterrey in de praktijk: bijdrage van de Europese Unie" [COM(2004) 150 def. - Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

SAMENVATTING

In dit jaarlijks toetsingsverslag maakt de Commissie de balans op van de acht verbintenissen die zij tijdens de Europese Raad van Barcelona van maart 2002 is aangegaan en op de conferentie van Monterrey (EN) over ontwikkelingsfinanciering heeft verdedigd.

Financiële middelen voor de officiële ontwikkelingshulp

Het rapport concludeert dat de lidstaten op dit gebied goed op weg zijn om voor het tweede opeenvolgende jaar deze cruciale verbintenis na te leven en zelfs het vastgestelde streefcijfer te overschrijden. Ondanks de moeilijke begrotingssituatie in talrijke lidstaten, hebben de landen van de Europese Unie hun officiële ontwikkelingshulp (ODA) in 2002 met 5,8 % in reële waarde verhoogd vergeleken met 2001, en 0,35 % van hun gezamenlijk bruto nationaal inkomen (BNI) daaraan besteed.

De officiële ontwikkelingshulp is significant toegenomen in Zweden, Frankrijk, Griekenland en Italië; zij is eveneens omhoog gegaan in België, Finland en Portugal maar daarentegen gedaald in Oostenrijk, Denemarken, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Dit verslag heeft betrekking op de EU met inbegrip van de tien nieuwe lidstaten. Deze nieuwe leden hebben in 2002 gezamenlijk slechts 0,03 % van hun BNI aan ontwikkelingshulp besteed. De Commissie meent evenwel dat dit percentage in 2006 tot 0,11 % zou kunnen oplopen, waardoor het reële volume wordt verdrievoudigd.

In deze context verzoekt de Commissie de lidstaten hun jaarlijkse bijdrage tot de officiële ontwikkelingshulp gedurende de periode tot 2006 te handhaven of te verhogen, teneinde de vorderingen van de EU met het oog op de naleving van de verbintenissen van Monterrey in stand te houden.

Coördinatie van het beleid en harmonisatie van de procedures

In verband met deze verbintenis concludeert het verslag dat de EU er nog steeds niet in geslaagd is haar beleidslijnen op ontwikkelingsgebied beter te coördineren of de procedures voor de tenuitvoerlegging van de hulp te harmoniseren.

Er blijft dus nog veel te doen voor een optimale aanwending van de nog steeds beperkte middelen. Ook vandaag nog zijn de meeste lidstaten eraan gehecht hun eigen procedures toe te passen wanneer het gaat om het beheren van de middelen voor ontwikkelingshulp in de begunstigde landen. Talrijke begunstigde landen worden hierdoor geconfronteerd met een wildgroei van eisen inzake verslagen, uiteenlopende boekhoudkundige normen enzovoort, wat een administratieve last vormt die de al beperkte administratieve capaciteit ernstig in het gedrang kan brengen. De lidstaten zelf verliezen hierdoor aanzienlijke productiviteitsstijgingen van hun administratie als gevolg van een doublure van de werkzaamheden, met name wanneer het gaat om het analyseren van het politieke kader van de begunstigde landen.

In het licht hiervan stelt de Commissie een hele reeks concrete maatregelen voor, met name:

  • nauwere coördinatie tussen de EU-donoren op ontwikkelingsgebied;
  • nauwere coördinatie van de meerjarenprogrammering en de analyse;
  • uitwerking van een gemeenschappelijk kader betreffende de procedures voor tenuitvoerlegging van de hulp;
  • een communautair actieplan voor coördinatie en harmonisatie in de verschillende partnerlanden waar twee of meer EU-donoren een samenwerkingsprogramma ten uitvoer leggen.

Andere verbintenissen

In het verslag wordt gesteld dat inzake de zes overige verbintenissen van Barcelona in 2004 geen andere belangrijke maatregelen op communautair niveau moeten worden genomen en dat het aangewezen is zich op de verschillende lopende activiteiten te concentreren en die tot een goed einde te brengen.

Er zijn inderdaad de laatste jaren concrete maatregelen genomen voor de naleving van de verbintenissen die betrekking hebben op ontkoppeling van de hulp en schuldverlichting. De vorderingen in verband met mondiale collectieve goederen, bijstand op het gebied van de handel en nieuwe financieringsbronnen zijn bemoedigend, hoewel zij meer het resultaat zijn van de werkzaamheden van de lidstaten afzonderlijk dan van de EU in haar geheel.

Verbintenissen van Barcelona

In Barcelona heeft de EU zich ertoe verbonden:

  • het gemiddelde peil van de ODA van de EU op te trekken van 0,33 % van het BNI in 2002 tot 0,39 % in 2006, als stap op weg naar het door de Verenigde Naties vastgestelde streefcijfer van 0,7 %;
  • de doeltreffendheid van de hulp via nauwere coördinatie en harmonisatie te verbeteren en voor 2004 concrete maatregelen met het oog daarop te nemen;
  • maatregelen te nemen voor de ontkoppeling van de hulp aan de minst ontwikkelde landen (MOL);
  • de bijstand op het gebied van de handel te versterken;
  • bij te dragen tot het zoeken naar een oplossing voor het vraagstuk van de mondiale collectieve goederen;
  • door te gaan met het onderzoek naar innoverende financieringsbronnen;
  • bepaalde hervormingen van de internationale financiële stelsels te bevorderen;
  • te streven naar het herstel van een beheersbaar schuldenpeil in het kader van het initiatief voor de arme landen met zware schuldenlast.

Conferentie van Monterrey over de ontwikkelingsfinanciering

De internationale conferentie over ontwikkelingsfinanciering, die van 18 tot 22 maart 2002 in Monterrey (Mexico) heeft plaatsgevonden, heeft geleid tot een consensus over de financiering van de mondiale ontwikkeling in de ontwikkelingslanden. De EU, die wereldwijd meer dan 50 % van de officiële ontwikkelingshulp verstrekt, heeft een belangrijke rol bij het welslagen van deze conferentie gespeeld. De EU had haar bijdrage tot de conferentie van Monterrey op de Europese Raad van Barcelona van maart 2002 vastgesteld.

GERELATEERDE BESLUITEN

Jaarverslag van de Commissie aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio's van 4 april 2007 - Ontwikkelingsfinanciering: Europa komt zijn beloften na [COM(2007) 164 definitief - Niet verschenen in het Publicatieblad].

Mededeling van de Commissie aan de Raad en aan het Europees Parlement van 12 april 2005 - Sneller vorderingen boeken om de ontwikkelingsdoelstellingen van het millennium te bereiken - Financiering met het oog op de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp [COM(2005) 133 definitief - Niet verschenen in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 27.05.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven