RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking – IOS (2007-2013)

Het instrument voor het financieren van de ontwikkelingssamenwerking biedt een verbetering op het voorafgaande kader van ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap door de verschillende geografische en thematische instrumenten samen te voegen in een enkel instrument.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

De onderhavige verordening biedt een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (IOS) dat in de plaats komt van het geheel aan geografische en thematische instrumenten dat in de loop der tijd en naar gelang van de behoeften was opgezet om de ontwikkelingshulp te verbeteren.

De Europese Gemeenschappen financieren in het bestek van dit instrument maatregelen om steun te verlenen aan de geografische samenwerking met de landen in ontwikkeling die voorkomen op de lijst van hulpontvangende landen van het Comité Ontwikkelingshulp (DAC) van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO). Deze landen staan in bijlage I bij de onderhavige verordening vermeld.

De verordening benadrukt dat het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap gaat volgens de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG) en dat het algemeen actiekader van de Gemeenschap inzake ontwikkeling geschiedt volgens de "Europese consensus". Bovendien wordt met de verordening bevestigd dat de doelstellingen van dit beleid zijn om armoede te verminderen, een duurzame economische en sociale ontwikkeling te bewerkstelligen en een harmonieuze en geleidelijke opneming van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie te bereiken.

Aard van het instrument

In de verordening is bepaald dat de communautaire hulp ten uitvoer wordt gelegd door middel van geografische en thematische programma's en het programma van begeleidende maatregelen voor de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-landen) die het suikerprotocol hebben ondertekend.

De geografische programma's omvatten de samenwerking met de partnerlanden en partnerregio's die op geografische grondslag zijn vastgesteld. Zij dekken vijf regio's, namelijk: Latijns-Amerika, Azië, Midden-Azië, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. De communautaire hulp voor deze landen moet de acties op de volgende samenwerkingsgebieden ondersteunen:

  • steun bij de tenuitvoerlegging van beleidsvormen om de armoede uit te roeien en de millenniumdoelstellingen te halen;
  • bevrediging van de eerste levensbehoeften van de bevolking, met name onderwijs en volksgezondheid;
  • bevordering van de sociale cohesie en de werkgelegenheid;
  • bevordering van een goed bestuur, democratie, mensenrechten en steun aan de institutionele hervormingen;
  • bijstand aan de partnerlanden en -regio's op het gebied van handel en regionale integratie;
  • bevordering van duurzame ontwikkeling door middel van bescherming van het milieu en een duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen;
  • steun aan een duurzaam en geïntegreerd beheer van de watervoorraden en bevordering van een krachtiger inzetten van duurzame technologieën op energiegebied;
  • bijstand na een crisis en in kwetsbare staten.

De gevoerde acties lopen uiteen naargelang van de specifieke behoeften van elk land, rekening houdend met de situatie ter plaatse in Latijns-Amerika, Azië, het Midden-Oosten of Zuid-Afrika.

De thematische programma's zijn een aanvulling op de geografische programma's. Zij bestrijken een specifieke activiteitensector die voor een aardrijkskundig niet duidelijk afgebakende groep partnerlanden van belang is, of samenwerkingsactiviteiten voor uiteenlopende partnerregio's of groepen partnerlanden, of ook een internationale operatie zonder aardrijkskundige eigenheid, dat wil zeggen dat deze programma's meer omvatten dan geografische samenwerking omdat hieronder niet alleen de landen vallen die krachtens het IOS geografische samenwerking genieten, maar ook de landen en regio's die voor financiering uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en krachtens Verordening (EG) nr. 1638/2006 in aanmerking komen.

De verordening voorziet in vijf thematische programma's betreffende:

Ten slotte zorgt de verordening voor de totstandkoming van een programma begeleidende maatregelen voor de 18 ACS-staten die het suikerprotocol hebben ondertekend (genoemd in bijlage III van de verordening). De bedoeling van deze maatregelen is het aanpassingsproces van deze landen aan de nieuwe marktomstandigheden in verband met de hervorming van de communautaire regeling in de sector suiker te begeleiden.

Beheer en tenuitvoerlegging

De Commissie heeft voor de geografische programma's een strategiedocument en een indicatief meerjarenprogramma opgesteld en keurt voor elk partnerland of elke partnerregio een actieprogramma goed. Voor de thematische programma's brengt zij documenten met betrekking tot de thematische strategie tot stand en keurt zij jaarlijkse actieprogramma's goed.

De Commissie stelt de indicatieve meerjarentoewijzingen binnen elk geografisch programma vast en let daarbij op de eigen kenmerken van de verschillende programma's alsmede de specifieke moeilijkheden van de landen of regio's waar crises, conflicten of rampen hebben plaatsgevonden.

Zij kan voorts in een specifieke financiële toewijzing voorzien om de samenwerking tussen de ultraperifere regio's van de EU en de naburige partnerlanden en partnerregio's te versterken. Daarenboven kan zij bij natuurrampen of in geval van crises die niet voor financiering uit hoofde van de Verordeningen nr. 1717/2006 of nr. 1257/1996 in aanmerking komen, bijzondere maatregelen treffen waarin in de strategiedocumenten of de indicatieve meerjarenprogramma's niet is voorzien.

De entiteiten die voor financiering in aanmerking kunnen komen zijn onder meer de volgende:

  • de partnerlanden en partnerregio's en hun instellingen;
  • de gedecentraliseerde entiteiten van de partnerlanden (gemeenten, provincies, departementen, regio's);
  • de gemengde organismen die door de partnerlanden en partnerregio's en de Gemeenschap zijn ingesteld;
  • de internationale organisaties;
  • de agentschappen van de EU;
  • bepaalde entiteiten of organismen van de lidstaten, partnerlanden en partnerregio's of enig ander derde land, indien zij aan het bereiken van de doelstellingen van onderhavige verordening een bijdrage leveren.

Uit hoofde van onderhavige verordening kan de Gemeenschap onder meer voor projecten en programma's, bijdragen aan door partnerlanden en partnerregio's opgerichte nationale fondsen ter bevordering van de medefinanciering door meerdere fondsenverschaffers, of bijdragen aan door een enkele of meerdere fondsenverschaffer(s) opgezette fondsen voor gezamenlijke acties, twinningprogramma's, rentebonificaties, in het bijzonder leningen op milieugebied, of verlichting van schulden in het kader van op internationaal niveau goedgekeurde programma's van schuldverlichting financiering bieden.

De maatregelen kunnen voorwerp uitmaken van medefinanciering met de lidstaten en hun regionale en lokale overheden, andere geldverschaffende staten, internationale organisaties, vennootschappen ondernemingen en andere particuliere economische organismen en actoren en de andere niet-statelijke actoren, alsook de partnerlanden die voor de fondsen in aanmerking komen.

De financiële toewijzing voor de uitvoering van de onderhavige verordening in de periode 2007-2013 bedraagt 16,897 miljard euro: 10,057 miljard voor de geografische programma's, 5,596 miljard voor de thematische programma's en 1,244 miljard voor de ACS-landen die ondertekenaars bij het suikerprotocol zijn.

De Commissie volgt en evalueert de tenuitvoerlegging van haar programma's. Zij legt het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag over de resultaten als gevolg van de onderhavige verordening voor.

De Commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een comité.

Uiterlijk op 31 december 2010 presenteert de Commissie het verslag ter evaluatie van de tenuitvoerlegging gedurende de eerste drie jaar ervan, eventueel vergezeld van een wetgevingsvoorstel met daarin de noodzakelijk geachte wijzigingen.

Artikel 39 schrijft de intrekking van de volgende verordeningen voor betreffende:

  • de toegang tot buitenlandse hulp van de Gemeenschap;
  • de bevordering van gendergelijkheid in de ontwikkelingssamenwerking;
  • het AENEAS-programma;
  • de bestrijding van aan armoede gerelateerde ziekten in ontwikkelingslanden;
  • reproductieve en seksuele gezondheid en rechten in ontwikkelingslanden;
  • acties op het gebied van de hulp aan ontwortelde bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en in Azië;
  • hetbehoud en het duurzaam beheer van tropische bossen en andere bossen in ontwikkelingslanden;
  • de reële integratie van het milieuaspect in het ontwikkelingsproces in de ontwikkelingslanden;
  • ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika;
  • gedecentraliseerde samenwerking;
  • medefinanciering met Europese niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkeling;
  • het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp;
  • financiële en technische hulp en economische samenwerking met de ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en in Azië.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - vervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1905/2006
[goedkeuring: medebeslissingsprocedure COD/2004/0220]

28.12.2006 - 31.12.2013

-

 L 378 van 27.12.2006

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 960/2009

18.10.2009

-

L 270 van 15.10.2009

De reeks wijzigingen en correcties van de verordening (EG) nr. 1905/2006 werd in de basistekst aangepast. Deze geconsolideerde versie vormt slechts een communicatiehulpmiddel.

GERELATEERDE BESLUITEN

Voorstel voor een verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 17 maart 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking [COM(2010) 102 definitief – Niet in het Publicatieblad verschenen].
De Europese Unie (EU) wil de traditionele bananenleveranciers uit de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) helpen bij de aanpassing aan de liberalisering van hun regeling voor export naar Europa. Zo zal een begeleidende periode nodig zijn op het einde van de preferentiële handelsregeling waarvan de ACS-leveranciers vroeger genoten.
De begeleidende maatregelen die de EU voorziet, moeten aandacht besteden aan:

  • verbetering van het concurrentievermogen van de traditionele bananensector;
  • bevordering van de economische diversificatie via de ontwikkeling van nieuwe activiteitensectoren;
  • aanpak van de bredere gevolgen van het aanpassingsproces, onder meer op het gebied van macro-economische stabiliteit, werkgelegenheid, sociale dienstverlening en grondgebruik.

Deze begeleidende maatregelen moeten worden ingevoerd in het kader van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking.
Medebeslissingsprocedure: (COD 2010/0059)

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1889/2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld [COM(2009) 194 definitief - Niet in het Publicatieblad verschenen].
Momenteel worden bepaalde kosten niet gefinancierd uit het instrument voor ontwikkelingssamenwerking. In sommige gevallen dient echter ook rekening te worden gehouden met belastingen, heffingen en rechten die deelnemers van programma’s en projecten moeten betalen. De begunstigde landen beschikken niet altijd over een vrijstellingsmechanisme en hun fiscale bepalingen blijven evolueren. De bewoordingen van deze verordening moeten dan ook voldoende flexibel zijn om deze werkelijkheid in aanmerking te nemen.
Medebeslissingsprocedure: (COD/2009/0060)

Laatste wijziging: 20.10.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven