RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Overeenkomst van Cotonou

De belangrijkste doelstellingen van de overeenkomst zijn bestrijding en uiteindelijk uitroeiing van armoede en geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie, maar zonder de doelstelling van duurzame ontwikkeling uit het oog te verliezen.

BESLUIT

Partnerschapsovereenkomst 2000/483/EG tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000.

SAMENVATTING

Algemeen kader

De overeenkomst van Cotonou schept een kader voor de samenwerkingsbetrekkingen van de Europese Unie (EU), met het oog op de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de landen van Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan (ACS-landen).

De samenwerking, die hoofdzakelijk gericht is op het terugdringen en uiteindelijk uitroeien van armoede, moet ook bijdragen aan vrede, veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat in de ACS-landen. In die context werken de partners van de overeenkomst samen om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG) te realiseren.

De overeenkomst van Cotonou stoelt op het grondbeginsel van gelijkheid van de partners en van de inbreng in de ontwikkelingsstrategieën. De overeenkomst werd op 23 juni 2000 voor een periode van twintig jaar ondertekend en kan om de vijf jaar worden herzien.

Politieke dimensie

De overeenkomst heeft een uitgesproken politieke dimensie, die tot uiting komt in:

  • een regelmatige politieke dialoog, die ten doel heeft de samenwerking te verbeteren en het multilaterale karakter van de betrekkingen te vergroten;
  • beleidsmaatregelen voor vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing. Het partnerschap concentreert zich voor dit terrein op regionale initiatieven en versterking van de lokale capaciteit, maar ook op de betrokkenheid van regionale organisaties als de Afrikaanse Unie;
  • bevordering van de mensenrechten, van de democratische beginselen op basis van de rechtsstaat en van transparant en verantwoordelijk openbaar bestuur. Er is een nieuwe procedure uitgewerkt om schending van deze elementen af te handelen, die de nadruk legt op de verantwoordelijkheid van de betrokken staat;
  • de identificatie van gemeenschappelijke problemen, die verband houden met de algemene uitdaging (regionale integratie) en de specifieke uitdagingen (handel, militaire uitgaven, drugs, georganiseerde criminaliteit, kinderarbeid en discriminatie);
  • de opstelling van samenwerkingsstrategieën, met inbegrip van de agenda voor doeltreffende hulp en het sectorale beleid op het gebied van milieu, klimaatverandering, gelijkheid van vrouwen en mannen en migratie;
  • de aan veiligheid bestede aandacht, met name op het gebied van de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, het Internationaal Strafhof en de internationale samenwerking in de strijd tegen het terrorisme en de illegale handel.

De politieke dialoog wordt op een flexibele manier gevoerd, in een formeel of informeel kader en op het meest geschikte bestuursniveau. De regionale organisaties en de nationale parlementen kunnen daarbij betrokken worden.

Bevordering van participatieve benaderingen

De overeenkomst voorziet in een belangrijke rol voor niet-overheidsactoren bij de opzet en de uitvoering van de ontwikkelingsstrategieën en -programma's. Het betreft met name lokale autoriteiten en organisaties van het maatschappelijk middenveld en uit de privésector, die in het kader van het partnerschap toegang hebben tot specifieke financieringsmiddelen van het partnerschap.

Ontwikkelingsstrategieën en armoedebestrijding

De overeenkomst stoelt op een geïntegreerde aanpak die initiatieven omvat ter bevordering van de economische, sociale en menselijke ontwikkeling en van de regionale integratie. Om het differentiatiebeginsel in aanmerking te nemen, worden voor elk land afzonderlijk prioriteiten voor steunverlening vastgesteld.

De economische ontwikkeling is toegespitst op:

  • macro-economische en structurele hervormingen en beleidsmaatregelen;
  • sectoraal beleid (met name de ontwikkeling van de sectoren industrie, handel, toerisme, visserij en traditionele ambachten);
  • investeringen in en de ontwikkeling van de particuliere sector. De samenwerking ondersteunt met name investeringen door de overheidssector in infrastructuur die bijdraagt tot de ontwikkeling van de particuliere sector, economische groei en armoedebestrijding.

De belangrijkste punten van de sociale en humane ontwikkeling hebben betrekking op:

  • sociale sectorale beleidsmaatregelen ter verbetering van de onderwijsstelsels, de gezondheidszorg en voeding);
  • jongerenvraagstukken, met name de deelname van jongeren aan het openbare leven en uitwisselingen tussen de partnerlanden;
  • gezondheid en toegang tot diensten, bestrijding van armoedeziekten en bescherming van de gezondheid op het gebied van seksualiteit en voortplanting;
  • culturele ontwikkeling.

Door middel van regionale integratie en samenwerking moet de ontwikkeling in alle sectoren worden gestimuleerd. De samenwerking biedt ook steun aan projecten en initiatieven voor interregionale samenwerking en voor samenwerking tussen de ACS-landen onderling, met inbegrip van ontwikkelingslanden die geen ACS-land zijn. De regionale integratie en samenwerking hebben onder andere tot doel:

  • versnelling van de diversificatie van de economieën van de ACS-landen;
  • bevordering en ontwikkeling van het handelsverkeer, ook ten gunste van de minst ontwikkelde landen (MOL's) van de ACS-landen;
  • tenuitvoerlegging van sectoraal hervormingsbeleid op regionaal niveau.

In de ontwikkelingsstrategieën worden tot slot drie horizontale vraagstukken in aanmerking genomen:

  • gelijkheid van vrouwen en mannen;
  • duurzaam beheer van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen;
  • institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw.

Economische samenwerking en handelssamenwerking

De overeenkomst is in overeenstemming met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en stelt de ACS-landen in staat volwaardig aan het internationale handelsverkeer deel te nemen.

De overeenkomst voorziet in de sluiting van regionale economische partnerschapsovereenkomsten om het handelsverkeer te liberaliseren.

In de overeenkomst wordt met nadruk gewezen op de kwetsbare situatie van de ACS-landen en het belang van samenwerking en handelsgebonden hulpverlening. De samenwerking op handelsgebied blijft daarom dan ook niet beperkt tot handelsactiviteiten en heeft ook betrekking op de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en de naleving van de internationale arbeidsnormen.

De meest kwetsbare landen

Voor de minst ontwikkelde, de niet aan de zee grenzende en de eilandstaten van de ACS-groep is een bijzondere regeling uitgewerkt. Voor hen worden extra inspanningen geleverd op bepaalde gebieden, met name op het vlak van voedselveiligheid, regionale samenwerking en vervoers- en communicatie-infrastructuur.

Gemeenschappelijke instellingen

De Raad van Ministers komt één keer per jaar bijeen. Hij bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie en een lid van de regering van elk ACS-land. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt bekleed door een lid van de Raad van de EU en een lid van de regering van een ACS-land.

De Raad van Ministers voert de politieke dialoog en ziet toe op de goede uitvoering van de overeenkomst. Hij kan voor de partijen bindende besluiten nemen en resoluties, aanbevelingen en adviezen aannemen. Hij kan ook bevoegdheden delegeren aan het Comité van Ambassadeurs. Hij legt de gemeenschappelijke parlementaire vergadering jaarverslagen voor over de uitvoering van de overeenkomst.

Het Comité van Ambassadeurs staat de Raad van Ministers bij. Het bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van alle lidstaten bij de EU, een vertegenwoordiger van de Europese Commissie en de hoofden van de missies bij de EU van alle ACS-landen. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt bekleed door de vertegenwoordiger van een lidstaat van de EU en van een ACS-land.

De Paritaire Parlementaire Vergadering is een raadgevend orgaan dat bestaat uit een gelijk aantal leden van het Europees Parlement en vertegenwoordigers van de ACS-landen. Zij kan resoluties aannemen en aanbevelingen doen aan de Raad van Ministers. De Vergadering komt twee maal per jaar in voltallige zitting bijeen, bij toerbeurt in de EU en in een ACS-land.

Schending van essentiële elementen van de overeenkomst

De overeenkomst voorziet in maatregelen die kunnen worden genomen wanneer essentiële elementen van de overeenkomst worden geschonden, met name de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat.

De overeenkomst voorziet in eerste instantie in een overlegprocedure, maar wanneer geen aanvaardbare oplossing wordt gevonden, kunnen extra maatregelen worden genomen en kan de overeenkomst zelfs worden geschorst.

Achtergrond

De overeenkomst van Cotonou is een nieuwe fase in de samenwerking tussen de ACS-landen en de EU. Voor bepaalde ACS-landen is de samenwerking van start gegaan bij de ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957. De samenwerking met de ACS-landen is vervolgens verder uitgebreid met de twee overeenkomsten van Yaoundé en de vier overeenkomsten van Lomé.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Overeenkomst 2000/483/EG

1.4.2003

-

L 317, 15.12.2000

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Besluit 2005/599/EG

21.6.2005

-

L 209, 11.8.2005

Besluit 2010/648/EU

14.5.2010

-

L 287, 4.11.2010

GERELATEERDE BESLUITEN

Handelsregeling

Voorstel voor een besluit van de Raad van 30 september 2008 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de partnerstaten van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds [COM(2008) 521 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
De handelsregeling van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) verleende ontheffing zijn vervallen in december 2007. De vaststelling van een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst (KEPO) tussen de EU en de partnerlanden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap moet het mogelijk maken de huidige handelsbetrekkingen in stand te houden en moet als basis dienen voor de onderhandeling van een volledige economische partnerschapsovereenkomst tegen eind 2009.
Het KEPO voorziet de nodige maatregelen voor de instelling van een vrijhandelszone en specifieke bepalingen betreffende de oorsprongsregels, niet-tarifaire maatregelen, handelsbeschermingsinstrumenten, het vermijden van geschillen, visserij alsmede administratieve en institutionele samenwerking.

Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad van 20 december 2007 tot toepassing van de regelingen voor goederen van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot instelling van, een economische partnerschapsovereenkomst [Publicatieblad L 348 van 31.12.2007].
Deze verordening strekt tot vaststelling van de lijst van staten die een economische partnerschapsovereenkomst (EPO) hebben gesloten. Zij voorziet in de inwerkingtreding van deze handelsregeling op 1 januari 2008.

Specifieke bepalingen

Besluit 2008/991/EG nr. 3/2008 van de ACS-EG-raad van ministers van 15 december 2008 ter goedkeuring van de wijzigingen van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst [Publicatieblad L 352 van 31.12.2008].
Bijlage IV betreffende de procedures voor de tenuitvoerlegging en het beheer van de Overeenkomst van Cotonou werd gewijzigd om de procedures voor de gunning en uitvoering van overheidsopdrachten te harmoniseren. Opdrachten en subsidies worden toegekend overeenkomstig de communautaire normen en regelgeving.

Besluit 2006/1/EG van de ACS-EG-Raad van ministers van 2 juni 2006 tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 en tot wijziging van de herziene ACS-EG-partnerschapsovereenkomst [PB L 247 van 9.9.2006].
Dit financieringsakkoord in verband met de partnerschapsovereenkomst van Cotonou bestrijkt de periode van 2008 tot 2013 en voorziet in een begrotingsenveloppe van meer dan 24 miljard euro. Daarin zijn begrepen 2 miljard euro eigen middelen van de Europese Investeringsbank, de rest komt uit het 10e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds kent op jaarbasis een stijging van ongeveer 35 % in vergelijking met het 9e EOF. Een niet onaanzienlijk onderdeel van de begroting zal dienen voor de regionale programma's, waarmee het belang wordt onderstreept van de regionale economische integratie voor de nationale en lokale ontwikkeling.

Laatste wijziging: 08.03.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven