Samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van consumentenbescherming
De consument wordt in het kader van grensoverschrijdende aankopen beter beschermd door de juridische samenwerking van de lidstaten in de strijd tegen oneerlijke handelaren. Deze samenwerking tussen de lidstaten garandeert een doeltreffende toepassing van de wetgeving voor de bescherming van de consument op de interne markt.
BESLUIT
Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (“verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming”) [Zie wijzigingsbesluit(en)].
SAMENVATTING
Door de verordening wordt een netwerk opgericht van bevoegde autoriteiten die bevoegd zijn voor de handhaving van de wetgeving op het gebied van consumentenbescherming. De verordening is uitsluitend van toepassing op inbreuken die binnen de Europese Unie (EU) worden begaan.
Bevoegde autoriteiten
Voor de toepassing van de verordening wijst iedere lidstaat bevoegde autoriteiten en een verantwoordelijk verbindingsbureau aan. Deze autoriteiten beschikken over de voor de toepassing van de verordening vereiste onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden. Zij oefenen hun bevoegdheden uit overeenkomstig de nationale wetgeving.
De bevoegde autoriteiten moeten zo snel mogelijk ingrijpen om een einde te maken aan vastgestelde inbreuken. Daartoe kiezen zij een passend rechtsmiddel. Doorgaans gaat het daarbij om het doen staken van de inbreuk, aangezien dit snel werkt. Door middel van deze procedure kan een onwettige handeling stopgezet of verboden worden en kunnen oneerlijke handelaren in andere lidstaten voor de rechter worden gebracht.
Wederzijdse bijstand
Door de verordening is een kader voor wederzijdse bijstand ontstaan, dat onder meer voorziet in informatie-uitwisseling, verzoeken om handhavingsmaatregelen en de coördinatie van het markttoezicht en de handhaving van de wetgeving.
Wanneer de bevoegde autoriteiten vernemen dat in de EU een inbreuk heeft plaatsgevonden, moeten zij de autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie hiervan op de hoogte brengen. Zij verstrekken andere bevoegde autoriteiten op verzoek ook alle relevante informatie die nodig is om vast te kunnen stellen of er sprake is geweest van een inbreuk in de EU. Zij nemen tevens alle uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn om de inbreuk in de EU stop te zetten of te verbieden.
De bevoegde autoriteiten brengen de Commissie op de hoogte van de inbreuk, de genomen maatregelen, de daarmee bereikte effecten en de wijze waarop de autoriteiten hun werkzaamheden hebben gecoördineerd. Gebruik van de verstrekte gegevens is alleen toegestaan om naleving van de wetgeving ter bescherming van de consument te garanderen. Voor de opslag en bewerking van de gegevens maakt de Commissie gebruik van een elektronische databank. Elk verzoek tot wederzijdse bijstand moet voldoende informatie bevatten zodat aan het verzoek kan worden voldaan.
De bevoegde autoriteiten kunnen in bepaalde omstandigheden weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen of informatie, of besluiten om niet aan hun verplichtingen te voldoen. In dat geval delen zij de Commissie het waarom van die weigering van het verzoek tot bijstand mee.
Activiteiten van de EU-landen
De EU-landen brengen elkaar en de Commissie op de hoogte van hun activiteiten. Dit geldt met name voor activiteiten die gericht zijn op:
- een gecoördineerde handhaving van de wetgeving, zoals opleidingsactiviteiten voor ambtenaren die de wetgeving ter bescherming van de consument moeten handhaven en de klachten van de consument moeten verzamelen en categoriseren;
- administratieve samenwerking, zoals informatievoorziening en advisering aan consumenten of ondersteuning van consumentenvertegenwoordigers.
De Europese Unie werkt samen met derde landen en bevoegde internationale organisaties om de economische belangen van de consument beter te kunnen beschermen. Ten behoeve van die samenwerking kunnen tussen de EU en derde landen overeenkomsten worden gesloten.
De Commissie wordt bijgestaan door een comité. De lidstaten brengen de Commissie voorts om de twee jaar verslag uit over de toepassing van de verordening.
Wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument
De bijlage bij deze verordening bevat een lijst van richtlijnen en verordeningen die de belangen van de consument beschermen. Het gaat om zowel algemene wetgeving als om wetgeving die gericht is op specifieke sectoren, zoals de rechtsbesluiten betreffende oneerlijke handelspraktijken en passagiersvervoer.
REFERENTIES
| Besluit | Inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Verordening (EG) nr. 2006/2004 |
29.12.2004 |
‑ |
PB L 364 van 9.12.2004 |
| Wijzigingsbesluit(en) | Inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Verordening (EU) nr. 954/2011 |
7.10.2011 |
‑ |
PB L 259 van 4.10.2011 |
De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 2006/2004 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie
heeft slechts informatieve waarde.
GERELATEERDE BESLUITEN
Beschikking 2007/76/EG van de Commissie van 22 december 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming wat wederzijdse bijstand betreft [Publicatieblad L 32 van 6.2.2007].
Deze beschikking voorziet in voorschriften inzake informatie, zoals bijvoorbeeld de minimaal vereiste gegevens die in verzoeken tot wederzijdse bijstand en waarschuwingen moeten worden verstrekt, de in acht te nemen termijnen, de toegang tot de informatie en de talenregeling.
Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 2 juli 2009 over de toepassing van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming [COM(2009) 336 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].



