Oneerlijke handelspraktijken
De Europese consument wordt beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken, met name tegen misleidende en agressieve handelspraktijken. De EU biedt alle consumenten dezelfde mate van bescherming, ongeacht waar zij in de EU iets kopen.
BESLUIT
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijnen 84/450/EEG, 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (richtlijn oneerlijke handelspraktijken).
SAMENVATTING
Deze richtlijn definieert de oneerlijke handelspraktijken die in de Europese Unie (EU) verboden zijn. Zo beschermt zij de economische belangen van consumenten die transacties aangaan met handelaren.
Oneerlijke handelspraktijken zijn praktijken die:
- in strijd zijn met de beginselen van professionele toewijding *;
- het besluit van de consument over een transactie * kunnen beïnvloeden.
Bepaalde bevolkingsgroepen moeten extra worden beschermd door hun kwetsbaarheid, goedgelovigheid, leeftijd (kinderen en ouderen) dan wel een geestelijke of lichamelijke beperking.
In de richtlijn zijn de bepalingen van de richtlijnen inzake misleidende reclame, op afstand gesloten overeenkomsten en de verkoop op afstand van financiële diensten opgenomen.
Misleidende handelspraktijken
Een handelspraktijk is misleidend indien foute of op onwaarheden berustende informatie wordt verstrekt of indien de verstrekte informatie, hoewel feitelijk juist, de consument misleidt. Die informatie heeft met name betrekking op:
- het bestaan of de aard van het product;
- de voornaamste kenmerken van het product (zoals beschikbaarheid, samenstelling, fabricagedatum, geografische oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, enz.);
- de prijs, de verplichtingen van de handelaar en het verkoopproces;
- de noodzaak van een dienst of reparatie;
- de handelaar (zijn identiteit, kwalificaties, status, gedragscode, enz.);
- de rechten van de consument inzake de verkoop van consumptiegoederen.
De richtlijn verbiedt bovendien reclame- en marketingactiviteiten die aanleiding geven tot verwarring met andere producten of een concurrerend merk.
Ten slotte moet alle vereiste informatie op een duidelijke en begrijpelijke wijze en op het gepaste moment aan de consument worden verstrekt, zodat deze een besluit kan nemen over de betrokken transactie. Als dat niet gebeurt, betreft het een misleidende handelspraktijk door omissie.
Agressieve handelspraktijken
Consumenten moeten bij hun besluiten over transacties volledige keuzevrijheid hebben. Voorafgaand aan dergelijke besluiten mag er geen sprake zijn van intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding *.
Voor de vaststelling van sancties moeten verschillende elementen in aanmerking worden genomen:
- de aard en de duur van de agressieve praktijk;
- het gebruik van dreigende taal of gedragingen;
- het uitbuiten van bepaalde omstandigheden die het beoordelingsvermogen van de consument kunnen beperken om het besluit van de consument te beïnvloeden;
- niet-contractuele voorwaarden die de consument worden opgelegd voor het uitoefenen van zijn rechten.
REFERENTIES
| Besluit | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Richtlijn 2005/29/EG |
12.6.2005 |
12.6.2007 |
L 149, 11.6.2005 |
Zie ook
- De website van het directoraat-generaal Gezondheid en consumenten (EN)



