RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De juridische aspecten van elektronische handel ("richtlijn inzake elektronische handel")

De richtlijn inzake elektronische handel heeft ten doel de juridische veiligheid van elektronische handel te versterken om zo het vertrouwen van de internetgebruikers te vergroten. Daartoe wordt een stabiel juridisch kader ingevoerd waarbinnen de diensten van de informatiemaatschappij zijn onderworpen aan de regels van de interne markt (vrij verkeer van diensten en vrijheid van vestiging) en er een beperkt aantal harmonisatiemaatregelen wordt genomen.

BESLUIT

Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel").

SAMENVATTING

Deze richtlijn is gebaseerd op de richtsnoeren die zijn vervat in de mededeling van de Commissie [COM(97) 157 def.] over de elektronische handel, waarbij wordt beoogd in de periode tot 2000 een samenhangend beleidskader op Europees niveau tot stand te brengen. Het is daarbij vooral de bedoeling om overregulering te vermijden, uit te gaan van de vrijheden van de interne markt, rekening te houden met de commerciële realiteit en de doelstellingen van algemeen belang op doeltreffende wijze te beschermen. De richtlijn heeft ook ten doel de verschillen in de jurisprudentie van de lidstaten weg te werken zodat er een grotere rechtszekerheid ontstaat en het vertrouwen van de consumenten en ondernemingen wordt bevorderd.

Toepassingsgebied

De richtlijn heeft betrekking op alle diensten van de informatiemaatschappij *: diensten tussen ondernemingen, diensten tussen ondernemingen en consumenten, diensten die gratis worden geleverd aan de begunstigde en die bijvoorbeeld worden gefinancierd door reclame en sponsoring en diensten die elektronische transacties on line mogelijk maken (met name interactieve verkoop op afstand van goederen en diensten en on-linewinkelen).

Zij is met name van toepassing op de volgende sectoren en activiteiten: on-linekranten, on-linegegevensbanken, elektronische financiële diensten, diensten voor specifieke beroepsgroepen (advocaten, artsen, boekhouders, immobiliënagenten, enz.), via het net aangeboden ontspanningsdiensten (zoals 'video on demand'), marketing en direct mail via internet en internettoegangsdiensten.

De richtlijn is uitsluitend van toepassing op dienstverleners * die gevestigd zijn binnen de Europese Unie (EU). Om echter geen belemmeringen op te werpen voor de elektronische handel op wereldvlak, worden onverenigbaarheden met de juridische ontwikkelingen in andere regio's van de wereld vermeden.

Toepassing van de wetgeving van het land waar de dienstverlener gevestigd is

Krachtens artikel 3 zijn de verleners van diensten van de informatiemaatschappij (bijvoorbeeld de exploitanten van internetsites) onderworpen aan de wetgeving van de lidstaat waarin zij gevestigd zijn (regel van het land van oorsprong of "internemarktclausule"). In de richtlijn wordt de vestigingsplaats van de dienstverlener omschreven als de plaats waar een dienstverlener vanuit een duurzame vestiging voor onbepaalde tijd daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent. Deze regel van het land van vestiging is het cruciale aspect van de richtlijn omdat daardoor de juridische zekerheid en duidelijkheid ontstaat die vereist is om het voor de dienstverlener mogelijk te maken zijn diensten in het geheel van de Unie aan te bieden.

Diensten zijn in beginsel niet aan een voorafgaande vergunning onderworpen

Krachtens de richtlijn is het de lidstaten verboden diensten van de informatiemaatschappij te onderwerpen aan specifieke regelingen van voorafgaande vergunningen die niet gelden voor soortgelijke diensten die via een andere weg worden aangeboden. Het druist bijvoorbeeld in tegen de richtlijn om de opening van een website te onderwerpen aan een vergunningsprocedure. Een site mag echter aan een vergunningsstelsel worden onderworpen als de activiteit in kwestie gereglementeerd is (elektronische financiële diensten en bankdiensten bijvoorbeeld)

Transparantie

De lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen dat diensten van de informatiemaatschappij de afnemer * en de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid moeten bieden gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegang te krijgen tot de basisinformatie inzake hun activiteiten: naam, adres, adres voor elektronische post, inschrijvingsnummer in het handelsregister, beroepstitel en beroepsvereniging waarbij de dienstverlener is ingeschreven, BTW-nummer.

Commerciële communicatie en spamming *

Commerciële communicatie * moet duidelijk als zodanig herkenbaar zijn (artikel 6) teneinde het vertrouwen van de consument te versterken en eerlijke commerciële praktijken te waarborgen. Voorts moet commerciële communicatie via elektronische post meteen bij de ontvangst ervan door de afnemer duidelijk en ondubbelzinnig als zodanig herkenbaar zijn. De lidstaten moeten voorts maatregelen treffen om te waarborgen dat dienstverleners die via elektronische post ongevraagde commerciële communicatie doorgeven, de "opt-out"-registers * regelmatig raadplegen en ook respecteren waarin personen die dergelijke commerciële communicatie niet wensen te ontvangen, zich kunnen inschrijven. De richtlijn verbiedt de lidstaten evenwel niet om te kiezen voor het zogenaamde "opt-in"-systeem *.

Contracten langs elektronische weg

Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten alle verbodsbepalingen of belemmeringen inzake het gebruik van elektronische contracten opheffen. Voorts moeten zij zorgen voor rechtszekerheid door een bepaalde verplichting tot informatieverstrekking op te leggen alvorens een elektronische order wordt geplaatst. Deze bepalingen vormen een aanvulling op de voorschriften van de richtlijn van 1999 betreffende elektronische handtekeningen ( castellano deutsch english français ).

Aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden

Het probleem van de aansprakelijkheid van tussenpersonen, met name van degenen die als doorgeefluik optreden, is een van de neteligste van elektronische dienstverlening. Het komt eropaan te bepalen in welke mate deze technische tussenpersonen aansprakelijk kunnen worden gehouden voor illegale of schadelijke inhoud die op hun netwerk of server wordt gepubliceerd.

Teneinde alle bestaande rechtsonzekerheid weg te werken, is overeenkomstig de richtlijn de dienstverlener die als louter doorgeefluik voor de informatie van een derde optreedt, op geen enkele manier aansprakelijk voor de inhoud. De richtlijn beperkt ook de aansprakelijkheid van de dienstverleners voor andere activiteiten als tussenpersoon, zoals de tussentijdse en tijdelijke opslag van informatie. De leverancier van infrastructuur en de toegangsleverancier zijn met andere woorden niet aansprakelijk voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener ligt en de dienstverlener de ontvanger van de informatie of de informatie zelf niet selecteert.

In de richtlijn wordt evenwel gepreciseerd dat de lidstaten kunnen voorschrijven dat dienstverleners de bevoegde autoriteiten onverwijld in kennis moeten stellen van vermeende onwettige activiteiten of informatie door afnemers van hun dienst, alsook dat zij de bevoegde autoriteiten op hun verzoek informatie dienen te verstrekken waarmee de afnemers van hun dienst met wie zij opslagovereenkomsten hebben gesloten, kunnen worden geïdentificeerd.

Tenuitvoerlegging van de wetgeving

De lidstaten en de Commissie stimuleren de opstelling van communautaire gedragscodes door beroepsverenigingen of -organisaties, die een bijdrage beogen te leveren aan de goede toepassing van de bepalingen van de richtlijn. De Commissie gaat echter na of deze codes in overeenstemming zijn met het communautaire recht en transparant zijn op communautair niveau. Consumentenverenigingen moeten betrokken worden bij de opstelling en uitvoering van bedoelde gedragscodes (artikel 16).

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij geschillen tussen verleners en afnemers van diensten van de informatiemaatschappij hun wetgeving geen belemmering vormt voor de in het nationale recht openstaande mogelijkheden van buitengerechtelijke geschillenregeling, met inbegrip van daartoe geëigende elektronische middelen. De lidstaten zien erop toe dat de organen voor de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen de beginselen van onafhankelijkheid, transparantie, hoor en wederhoor, effectiviteit van de procedure, wettigheid van de beslissing en vrijheid van de partijen en vertegenwoordiging toepassen (artikel 17).

De lidstaten zien erop toe dat ten aanzien van activiteiten in verband met de diensten van de informatiemaatschappij de rechter in kort geding kan worden gevraagd om maatregelen te nemen teneinde de beweerde overtreding te herstellen en te verhinderen dat de betrokken belangen worden geschaad (artikel 18).

De lidstaten zien erop toe dat hun ter zake bevoegde autoriteiten beschikken over de controle- en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor een doeltreffende uitvoering van deze richtlijn. Zij zien er eveneens op toe dat de bevoegde autoriteiten van hun land samenwerken met de nationale autoriteiten van de andere lidstaten en zij wijzen hiertoe een contactpersoon aan, van wie ze de adresgegevens aan de andere lidstaten en de Commissie mededelen (artikel 19).

Afwijkingen

De richtlijn voorziet in drie soorten afwijkingen, meer bepaald:

  • bepaalde activiteiten zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (bijlage I), zoals activiteiten van notarissen of de verdediging van een cliënt in rechte;
  • artikel 3 (clausule van "land van herkomst") is niet van toepassing op een aantal specifieke gebieden (bijvoorbeeld auteursrechten of contractuele verplichtingen betreffende door de consumenten gesloten contracten);
  • de lidstaten mogen maatregelen ter beperking van het vrije verkeer van diensten uit een andere lidstaat nemen (afwijkingen geval per geval) als die noodzakelijk zijn voor bepaalde redenen (bijvoorbeeld de bescherming van minderjarigen of de bescherming van de volksgezondheid) en als daarbij bepaalde voorwaarden worden nagekomen en procedures gevolgd.
Belangrijkste begrippen
  • diensten van de informatiemaatschappij: elke dienst die, doorgaans tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten verricht wordt;
  • dienstverlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een dienst van de informatiemaatschappij levert;
  • gevestigde dienstverlener: dienstverlener die voor onbepaalde tijd daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent vanuit een duurzame vestiging. De aanwezigheid en het gebruik van de technische middelen en de technologieën die gebruikt worden om de dienst te leveren, vormen op zich geen vestiging van de dienstverlener;
  • afnemer van de dienst: iedere natuurlijke of rechtspersoon die, al dan niet in de uitoefening van zijn beroep, gebruik maakt van een dienst van de informatiemaatschappij, met name om informatie te zoeken of toegankelijk te maken;
  • commerciële communicatie:alle vormen van communicatie, behalve bijzondere gevallen die in de richtlijn worden beschreven, bestemd voor het direct of indirect promoten van de goederen, diensten of het imago van een onderneming, organisatie of persoon, die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of een gereglementeerd beroep uitoefent;
  • opt-out: ongevraagde verzending van commerciële berichten naar een lijst e-mail-adressen, bestaande uit internetgebruikers die niet uitdrukkelijk hebben toegestemd in de ontvangst van commerciële berichten, maar die de mogelijkheid hebben zich van die lijst te laten schrappen. In dit systeem is de toestemming van de internetgebruiker impliciet.
  • opt-in: verzending van commerciële berichten naar een lijst e-mail-adressen, bestaande uit internetgebruikers die voorafgaand hebben toegestemd in de ontvangst van commerciële berichten. In dit geval is de toestemming van de internetgebruiker expliciet.
  • "spamming": 'spam' is een Amerikaans slangwoord dat gebruikt wordt voor het fenomeen van wilde mailings via het internet. 'Spamming' is de algemene verzending van eenzelfde bericht aan een groot aantal internetgebruikers. Het is ook een primaire techniek van ongerichte marketing waarbij elektronische adressen worden gebruikt om op grote schaal reclameberichten te versturen die de elektronische brievenbussen van de internetgebruikers overspoelen.

REFERENTIES

Besluit Inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad
Richtlijn 2000/31/EG [vaststelling: medebeslissingsprocedure COD/1998/0325] 17.07.2000 - L 178 van 17.07.2000

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 21 november 2003: Eerste verslag over de toepassing van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel").
Dit verslag bevat de eerste evaluatie van de omzetting en toepassing van de richtlijn inzake elektronische handel en van het effect ervan. De richtlijn blijkt een aanzienlijk en positief effect te hebben gehad op de e-handel in Europa die zich voortdurend uitbreidt.

De richtlijn wordt in het algemeen op een bevredigende wijze door de lidstaten omgezet. Met uitzondering van Nederland hebben de lidstaten besloten de richtlijn door middel van een horizontale wet op de e-handel om te zetten teneinde een nationaal kader te creëren dat zo duidelijk mogelijk is. In de meeste lidstaten ging de aandacht in de omzettingsfase vooral uit naar de internemarktclausule en de bepalingen betreffende de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden. Sommige lidstaten hebben in hun nationale wetten enkele aanvullende elementen opgenomen die in de richtlijn niet aan bod komen: de aansprakelijkheid van aanbieders van hyper-links en zoekinstrumenten, procedures voor kennisgeving en verwijdering van illegale inhoud, registratieverplichtingen voor verleners van diensten van de informatiemaatschappij, filtermechanismen, cryptologie en bijhouden van gegevens. In het verslag wordt ook onderstreept dat er nu, dankzij de richtlijn, veel minder snel gerechtelijke procedures worden aangespannen en dat bijgevolg de rechtszekerheid is toegenomen, met name wat de aansprakelijkheid betreft van de internet-toegangsleveranciers. Dit toont aan dat de richtlijn erin is geslaagd een stabiel juridisch kader te leveren voor de diensten van de informatiemaatschappij.

Wat de follow-up van de richtlijn betreft zal de Commissie:

  • erop toezien dat de richtlijn op een correcte wijze wordt toegepast;
  • de administratieve samenwerking en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten bevorderen;
  • erover waken dat ondernemingen en burgers beter worden geïnformeerd en voorgelicht;
  • de ontwikkeling van het relevante beleid volgen en de toekomstige actiegebieden afbakenen;
  • de internationale samenwerking versterken en de dialoog over de regelgeving bevorderen.

Mededeling van de Commissie van 14 mei 2003 aan de Raad, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank getiteld "De toepassing op financiële diensten van artikel 3, leden 4 tot en met 6, van de richtlijn inzake elektronische handel" [COM(2003) 259 - Niet verschenen in het Publicatieblad].
Deze mededeling heeft de correcte en strikte toepassing ten doel van de mechanismen die bij artikel 3, leden 4 tot en met 6, van de richtlijn inzake elektronische handel zijn ingevoerd en die het de lidstaten mogelijk maken de beperkingen ter verdediging van het algemeen belang van een dienst van de informatiemaatschappij van een andere lidstaat van geval tot geval toe te passen. Zij verleent bijstand aan de lidstaten die van deze mechanismen gebruik willen maken, hoewel het geenszins een interpretatief document betreft. De analyse die erin wordt gemaakt is gebaseerd op de rechtspraak van het Hof van Justitie. De mededeling heeft niet systematisch betrekking op alle aspecten van artikel 3, doch alleen op die waarvoor volgens de Commissie uitleg en bijstand nodig zijn.

 
Laatste wijziging: 05.01.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven