RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Cosmetische producten (vanaf 2013)

Deze verordening vervangt, vanaf 11 juli 2013, de Cosmetica Richtlijn die tot dan het vrije verkeer van goederen regelde met een gewaarborgd hoog niveau van consumentenbescherming. De bepalingen van de verordening staan in voor de bescherming van de gezondheid en voor consumentenvoorlichting en waken over de samenstelling en de etikettering van de producten. De verordening voorziet tevens in een beoordeling van de veiligheid van de producten en een verbod op dierproeven.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (Voor de EER relevante tekst).

SAMENVATTING

De cosmetische producten zijn stoffen * of mengsels die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met de buitenste lagen van het menselijk lichaam (opperhuid, beharing, nagels, enz.) of met de tanden en de mondslijmvliezen, met het uitsluitende of hoofdzakelijke oogmerk deze te reinigen, te parfumeren, het uiterlijk ervan te wijzigen en/of voornoemde lichaamsdelen te beschermen of in goede staat te houden of lichaamsgeuren te corrigeren.

Deze producten kunnen vrij circuleren op de interne markt, indien ze conform de verordening zijn.

Markttoezicht

Een verantwoordelijke persoon gevestigd in de Gemeenschap moet worden aangesteld voor ieder product op de markt. Deze staat in voor de gelijkvormigheid van de producten aan de regels van de verordening. In het bijzonder garandeert deze verantwoordelijke de naleving van de regels op het vlak van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de consumentenvoorlichting. Hij houdt een productinformatiedossier bij en stelt dit ter beschikking van de overheid.

Om de traceerbaarheid van het product te garanderen, moet de verantwoordelijke persoon de distributeurs aan wie hij cosmetische producten levert kunnen identificeren: gedurende drie jaar vanaf de dag dat het lot cosmetische producten ter beschikking van de distributeur gesteld werd. Hetzelfde geldt voor de andere actoren van de toeleveringsketen.

In geval van non-conformiteit van een product neemt de verantwoordelijke persoon maatregelen om het product weer conform te maken, om het uit de handel te nemen of terug te roepen bij het productiebedrijf voor alle lidstaten waar het product verkrijgbaar is. Indien deze persoon niet alle gepaste maatregelen neemt, kunnen de bevoegde nationale overheden de nodige corrigerende maatregelen nemen.

Als een product, conform de regels van de verordening, een ernstig risico voor de volksgezondheid inhoudt of kan inhouden, neemt de bevoegde nationale overheid alle passende voorlopige maatregelen om ervoor te zorgen dat het betrokken product uit de handel wordt genomen, wordt teruggeroepen of de beschikbaarheid ervan anderszins wordt beperkt.

Beperking van bepaalde stoffen

De bijlagen bij onderhavige verordening bevatten een lijst met stoffen waarvan het gebruik verboden (bijlage II) of beperkt is (bijlage III) bij de productie van cosmetische producten. Bepaalde kleurstoffen (andere dan in bijlage IV genoemde), conserveermiddelen (andere dan in bijlage V genoemde) en uv-filters (andere dan in bijlage VI genoemde) zijn eveneens verboden.

De verordening verbiedt het gebruik van stoffen erkend als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting (CMR), behoudens uitzonderlijke gevallen. Ze voorziet in een verhoogd beschermingsniveau van de volksgezondheid in geval van nanomaterialen in cosmetische producten.

Consumentenvoorlichting

De etikettering van producten draagt bij tot de bescherming van de consument. Op recipiënten of verpakkingen moet immers in onuitwisbare letters, goed leesbare en zichtbare informatie worden aangebracht. Deze informatie omvat volgende aanduidingen:

  • de naam of de handelsnaam en het adres van de verantwoordelijke persoon van het product;
  • voor geïmporteerde producten het land van oorsprong;
  • het gewicht of het volume van de inhoud op het tijdstip van verpakking;
  • de minimale houdbaarheidsdatum voor producten bewaard op passende wijze;
  • de voorzorgen in verband met het gebruik, inclusief die voor cosmetische producten voor professioneel gebruik;
  • het nummer van de productiecharge of de referentie die het mogelijk maakt het cosmetische product te identificeren;
  • een lijst van ingrediënten, met name elke stof of elk mengsel, doelbewust tijdens het fabricageproces in het cosmetische product verwerkt.

De taal waarin de aanduidingen zijn opgesteld, wordt bepaald door de lidstaten waarin het product aan de eindgebruiker wordt aangeboden.

Dierproeven

Dierproeven moeten vervangen worden door alternatieve methoden. De verordening verbiedt de uitvoer van dierproeven in de Europese Unie voor:

  • eindproducten;
  • ingrediënten of samenstellingen van ingrediënten.

De verordening verbiedt tevens het op de markt brengen in de Europese Unie van:

  • producten waarvan de uiteindelijke formule onderworpen is geweest aan een dierproef;
  • producten die ingrediënten bevatten of samenstellingen van ingrediënten die onderworpen zijn geweest aan een dierproef.

Vrijstelling van het verbod op in de handel brengen wordt verleend vanaf 11 maart 2013 om de toxiciteit van stoffen bij herhaalde toediening en de effecten van bepaalde stoffen op de voortplanting te testen en om de toxicokinetiek * van producten te bestuderen.

In buitengewone omstandigheden waarin ernstige bezorgdheid rijst over de veiligheid van een bestaand cosmetisch ingrediënt dat op grote schaal gebruikt wordt en niet vervangen kan worden, kan een lidstaat de Commissie, na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV) om vrijstelling verzoeken.

Comité

De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor cosmetische producten (DE) (EN) (FR).

Context

De onderhavige verordening gaat over tot een herschikking van de Richtlijn 76/768/EEG op grond van tal van wijzigingen die reeds aangebracht zijn en nieuwe wijzigingen die zich opdringen.

De nieuwe verordening gaat van kracht in 2013, bepaalde bepalingen zijn evenwel reeds toepasbaar met ingang van 1 december 2010. Het gaat hier om kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die giftig zijn voor de voortplanting (CMR).

Belangrijkste begrippen
  • Stof: een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder aantasting van de stabiliteit van de stof of wijziging van de samenstelling ervan.
  • Toxicokinetiek: leer van de langetermijneffecten van toxische stoffen op het organisme.
Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1223/2009

11.7.2013
1.12.10 (artikel 15 paragraaf 1 en 2, artikelen 14, 16, 31 en 32)
11.1.2013 (artikel 16, paragraaf 3, tweede alinea)

PB L 342 van 22.12.2009

Laatste wijziging: 18.02.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven