RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Bepalingen ter uitvoering van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

De Raad heeft deze verordening over de tenuitvoerlegging van staatssteun goedgekeurd, zodat de toepassing van artikel 108 (oud artikel 88) van het VWEU in een procedureverordening is vastgelegd en er op het gebied van staatssteun meer transparantie en rechtszekerheid komt.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (thans artikel 88) [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Tenzij anders is bepaald in verordeningen die zijn vastgesteld op grond van artikel 109 (oud artikel 89) van het EG-Verdrag of op grond van andere relevante verdragsbepalingen, dient elk voornemen om nieuwe steun te verlenen door de betrokken lidstaat tijdig bij de Commissie te worden aangemeld. De betrokken lidstaat dient alle inlichtingen te verstrekken die de Commissie nodig heeft om een beschikking te geven. Indien de Commissie van mening is dat de door de lidstaat verstrekte gegevens onvolledig zijn, kan zij om alle nodige aanvullende inlichtingen verzoeken.

Aan te melden steun mag niet ten uitvoer worden gelegd alvorens de Commissie een beschikking tot goedkeuring van die steun heeft gegeven of wordt geacht die te hebben gegeven (standstill-bepaling). De aanmelding moet gebeuren op het aanmeldingsformulier van Bijlage I, deel I, van Verordening (EG) nr. 794/2004.Vanaf 1 januari 2006 moeten aanmeldingen in elektronische vorm gebeuren, tenzij de Commissie en de aanmeldende lidstaat anders zijn overeengekomen.

Indien de Commissie na een eerste onderzoek vaststelt dat de aangemelde maatregel twijfel doet rijzen over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, neemt zij het besluit de procedure van artikel 108, lid 2 (oud artikel 88, lid 2), van het Verdrag in te leiden. In dat besluit moet een samenvatting van de relevante feitelijke elementen en rechtspunten worden gegeven, een eerste beoordeling van de Commissie betreffende de voorgestelde maatregel zijn en de redenen aangeven voor de twijfel over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt. De betrokken lidstaat en de belanghebbenden kunnen hun opmerkingen meedelen binnen een termijn van maximaal één maand, welke evenwel door de Commissie kan worden verlengd.

De formele onderzoekprocedure wordt bij beschikking beëindigd. De Commissie kan tot de bevinding komen dat:

  • de aangemelde maatregel geen steun vormt;
  • de twijfel over de verenigbaarheid van de aangemelde maatregel met de gemeenschappelijke markt is weggenomen, en dat de steun verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt (positieve beschikking). De Commissie kan aan deze beschikking voorwaarden verbinden die haar in staat stellen de steun als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te beschouwen, alsmede verplichtingen opleggen die het toezicht op de naleving van de beschikking mogelijk maken (voorwaardelijke beschikking);
  • de aangemelde maatregel onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt en niet ten uitvoer mag worden gelegd (negatieve beschikking).

Indien de betrokken lidstaat geen gevolg geeft aan een voorwaardelijke of negatieve beschikking, kan de Commissie zich rechtstreeks tot het Hof van Justitie wenden.

Zolang de Commissie geen beschikking heeft gegeven, kan de betrokken lidstaat de aanmelding intrekken. Ook kan hij een reeds aangemelde en goedgekeurde steunmaatregel aanpassen. Deze aanpassingen, die moeten worden aangemeld op het formulier van Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 794/2004, mogen echter niet zover gaan dat de steunmaatregel niet langer als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden aangemerkt. Bij een dergelijke aanpassing van een bestaande steunregeling mag de initiële begroting met niet meer dan 20% worden overschreden.

De Commissie kan een beschikking herroepen indien deze op onjuiste inlichtingen zou berusten.

Indien de Commissie, ongeacht de informatiebron, over informatie beschikt met betrekking tot mogelijk onrechtmatige steun, onderwerpt zij die informatie onverwijld aan een onderzoek. Zij kan de betrokken lidstaat om inlichtingen verzoeken.

De Commissie kan, na de betrokken lidstaat de gelegenheid te hebben gegeven zijn opmerkingen in te dienen, een beschikking geven, waarbij de lidstaat wordt gelast alle onrechtmatige steun op te schorten of voorlopig terug te vorderen tot zij over de verenigbaarheid van deze steun met de gemeenschappelijke markt een beschikking heeft gegeven (opschortingsbevel).

Op gelijke wijze kan zij een beschikking geven waarbij de lidstaat wordt gelast alle onrechtmatige steun voorlopig terug te vorderen, totdat de Commissie een beschikking heeft gegeven over de verenigbaarheid van de steun met de gemeenschappelijke markt (terugvorderingsbevel), indien wordt voldaan aan de onderstaande criteria:

  • er bestaat volgens een vaste praktijk geen twijfel dat bij de maatregel sprake is van steun, en
  • er moet dringend worden opgetreden, en
  • er bestaat een ernstig gevaar dat een concurrent aanzienlijke en onherstelbare schade oploopt.

De Commissie kan de lidstaat machtigen de terugbetaling van de onrechtmatig toegekende steun vergezeld te doen gaan van reddingssteun voor de betrokken onderneming.

Indien de betrokken lidstaat aan een van bovengenoemde bevelsbeschikkingen geen gevolg geeft, kan de Commissie zich rechtstreeks tot het Hof van Justitie wenden teneinde te doen vaststellen dat de niet-naleving van de bevelsbeschikking een inbreuk op het Verdrag vormt.

In het geval van een negatieve beschikking inzake onrechtmatige steun stelt de Commissie vast dat de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen (terugvorderingsbeschikking). De Commissie verlangt geen terugvordering van de steun indien zulks in strijd is met een algemeen beginsel van het Gemeenschapsrecht.

De bevoegdheid van de Commissie om steun terug te vorderen verjaart na een termijn van tien jaar.

De Commissie ontvangt van de betrokken lidstaat alle nodige inlichtingen om in samenspraak met deze lidstaat krachtens artikel 108, lid 1, (oud artikel 88, lid 1) van het Verdrag de bestaande steunregelingen te kunnen onderzoeken. Indien de Commissie van mening is dat een steunregeling niet of niet langer verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, geeft zij een aanbeveling waarbij de betrokken lidstaat dienstige maatregelen worden voorgesteld. Die aanbeveling kan voorstellen inhouden om:

  • de betrokken steunregeling inhoudelijk te wijzigen, of
  • procedurele vereisten in te voeren, of
  • de steunregeling af te schaffen.

Elke belanghebbende kan opmerkingen indienen naar aanleiding van een beschikking van de Commissie om een formele onderzoekprocedure in te leiden en kan de Commissie in kennis stellen van beweerdelijk onrechtmatige steun en van beweerd misbruik van steun.

Indien de Commissie ernstige twijfel heeft over de naleving van besluiten om geen bezwaar te maken, positieve beschikkingen of voorwaardelijke beschikkingen, dient de betrokken lidstaat de Commissie in staat te stellen om controlebezoeken ter plaatse te verrichten. Ten einde na te gaan of de betreffende beschikking wordt nageleefd, beschikken de door de Commissie gemachtigde ambtenaren over de volgende bevoegdheden:

  • betreden van alle lokaliteiten en terreinen van de betrokken onderneming;
  • ter plaatse mondelinge uitleg vragen;
  • boeken en andere zakelijke bescheiden onderzoeken en kopieën maken.

Ambtenaren die gemachtigd zijn door de lidstaat op het grondgebied waarvan de controle dient te worden verricht, mogen de controle bijwonen.

De lidstaten moeten bij de Commissie jaarlijks een verslag indienen over alle bestaande steunregelingen waarvoor bij een beschikking van de Commissie geen specifieke verslagleggingsverplichtingen zijn opgelegd. De lidstaten moeten de Commissie hun jaarlijkse verslagen in elektronische vorm bezorgen uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar.

De Commissie wordt bijgestaan door een Raadgevend Comité voor overheidssteun, samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. Dit comité moet onder andere worden geraadpleegd alvorens iedere uitvoeringsbepaling betreffende de vorm, de inhoud en de andere aanmeldingsmodaliteiten of jaarverslagen wordt goedgekeurd.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 659/1999

16.4.1999

16.11.2000

L 83 van 27.3.1999

Wijziginsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 794/2004

20.5.2004

-

L 140 van 30.4.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

PROCEDURE VOOR DE BEHANDELING VAN STAATSSTEUN

Mededeling van de Commissie betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde soorten staatssteun [Publicatieblad C 136 van 16.6.2009].
De vereenvoudigde procedure die in deze mededeling is vastgesteld, heeft tot doel het communautaire toezicht op staatssteun beter voorspelbaar en efficiënter te maken overeenkomstig de algemene beginselen van het Actieplan staatssteun. Deze procedure is van toepassing op staatssteun die duidelijk verenigbaar is met de Gemeenschapswetgeving en die bij de Commissie is aangemeld. De Commissie specificeert in de mededeling de steuncategorieën die voor deze behandeling in aanmerking zouden kunnen komen en voorziet in verplichte contacten tussen de lidstaat en de Commissie voorafgaand aan de aanmelding van steun alsook in de bekendmaking van de samenvatting van de aanmelding op de internetsite van de Commissie.

Gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures [Publicatieblad C 136 van 16.6.2009].
De gedragscode heeft tot doel de behandeling van staatssteun te verbeteren. Zij is van toepassing op staatssteun die niet binnen de werkingssfeer van de algemene groepsvrijstellingsverordening valt en ook niet voor de vereenvoudigde procedure voor de behandeling van staatssteun in aanmerking komt. De gedragscode voorziet in meer contacten voorafgaand aan de aanmelding van steun alsook in een betere informatieverstrekking door de betrokkenen gedurende de volledige procedure.

KLACHTEN

Formulier voor de indiening van klachten over beweerdelijk onrechtmatige staatssteun [Publicatieblad C 116 van 16.5.2003].
Iedere persoon of onderneming kan bij de Commissie een klacht indienen. De procedure is kosteloos. Bij haar onderzoek van een klacht moet de Commissie echter wel de regels volgen die in Verordening (EG) nr. 659/1999 zijn vastgelegd, met name wat betreft de rechten van verdediging van de betrokken lidstaat. Als alternatief voor of als aanvulling op een klacht bij de Commissie kunnen derden wier belangen door de toekenning van onrechtmatige steun worden geschonden, zich meestal tot de nationale rechter wenden. Het hier gepubliceerde formulier moet worden gebruikt om de Commissie in staat te stellen een klacht over beweerdelijk onrechtmatige steun in behandeling te nemen.

ELEKTRONISCHE TOEZENDING

Details over de regeling voor de elektronische toezending van aanmeldingen van staatssteun (met inbegrip van adressen) en over de regelingen ter bescherming van vertrouwelijke gegevens [Publicatieblad C 237 van 27.9.2005].
Nadere details voor de elektronische toezending van aanmeldingsformulieren en aanvullende informatieformulieren worden opgesteld. Er komt een beveiligd systeem, met name een systeem van met PKI (Public Key Infrastructure) versleutelde elektronische post.

GEHEIMHOUDINGSPLICHT

Mededeling van de Commissie van 1 december 2003 over geheimhouding bij beschikkingen inzake staatssteun [Publicatieblad C 297 van 9.12.2003].
In deze mededeling wordt uiteengezet hoe de Commissie voornemens is om te gaan met verzoeken van lidstaten, in hun hoedanigheid van adressaten van beschikkingen op het gebied van staatssteun, om bepaalde delen van dergelijke beschikkingen te beschouwen als vallende onder de geheimhoudingsplicht en deze derhalve niet openbaar te maken bij de publicatie van de beschikking. Deze mededeling sluit aan bij de rechtspraak van het Hof van Justitie, dat van oordeel is dat de geheimhoudingsplicht geldt, zowel voor bedrijfsgeheimen als voor andere vertrouwelijke informatie.

VASTSTELLING VAN DE REFERENTIE- EN DISCONTERINGSPERCENTAGES

Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld [Publicatieblad C 14 van 19.1.2008].
Aan de hand van de referentie- en disconteringspercentages, die worden gebruikt als indicator voor de marktrente, kan worden nagegaan of staatssteun al dan niet verenigbaar is met de communautaire regelgeving. De herziening van de methode waarmee het referentiepercentage wordt berekend, kadert in de behoefte aan eenvormige financiële parameters, met name in de nieuwe lidstaten. De nieuwe methode is gebaseerd op de eenjaars interbancaire depositorente (IBOR), vermeerderd met een percentage dat wordt toegepast afhankelijk van de rating van de betrokken onderneming en de geboden zakelijke zekerheden. De nieuwe methode is van toepassing vanaf 1 juli 2008.

ONRECHTMATIGE STEUN

Mededeling van de Commissie betreffende de vaststelling van regels voor de beoordeling van onrechtmatig verleende staatssteun [kennisgeving onder nr. C(2002) 458](Tekst van belang voor de EER)[Publicatieblad C 119 van 22.5.2002].
Ter wille van de transparantie en de rechtszekerheid deelt de Commissie aan de lidstaten en aan derden mede dat zij heeft besloten diezelfde regel toe te passen in het kader van alle instrumenten waarin wordt aangegeven hoe de Commissie haar bevoegdheid om de verenigbaarheid van steun met de gemeenschappelijke markt te beoordelen zal uitoefenen (kaderregelingen, richtsnoeren, mededelingen, bekendmakingen enz.).

Mededeling van de Commissie betreffende de toe te passen rentepercentages bij de terugvordering van onrechtmatig verleende steun [Publicatieblad C 110 van 8.5.2003].
In het geval van een negatieve beschikking betreffende onrechtmatige steun, besluit de Commissie dat de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen. De terug te vorderen steun omvat rente tegen een door de Commissie vastgesteld passend percentage. Deze rente is betaalbaar vanaf de datum waarop de onrechtmatige steun voor de begunstigde beschikbaar was, tot de datum van daadwerkelijke terugbetaling van de steun.

Deze mededeling is gerectificeerd in Publicatieblad C 150 van 27.6.2003.

Belangrijk is ook nog dat in hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 794/2004 de methode voor zowel de vaststelling als de toepassing van het rentepercentage is vastgelegd.

EEN AANTAL TEKSTEN IS NIET LANGER VAN TOEPASSING

Mededeling van de Commissie betreffende de achterhaaldheid van bepaalde beleidsdocumenten inzake staatssteun [Publicatieblad C 115 van 30.4.2004].
Na de goedkeuring door de Commissie van Verordening (EG) nr. 794/2004 is een aantal beleidsdocumenten achterhaald. Een lijst daarvan is in deze mededeling te vinden.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument, dat de enige verbindende rechtsgrondslag blijft.

Laatste wijziging: 21.09.2009

Zie ook

  • Zie de webpagina van het Directoraat-generaal Concurrentie om de Commissie over staatssteunaangelegenheden aan te spreken (EN).
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven