RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Financieel Reglement

Dankzij de begroting kan de Europese Unie (EU) voorzien in de financieringsbehoeften van de programma's en projecten die zij op diverse beleidsterreinen uitvoert. Om haar uitgaven te financieren beschikt de EU over eigen middelen (douanerechten, landbouwrechten, belasting over de toegevoegde waarde (btw) en middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (BNI)). Dit reglement omvat de regels voor de opstelling en de uitvoering van de algemene begroting van de EU.

BESLUIT

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Deze verordening vervangt het Financieel Reglement van 1977 om de vereisten van vereenvoudiging op wetgevend en administratief gebied en van een strenger beheer van de Europese financiën in acht te nemen. Dit nieuw Financieel Reglement blijft beperkt tot de grote beginselen en basisregels voor de Europese begroting. De technische bepalingen en de details zijn vastgesteld in de verordening houdende uitvoeringsvoorschriften van het door de Commissie goedgekeurde Financieel Reglement.

Naast de basisregels van het financieel beheer van de begroting, worden in deze verordening de regels vastgesteld voor het voeren van de boekhouding en de rekening en verantwoording, het plaatsen van overheidsopdrachten en de toekenning van subsidies. Voorts regelt zij de verantwoordelijkheid van de ordonnateurs, de rekenplichtigen en de interne controleurs. Zij stelt de wijze van externe controle en de kwijtingsprocedure vast. Tot slot bevat de verordening specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het Europees Landbouwgarantiefonds, de Structuurfondsen, onderzoek en externe maatregelen.

BEGROTINGSBEGINSELEN

Het Financieel Reglement bevestigt de in het Verdrag betreffende de werking van de EU opgenomen beginselen opnieuw en beperkt de uitzonderingen erop via een stringente regeling tot wat strikt noodzakelijk is.

Eenheidsbeginsel en begrotingswaarachtigheidsbeginsel

Deze beginselen houden in dat alle ontvangsten en uitgaven van de EU in de begroting worden opgenomen.

Het betreft meer bepaald de uitgaven en ontvangsten van de EU, met inbegrip van de administratieve uitgaven van de instellingen die bevoegd zijn voor de uitvoering van de bepalingen van het Verdrag betreffende de EU met betrekking tot het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB). Ook de werkingskosten op het gebied van het GBVB moeten worden opgenomen wanneer deze ten laste van de EU-begroting komen.

Jaarperiodiciteitsbeginsel

Dit beginsel houdt in dat de op de begroting opgevoerde uitgaven worden toegestaan voor de duur van één begrotingsjaar van twaalf maanden dat loopt van 1 januari tot 31 december. Deze regel wordt afgezwakt door het handhaven van het onderscheid tussen gesplitste en niet-gesplitste kredieten. De noodzaak om meerjarenacties uit te voeren noopt tot het begrip gesplitste kredieten, die in tegenstelling tot niet-gesplitste kredieten bestaan uit vastleggings- en betalingskredieten. Vastleggingskredieten dekken gedurende het lopende begrotingsjaar de totale kosten van de juridische verbintenissen die worden aangegaan voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt. Betalingskredieten dekken de uitgaven die voortvloeien uit de nakoming van de verplichtingen die in het begrotingsjaar en/of in vorige begrotingsjaren zijn aangegaan.

Kredieten die aan het einde van het begrotingsjaar waarvoor zij waren uitgetrokken, niet zijn gebruikt, komen in beginsel te vervallen. Het is evenwel mogelijk deze kredieten naar de begroting van het volgende jaar over te dragen. De verordening bepaalt de voorwaarden en limieten ter zake. Dit heeft betrekking op de vastleggingskredieten van gesplitste kredieten en nog niet vastgelegde niet-gesplitste kredieten waarvoor de meeste voorbereidende stadia van het vastleggingsbesluit op 31 december beëindigd zijn of waarvoor het basisbesluit in het laatste kwartaal van het begrotingsjaar is vastgesteld. Betalingskredieten kunnen eveneens worden overgedragen ter dekking van vastleggingen van voorafgaande begrotingsjaren of worden gebonden aan overgedragen vastleggingskredieten. Niet-gesplitste kredieten die overeenkomen met verplichtingen die bij de afsluiting van het begrotingsjaar rechtmatig waren aangegaan, worden van rechtswege en uitsluitend naar het eerstvolgende begrotingsjaar overgedragen.

Indien de begroting aan het begin van het begrotingsjaar, d.w.z. op 1 januari, niet definitief is vastgesteld, is in de verordening voorzien in het systeem van de zogenaamde "voorlopige twaalfden". In dat geval kunnen uitgaven maandelijks per hoofdstuk worden verricht, tot maximaal een twaalfde van de kredieten van het vorige begrotingsjaar.

Evenwichtsbeginsel

Dit beginsel houdt in dat de ontvangsten en uitgaven van de begroting in evenwicht moeten zijn, aangezien de EU geen leningen mag aangaan om haar uitgaven te dekken. Deze bepaling vormt evenwel geen belemmering voor leningsoperaties.

Rekeneenheidsbeginsel

In beginsel is de euro de rekeneenheid die wordt gehanteerd bij de opstelling, de uitvoering en het afleggen van rekening en verantwoording van de Europese begroting. Toch kunnen bepaalde transacties in nationale valuta's worden verricht onder de voorwaarden die nader worden bepaald in de uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement.

Universaliteitsbeginsel

Het universaliteitsbeginsel houdt in dat de gezamenlijke ontvangsten dienen ter dekking van de gezamenlijke betalingskredieten. Dit beginsel impliceert twee belangrijke regels: de onbestemdheid en de niet-compensatie.

De onbestemdheidsregel belet dat een specifieke ontvangst een specifieke uitgave financiert. Het Financieel Reglement voorziet in afwijkingen van dit beginsel. Dat is met name het geval voor de financiële bijdrage van de lidstaten voor bepaalde onderzoeksprogramma's, of de deelnemingen van derde landen aan activiteiten van de EU, bij voorbeeld in het kader van de Europese Economische Ruimte.

De niet-compensatieregel bepaalt dat ontvangsten en uitgaven niet kunnen worden gecompenseerd, zodat de begroting exhaustief en volledig wordt voorgesteld. Het volledige bedrag van ontvangsten en uitgaven wordt derhalve opgenomen. Enkel de in het Financieel Reglement of zijn uitvoeringsvoorschriften vermelde uitzonderingen zijn toegestaan.

Specialiteitsbeginsel

Om iedere verwarring tussen de verschillende kredieten te voorkomen, moet ieder krediet een bepaalde bestemming hebben en worden toegewezen voor een specifieke uitgave. De begroting is ingedeeld in delen, titels, hoofdstukken, artikelen en posten. Omdat een zekere flexibiliteit van beheer onontbeerlijk is voor de instellingen, voorziet het Financieel Reglement in regels voor kredietoverschrijvingen. Wanneer deze overschrijvingen niet vallen onder het autonoom recht van de instelling, moet de begrotingsautoriteit (de Raad en het Parlement) van tevoren op de hoogte worden gesteld of een besluit nemen.

Beginsel van goed financieel beheer

Dit beginsel wordt gedefinieerd door verwijzing naar de beginselen zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Het wordt ten uitvoer gelegd door het vaststellen van door middel van meetbare indicatoren te verifiëren doelstellingen, om over te gaan van een op de middelen toegespitst beheer naar een op de resultaten georiënteerd beheer. De instellingen moeten evaluaties vooraf en achteraf verrichten overeenkomstig de door de Commissie verstrekte richtsnoeren.

Doorzichtigheidsbeginsel

Bij de opstelling en de uitvoering van de begroting, alsmede bij de indiening van de rekeningen, moet worden gezorgd voor doorzichtigheid. Dit houdt onder meer in dat de begroting en de gewijzigde begrotingen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU. Deze bekendmaking geschiedt binnen twee maanden na de datum van de definitieve vaststelling van de begroting door het Europees Parlement.

OPSTELLING EN STRUCTUUR VAN DE BEGROTING

Opstelling van de begroting

De instellingen stellen een raming op van hun ontvangsten en uitgaven, die zij vóór 1 juli van elk jaar aan de Commissie toezenden. Deze ramingen worden tevens ter informatie toegezonden aan de begrotingsautoriteit.

De Commissie legt vervolgens de Raad uiterlijk op 1 september van elk jaar een voorontwerp van begroting voor. In dit voorontwerp worden de ramingen van alle instellingen samengevoegd en een algemeen overzicht van de uitgaven en ontvangsten van de EU geboden. Het voorontwerp van begroting kan worden gewijzigd door het indienen van een nota van wijzigingen bij de Raad.

De Raad en het Europees Parlement keuren daarna de begroting van de EU goed volgens de procedure van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de EU. Na afloop van die procedure constateert de voorzitter van het Europees Parlement de definitieve vaststelling van de begroting. Vanaf de dag van de vaststelling worden de lidstaten de bedragen schuldig die zij moeten storten onder de voorwaarden die zijn bepaald in het kader van het stelsel van de eigen middelen.

In het Financieel Reglement is voorzien in de mogelijkheid om in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden ontwerpen van gewijzigde begroting op te stellen. Het onderscheid tussen aanvullende en gewijzigde begrotingen is opgeheven.

Structuur en inrichting van de begroting

De begroting omvat:

  • een algemene staat van de ontvangsten en de uitgaven,
  • afdelingen, verdeeld in staten van ontvangsten en uitgaven van elke instelling.

De ontvangsten van de Commissie en de ontvangsten en uitgaven van de overige instellingen worden ingedeeld in titels, hoofdstukken, artikelen en posten al naar hun aard of bestemming. De staat van uitgaven van de afdeling van de Commissie wordt ingericht volgens een indeling naar bestemming. Een titel komt overeen met een beleidsterrein en een hoofdstuk met een activiteit. De Verordening voert dus een methode in om de begroting in te delen naar bestemming ("activity based budgeting"). De begroting mag geen negatieve ontvangsten bevatten. De begrotingsafdeling van de Commissie mag een "negatieve reserve" bevatten van ten hoogste 200 miljoen euro, die zowel vastleggingskredieten als betalingskredieten kan bevatten.

De afdeling van de Commissie bevat:

  • een reserve voor spoedhulp aan derde landen,
  • een reserve voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

De begroting bevat in de algemene staat van ontvangsten en uitgaven:

  • de geraamde ontvangsten voor het betrokken begrotingsjaar;
  • de geraamde ontvangsten van het vorige begrotingsjaar en de ontvangsten van het begrotingsjaar n-2;
  • de vastleggings- en betalingskredieten voor het betrokken en het vorige begrotingsjaar;
  • de in het begrotingsjaar n-2 vastgelegde uitgaven en gedane betalingen;
  • een overzicht van de tijdschema's voor de in latere begrotingsjaren te verrichten betalingen;
  • een passende toelichting bij elk onderdeel.

De begroting bevat tevens:

  • de personeelsformatie voor elke begrotingsafdeling;
  • de leningsoperaties;
  • de begrotingsonderdelen betreffende ontvangsten en uitgaven die nodig zijn voor de inschakeling van het Garantiefonds voor externe maatregelen.

UITVOERING VAN DE BEGROTING

De Commissie voert de begroting ten aanzien van zowel ontvangsten als uitgaven uit onder haar eigen verantwoordelijkheid en binnen de grenzen van de toegekende kredieten. De in de begroting opgenomen kredieten kunnen pas voor een EU-actie worden besteed nadat een basisbesluit (besluit van afgeleid recht) is vastgesteld. Zonder basisbesluit kunnen worden besteed:

  • kredieten voor proefprojecten van experimentele aard om de haalbaarheid en het nut van een actie te bepalen;
  • kredieten voor voorbereidende acties om voorstellen voor te bereiden met het oog op de vaststelling van toekomstige acties;
  • kredieten voor acties van incidentele en ook permanente aard die door de Commissie worden uitgevoerd op grond van de opdrachten die voortvloeien uit haar prerogatieven op institutioneel vlak krachtens het Verdrag betreffende de EU en het Verdrag betreffende de werking van de EU, andere dan haar initiatiefrecht inzake wetgeving, alsmede de bijzondere bevoegdheden die haar door die verdragen zijn toegekend;
  • kredieten die bestemd zijn voor de werking van elke instelling uit hoofde van haar administratieve autonomie.

Wijze van uitvoering

De Commissie voert de begroting uit:

  • op gecentraliseerde wijze
    De uitvoeringstaken worden hetzij rechtstreeks door haar diensten verricht, hetzij indirect door door de Commissie opgerichte uitvoerende agentschappen, door de EU opgerichte organen voor zover hun taken verenigbaar zijn met de in het basisbesluit omschreven taak of, onder bepaalde voorwaarden, door nationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een taak van openbare dienstverlening;
  • onder gedeeld of gedecentraliseerd beheer
    Uitvoeringstaken worden gedelegeerd aan de lidstaten (gedeeld beheer) of aan derde landen (gedecentraliseerd beheer). De Commissie past procedures voor de goedkeuring van de rekeningen of financiële correctiemechanismen toe die haar in staat stellen haar eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de begroting op zich te nemen;
  • in gezamenlijk beheer met internationale organisaties
    Bepaalde uitvoeringstaken worden aan internationale organisaties opgedragen.

Aangezien de Commissie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de begroting, is het haar bovendien verboden overheidstaken te delegeren die een discretionaire beoordelingsbevoegdheid inhouden die door politieke keuzen kan worden bepaald. Privaatrechtelijke organen, behalve die welke met een openbare dienstverleningstaak zijn belast, kunnen derhalve slechts diensten van technische deskundigheid verstrekken en voorbereidende of bijkomende taken vervullen.

Financiële actoren

Er is een beginsel van scheiding van functies. Zo zijn de functies van ordonnateur en rekenplichtige gescheiden en onderling onverenigbaar.

De ordonnateur is belast met het innen van de ontvangsten en het verrichten van de uitgaven overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en staat in voor de wettigheid en regelmatigheid ervan. Deze taak wordt uitgevoerd door de instelling zelf. Zij bepaalt in haar interne administratieve voorschriften aan welke personeelsleden van het gepaste niveau zij deze functies delegeert (gedelegeerde ordonnateurs). De ordonnateur voert de organisatorische structuur en de systemen en procedures voor beheer en interne controle in die passen bij de uitvoering van zijn taken

Elke instelling stelt een rekenplichtige aan, die wordt belast met:

  • de goede uitvoering van de betalingen, de inning van de ontvangsten en de invordering van de vastgestelde schuldvorderingen;
  • het opstellen en inrichten van de rekeningen;
  • het voeren van de boekhouding;
  • het vaststellen van de boekhoudregels en -methoden en het rekeningstelsel;
  • het vaststellen en valideren van de boekhoudsystemen, alsmede, waar van toepassing, het valideren van de door de ordonnateur vastgestelde systemen die tot doel hebben boekhoudkundige gegevens te verstrekken of te motiveren;
  • het beheer van de kasmiddelen.

Er kan beheer van gelden ter goede rekening worden ingesteld voor de inning van bepaalde ontvangsten en de betaling van uitgaven van een gering bedrag. De beheerders van de gelden ter goede rekening worden aangewezen door de rekenplichtige van de instelling.

Verantwoordelijkheid van de financiële actoren

Los van eventuele tuchtrechtelijke maatregelen, kan elke ordonnateur, rekenplichtige of beheerder van gelden ter goede rekening te allen tijde tijdelijk of definitief van zijn functies worden ontheven. Elke ordonnateur, rekenplichtige of beheerder van gelden ter goede rekening is tuchtrechtelijk verantwoordelijk en geldelijk aansprakelijk onder de in het Statuut genoemde voorwaarden. Om het bestaan van een financiële onregelmatigheid en de eventuele gevolgen ervan vast te stellen, richt elke instelling een gespecialiseerde instantie op.

Ontvangsten

De door de eigen middelen gevormde ontvangsten worden als raming in euro in de begroting uitgedrukt. Zij worden volgens een specifieke regelgeving ter beschikking gesteld.

Elke maatregel of situatie waardoor een schuldvordering van de EU ontstaat of wordt gewijzigd, is vooraf het voorwerp van een schuldvorderingsraming van de bevoegde ordonnateur. In afwijking hiervan wordt voor de eigen middelen die door de lidstaten op vaste vervaldagen worden afgedragen, geen schuldvorderingsraming opgesteld vóór hun terbeschikkingstelling. Voor deze middelen geeft de bevoegde ordonnateur een invorderingsopdracht af.

De ordonnateur stelt vervolgens schuldvorderingen vast door:

  • het bestaan van de schuld van de debiteur te verifiëren;
  • het bestaan en het bedrag van de schuld vast te stellen en te verifiëren;
  • de invorderbaarheid van de schuld te verifiëren.

De opdracht tot invordering is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur de rekenplichtige opdraagt een schuldvordering die hij heeft vastgesteld in te vorderen.

De rekenplichtige neemt de door de bevoegde ordonnateur naar behoren opgestelde invorderingsopdrachten in behandeling. Hij gaat over tot invordering door verrekening van de schuldvorderingen van de EU wanneer de debiteur zelf een zekere, vaststaande en invorderbare vordering op de EU heeft. Wanneer de bevoegde gedelegeerd ordonnateur van het innen van een vastgestelde schuldvordering wil afzien, verifieert hij of het afzien van de schuldvordering regelmatig is en strookt met de beginselen van goed financieel beheer en proportionaliteit.

Uitgaven

Elke uitgave is voorwerp van een vastlegging, een betaalbaarstelling, een betalingsopdracht en een betaling. Behoudens in geval van kredieten die zonder basisbesluit mogen worden besteed, wordt de vastlegging van een uitgave voorafgegaan door een financieringsbesluit van de instelling of de door haar gedelegeerde autoriteiten.

De vastlegging in de begroting is de handeling waarbij de kredieten worden gereserveerd die nodig zijn voor de latere betalingen ter uitvoering van een juridische verbintenis. Het aangaan van een juridische verbintenis is de handeling waarbij de ordonnateur een verplichting doet ontstaan of constateert die tot een last leidt. De vastlegging en de juridische verbintenis worden door dezelfde ordonnateur aangegaan, behoudens naar behoren gemotiveerde gevallen die bij de uitvoeringsvoorschriften worden bepaald.

De betaalbaarstelling is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur:

  • het bestaan van de rechten van de schuldeiser verifieert,
  • het bestaan en het bedrag van de schuldvordering vaststelt of verifieert,
  • de opeisbaarheid van de schuldvordering verifieert.

De betalingsopdracht is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur, nadat hij heeft geverifieerd of de kredieten beschikbaar zijn, de rekenplichtige door middel van een betalingsopdracht opdraagt het bedrag van de door hem betaalbaar gestelde uitgaven te betalen.

Een betaling wordt slechts uitgevoerd indien is aangetoond dat de actie overeenkomstig het basisbesluit of het contract is en betrekking heeft op een of meer van de volgende verrichtingen:

  • betaling van het volledige verschuldigde bedrag;
  • betaling van het verschuldigde bedrag op de volgende wijze: een voorfinanciering, eventueel verdeeld in verschillende stortingen; een of meer tussentijdse betalingen; betaling van het saldo van de verschuldigde bedragen.

De termijnen voor uitgaven zijn vastgesteld in de uitvoeringsvoorschriften, waarin tevens de voorwaarden worden aangegeven waaronder crediteuren bij te late betaling achterstandsrente genieten ten laste van het begrotingsonderdeel dat de hoofdsom van de uitgaven draagt.

Intern controleur

Iedere instelling stelt een interne controlefunctie in, die moet worden uitgeoefend met inachtneming van de terzake doende internationale normen. De intern controleur kan noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn. De door de instelling aangewezen intern controleur is haar verantwoording schuldig voor de verificatie van de goede werking van de systemen en de procedures voor de uitvoering van de begroting. Hij oefent er geen controle op uit vóór het besluit van de ordonnateurs; deze functie is voortaan aan de ordonnateurs voorbehouden.

De intern controleur adviseert zijn instelling bij het beheersen van de risico's door onafhankelijke adviezen uit te brengen over de kwaliteit van de beheer- en controlesystemen. Hij kan ook aanbevelingen formuleren ter verbetering van de uitvoeringsvoorwaarden van de verrichtingen en ter bevordering van een goed financieel beheer.

PLAATSING VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN

Overheidsopdrachten zijn overeenkomsten onder bezwarende titel tussen een Europese instelling en een economische speler. De Europese instelling wordt daarbij de aanbestedende dienst genoemd. In het geval van externe maatregelen en onder bepaalde voorwaarden kan de aanbestedende dienst ook een organisatie naar nationaal of internationaal publiekrecht zijn.

In de verordening worden het toepassingsgebied en de basisprincipes voor het gunnen van overheidsopdrachten bepaald. Zij legt de verplichtingen tot bekendmaking en de procedures voor het plaatsen van opdrachten vast. De aanbestedende dienst moet voor alle overheidsopdrachten een schriftelijke overeenkomst sluiten, in eigen naam dan wel namens een derde begunstigde, ofwel deze begunstigde ofwel een door hem gemachtigde derde (in de sector externe maatregelen).

Met het oog op de doorzichtigheid moet de Commissie haar keuze bekend maken aan alle gegadigden en inschrijvers. Wie foutieve of vervalste informatie geeft of wie in een belangenconflict verkeert, kan voortaan worden uitgesloten van de overheidsopdracht. De hen betreffende gegevens worden opgeslagen in een database die ook toegankelijk is voor de andere Europese instellingen.

SUBSIDIES

In de verordening worden het toepassingsgebied, de procedure voor de toekenning, de betaling en de controle van subsidies geregeld. Subsidies zijn rechtstreekse financiële bijdragen ten laste van de begroting, bij wijze van schenking verleend voor de financiering van:

  • een actie die moet bijdragen tot de verwezenlijking van een in het kader van het beleid van de EU passende doelstelling; of
  • de werking van een orgaan dat een doelstelling van algemeen Europees belang of een in het kader van het beleid van de EU passende doelstelling nastreeft.

De toekenning van subsidies geschiedt met inachtneming van het transparantiebeginsel, het beginsel van gelijke behandeling, het cumulatieverbod, het verbod van werking met terugwerkende kracht en het medefinancieringsbeginsel. Bovendien mag de subsidie de begunstigde geen winst opleveren. Jaarlijks wordt een overzicht van alle toegekende subsidies gepubliceerd, waarbij rekening wordt gehouden met de eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid.

REKENING EN VERANTWOORDING EN BOEKHOUDING

De rekeningen van de EU omvatten:

  • de financiële staten van de Instellingen;
  • de geconsolideerde financiële staten, die in samengevoegde vorm de financiële gegevens uit de financiële staten van de Instellingen weergeven;
  • de verslagen over de uitvoering van de begroting van de Instellingen en de door de EU opgerichte organen;
  • de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting.

Uiterlijk op 15 juni maakt de Rekenkamer haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van elke instelling en elk orgaan bekend. Elke instelling en elk orgaan maakt onder haar/zijn eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen op en zendt deze uiterlijk op 1 juli van het begrotingsjaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar toe aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer met het oog op de opstelling van de definitieve geconsolideerde rekeningen.

De Commissie keurt de definitieve geconsolideerde rekeningen goed en zendt deze voor 31 juli van het begrotingsjaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer. De definitieve geconsolideerde rekeningen worden voor 15 november van het begrotingsjaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar in het Publicatieblad van de EU bekendgemaakt, vergezeld van de betrouwbaarheidsverklaring die door de Rekenkamer wordt verstrekt. De Commissie geeft het Europees Parlement en de Raad regelmatig informatie over de uitvoering van de begroting.

De boekhouding van de instellingen is een systeem van ordening van budgettaire en financiële informatie om kwantitatieve gegevens te behandelen, in te delen en te registreren. De boekhouding bestaat uit een algemene boekhouding en een begrotingsboekhouding. Deze boekhoudingen worden per kalenderjaar en in euro gevoerd.

De rekenplichtige van de Commissie stelt na raadpleging van de rekenplichtigen van de andere instellingen en de door de EU opgerichte organen de boekhoudmethoden en -regels en het geharmoniseerde rekeningstelsel vast die door alle Europese instellingen, bureaus en organen moeten worden toegepast. Hij stelt deze regels en methoden vast op basis van de internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector, waarvan hij mag afwijken wanneer de bijzondere aard van de activiteiten van de EU dat wettigt.

EXTERNE CONTROLE EN KWIJTING

Daar de Rekenkamer belast is met de externe controle stellen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie haar zo spoedig mogelijk in kennis van alle beslissingen en besluiten die zij op financieel gebied hebben genomen. De kamer controleert de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven in het licht van de bepalingen van de Verdragen, de begroting, het Financieel Reglement, de uitvoeringsvoorschriften en alle ter uitvoering van de Verdragen genomen besluiten.

De Europese instellingen, de organen die ontvangsten of uitgaven namens de EU beheren en de eindbegunstigden van uit de begroting verrichte betalingen, houden ter beschikking van de Rekenkamer:

  • alle bescheiden inzake plaatsing en uitvoering van overheidsopdrachten die uit de Europese begroting worden gefinancierd en alle geld- en goederenrekeningen;
  • alle boekingsbescheiden en bewijsstukken, alsmede de daarop betrekking hebbende administratieve documenten;
  • alle documentatie betreffende de ontvangsten en uitgaven van de EU;
  • alle inventarislijsten en organigrammen die de Rekenkamer nodig meent te hebben voor de controle, aan de hand van stukken of ter plaatse, van het verslag over het resultaat van de begrotingsuitvoering en de financiële uitvoering;
  • alle op geautomatiseerde gegevensdragers opgestelde of bewaarde documenten en gegevens.

Na overleg met de andere Instellingen stelt de Rekenkamer een jaarverslag en een special verslag op, waarin het financieel beheer wordt beoordeeld.

Vóór 15 mei van het jaar n + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de Commissie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar n. Het kwijtingsbesluit betreft de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de EU, alsmede het saldo dat daaruit resulteert en de in de financiële balans beschreven activa en passiva van de EU.

BIJZONDERE BEPALINGEN

De verordening bevat enkele afwijkende bepalingen die van toepassing zijn op het financieel beheer van:

  • het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF);
  • het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO);
  • de kredieten voor onderzoek en technologische ontwikkeling;
  • de door de begroting gefinancierde externe maatregelen;
  • de Europese bureaus (administratieve structuren die door één of meer Europese instellingen zijn opgericht om specifieke horizontale taken uit te voeren);
  • de administratieve kredieten.

SLOTBEPALINGEN

In de slotbepalingen is met name vastgesteld dat:

  • de Commissie de uitvoeringsvoorschriften van deze verordening vaststelt;
  • het Financieel Reglement elke drie jaar en telkens wanneer zulks nodig is opnieuw wordt bezien;
  • de Commissie een financiële kaderregeling vaststelt voor de door de EU opgerichte organen met rechtspersoonlijkheid die daadwerkelijk subsidies ten laste van de begroting ontvangen.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002

1.1.2003

-

L 248 van 16.9.2002

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006

19.1.2007

-

L 390 van 30.12.2006

Verordening (EG) nr. 1525/2007

27.12.2007

-

L 343 van 27.12.2007

Verordening (EU, Euratom) nr. 1081/2010

29.11.2010

-

L 311 van 26.11.2010

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [Publicatieblad L 357 van 31.12.2002].
Met deze verordening wordt beoogd het nieuwe Financieel Reglement aan te vullen en de beginselen en definities om te zetten in concrete regels. Hierin worden dus de eigenlijke regels voor het financieel beheer bepaald, aangezien het nieuw Financieel Reglement is vereenvoudigd ten opzichte van het Financieel Reglement van 1977 om alle gedetailleerde bepalingen onder te kunnen brengen bij de uitvoeringsvoorschriften.

Laatste wijziging: 08.04.2011

Zie ook

  • Meer informatie is te vinden op de internetsite van het directoraat-generaal Begroting (DE) (EN) (FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven