RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Besluit betreffende het stelsel van eigen middelen

De werking van de Europese Unie (EU) is gebaseerd op een evenwichtige begroting waardoor de Unie over voldoende middelen beschikt om haar beleid te financieren volgens een strakke begrotingsdiscipline. Het besluit betreffende het stelsel van eigen middelen geeft de basisbepalingen aan voor de financiering van de begroting van de EU. Het besluit werd met eenparigheid van stemmen aangenomen in de Raad en na ratificatie in alle lidstaten.

BESLUIT

Besluit 2007/436/CE, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen.

SAMENVATTING

De begroting van de EU wordt volledig gefinancierd met eigen middelen om een degelijke ontwikkeling van het EU-beleid te kunnen waarborgen. De eigen middelen worden in drie categorieën opgedeeld: de „traditionele eigen middelen”, de eigen middelen gebaseerd op de belasting op toegevoegde waarde (btw) en deze die gebaseerd zijn op het bruto nationaal inkomen (bni). Andere inkomsten worden gevormd door de belastingen betaald door de ambtenaren, de boetes die door de Gemeenschap worden opgelegd aan bedrijven en de vertragingsrente.

Maximaal bedrag van de eigen middelen

De limiet voor eigen middelen wordt gehandhaafd op 1,24 % van het totaal van het bni van de lidstaten. De jaarlijkse vastleggingskredieten bedragen niet meer dan 1,31 % van het bni van de EU-lidstaten. De eigen middelen dienen te worden gebruikt voor de financiering van alle uitgaven die op de algemene begroting van de EU zijn ingeschreven. Eventuele overschotten van een begrotingsjaar worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar.

Traditionele eigen middelen

De traditionele eigen middelen bestaan uit rechten uit het gemeenschappelijke douanetarief alsmede bijdragen die in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker zijn vastgesteld (de „suiker” heffingen). Het gedeelte dat de lidstaten mogen afhouden van het totaalbedrag als inningskosten bedraagt 25 %.

De btw-bron

De eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) worden geheven op de btw-stelsels van de lidstaten die daarvoor worden op elkaar afgestemd.

Het maximale afdrachtpercentage van de btw-bron bedraagt 0,30 %. Het maximaal btw-stelsel dat voor de berekening van het afdrachtpercentage in aanmerking moet genomen worden, werd vastgelegd op 50 % van het bni van elke lidstaat („aftopping van de btw-bron”). Voor de periode 2007-2013 bedraagt het afdrachtpercentage van de btw-bron voor Oostenrijk 0,225 %, voor Duitsland 0,15 % en voor Nederland en Zweden 0,10 %.

Middelen op basis van het bni

Rekening houdend met de inkomsten die voortvloeien uit andere eigen middelen is de bni-bron gebaseerd op de toepassing van een uniform percentage op de som van het bni van alle lidstaten.

Gedurende de periode 2007-2013 zal de jaarlijkse bni-bijdrage van twee lidstaten verminderd worden. Voor Nederland bedraagt de jaarlijkse verlaging 605 miljoen EUR en voor Zweden 150 miljoen EUR.

Korting voor het Verenigd Koninkrijk

De correctie voor begrotingsonevenwichtigheden die aan het Verenigd Koninkrijk werd toegestaan is berekend op basis van het verschil van het Britse btw-stelsel met het volledige btw-stelsel van de Gemeenschap en het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totaliteit van de toegewezen uitgaven.

Duitsland, Oostenrijk, Nederland en Zweden genieten een verlaging van hun aandeel in de financiering van de aan het Verenigd Koninkrijk toegestane correctie, Hun aandeel wordt tot een vierde van de normale waarde beperkt.

Inning van de eigen middelen

De inningsmethode van de eigen middelen blijft een materie die op nationaal vlak wordt bepaald. De Commissie zal regelmatig controles uitoefenen op deze bepalingen. De lidstaten moeten de Commissie op regelmatige basis informatie verstrekken omtrent afwijkingen die voorkomen in het kader van de inning en die een financieel impact betekenen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Besluit 2007/436/EGPB L 163 van 23.6.2007

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen („BNI-verordening”) [Publicatieblad L 181 van 19.7.2003].
Omdat een steeds groter deel van de eigen middelen van de Europese Gemeenschap gebaseerd is op het bruto nationaal product tegen marktprijzen, dringt deze verordening aan op een doorgedreven versterking van de vergelijkbaarheid, betrouwbaarheid en volledigheid van dit aggregaat.

Beschikking 97/245/EG, Euratom van de Commissie van 20 maart 1997 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de mededeling door de lidstaten van bepaalde, in het kader van het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschappen aan de Commissie toegezonden gegevens [Publicatiebladl L 97 van 12.4.1997].
Zie geconsolideerde versie

Verordening(EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde [Publicatieblad L 155 van 7.6.1989].
De verordening stelt de definitieve enige methode in waarop de grondslagen van de btw-middelen op uniforme wijze worden bepaald.
Zie geconsolideerde versie

Verslag van de follow-up

Verslag van de Commissie betreffende de follow-up van de inning van de traditionele eigen middelen bij fraude en onregelmatigheden [COM(2004) 850 definitief - Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Krachtens de verordening (EG) nr. 1150/2000, worden de lidstaten geacht de Commissie in te lichten in geval van fraude en onregelmatigheden die een financieel impact kunnen hebben van meer dan 10 000 EUR. Het verslag maakt de balans op van de situatie op het vlak van het invorderingssysteem van onbetaalde douanerechten. De douanerechten maken deel uit van de eigen middelen die rechtstreeks toegekend worden aan de EU-begroting. De lidstaten zijn bevoegd voor de invorderingsprocedures van douaneschulden onder toezicht van de Commissie. De Commissie stelt vast dat de niet ingevorderde bedragen relatief klein zijn in verhouding tot het totaalbedrag in omloop (160 miljoen EUR).

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: vijfde verslag betreffende de procedures voor de invordering en de controle van de btw, overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 [COM(2004) 855 definitief - Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Om de drie jaar maakt de Commissie een analyseverslag op van de procedures toegepast door de lidstaten voor de registratie van belastingplichtigen en voor de bepaling en invordering van de btw. Dit rapport geeft ook de modaliteiten en de resultaten weer van de controlestelsels op btw-gebied en behandelt eventuele verbeteringen.

Laatste wijziging: 03.11.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven