RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Richtlijn audiovisuele mediadiensten

Deze richtlijn strekt tot vaststelling van een kader voor grensoverschrijdende audiovisuele mediadiensten en heeft ten doel de interne markt voor de productie en de distributie van programma's te versterken en eerlijke concurrentieverhoudingen te garanderen.

BESLUIT

Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (Richtlijn audiovisuele mediadiensten) (Voor de EER relevante tekst).

SAMENVATTING

Deze richtlijn strekt tot vaststelling van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het aanbieden en het verkeer van audiovisuele mediadiensten.

Op welke aanbieders van mediadiensten * is de richtlijn van toepassing?

Deze richtlijn is van toepassing op aanbieders van mediadiensten die:

  • hun hoofdkantoor in een bepaalde lidstaat hebben en hun redactionele beslissingen betreffende de audiovisuele mediadiensten in die lidstaat nemen;
  • hun hoofdkantoor in een bepaalde lidstaat hebben en hun redactionele beslissingen betreffende de audiovisuele mediadiensten in een andere lidstaat nemen;
  • hun hoofdkantoor in een lidstaat hebben en hun redactionele beslissingen betreffende de audiovisuele mediadiensten in een derde land nemen;
  • in een lidstaat gebruikmaken van een aarde-satellietverbinding;
  • gebruikmaken van satellietcapaciteit van een lidstaat.

In hoeverre geldt de vrijheid van doorgifte?

De lidstaten mogen de doorgifte van audiovisuele mediadiensten uit andere lidstaten op hun grondgebied niet belemmeren, tenzij het gewelddadige of pornografische programma's betreft die niet geschikt zijn voor minderjarigen.

Zij kunnen de doorgifte ook beperken wanneer zij menen dat de openbare orde, de volksgezondheid, de openbare veiligheid of de bescherming van de consument in het gedrang is.

Welke verplichtingen hebben aanbieders van mediadiensten?

Aanbieders van mediadiensten dienen consumenten de volgende informatie te verstrekken:

  • hun naam;
  • hun geografische adres;
  • nadere contactgegevens;
  • de bevoegde nationale regulerende of toezichthoudende organen.

Bescherming van minderjarigen

Om minderjarigen te beschermen tegen de negatieve effecten van uitgezonden pornografische of gewelddadige programma's, dienen dergelijke uitzendingen te worden voorafgegaan door een akoestische waarschuwing of dienen zij gedurende de gehele uitzending herkenbaar te zijn aan een visueel symbool.

Aanzetten tot haat

Audiovisuele mediadiensten mogen geenszins aanzetten tot haat op basis van ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit.

Toegankelijkheid van audiovisuele mediadiensten

Aanbieders moeten hun diensten toegankelijker maken voor personen met een visuele of auditieve handicap.

Recht op informatie

De lidstaten kunnen maatregelen nemen om te garanderen dat geen exclusiviteit kan worden verworven voor de uitzending van bepaalde evenementen die zij van groot belang achten voor de samenleving, teneinde te voorkomen dat een groot deel van het publiek van de betrokken lidstaat het evenement niet kan volgen. Elke lidstaat kan een lijst van dergelijke evenementen alsook de wijze van tenuitvoerlegging vaststellen.

Met het oog op korte nieuwsverslagen hebben alle in een lidstaat gevestigde omroeporganisaties recht op toegang tot korte fragmenten van evenementen die van groot belang zijn voor het publiek en die op exclusieve basis worden uitgezonden.

Bevordering van Europese en onafhankelijke producties

Omroeporganisaties moeten minstens 10 % van hun zendtijd of 10 % van hun programmabudget besteden aan Europese producties die door van de televisieomroeporganisaties onafhankelijke producenten zijn vervaardigd, zonder rekening te houden met de zendtijd die wordt gewijd aan:

  • informatie;
  • sport;
  • spel;
  • reclame;
  • teletekst;
  • telewinkelen.

Met betrekking tot audiovisuele mediadiensten op aanvraag zien de lidstaten erop toe dat aanbieders van dergelijke diensten de productie en de toegang tot Europese producties bevorderen. Aanbieders van audiovisuele diensten kunnen daartoe Europese producties financieel ondersteunen dan wel een deel van hun programmacatalogus voor Europese producties reserveren en/of dergelijke producties er een prominente plaats in geven.

Audiovisuele commerciële communicatie

Aanbieders van mediadiensten zenden audiovisuele commerciële communicatie uit *. Dergelijke communicatie moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • zij moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar zijn. Audiovisuele commerciële communicatie in de vorm van sluikreclame is verboden;
  • er mogen geen subliminale technieken worden gebruikt;
  • zij mag de menselijke waardigheid niet aantasten;
  • zij mag geen discriminatie bevatten;
  • zij mag niet aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor het milieu;
  • zij mag geen boodschap over alcoholische dranken bevatten die specifiek op minderjarigen gericht is;
  • zij mag geen tabaksproducten promoten;
  • zij mag geen geneesmiddelen en medische behandelingen promoten die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn;
  • zij mag minderjarigen geen lichamelijke of zedelijke schade toebrengen.

Audiovisuele programma's en mediadiensten kunnen worden gesponsord *. In dat geval dienen zij aan andere voorwaarden te voldoen:

  • zij mogen de redactionele onafhankelijkheid van de aanbieder van mediadiensten niet aantasten;
  • zij mogen niet rechtstreeks aansporen tot de aankoop of huur van goederen;
  • de kijkers moeten duidelijk worden gewezen op het bestaan van de sponsoringovereenkomst.

Productplaatsing * is toegestaan in bepaalde omstandigheden en in bepaalde soorten programma's.

Televisiereclame en telewinkelen

Televisiereclame en telewinkelprogramma’s moeten kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud door visuele, akoestische of ruimtelijke middelen.

Uitzendingen van televisiefilms (met uitzondering van series, feuilletons en documentaires), cinematografische producties, en nieuwsprogramma’s mogen worden onderbroken voor reclame of telewinkelen op voorwaarde dat er slechts één onderbreking is per geprogrammeerd tijdvak van 30 minuten.

Deze richtlijn komt in de plaats van Richtlijn 89/552/EG.

Belangrijkste begrippen
  • Aanbieder van mediadiensten: de natuurlijke of rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de audiovisuele inhoud van de audiovisuele mediadienst en die bepaalt hoe deze wordt georganiseerd.
  • Audiovisuele commerciële communicatie: beelden, al dan niet met geluid, welke dienen om rechtstreeks of onrechtstreeks de goederen, de diensten of het imago van een natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit verricht, te promoten.
  • Sponsoring: elke bijdrage van publieke of particuliere ondernemingen of natuurlijke personen die zich niet bezighouden met het aanbieden van audiovisuele mediadiensten of met de vervaardiging van audiovisuele producties, aan de financiering van audiovisuele mediadiensten of programma’s met het doel hun naam, handelsmerk, imago, activiteiten of producten meer bekendheid te geven.
  • Productplaatsing: het opnemen van een product, dienst of handelsmerk in een programma, tegen betaling of soortgelijke vergoeding.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2010/13/EU

5.5.2010

PB L 95 van 15.4.2010

Laatste wijziging: 14.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven