RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

De wijze waarop gebruik wordt gemaakt van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) is conform de doelstellingen en het strategisch kader van het communautair beleid inzake plattelandsontwikkeling, die in deze verordening zijn vastgesteld.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

In de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van juni 2003 en april 2004 wordt met de instelling van één enkel financierings- en programmeringsinstrument, namelijk het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), vooral de nadruk op plattelandsontwikkeling gelegd. Dit instrument, dat werd opgericht op grond van Verordening (EG) nr. 1290/2005, heeft tot doel het communautair beleid inzake plattelandsontwikkeling te versterken en de tenuitvoerlegging ervan te vergemakkelijken. Het verbetert met name het beheer en de controle van het nieuwe plattelandsontwikkelingsbeleid voor de periode 2007-2013.

Doelstellingen en algemene bepalingen betreffende de bijstandsverlening

­Deze verordening bevat de algemene bepalingen met betrekking tot de communautaire bijstand voor plattelandsontwikkeling die wordt gefinancierd uit het ELFPO. Voorts zijn in deze verordening de doelstellingen van het plattelandsontwikkelingsbeleid en het bredere kader ervan vastgesteld.

Het Fonds draagt bij aan de verbetering van:

  • het concurrentievermogen van de land- en de bosbouwsector;
  • het milieu en het landschap;
  • de levenskwaliteit op het platteland en de diversificatie van de plattelandseconomie.

De bijstand uit het Fonds vormt een aanvulling op de nationale, regionale en plaatselijke acties die tot de verwezenlijking van de prioriteiten van de Gemeenschap bijdragen. De Commissie en de lidstaten zien ook toe op de coherentie en de compatibiliteit tussen het Fonds en de andere communautaire steunmaatregelen.

Strategische aanpak

Elke lidstaat stelt een nationaal strategisch plan op overeenkomstig de strategische richtsnoeren die door de Gemeenschap zijn aangenomen. Elke lidstaat zendt vervolgens zijn nationaal strategisch plan aan de Commissie alvorens zijn programma's voor plattelandsontwikkeling in te dienen. Het nationaal strategisch plan heeft betrekking op de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013 en bevat:

  • een evaluatie van de economische, sociale en milieusituatie en van de ontwikkelingsmogelijkheden;
  • de voor het gezamenlijke optreden van de Gemeenschap en de betrokken lidstaat gekozen strategie, overeenkomstig de strategische richtsnoeren van de Gemeenschap;
  • de thematische en territoriale prioriteiten;
  • een lijst van de programma's voor plattelandsontwikkeling om het nationale strategische plan uit te voeren en de toewijzing uit het ELFPO per programma;
  • de middelen voor de coördinatie met de andere instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het EFRO, het ESF, het CF, het Europees Visserijfonds en de Europese Investeringsbank;
  • in voorkomend geval, het bedrag dat beschikbaar is om bij te dragen tot de verwezenlijking van de convergentiedoelstelling *;
  • een beschrijving van de regelingen en het vastgelegde bedrag voor het opzetten van het nationale netwerk voor het platteland, dat bestaat uit de op het gebied van plattelandsontwikkeling werkzame organisaties en overheidsdiensten.

De nationale strategische plannen worden ten uitvoer gelegd via programma’s voor plattelandsontwikkeling die een samenstel van maatregelen bevatten die rond vier assen * zijn gegroepeerd.

As 1: verbetering van het concurrentievermogen van de land- en de bosbouwsector

De steun ter verbetering van het concurrentievermogen van de land- en de bosbouwsector betreft:

  • maatregelen om kennis te bevorderen en het menselijke potentieel te verbeteren door:
    • beroepsopleiding en voorlichting op technisch en economisch gebied,
    • acties die de vestiging van jonge landbouwers (personen van minder dan 40 jaar die zich voor het eerst als bedrijfsleider vestigen) en de structurele aanpassing van hun bedrijf vergemakkelijken,
    • vervroegde uittreding van landbouwers die besluiten hun landbouwactiviteit te beëindigen met het oog op overdracht van hun bedrijf aan andere landbouwers, en van werknemers in de landbouw die besluiten alle werkzaamheden op landbouwbedrijven definitief te beëindigen. De begunstigden moeten onder meer in de regel minstens 55 jaar oud zijn zonder evenwel de normale pensioengerechtigde leeftijd in de betrokken lidstaat te hebben bereikt,
    • het gebruik van adviesdiensten door landbouwers en bosbezitters en de oprichting van adviesdiensten, diensten ter ondersteuning van het bedrijfsbeheer en vervangingsdiensten. Deze diensten moeten helpen de bedrijfsprestaties te evalueren en te verbeteren;
  • maatregelen om het fysieke potentieel te herstructureren en te ontwikkelen:
    • de modernisering van land- en bosbouwbedrijven en de verbetering van hun economische prestatie door de invoering van onder meer nieuwe technologieën,
    • de verhoging van de toegevoegde waarde van de primaire land- en bosbouwproductie. Het is de bedoeling steun te verlenen voor investeringen die de efficiëntie van de verwerking en de afzet van primaire producten verhogen, en tegelijk de voorwaarden om voor investeringssteun in aanmerking te komen, te vereenvoudigen in vergelijking met die welke in de huidige periode van toepassing zijn,
    • verbetering en ontwikkeling van infrastructuur die nodig is voor de ontwikkeling en aanpassing van de land- en bosbouw,
    • herstel van door een natuurramp beschadigd agrarisch productiepotentieel en het treffen van passende preventieve maatregelen;

maatregelen om de kwaliteit van de landbouwproductie en van de landbouwproducten te verbeteren:

  • landbouwers aanmoedigen deel te nemen aan de voedselkwaliteitsregelingen;
  • steun verlenen aan producentengroeperingen voor activiteiten op het gebied van voorlichting over en afzetbevordering voor producten die onder een voedselkwaliteitsregeling vallen;
  • steun aan semi-zelfvoorzieningsbedrijven * die worden geherstructureerd.

overgangsmaatregelen voor de nieuwe lidstaten:

  • landbouwers helpen zich aan de door de communautaire regelgeving opgelegde strenge normen aan te passen door gedeeltelijk de meerkosten of de gederfde inkomsten te vergoeden die het gevolg zijn van bepaalde nieuwe verplichtingen;
  • steun voor de oprichting van producentengroeperingen;
  • steun aan landbouwbedrijven die worden geherstructureerd, met inbegrip van diversificatie naar niet-agrarische activiteiten.

As 2: verbetering van het milieu en het platteland

De steun voor landbeheer moet duurzame ontwikkeling bevorderen door met name land- en bosbouwers te stimuleren om vormen van grondgebruik toe te passen die verenigbaar zijn met de noodzaak het natuurlijke milieu en landschap in stand te houden en de natuurlijke hulpbronnen te beschermen en te verbeteren. Tot de kernonderwerpen die aandacht moeten krijgen, behoren de biodiversiteit, het beheer van de Natura 2000-gebieden, de bescherming van water en bodem en het tegengaan van klimaatverandering. In dit kader voorziet de verordening met name in betalingen voor natuurlijke handicaps zowel in berggebieden als in andere gebieden met handicaps (deze gebieden worden door de lidstaten aangewezen aan de hand van objectieve gemeenschappelijke criteria) en in agro- en bosmilieubetalingen, die alleen mogen worden gedaan voor verbintenissen die verder gaan dan de toepassing van de relevante dwingende normen. Voorts wordt ook steun verleend voor niet-productieve investeringen die verband houden met de nakoming van agro- en bosmilieuverbintenissen en de verwezenlijking van andere agromilieudoelstellingen alsook voor maatregelen die vanuit milieustandpunt erop gericht zijn de bosrijkdommen te verbeteren (steun voor de eerste bebossing van landbouwgrond, totstandbrenging van boslandbouwsystemen, herstel van het bosbouwpotentieel en preventieve maatregelen tegen natuurrampen).

Alle begunstigden die betalingen ontvangen met het oog op de verbetering van het milieu en het platteland dienen in het hele bedrijf te voldoen aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen (op het gebied van gezondheid, milieu en dierenwelzijn) en de goede landbouw- en milieucondities die zijn voorzien in de verordening betreffende de bedrijfstoeslagregeling (Verordening (EG) nr. 73/2009).

As 3: levenskwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie

Om de plattelandseconomie te diversifiëren wordt in de verordening gedacht aan maatregelen die gericht zijn op:

  • diversificatie naar niet-agrarische activiteiten, steun voor de oprichting en de ontwikkeling van micro-ondernemingen, bevordering van toeristische activiteiten alsook bescherming, valorisatie en beheer van het natuurlijke erfgoed om zo bij te dragen tot een duurzame economische ontwikkeling;
  • verbetering van de levenskwaliteit op het platteland, die met name betrekking hebben op dorpsvernieuwing en -ontwikkeling en op instandhouding en valorisatie van het landelijke erfgoed;
  • beroepsopleiding voor economische actoren die werkzaam zijn op de voornoemde gebieden;
  • verwerving van vakkundigheid en dynamisering ten behoeve van de uitstippeling en de tenuitvoerlegging van een plaatselijke ontwikkelingsstrategie.

As 4: LEADER

In het kader van de as Leader wordt steun verleend voor:

  • de uitvoering van de plaatselijke ontwikkelingsstrategieën door publiek-private samenwerkingsverbanden, de zogenoemde “plaatselijke groepen”. De strategieën die toegepast worden op de aangewezen plattelandsgebieden dienen bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van ten minste een van de drie voorgaande assen;
  • interterritoriale en transnationale samenwerkingsprojecten die door de plaatselijke groepen kunnen worden uitgevoerd.

Bijdrage uit het ELFPO

Het ELFPO beschikt voor de periode 2007-2013 over een begroting van 96,319 miljard euro (in lopende prijzen), ofwel 20 % van de totale begroting van het GLB. Op initiatief van de lidstaten kan het Fonds, tot 4 % van het totale bedrag voor elk programma, acties financieren op het gebied van voorbereiding, beheer, toezicht, evaluatie, voorlichting en controle met betrekking tot de op grond van het programma verleende bijstand.

Het bedrag van de communautaire steun voor plattelandsontwikkeling, de uitsplitsing ervan per jaar en het minimumbedrag dat moet worden geconcentreerd in gebieden die uit hoofde van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen, worden door de Raad vastgesteld. Hij besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, overeenkomstig de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 en het Interinstitutionele Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure. Voor de programmering rekenen de lidstaten ook de bedragen mee die voortvloeien uit de modulatie *. Voorts ziet de Commissie erop toe dat het totaalbedrag van de kredieten die worden toegewezen in het kader van het ELFPO en de andere communautaire fondsen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, binnen bepaalde economische parameters blijft.

In het kader van het gedeelde beheer tussen de Commissie en de lidstaten moeten de lidstaten voor elk plattelandsontwikkelingsprogramma een beheersautoriteit, een betaalorgaan en een certificerende instantie aanwijzen. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de voorlichting en de publiciteit met betrekking tot gecofinancierde concrete acties. Daarnaast moet elke lidstaat een toezichtcomité oprichten dat zich ervan vergewist dat het programma efficiënt wordt uitgevoerd. Bovendien moet de beheersautoriteit van elk programma de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van het programma doen toekomen.

Het beleid en de programma’s voor plattelandsontwikkeling vormen het voorwerp van een evaluatie vooraf, een tussentijdse evaluatie en een evaluatie achteraf, die strekken tot het verbeteren van de kwaliteit, de efficiëntie en de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van de programma's voor plattelandsontwikkeling. De evaluaties hebben tot doel lessen te trekken ten aanzien van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Hierbij zullen de factoren worden opgespoord die hebben bijgedragen tot het welslagen of het mislukken van de tenuitvoerlegging van de programma’s, de sociaal-economische gevolgen en de impact op de communautaire prioriteiten.

Context

Het ELFPO en het ELGF (Europees Landbouwgarantiefonds) zijn de twee financieringsinstrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1290/2005. De twee fondsen vervangen sinds 1 januari 2007 respectievelijk de afdeling Oriëntatie en de afdeling Garantie van het EOGFL. Het ELFPO strekt tot ondersteuning van de plattelandsontwikkeling, de tweede pijler van het GLB, die geleidelijk werd ingevoerd vanaf de jaren zeventig en in 1997 met Agenda 2000 werd geïnstitutionaliseerd.

Belangrijkste begrippen
  • Convergentiedoelstelling: de doelstelling waarbij ten gunste van de minst ontwikkelde lidstaten en gebieden wordt opgetreden overeenkomstig de communautaire regelgeving inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (“EFRO”), het Europees Sociaal Fonds (“ESF”) en het Cohesiefonds (“CF”) voor het tijdvak 1 januari 2007 - 31 december 2013.
  • Semi-zelfvoorzieningsbedrijven: landbouwbedrijven die primair voor eigen consumptie produceren, maar ook een deel van hun productie op de markt brengen.
  • As: een coherente groep maatregelen met specifieke doelstellingen die rechtstreeks verband houden met de uitvoering ervan en die bijdragen tot een of meer van de in artikel 4 genoemde doelstellingen.
  • Modulatie: het gaat hierbij om een mechanisme dat de rechtstreekse betalingen aan landbouwers progressief vermindert ten voordele van plattelandsontwikkeling.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1698/2005

22.10.2005

-

L 277, 21.10.2005

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 1463/2006

1.1.2007

-

L 277, 9.10.2006

Verordening (EG) nr. 1944/2006

29.12.2006

-

L 367, 22.12.2006

Verordening (EG) nr. 2012/2006

1.1.2007

-

L 384, 29.12.2006

Verordening (EG) nr. 146/2008

28.2.2008

-

L 46, 21.2.2008

Verordening (EG) nr. 74/2009

3.2.2009

-

L 30, 31.1.2009

Verordening (EG) nr. 473/2009

9.6.2009

-

L 144, 9.6.2009

Verordening (EG) nr. 1312/2011

21.12.2011

-

L 339, 21.12.2011

De wijzigingsbesluiten en opeenvolgende rectificaties bij Verordening (EG) nr. 1698/2005 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Communautaire steun voor plattelandsontwikkeling

Verordening (EU) nr. 65/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling [Publicatieblad L 25 van 28.1.2011].
Deze verordening bevat de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1698/2005 wat betreft de beginselen en algemene voorschriften inzake de steun voor plattelandsontwikkeling, specifieke en gemeenschappelijke bepalingen inzake de maatregelen voor plattelandsontwikkeling en subsidiabiliteits- en administratieve bepalingen.

Besluit van de Commissie 2008/168/EG van 20 februari 2008 tot vaststelling van de organisatiestructuur voor het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling [Publicatieblad L 56 van 29.2.2008].
Het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling is samengesteld uit een coördinatiecomité, een thematische werkgroep, een subcomité LEADER en een deskundigencomité voor de evaluatie. Deze organen zijn in overeenstemming met de regels die in deze beschikking zijn vastgesteld.

Beschikking van de Commissie 2006/636/EG van 12 september 2006 tot vaststelling van de verdeling over de lidstaten van de jaarbedragen aan communautaire steun voor plattelandsontwikkeling voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013 [Publicatieblad L 261 van 22.9.2006].
Bij deze beschikking is vastgesteld hoe de communautaire steun voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 over de lidstaten wordt verdeeld.

Besluit van de Raad 2006/493/EG van 19 juni 2006 tot vaststelling van het bedrag van de steun van de Gemeenschap voor plattelandsontwikkeling voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013, van de verdeling daarvan over de jaren en van het minimumbedrag dat moet worden geconcentreerd in de onder de convergentiedoelstelling vallende regio's [Publicatieblad L 195 van 15.7.2006].
Bij dit besluit is het bedrag van de vastleggingkredieten voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 vastgesteld.

Juridisch en financieel kader van de Gemeenschap

Besluit van de Raad 2006/144/EG van 20 februari 2006 inzake communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling (programmeringsperiode 2007-2013) [Publicatieblad L 55 van 25.2.2006].
Bij dit besluit zijn de communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling vastgesteld.

Uitvoerings‑ en overgangsbepalingen

Verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling [Publicatieblad L 368 van 23.12.2006].
Deze verordening bevat de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1698/2005 met betrekking tot de toepassing van de controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling.

Verordening (EG) nr.1320/2006 van de Commissie van 5 september 2006 houdende bepalingen voor de overgang naar de in Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad bedoelde steun voor plattelandsontwikkeling [Publicatieblad L 243 van 6.9.2006].
Deze verordening bevat specifieke bepalingen om de overgang te vergemakkelijken van de programmering van de plattelandsontwikkeling in het kader van de Verordeningen (EG) nr. 1257/1999 en (EG) nr. 1268/1999 naar de bij Verordening (EG) nr. 1698/2005 ingestelde regeling.

Laatste wijziging: 05.01.2012
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven