RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Grensoverschrijdende verplaatsing van genetisch gemodificeerde organismen

De Europese Unie legt de bepalingen van het Protocol van Cartagena inzake de bioveiligheid ten uitvoer. Dit protocol heeft tot doel bij te dragen tot een afdoende beschermingsniveau voor de overdracht, de behandeling en het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu en de volksgezondheid, waarbij specifiek de nadruk ligt op grensoverschrijdende verplaatsingen (verplaatsing van een GGO tussen twee landen, met uitsluiting van doelbewuste verplaatsingen tussen partijen bij het Protocol van Cartagena binnen de Europese Gemeenschap).

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1946/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de grensoverschrijdende verplaatsing van genetisch gemodificeerde organismen.

SAMENVATTING

Deze verordening heeft tot doel een gemeenschappelijk systeem van kennisgeving en informatie voor grensoverschrijdende verplaatsingen van GGO's naar derde landen in te stellen. Het uiteindelijke doel is te waarborgen dat verplaatsingen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en voor de volksgezondheid, geschieden op een manier die het milieu en de volksgezondheid spaart.

Uitvoer van GGO's naar derde landen

In deze verordening wordt een onderscheid gemaakt tussen GGO's die ervoor bestemd zijn doelbewust in het milieu te worden geïntroduceerd en GGO's die bestemd zijn om als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.

De uitvoerder van GGO's die ervoor bestemd zijn doelbewust in het milieu te worden geïntroduceerd, moet een schriftelijke kennisgeving toezenden aan de bevoegde nationale autoriteit van het importerende land, en dit voordat de grensoverschrijdende overbrenging plaatsvindt. Deze kennisgeving moet de in bijlage I bij de verordening genoemde informatie bevatten. Het doel is het land van invoer in staat te stellen uitsluitend die producten te aanvaarden welke het op voorafgaande en geïnformeerde wijze heeft toegestaan.

Wanneer de invoerder niet binnen 270 dagen na ontvangst van de kennisgeving reageert, zendt de uitvoerder aan de bevoegde nationale instantie een rappelbrief waarop binnen een termijn van 60 dagen moet worden gereageerd. Hij zendt een afschrift van de kennisgeving en ontvangstbevestiging aan de bevoegde nationale instantie van de lidstaat van uitvoer en aan de Commissie. In geen enkel geval mag een grensoverschrijdende verplaatsing van GGO's plaatsvinden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de invoerder.

De uitvoerder bewaart gedurende ten minste vijf jaar de kennisgeving, de ontvangstbevestiging en het besluit van de invoerder. De uitvoerder zorgt ook voor kennisgeving van de doorvoer van GGO's aan de landen die dat wensen.

De Commissie stelt het (krachtens het Protocol van Cartagena ingestelde) uitwisselingcentrum voor bioveiligheid (Biosafety Clearing House - BCH) in kennis van alle besluiten die het heeft genomen betreffende het gebruik, inclusief het in de handel brengen, van GGO's die bestemd zijn om als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt en die aan een grensoverschrijdende verplaatsing kunnen worden onderworpen. Deze kennisgeving bevat de in bijlage II bij de verordening genoemde elementen. GGO's die bestemd zijn om als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, mogen niet aan een grensoverschrijdende verplaatsing worden onderworpen als zij binnen de Gemeenschap niet zijn toegestaan en als de invoerder niet uitdrukkelijk heeft ingestemd met de invoer (met inachtneming van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 178/2002).

Elke uitvoerder moet erover waken dat de door hem uitgevoerde GGO's duidelijk worden geïdentificeerd, met name door aan te geven dat het product GGO's bevat of eruit bestaat, en door de relevante aan elk GGO toegekende code te vermelden. Uitvoerders van GGO's die bestemd zijn om als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, moeten in een verklaring bevestigen dat de GGO's niet bedoeld zijn voor doelbewuste introductie in het milieu. GGO's die voor ingeperkt gebruik zijn bedoeld, moeten vergezeld gaan van gegevens betreffende hun veilige behandeling en opslag en hun veilig vervoer en gebruik.

Onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsingen

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsingen van GGO's te voorkomen. Als zij op de hoogte zijn van een gebeurtenis die een introductie van GGO's tot gevolg kan hebben welke kan leiden tot een onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsing en waarvan nadelige gevolgen kunnen worden verwacht voor het milieu en de volksgezondheid, moeten zij:

  • het publiek voorlichten;
  • de Commissie, de overige lidstaten, het BCH en de bevoegde internationale organisaties in kennis stellen;
  • overleg plegen met de betrokken landen zodat zij de nodige maatregelen kunnen treffen.

Gemeenschappelijke bepalingen

Met het oog op de invoering van een systeem van uitwisseling van informatie betreffende de uitvoer van GGO's naar derde landen, worden in de verordening de gegevens genoemd die de lidstaten aan de Commissie en het BCH moeten toezenden, alsmede de gegevens die de Commissie aan het BCH moet toezenden.

De Commissie en de lidstaten wijzen contactpunten aan (instanties die namens de lidstaten belast zijn met de contacten met het secretariaat van het protocol). De lidstaten wijzen ook hun bevoegde nationale instantie aan. Op de datum van inwerkingtreding van het protocol ten aanzien van de Commissie en de lidstaten stellen die het secretariaat van het protocol in kennis van de naam en het adres van hun contactpunten en van hun bevoegde instantie.

Uiterlijk op 5 november 2004 stellen de lidstaten een sanctieregeling in voor gevallen van inbreuken op deze verordening.

Minstens om de drie jaar dienen de lidstaten een verslag in bij de Commissie over de toepassing van deze verordening. De Commissie stelt op die basis een verslag op en legt dit voor aan de vergadering van de partijen bij het protocol van Cartagena.

Context: het Protocol van Cartagena

In 2000 hebben de lidstaten en de Commissie het protocol van Cartagena ondertekend. In juni 2002 heeft de Commissie Besluit 2002/628/EG gepubliceerd inzake de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Protocol van Cartagena met het oog op de preventie van de door de biotechnologie veroorzaakte risico's met betrekking tot het Verdrag inzake de biologische diversiteit. De doelstelling van dit protocol is te waarborgen dat het overdragen, hanteren en gebruiken van levende organismen, voortgekomen uit de moderne biotechnologie, geen nadelige gevolgen heeft voor de biologische diversiteit en voor de volksgezondheid, waarbij specifiek de nadruk wordt gelegd op het probleem van grensoverschrijdende verplaatsing. In termen van de communautaire wetgeving kan het begrip "uit de moderne biotechnologie voortgekomen levende organismen" als een synoniem voor het begrip GGO's worden beschouwd. Het protocol van Cartagena is in september 2003 van kracht geworden.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1946/200325.11.2003-L 287 van 5.11.2003
Laatste wijziging: 25.07.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven