RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Waterbescherming en -beheer (kaderrichtlijn waterbeleid)

De Europese Unie (EU) stelt een communautair kader voor waterbescherming en -beheer vast. De lidstaten moeten in eerste instantie de Europese wateren per stroomgebied en per stroomgebieddistrict identificeren, waarna zij beheersplannen en maatregelenprogramma’s goedkeuren die op de specifieke situatie van elk waterlichaam zijn afgestemd.

BESLUIT

Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De Europese Unie (EU) stelt een kader vast voor de bescherming van:

  • de landoppervlaktewateren *,
  • het grondwater *,
  • de overgangswateren *, en
  • de kustwateren *.

Deze kaderrichtlijn heeft meerdere doelstellingen, waaronder het voorkomen en beperken van verontreiniging, het bevorderen van duurzaam gebruik van water, het beschermen van het milieu, het verbeteren van de toestand van de aquatische ecosystemen en het afzwakken van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte.

De uiteindelijke doelstelling bestaat erin tegen 2015 een goede ecologische en chemische “toestand” van de Europese wateren te bereiken.

Administratieve bepalingen

De lidstaten inventariseren alle stroomgebieden * op hun nationale grondgebied en wijzen die toe aan stroomgebieddistricten *. Indien een stroomgebied het grondgebied van meer dan één lidstaat bestrijkt, wordt het toegewezen aan een internationaal stroomgebieddistrict.

De lidstaten wijzen een autoriteit aan die belast is met de tenuitvoerlegging van de in deze kaderrichtlijn vastgestelde voorschriften in alle stroomgebieddistricten.

Identificatie en analyse van de wateren

Uiterlijk in 2004 moeten de lidstaten zorgen voor:

  • een analyse van de kenmerken van ieder stroomgebieddistrict;
  • een beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van de wateren;
  • een economische analyse van het gebruik van de wateren;
  • een register van de gebieden die een bijzondere bescherming behoeven;
  • een overzicht van alle waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt en gemiddeld meer dan 10 m3 per dag leveren of meer dan 50 personen bedienen.

Deze analyse dient te worden herzien in 2013 en vervolgens om de zes jaar.

Beheersplannen en maatregelenprogramma’s

In 2009, met andere woorden negen jaar na de datum van inwerkingtreding van deze kaderrichtlijn, wordt in elk stroomgebieddistrict een beheersplan opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van de uitgevoerde analyses en beoordelingen. Deze plannen hebben betrekking op de periode van 2009 tot 2015. Zij zullen worden herzien in 2015 en vervolgens om de zes jaar.

De beheersplannen dienen te worden uitgevoerd in 2012. Zij hebben ten doel:

  • de achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewateren te voorkomen, de toestand van alle oppervlaktewateren te verbeteren en te herstellen, uiterlijk tegen 2015 een goede chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater te bereiken en verontreiniging door lozingen en emissies van gevaarlijke stoffen te verminderen;
  • de toestand van het grondwater te beschermen, te verbeteren en te herstellen, de verontreiniging en achteruitgang ervan te voorkomen en te zorgen voor een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater;
  • beschermde gebieden veilig te stellen.

De beheersplannen van de stroomgebieddistricten kunnen worden aangevuld met meer gedetailleerde programma’s en beheersplannen voor deelstroomgebieden.

Een tijdelijke achteruitgang van de toestand van waterlichamen is niet strijdig met de voorschriften van deze kaderrichtlijn indien deze het resultaat is van uitzonderlijke omstandigheden die niet waren te voorzien en die zijn veroorzaakt door een ongeval, een natuurlijke oorzaak of overmacht.

De lidstaten moedigen alle betrokken partijen aan actief deel te nemen aan de tenuitvoerlegging van deze kaderrichtlijn, met name wat de beheersplannen van de stroomgebieddistricten betreft. Ontwerpbeheersplannen moeten ten minste gedurende 6 maanden ter raadpleging aan het publiek worden voorgelegd.

Vanaf 2010 zorgen de lidstaten ervoor dat het waterprijsbeleid adequate prikkels omvat voor de gebruikers om de watervoorraden efficiënt te benutten en dat de diverse watergebruiksectoren een bijdrage leveren aan de terugwinning van de kosten van waterdiensten, met inbegrip van milieu- en hulpbronkosten.

De lidstaten stellen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op overtredingen van deze kaderrichtlijn vast.

Op Europees niveau werd een lijst van prioritaire vervuilende stoffen opgesteld die een significant risico voor het aquatische milieu betekenen. De lijst is opgenomen in bijlage X bij deze kaderrichtlijn.

Belangrijkste begrippen
  • Binnenwateren: alle stilstaande of stromende wateren op het landoppervlak en al het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.
  • Oppervlaktewateren: binnenwateren (met uitzondering van het grondwater), overgangswateren en kustwateren en, voor zover het de chemische toestand betreft, ook territoriale wateren.
  • Grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact staat met de bodem of ondergrond.
  • Overgangswateren: oppervlaktewateren in de nabijheid van een riviermonding die gedeeltelijk zout zijn door de nabijheid van kustwateren, maar in belangrijke mate door zoetwaterstromen beïnvloed worden.
  • Kustwateren: de oppervlaktewateren, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich bevindt op een afstand van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, in voorkomend geval reikend tot de buitengrens van een overgangswater.
  • Stroomgebied: een gebied vanwaar al het over het oppervlak lopende water via een reeks stromen, rivieren en eventueel meren door één riviermond, estuarium of delta in zee stroomt.
  • Stroomgebieddistrict: het gebied van land en zee, gevormd door één of meer aan elkaar grenzende stroomgebieden met de bijbehorende grond- en kustwateren, dat als de voornaamste eenheid voor stroomgebiedbeheer is omschreven.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2000/60/EG

22.12.2000

22.12.2003

L 327 van 22.12.2000

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Beschikking nr. 2455/2001/EG

16.12.2001

-

L 331 van 15.12.2001

Richtlijn 2008/32/EG

21.3.2008

-

L 81 van 20.3.2008

Richtlijn 2009/31/EG

25.6.2009

25.6.2011

L 140 van 5.6.2009

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 2000/60/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

WIJZIGING VAN DE BIJLAGEN

Bijlage X – Lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid
Richtlijn 2008/105/EG [Publicatieblad L 348 van 24.12.2008].

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie van 22 maart 2007 - Naar duurzaam waterbeheer in de Europese Unie - Eerste fase in de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG [COM(2007) 128 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
In dit verslag stelt de Commissie de resultaten voor die de lidstaten bij de toepassing van de Kaderrichtlijn Water hebben behaald. Zij onderstreept met name dat de kans groot is dat verschillende lidstaten de doelstellingen van de Kaderrichtlijn niet verwezenlijken hetgeen vooral het gevolg is van de fysische achteruitgang van de waterecosystemen, met name door een te intensief watergebruik, en van belangrijke diffuse verontreiniging. De Commissie wijst op problemen bij de naleving van de termijn voor de omzetting van de kaderrichtlijn en op inhoudelijke lacunes bij deze omzetting. Voor het overige lijken de opzet van de stroomgebieddistricten en de aanwijzing van de bevoegde nationale autoriteiten goed op weg, ook al moet op het vlak van internationale samenwerking in bepaalde gevallen nog vooruitgang worden geboekt. Voorts wordt in het verslag gewezen op de grote kwaliteitsverschillen tussen de milieueffectbeoordelingen en economische beoordelingen van de stroomgebieden en op grote lacunes in met name de economische analyse. Tot slot doet de Commissie de lidstaten een aantal aanbevelingen met name om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen, duurzaam waterbeheer te integreren in de overige takken van nationaal beleid en zoveel mogelijk voordeel te halen uit de medewerking van de burgers; tevens kondigt zij maatregelen aan die zij voornemens is in de toekomst te nemen in het kader van het Europees beleid inzake waterbeheer.

Verslag van de Commissie van 1 april 2009 overeenkomstig artikel 18, lid 3, van richtlijn 2000/60/EG (Kaderrichtlijn Water) betreffende progamma's voor de monitoring van de watertoestand [COM(2009) 156 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Laatste wijziging: 24.03.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven