RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Extra heffing in de sector melk en zuivelproducten (melkquota)

Archief

De in 1984 ingevoerde extra heffing voor melk en zuivelproducten heeft tot doel het gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod op de desbetreffende markten en de daaruit voortvloeiende structurele overschotten te verminderen. Deze heffing wordt door de lidstaten betaalt aan het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) wanneer zij hun nationale referentiehoeveelheid of nationale quota overschrijden.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Melk en andere zuivelproducten die met ingang van 1 april 2008 worden afgezet, vallen onder de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten.

Referentiehoeveelheden

Bij deze verordening zijn voor alle lidstaten de referentiehoeveelheden voor de productie van melk en andere zuivelproducten vastgesteld voor een periode van 11 opeenvolgende tijdvakken van twaalf maanden, te beginnen op 1 april 2004. Deze hoeveelheden worden vervolgens over de producenten van elke lidstaat verdeeld.

Principe van de heffing

Wanneer de afgezette hoeveelheden melk en andere zuivelproducten de vastgestelde referentiehoeveelheden overschrijden, wordt via de lidstaten een per jaarperiode vastgestelde heffing opgelegd aan de producenten voor de boven het quotum geproduceerde hoeveelheden.

De heffing per 100 kilogram melk wordt vastgesteld op 33,27 euro voor de periode 2004/2005, 30,91 euro voor de periode 2005/2006, 28,54 euro voor de periode 2006/2007 en 27,83 euro voor de periode 2007/2008 en volgende.

Wanneer een producent de door de lidstaten toegewezen hoeveelheid overschrijdt, betaalt hij zijn bijdrage aan de heffing. De lidstaten storten deze bijdragen vervolgens aan het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF).

Aangezien de lidstaten beschouwd worden als de eerste debiteurs van de Gemeenschap, zijn zij verplicht 99% van het aan het ELGF verschuldigde bedrag te storten in de periode van 16 tot en met 30 november volgende op de betrokken periode van twaalf maanden

Een producent kan beschikken over één of twee individuele referentiehoeveelheden, respectievelijk voor rechtstreekse verkoop aan de consument en voor leveringen. Vóór 1 juni 2004 stellen de lidstaten de individuele referentiehoeveelheden (quota) vast die aan elke producent worden toegekend op basis van zijn productie in de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004. Deze referentiehoeveelheid kan voor de Finse producenten worden verhoogd tot maximaal 200 000 ton (voor de hele lidstaat). De periode van twaalf maanden aan de hand waarvan de referentiehoeveelheden worden vastgesteld, variëert voor de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, en ligt voor hen tussen 1 april 2004 en 31 maart 2007.

Beheer en berekening van de heffing

De heffing voor de levering en die voor de rechtstreekse verkoop worden apart beheerd. Voor de levering van melk ontvangt iedere producent een referentievetgehalte dat met zijn quotum overeenstemt. Wanneer het werkelijke vetgehalte verschilt van het referentievetgehalte, worden de leveringen dienovereenkomstig aangepast. De bijdrage van de producenten in de betaling van de verschuldigde heffing wordt, naar keuze van de lidstaat, al dan niet na hertoewijzing van het ongebruikte deel van het nationale quotum voor leveringen vastgesteld. Het verwerkingsbedrijf int de heffing bij de producent en betaalt dit bedrag vervolgens aan de bevoegde instantie van de lidstaat. Bij rechtstreekse verkopen wordt de heffing door de producenten rechtstreeks betaalt aan de bevoegde instanties van de lidstaten. Wanneer, in beide gevallen, de van de producenten geïnde bijdrage hoger is dan die welke de lidstaat aan het ELGF verschuldigd is, kan de lidstaat dit bedrag terugbetalen of het te veel geïnde bedrag gebruiken voor de financiering van maatregelen om het milieu te verbeteren of de sector te herstructureren.

Nationale reserve

Elke lidstaat vormt een nationale reserve die wordt aangevuld met quota van producenten die inactief zijn en met inhoudingen op overdrachten tussen producenten. Lidstaten kunnen de ongebruikte hoeveelheden dan op basis van objectieve criteria opnieuw toewijzen aan de categorieën producenten van hun keuze.

Inactiviteit

Als een producent gedurende een tijdvak van 12 maanden geen melk produceert en geen voorbereidingen treft om de productie te hervatten, worden zijn hoeveelheden vóór 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar aan de nationale reserve toegevoegd. Als de producent uiterlijk aan het einde van de volgende periode van twaalf maanden zijn productie hervat, krijgt hij de individuele referentiehoeveelheid geheel of gedeeltelijk terug. Wanneer een producent gedurende een tijdvak van 12 maanden niet ten minste 70% van zijn individuele referentiehoeveelheid vermarkt, kan de lidstaat beslissen of en onder welke voorwaarden de ongebruikte referentiehoeveelheid geheel of gedeeltelijk wordt toegevoegd aan de nationale reserve.

Tijdelijke overdrachten

Onder door de lidstaten vastgestelde voorwaarden is een tijdelijke overdracht van quota tussen producenten mogelijk.

Overdracht van quota met grond

De referentiehoeveelheden worden overgedragen bij verkoop, vererving of volgens andere, door de lidstaten vast te stellen regels, rekening houdend met de voor de melkproductie gebruikte oppervlakten. Wanneer de referentiehoeveelheden in het kader van verpachting of andere middelen worden overgedragen, kunnen de lidstaten de referentiehoeveelheden toewijzen aan uitsluitend de producenten en besluiten dat de referentiehoeveelheid niet samen met het bedrijf wordt overgedragen. Bij overdracht van grond aan de overheid of wanneer de overdracht geen landbouwdoeleinden dient, zien de lidstaten erop toe dat de nodige maatregelen ter vrijwaring van de rechtmatige belangen van de partijen worden getroffen, en met name dat de producent zijn melkproductie kan voortzetten.

Bijzondere overdrachten

Om de herstructurering van de melkproductie tot een goed einde te brengen of de milieusituatie te verbeteren, kunnen de lidstaten onder meer voorzien in de overdracht van referentiehoeveelheden zonder grond, met name door aan producenten die zich ertoe verbinden de melkproductie geheel of ten dele te staken, een vergoeding toe te kennen, door de overdrachten van referentiehoeveelheden zonder grond te centraliseren en er toezicht op uit te oefenen, of door op basis van objectieve criteria te bepalen in welke regio's en ophaalgebieden met het oog op de verbetering van de melkproductiestructuur referentiehoeveelheden mogen worden overgedragen zonder overeenkomstige overdracht van gronden.

Comitéprocedure

De Commissie wordt bijgestaan door het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en een vertegenwoordiger van de Commissie.

Context

Sedert 2 april 1984 is aan de lidstaten een drempel voor de nationale melkproductie opgelegd aan de hand van een communautaire quotaregeling. In het kader van dat systeem is bovendien een heffing opgelegd voor boven een garantiedrempel geleverde of rechtstreeks verkochte hoeveelheden melk. Deze regeling is herhaaldelijk verlengd, met name bij Verordening (EG) nr. 3950/92 en Verordening (EG) nr. 1255/99 (l11092). Bij de onderhavige verordening wordt een vereenvoudigde procedure ingevoerd om de opgedane ervaring te bekrachtigen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1788/200328.10.2003-L 270 van 21.10.2003

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 2217/200423.12.2004-L 375 van 23.12.2004
Protocol betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie1.1.2007-L 157 van 21.6.2005
Verordening (EG) nr. 1406/20063.10.2006-L 265 van 26.9.2006
Verordening (EG) nr. 336/20071.4.2007-L 88 van 29.3.2007
Verordening (EG) nr. 1186/200714.11.2007-L 265 van 11.10.2007

De opeenvolgende wijzigingen en correcties aan Verordening (EG) nr. 1788/2003 zijn in de basistekst verwerkt. Deze "geconsolideerde" versie (pdf ) is slechts bedoeld ter informatie.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 607/2007 van de Commissie van 1 juni 2007 inzake de verdeling tussen leveringen en rechtstreekse verkoop van de nationale referentiehoeveelheden die voor 2006/2007 zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad [Publicatieblad L 141 van 2.6.2007]

Verordening (EG) nr. 927/2006 van de Commissie van 22 juni 2006 inzake de vrijgave van de in artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad bedoelde speciale herstructureringsreserve [Publicatieblad L 170 van 23.6.2006]

Verordening (EG) nr. 595/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten [Publicatieblad L 94 van 31.3.2004]
Zie de "geconsolideerde" versie (pdf ).

 
Laatste wijziging: 07.03.2008

Zie ook

Voor meer informatie over melk en zuivelproducten in de Europese Unie (NL) (pdf ).

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven