Hof van Justitie van de Europese Unie

Het Hof van Justitie ziet erop toe dat de EU-wetgeving in alle landen van de EU op dezelfde wijze wordt geïnterpreteerd en toegepast. Het regelt verder juridische geschillen tussen nationale regeringen en EU-instellingen. Ook particulieren, bedrijven en organisaties kunnen zaken bij het Hof aanhangig maken als zij menen dat hun rechten door een EU-instelling zijn geschonden.

Samenstelling

Het Hof van Justitie telt één rechter per EU-land.

Het wordt bijgestaan door negen advocaten-generaal, die openbaar en onpartijdig advies ("conclusie") geven over de zaken die aan het Hof zijn voorgelegd.

De ambtsperiode van een rechter of advocaat-generaal bedraagt zes jaar en kan worden verlengd. De regeringen van de EU-landen besluiten in onderling overleg wie er wordt voorgedragen.

Om het grote aanbod aan zaken te kunnen verwerken en iedereen optimale juridische bescherming te bieden, worden zaken van particulieren, bedrijven en bepaalde organisaties en zaken in verband met de concurrentieregels behandeld door het Gerecht.

Verder is er een Gerecht voor ambtenarenzaken dat geschillen tussen de Europese Unie en haar ambtenaren beslecht.

Soorten zaken

Het Hof doet uitspraak in zaken die bij hem aanhangig zijn gemaakt. De vijf meest voorkomende zaken zijn:

  1. verzoeken om een prejudiciële beslissing waarbij een nationale rechtbank het Hof vraagt de EU-wetgeving te interpreteren
  2. beroep wegens niet-nakoming van een verplichting tegen EU-regeringen die de EU-wetgeving niet toepassen
  3. beroep tot nietigverklaring tegen EU-wetten die in strijd zijn met de EU-verdragen of grondrechten
  4. beroep wegens nalatigheid tegen EU-instellingen die niet de beslissingen nemen die ze moeten nemen
  5. rechtstreeks beroep door particulieren, bedrijven of organisaties tegen EU-besluiten of EU-maatregelen

1. Prejudiciële procedure

De nationale rechtbanken in elk EU-land moeten ervoor zorgen dat de EU-wetgeving in hun land juist wordt toegepast. Het gevaar bestaat echter dat rechtbanken in verschillende landen de EU-wetgeving verschillend uitleggen.

Prejudiciële beslissingen moeten dergelijke problemen voorkomen. Dit betekent dat nationale rechters het Hof om advies mogen of soms moeten vragen als er twijfel bestaat over de interpretatie of geldigheid van bepaalde EU-regels. Dit advies heet een "prejudiciële beslissing".

2. Beroep wegens niet-nakoming

De Commissie kan deze procedure inleiden wanneer zij meent dat een EU-land zijn verplichtingen krachtens de EU-wetgeving niet nakomt. De procedure kan ook door een ander EU-land worden ingeleid.

Het Hof onderzoekt in beide gevallen de aantijgingen en doet een uitspraak. Blijkt het land de regels te hebben overtreden, dan moet het dit onmiddellijk corrigeren. Als het land het vonnis volgens het Hof niet correct uitvoert, kan het een boete krijgen.

3. Beroep tot nietigverklaring

Als een EU-land, de Raad, de Commissie of (onder voorwaarden) het Parlement bepaalde EU-wetgeving onrechtmatig vindt, dan kunnen zij het Hof verzoeken deze nietig te verklaren.

Zo'n "beroep tot nietigverklaring" kan ook worden ingesteld door particulieren die willen dat het Hof een wet nietig verklaart die hen als individuele personen benadeelt.

Als het Hof tot de slotsom komt dat de wetgeving in kwestie niet rechtmatig of niet volgens de juiste Verdragsbepalingen is aangenomen, dan kan het de gewraakte wetgeving nietig verklaren.

4. Beroep wegens nalatigheid

Volgens het Verdrag moeten het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in bepaalde omstandigheden bepaalde beslissingen nemen. Doen ze dat niet, dan kunnen EU-landen, andere EU-instellingen en (soms) particulieren of ondernemingen zich tot het Hof wenden om deze nalatigheid formeel te laten vaststellen.

5. Rechtstreekse acties

Personen of bedrijven die schade hebben geleden als gevolg van het optreden of juist het niet-optreden van de EU of haar personeel, kunnen bij het Gerecht een vordering tot schadevergoeding instellen.

Zo worden zaken behandeld

Iedere zaak die bij het Hof aanhangig wordt gemaakt, wordt aan een rechter en een advocaat-generaal toegewezen.

De procedure kent twee fasen: een schriftelijke en een mondelinge behandeling.

1. Schriftelijk

Om te beginnen dienen alle betrokken partijen bij de rechter een schriftelijke verklaring in. De rechter maakt vervolgens een samenvatting van deze verklaringen en de juridische achtergrond van de zaak.

2. Mondeling

De tweede fase bestaat uit een openbare terechtzitting. Afhankelijk van de complexiteit kan dit gebeuren voor 3, 5, 13 of alle rechters van het Hof. Gedurende de zitting houden de advocaten van de partijen hun pleidooi voor de rechters en de advocaat-generaal, die vragen kunnen stellen.

De advocaat-generaal formuleert vervolgens zijn of haar conclusie. Daarna bespreken de rechters de zaak en komen zij tot een arrest.

Van een advocaat-generaal wordt alleen een conclusie verwacht als het Hof oordeelt dat de zaak een nieuwe juridische kwestie aan de orde stelt. Het Hof hoeft de conclusie van de advocaat-generaal niet noodzakelijk te volgen.

Het Hof oordeelt bij meerderheid van stemmen en in het openbaar. Beelden van de zittingen worden vaak uitgezonden, bijvoorbeeld via Europe by Satellite Englishfrançais.

De mondelinge procedure bij het Gerecht is vergelijkbaar, maar de advocaat-generaal neemt geen conclusie.