Raad van de Europese Unie

De Raad van de Europese Unie, informeel ook wel aangeduid als de EU-Raad, is het forum van nationale ministers van elk EU-land dat wetten vaststelt en beleid coördineert.

De EU-Raad mag niet worden verward met:

  • de Europese Raad, een andere EU-instelling in het kader waarvan de staatshoofden en regeringsleiders viermaal per jaar bijeenkomen om de beleidsprioriteiten van de EU te bespreken,
  • de Raad van Europa DeutschEnglishfrançaisitaliano, die in het geheel geen EU-instelling is.

Wat doet de Raad?

De Raad:

  1. stelt EU-wetgeving vast
  2. coördineert het breder economisch beleid van de EU-landen
  3. bekrachtigt overeenkomsten tussen de EU en andere landen
  4. stelt de EU-begroting vast
  5. voert het buitenlands en defensiebeleid van de EU
  6. coördineert de samenwerking tussen de gerechtelijke instanties en de politiediensten van de EU-landen

1. Europese wetgeving

De Raad en het Parlement hebben samen het laatste woord over wetsvoorstellen van de Commissie.

2. Coördinatie van het economisch beleid

De EU-landen wensen een uniform economisch beleid voor Europa, dat gecoördineerd wordt door de ministers van economische zaken en financiën van de EU-landen.

Daarnaast willen zij werkgelegenheid scheppen en onderwijs, gezondheidszorg en welzijn verbeteren. Hoewel ieder voor zijn eigen beleid verantwoordelijk is, kunnen ze samen gemeenschappelijke doelstellingen formuleren en van elkaars ervaringen leren.

3. Internationale overeenkomsten

De Raad sluit namens de EU overeenkomsten op allerlei gebieden, zoals milieu, handel, ontwikkeling, textiel, visserij, wetenschap, technologie en vervoer.

4. Goedkeuring van de EU-begroting

De Raad en het Parlement bepalen samen hoeveel geld de EU elk jaar mag uitgeven.

5. Buitenlands en veiligheidsbeleid

De nationale regeringen hebben een eigen verantwoordelijkheid op dit gebied, maar werken aan een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. De Raad is het belangrijkste forum voor deze samenwerking.

De EU heeft geen leger. Maar om sneller te reageren bij internationale conflicten en natuurrampen leveren sommige EU-landen troepen aan een snelle interventiemacht, met als belangrijkste taken humanitaire operaties, reddingsacties en vredesmissies.

6. Justitie

EU-burgers moeten overal in de EU gelijke toegang hebben tot de rechtspraak. In de Raad proberen de ministers van justitie te bereiken dat uitspraken van een nationale rechtbank, bijvoorbeeld in echtscheidingszaken, in de hele EU worden erkend.

De ministers van justitie en binnenlandse zaken coördineren de controle aan de buitengrenzen van de EU en de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad.

Wie zijn lid van de Raad?

Er zijn eigenlijk geen vaste leden. Elk land stuurt steeds de minister die bevoegd is voor het behandelde onderwerp naar de Raad, bijvoorbeeld de minister van milieu naar de vergadering over milieuzaken. Die vergadering wordt dan de "Milieuraad" genoemd.

Wie zit de vergaderingen voor?

De Raad van ministers van buitenlandse zaken heeft een vaste voorzitter: de hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid English van de EU.

Alle overige raadsvergaderingen worden voorgezeten door de bevoegde minister van het land dat het roulerend EU-voorzitterschap bekleedt.

Zo wordt de Milieuraad tijdens het Estse voorzitterschap voorgezeten door de Estse minister van milieu.

Het roulerend voorzitterschap van 2011 tot 2020

  • Hongarije: januari-juni 2011
  • Polen: juli-december 2011
  • Denemarken: januari-juni 2012
  • Cyprus: juli-december 2012
  • Ierland: januari-juni 2013
  • Litouwen: juli-december 2013
  • Griekenland: januari-juni 2014
  • Italië: juli-december 2014
  • Letland: januari-juni 2015
  • Luxemburg: juli-december 2015
  • Nederland: januari-juni 2016
  • Slowakije: juli-december 2016
  • Malta: januari-juni 2017
  • Verenigd Koninkrijk: juli-december 2017
  • Estland: januari-juni 2018
  • Bulgarije: juli-december 2018
  • Oostenrijk: januari-juni 2019
  • Roemenië: juli-december 2019
  • Finland: januari-juni 2020

Stemprocedure

De Raad van de EU neemt besluiten doorgaans met kwalificeerde meerderheid. Hoe groter de bevolking van een land, hoe meer stemmen het land heeft. De stemmen worden echter gewogen in het voordeel van de landen met minder inwoners.

  • Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk: 29 stemmen
  • Spanje en Polen: 27
  • Roemenië: 14
  • Nederland: 13
  • België, Tsjechië, Griekenland, Hongarije en Portugal: 12
  • Oostenrijk, Bulgarije en Zweden: 10
  • Kroatië, Denemarken, Ierland, Litouwen, Slowakije en Finland: 7
  • Cyprus, Estland, Letland, Luxemburg en Slovenië: 4
  • Malta: 3

TOTAAL: 352

In de Raad wordt gestemd bij "gekwalificeerde meerderheid". Een gekwalificeerde meerderheid wordt bereikt als:

  • meer dan de helft (soms twee derde) van de 28 EU-landen vóór stemt
  • er ten minste 260 van de in totaal 352 stemmen worden uitgebracht

Bovendien kan een EU-land vragen na te gaan of de meerderheid ten minste 62% van de totale bevolking vertegenwoordigt. Als dat niet het geval is, kan het voorstel niet worden aangenomen.

Als het over gevoelige onderwerpen gaat, zoals veiligheid, buitenlandse zaken of belastingen, moet het besluit met algemene stemmen worden genomen. Dit betekent dat elk land vetorecht heeft.

In 2014 wordt het systeem van de "dubbele meerderheid" ingevoerd.

Een voorstel kan dan alleen worden aangenomen met een meerderheid zowel qua aantal landen (minstens 15) als qua aantal inwoners (samen minstens 65% van de EU-bevolking).


 Zie ook

 Downloads

CONTACT

Algemene inlichtingen

Bel
00 800 6 7 8 9 10 11 Nadere informatie

E-mail ons uw vragen

Contactgegevens instellingen, bezoekersdiensten, persdiensten

Help ons verbeteren

Gevonden wat u zocht?

JaNee

Wat zocht u?

Heeft u nog opmerkingen?