Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Vraagbaak | Over de EUROPA-website | Index | Zoek | Contact

Eurojargon

Sla taalkeuzemenu over (toegangstoets=2)
EUROPA > De EU in het kort > Eurojargon
De EU in het kort
Eurojargon in begrijpelijke taal verklaard -

Medewerkers van instellingen van de Europese Unie en journalisten die Europese zaken verslaan, gebruiken dikwijls "eurojargon": woorden en uitdrukkingen die alleen zij begrijpen. Eurojargon kan erg verwarrend zijn voor het grote publiek, en daarom hebben wij deze verklarende gids opgesteld.

N.B.: In deze gids is geen jargon opgenomen dat alleen in andere talen wordt gebruikt, noch zuiver technische of juridische termen. Veel van deze laatste termen vindt u in het afzonderlijke glossarium.

Hebt u opmerkingen over deze gids of vindt u dat wij er nog bepaalde termen aan moeten toevoegen? Laat ons dat weten met behulp van dit formulier.

Absorptievermogen:
Het vermogen van een land of een organisatie om steun te ontvangen en efficiënt te gebruiken. Ontwikkelingslanden hebben hier vaak problemen mee. Een land kan bijvoorbeeld geld krijgen om alle kinderen naar school te laten gaan, maar door een gebrek aan leerkrachten of scholen of door slecht bestuur is het soms niet in staat dit geld op korte termijn te gebruiken. Dan moet er eerst worden gewerkt aan de opleiding van leerkrachten, de bouw van scholen en verbetering van de administratieve structuur, waardoor het "absorptievermogen" van het land wordt verbeterd.Bovenkant pagina
Acquis communautaire:
Een Franse uitdrukking die in feite betekent "de verworvenheden van de EU" - dat wil zeggen alle rechten en plichten van de EU-landen die al zijn vastgelegd. Het "acquis" omvat alle verdragen en wetten van de EU, verklaringen en resoluties, internationale overeenkomsten en de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Ook vallen hieronder de maatregelen die de EU-landen samen nemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. "Het acquis aanvaarden" betekent daarom: zich aanpassen aan de EU zoals die is. Kandidaat-lidstaten moeten het "acquis" aanvaarden voordat zij tot de EU kunnen toetreden en moeten vervolgens de EU-wetgeving in hun nationale wetgeving omzetten.
Meer hierover in het glossarium.
Agenda:
Deze term betekent letterlijk "dingen die moeten worden gedaan". Doorgaans wordt hiermee de lijst met discussiepunten voor een vergadering aangeduid, maar politici gebruiken het ook als jargonterm die betekent: "de dingen die wij willen bereiken". Zo wordt in de "Sociale agenda" van de EU omschreven wat de EU in de komende jaren wil bereiken op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid.
Antitrust:
De EU wil ervoor zorgen dat de concurrentie in de interne markt vrij en eerlijk verloopt en dat ondernemingen met elkaar concurreren en geen geheime afspraken maken. Daarom verbiedt zij overeenkomsten die de concurrentie beperken (bijv. afspraken tussen ondernemingen om kunstmatig hoge prijzen aan te rekenen) en misbruiken door ondernemingen die de markt domineren. Dit soort regels staat bekend als “antitrust”-wetgeving. De EU is heel machtig als het erop aankomt om anti-concurrentiële activiteiten te verbieden of geldboetes op te leggen aan ondernemingen die zich schuldig maken aan concurrentievervalsing.
Begrotingstekort:
Een negatief verschil tussen de inkomsten en uitgaven van een staat.
Belanghebbende:
Iedere persoon of organisatie die belang heeft bij of gevolgen ondervindt van EU-wetgeving en -beleid is een "belanghebbende". De Europese Commissie let erop dat zij zoveel mogelijk belanghebbenden raadpleegt voordat zij nieuwe wetgeving of nieuw beleid voorstelt.
Benchmarking:
Meten hoe goed een bepaald land, een bepaald bedrijf, sector, enz. presteert in vergelijking met andere landen, bedrijven, sectoren, enz. De "benchmark" is de norm waaraan de prestaties worden getoetst.Bovenkant pagina
Beste praktijk:
EU-regeringen kunnen hun beleid verbeteren door na te gaan wat er in andere EU-landen wordt gedaan om te zien wat het beste werkt. Zij kunnen dan deze "beste praktijk" (of "beproefde methode") overnemen en aan hun eigen nationale en plaatselijke omstandigheden aanpassen.
Bevoegde autoriteit:
Een overheidsdienst, ministerie of ander orgaan, belast met een bepaalde kwestie. De instantie is bevoegd in die zin dat deze de juridische macht en verantwoordelijkheid heeft.
"Brussel heeft besloten…":
Met de term "Brussel" worden in de media dikwijls de instellingen van de EU bedoeld, waarvan de meeste in die stad zijn gevestigd. De wetgeving van de EU wordt door de Europese Commissie voorgesteld maar het zijn de Raad van de Europese Unie (samengesteld uit ministers van de nationale regeringen) en het Europees Parlement (dat door de Europese burgers wordt verkozen) die de wetgevingsvoorstellen bespreken, wijzigen en al dan niet goedkeuren.
Cohesie:
Dit betekent (letterlijk) "bijeen blijven, solidair zijn". Voor de EU betekent "de sociale cohesie bevorderen" dat zij – bijvoorbeeld door het bestrijden van armoede, werkloosheid en discriminatie – ervoor wil zorgen dat iedereen een plaats heeft in de samenleving. De EU-begroting bevat een zogenaamd "Cohesiefonds", dat wordt gebruikt voor de financiering van projecten die de EU helpen "bijeen te blijven". Met dit fonds wordt bijvoorbeeld de aanleg gefinancierd van nieuwe wegen en spoorwegverbindingen die minder bedeelde regio's helpen volledig aan de EU-economie deel te nemen.
Comitologie:
Ook correcter "comitéprocedure" genoemd. De term verwijst naar de verplichting die de Commissie heeft om speciale raadgevende comités van deskundigen uit de lidstaten te raadplegen, voor zij EU-wetgeving uitvoert. Meer hierover in het glossarium.
Commissie, Europese:
De politiek onafhankelijke instelling die de belangen van de Europese Unie in haar geheel belichaamt en behartigt. Zij stelt wetgeving, beleidsmaatregelen en actieprogramma's voor en voert de besluiten van het Parlement en de Raad uit.Bovenkant pagina
Communautarisering:
Deze technische term verwijst naar het overbrengen van een kwestie van de tweede of derde pijler van de EU naar de eerste pijler zodat deze volgens de communautaire methode kan worden behandeld. Meer hierover in het glossarium.
Communautaire methode:
De gebruikelijke werkwijze van de EU bij de besluitvorming: de Commissie dient een voorstel in bij de Raad en het Parlement die erover debatteren, wijzigingen voorstellen en het ten slotte tot een EU-wet maken. Hierbij raadplegen zij dikwijls andere organen zoals het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
Conventie:
Deze term heeft verschillende betekenissen, waaronder (in de context van de EU) een groep personen die de EU-instellingen en de nationale regeringen en parlementen vertegenwoordigen en die bijeenkomen om een belangrijk document op te stellen. Dit soort conventies zijn bijeengekomen om het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de Grondwet van de EU op te stellen.
Culturele hoofdstad:
Een titel die ieder jaar aan een of meer Europese steden wordt verleend. Het is de bedoeling de culturele rijkdom van deze stad in de kijker te zetten en alle Europeanen meer bewust te maken van hun gemeenschappelijk erfgoed. In 2008 zijn Liverpool (Engeland) en Stavanger (Noorwegen) de culturele hoofdsteden van Europa. Lijst van culturele hoofdsteden English Français.
Democratisch deficit
Er wordt dikwijls gezegd dat de besluitvorming in de EU te ver afstaat van gewone mensen, die de ingewikkelde juridische teksten niet begrijpen. De EU tracht dit "democratisch deficit" (ook wel "democratisch tekort" genoemd) tegen te gaan door vereenvoudiging van de wetgeving en betere voorlichting van de bevolking en door het maatschappelijk middenveld meer gewicht te geven in het beleid. De burgers hebben al inspraak in het EU-beleid via het Europees Parlement. Meer hierover in het glossarium.
Derde land:
Een land dat niet tot de EU behoort. In de betrekkingen tussen twee EU-landen kan een land buiten de EU letterlijk de derde partij zijn, vandaar deze term. Maar hij wordt ook gebruikt wanneer er maar twee partijen zijn: een EU-land en een "derde" niet-EU-land.Bovenkant pagina
DG:
Afkorting van "directoraat-generaal". Het personeel van de belangrijkste Europese instellingen (Commissie, Raad en Parlement) is verdeeld over verschillende DG's (afdelingen) die elk bevoegd zijn voor bepaalde taken of beleidsgebieden. Het administratieve hoofd van een DG is de "directeur-generaal" (soms eveneens afgekort tot "DG").
Eenparigheid van stemmen:
Om over bepaalde kwesties een besluit te kunnen nemen, moet alle landen in de Raad van de Europese Unie het eens zijn. Ieder land kan immers een besluit blokkeren. Met 27 landen wordt het dus erg moeilijk om nog knopen door te hakken. Daarom is die eenparigheid van stemmen nu alleen vereist op bijzonder gevoelige gebieden, zoals asiel, belastingen en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Op de meeste gebieden wordt nu beslist door middel van stemming bij gekwalificeerde meerderheid. Meer hierover in het glossarium.
EEG:
Afkorting van Europese Economische Gemeenschap. Het was een van de drie Europese Gemeenschappen die in 1957 werden opgericht om de economische integratie in Europa te bevorderen. Er waren oorspronkelijk drie lidstaten: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland. In 1993, toen het Verdrag van Maastricht in werking trad, werd de EEG omgedoopt tot "Europese Gemeenschap" (EG). De EEG ligt aan de basis van de huidige Europese Unie.
EER:
Afkorting van Europese Economische Ruimte. Deze bestaat uit de EU en alle EVA-landen, behalve Zwitserland. Door de EER-Overeenkomst, die op 1 januari 1994 van kracht werd, kunnen IJsland, Liechtenstein en Noorwegen van de voordelen van de interne markt van de EU genieten,ook al hebben zij niet alle voorrechten en verantwoordelijkheden van een lid van de EU.
EG:
De Europese Gemeenschap, de huidige naam van wat oorspronkelijk de Europese Economische Gemeenschap (EEG) heette.
Erasmus:
Een onderwijsprogramma, genoemd naar de grote humanistische geleerde uit de Renaissance, dat door de EU wordt gesteund en dat in 1987 van start ging. Totnogtoe hebben meer dan 1,5 miljoen studenten een Erasmusbeurs gekregen om in het buitenland te gaan studeren.Bovenkant pagina
Eurobarometer:
Deze dienst van de Commissie, die in 1973 van start ging, meet en analyseert trends in de publieke opinie in de lidstaten en kandidaat-lidstaten. Weten wat er bij het grote publiek leeft is van belang om de Europese Commissie te helpen bij het opstellen van voorstellen voor wetgeving, het nemen van besluiten en het evalueren van haar werk. Eurobarometer gebruikt zowel opiniepeilingen als doelgroepen. Meer informatie op de Eurobarometer-website English Français.
Eurocraat:
Een woordspeling op "bureaucraat". Het woord verwijst naar de vele duizenden EU-burgers die voor de Europese instellingen (Parlement, Raad, Commissie, enz.) werken.
Euroland:
Dit is een bijnaam voor wat officieel de “eurozone” wordt genoemd. Deze zone bestaat uit de EU-landen die de euro als munteenheid hebben ingevoerd: België, Cyprus, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.
EUROPA:
De officiële website van de Europese Unie. Deze voortdurend bijgewerkte site bevat een overvloed aan informatie in alle officiële talen van de EU.
Europadag, 9 mei:
Op 9 mei 1950 hield Robert Schuman (de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken) zijn beroemde toespraak waarin hij Europese integratie bepleitte als middel om te zorgen voor vrede en welvaart in het naoorlogse Europa. Zijn voorstellen legden de grondslag voor wat nu de Europese Unie is en daarom wordt 9 mei gevierd als de verjaardag van de EU.
Europees Jaar van…:
Bijna elk jaar vestigt de EU of de Raad van Europa de aandacht op een bepaald Europees thema met een aantal evenementen. 2008 is het Europees Jaar van de interculturele dialoog.
Europese Gemeenschappen:
In de jaren '50 besloten zes Europese landen hun economische middelen te bundelen en tot een gemeenschappelijke besluitvorming over economische kwesties te komen. Hiertoe richtten zij drie organisaties op:
  • de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS),
  • de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom),
  • de Europese Economische Gemeenschap (EEG).

Deze drie gemeenschappen - samen de "Europese gemeenschappen" - vormden de basis van wat nu de Europese Unie is. De EEG werd al spoedig veruit de belangrijkste en werd uiteindelijk omgedoopt tot "de Europese Gemeenschap" (EG). EG-besluiten worden door de EU-instellingen genomen volgens de communautaire methode. Het gaat daarbij om alles wat de EU doet, behalve de dingen die louter via overeenkomsten tussen regeringen worden beslist.

Europese integratie:
De eenmaking van Europese landen en volkeren. Binnen de Europese Unie betekent dit dat de landen hun krachten bundelen en talrijke beslissingen gezamenlijk nemen. Bij deze gezamenlijke besluitvorming is er een wisselwerking tussen de instellingen van de EU (Parlement, Raad, Commissie, enz.).
Euroscepticus:
Een persoon die tegen Europese eenwording gekant is of die "sceptisch" is ten aanzien van de EU en haar doelstellingen.
Eurotariff:
De maximumprijs die uw operator van mobiele telefonie mag aanrekenen voor gesprekken van of naar uw toestel in een ander EU-land.
EVA:
Afkorting van Europese Vrijhandelsassociatie, een organisatie die in 1960 is opgericht om de vrije handel in goederen tussen de aangesloten landen te bevorderen. Er waren oorspronkelijk zeven EVA-landen: Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Finland trad in 1961 toe, IJsland in 1970 en Liechtenstein in 1991. In 1973 verlieten het Verenigd Koninkrijk en Denemarken de EVA om toe te treden tot de EEG. Zij werden gevolgd door Portugal in 1986 en door Oostenrijk, Finland en Zweden in 1995. Thans zijn de EVA-leden IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.Bovenkant pagina
Federalisme:

Een regeringsstelsel waarin verschillende staten een eenheid vormen, maar onafhankelijk blijven wat hun interne aangelegenheden betreft. Personen die voorstander van dit systeem zijn, worden dikwijls “federalisten” genoemd.

Verschillende landen in de wereld - bijv. Australië, Canada, Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten - hebben een federale structuur, waarin bepaalde zaken (zoals het buitenlands beleid) op federaal niveau worden behandeld terwijl andere kwesties door de deelstaten worden besloten. Er zijn echter grote verschillen van land tot land.

De EU is niet gebaseerd op een van deze voorbeelden. Het is geen federatie maar een unieke vorm van een unie waarin de lidstaten onafhankelijke en soevereine naties blijven terwijl zij op talrijke gebieden van gemeenschappelijk belang hun soevereiniteit bundelen. Dit geeft ze een collectieve kracht en invloed op mondiaal niveau die geen van deze landen alleen zou kunnen hebben.

Een deel van het debat over de toekomst van Europa ligt in de vraag of Europa al dan niet meer "federaal" moet worden.

Financiële vooruitzichten:
Hier betekent de term "vooruitzichten" eigenlijk "plan". De EU moet haar werkzaamheden ruim van tevoren plannen en ervoor zorgen dat zij over voldoende middelen beschikt om haar plannen uit te voeren. Haar belangrijkste instellingen (Parlement, Raad en Commissie) moeten daarom van tevoren afspreken wat hun prioriteiten voor de komende jaren zijn en een uitgavenplan indienen dat "financiële vooruitzichten" wordt genoemd. In deze financiële vooruitzichten wordt vastgelegd hoeveel de EU kan uitgeven en waaraan.
Het doel van de financiële vooruitzichten is de uitgaven van de EU onder controle te houden.
Flexicurity (flexizekerheid):
Het maatschappijmodel van de welvaartsstaat met een proactief werkgelegenheidsbeleid. Het combineert flexibiliteit voor werkgevers (gemakkelijk in dienst nemen en ontslaan) met zekerheid voor werknemers (hoge uitkeringen bij werkloosheid). Het systeem werd voor het eerst toegepast in Denemarken, in de jaren '90.Bovenkant pagina
Fort Europa:
De houding die erop is gericht Europa tegen invloeden, vooral culturele, van buitenaf te beschermen. De term komt dikwijls voor in discussies over asielrecht en immigratieregels.
Gekwalificeerde meerderheid:
De Raad van de Europese Unie neemt zijn besluiten meestal door stemming. Ieder land kan een bepaald aantal stemmen uitbrengen, min of meer in verhouding tot het aantal inwoners. Het aantal stemmen per land is als volgt:
Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk29
Polen en Spanje27
Roemenië14
Nederland13
België, Tsjechië, Griekenland, Hongarije en Portugal12
Oostenrijk, Bulgarije en Zweden10
Denemarken, Finland, Ierland, Litouwen en Slowakije7
Cyprus, Estland, Letland, Luxemburg en Slovenië4
Malta3

 

345

Een voorstel wordt goedgekeurd als een gekwalificeerde meerderheid wordt bereikt. Dat betekent dat twee voorwaarden zijn vervuld:

  • een meerderheid van de lidstaten (in sommige gevallen twee derde) stemt voor;
  • het voorstel haalt minstens 255 stemmen (d.w.z. 73,9% van het totaal).

Bovendien kan op verzoek van een lidstaat worden nagegaan of de behaalde meerderheid minstens 62% van de totale bevolking van de Unie vertegenwoordigt. Indien dat niet het geval is, wordt het besluit niet aangenomen.
Meer hierover in het glossarium.

Gemeenschap/gemeenschappen:
Zie Europese Gemeenschappen.
Gemeenschappelijke markt:
De EEG, die in 1957 werd opgericht, was gebaseerd op een "gemeenschappelijke markt". Met andere woorden: personen, goederen en diensten moesten vrij tussen de lidstaten kunnen circuleren alsof het één land was, zonder controles aan de grenzen en zonder douanerechten. Er is echter enige tijd voor nodig geweest om dit te bereiken: de douanerechten tussen de EEG-landen waren pas op 1 juli 1968 volledig afgeschaft. Andere handelsbelemmeringen zijn ook pas na lange tijd verdwenen en pas eind 1992 was de "interne markt" (zoals de gemeenschappelijke markt nu wordt genoemd) een feit.
GLB, Hervorming van het:
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is begonnen in 1960. Het moest zorgen voor een gegarandeerde voedselvoorziening tegen betaalbare prijzen in Europa. Het GLB werd echter slachtoffer van zijn eigen succes en heeft geleid tot het ontstaan van overschotten van producten zoals rundvlees, gerst, melk en wijn. Bovendien vervalsten de subsidies aan de Europese landbouwers de wereldhandel. Daarom begon de Europese Commissie in 1999 aan een herziening van het GLB. In 2003 ging de EU over tot een nieuwe hervorming, met de nadruk op landbouwproducten van hoge kwaliteit, diervriendelijke fokmethoden, milieubescherming en behoud van het platteland. De EU wil de rechtstreekse subsidies aan landbouwers verminderen om het evenwicht te herstellen tussen de Europese landbouwmarkten en die van ontwikkelingslanden.Bovenkant pagina
Grensoverschrijdend (transnationaal):
Deze term wordt dikwijls gebruikt voor de samenwerking tussen bedrijven en organisaties die in meer dan één EU-land zijn gevestigd. De EU streeft er onder meer naar dergelijke samenwerking te stimuleren.
Grondleggers van de EU:
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog droomden mensen zoals Jean Monnet en Robert Schuman ervan de volkeren van Europa te verenigen in blijvende vrede en vriendschap. In de daaropvolgende 50 jaar werd hun droom werkelijkheid door de opbouw van de EU. Daarom worden zij de grondleggers van de EU genoemd.
Grondwet van de EU:
De EU werkt momenteel op basis van vier verdragen. Deze verdragen zijn omvangrijk en complex en de leiders van de EU willen ze daarom vervangen door één enkel, korter en eenvoudiger document. In 2004 werd een "Constitutioneel verdrag" gesloten en ondertekend, maar het is nooit van kracht geworden. In 2005 werd het immers verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
Harmonisatie:
Het met elkaar in overeenstemming brengen van de nationale wetgevingen, dikwijls om de nationale belemmeringen die het vrije verkeer van werknemers, goederen, diensten en kapitaal in de weg staan, weg te nemen. Met andere woorden: harmonisatie betekent dat bij eender welke kwestie waarvoor de EU bevoegd is, alle EU-landen soortgelijke verplichtingen aan hun burgers opleggen en dat overal bepaalde minimumeisen gelden.

Harmonisatie kan ook betekenen dat technische voorschriften in verschillende landen op elkaar worden afgestemd om ervoor te zorgen dat producten en diensten overal in de EU vrij kunnen worden verhandeld. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, betekent harmonisatie niet dat voor alles normen worden voorgeschreven, van de kromming van komkommers tot de kleur van wortelen. Dikwijls betekent het gewoon dat EU-landen elkaars veiligheidsvoorschriften erkennen.

Bovenkant pagina
IGC:
Zie Intergouvernementele Conferentie.
Intergouvernementeel:
Dit betekent letterlijk "tussen regeringen". In de EU wordt over bepaalde aangelegenheden - zoals veiligheid en defensie - beslist door middel van een intergouvernementele overeenkomst (d.i. een overeenkomst tussen de regeringen van de EU-landen) en niet met de communautaire methode. Deze intergouvernementele besluiten worden in de Raad van de Europese Unie genomen, ofwel door ministers, ofwel op het hoogste niveau door de premiers en/of presidenten van de EU-landen.
Intergouvernementele Conferentie (IGC):
Een conferentie van vertegenwoordigers van de EU-lidstaten om de verdragen van de EU te wijzigen.
Kandidaat-lidstaat:
Een land dat lid van de EU wil worden en waarvan de aanvraag tot toetreding officieel is aanvaard. Op dit moment zijn er drie kandidaat-lidstaten: Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije. Een kandidaat-lidstaat kan pas tot de EU toetreden als hij aan de criteria van Kopenhagen voldoet.
Kopenhagen, Criteria van:
In juni 1993 hebben de EU-leiders in Kopenhagen drie criteria vastgesteld waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen om tot de Europese Unie toe te treden. Ten eerste moet hij stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en respect voor minderheden waarborgen. Ten tweede moet hij een goed draaiende markteconomie hebben. Ten derde moet het land het volledige acquis overnemen en de doelstellingen van de EU ondersteunen. Daarnaast moet het overheidsinstellingen hebben die in staat zijn de EU-wetgeving toe te passen en er in de praktijk mee om te gaan. De EU behoudt zich het recht voor te beslissen wanneer een kandidaat-lidstaat aan deze drie criteria voldoet en wanneer zij klaar is om het nieuwe lid te aanvaarden.
Land dat om toetreding heeft verzocht:
Een land dat een aanvraag heeft ingediend om lid te worden van de EU. Zodra de aanvraag officieel aanvaard is, spreken we over een kandidaat-lidstaat. Meer hierover in het glossarium.Bovenkant pagina
Lidstaat:
De landen die tot een internationale organisatie behoren. De term wordt ook vaak gebruik voor de regeringen van die landen.Sinds 1 januari 2007 zijn België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden de lidstaten van de EU. Zie onder uitbreiding voor het jaar van hun toetreding.
Lissabon-strategie:
Om op wereldniveau te kunnen concurreren, heeft de EU een moderne, efficiënte economie nodig. De politieke leiders van de EU stelden op hun bijeenkomst in Lissabon in maart 2000 een nieuw doel voor de EU, namelijk om binnen tien jaar uit te groeien tot “de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld, die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang”.

De leiders van de EU werden het ook eens over een gedetailleerde strategie om dit doel te bereiken. De "Lissabon-strategie" heeft betrekking op onderwerpen zoals onderzoek, onderwijs, opleiding, internettoegang en onlinehandel. Zij bestrijkt ook de hervorming van de Europese sociale zekerheidsstelsels, die duurzaam moeten worden zodat ook de toekomstige generaties ervan kunnen genieten. Ieder voorjaar komt de Europese Raad bijeen om de vooruitgang bij de uitvoering van de Lissabon-strategie te evalueren.

Maastricht, Criteria van:
Vijf criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of een EU-land klaar is om de euro in te voeren:
Stabiele prijzen:
De inflatie mag niet meer dan 1,5 procentpunt hoger zijn dan het percentage in de drie EU-landen met de laagste inflatie in het voorgaande jaar.
Begrotingstekort:
Dit moet doorgaans minder bedragen dan 3% van het bruto binnenlands product (BBP).
Schuldenlast:
De nationale schuld mag niet meer bedragen dan 60% van het BBP, maar een land met een hoger schuldniveau kan toch de euro invoeren mits het schuldniveau gestaag daalt.
Rentevoeten:
De langetermijnrente mag niet meer dan 2 procentpunten liggen boven het percentage in de drie EU-landen met de laagste inflatie in het voorgaande jaar.
Stabiele wisselkoers:
De wisselkoers van de nationale munt moet twee jaar binnen vooraf vastgestelde marges zijn gebleven.

Deze criteria zijn opgenomen in het Verdrag van Maastricht, vandaar de naam.

Bovenkant pagina
Maatschappelijke dialoog:
De raadpleging van het maatschappelijk middenveld door de Europese Commissie, wanneer zij beleid en wetgeving plant. Het is een ruimer begrip dan sociale dialoog.
Maatschappelijk middenveld:
Een verzamelnaam voor allerlei organisaties en verenigingen die geen deel uitmaken van de regering, maar beroepen, belangengroepen of sectoren van de samenleving vertegenwoordigen. Het gaat daarbij (onder meer) om vakbonden, werkgeversverenigingen, milieulobby's en groepen die vrouwen, landbouwers, personen met een handicap enz. vertegenwoordigen. Aangezien deze organisaties veel expertise hebben en mee het beleid van de EU uitvoeren en er toezicht op houden, raadpleegt de EU hen geregeld en wenst zij hen meer bij de beleidsvorming te betrekken.
Mainstreaming:
Het "mainstreamen" van een kwestie houdt in dat ervoor wordt gezorgd dat er in alle beleidsmaatregelen van de EU rekening mee wordt gehouden. Een Nederlandse term hiervoor is "integratie in andere beleidsgebieden". Zo moet bij iedere beslissing van de EU worden gelet op de gevolgen voor het milieu.
Nabuurschapsbeleid:
Het nabuurschapsbeleid Deutsch English Français werd ontwikkeld in de context van de EU-uitbreiding van 2004. Het was de bedoeling te voorkomen dat er nieuwe breuklijnen zouden ontstaan tussen de grotere EU en de landen eromheen en iedereen meer stabiliteit, zekerheid en welzijn te bieden. Het nabuurschapsbeleid gaat uit van gemeenschappelijke waarden: democratie, mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur, markteconomie en duurzame ontwikkeling. Hoe nauw de betrekkingen met de buurlanden zijn, hangt af van de mate waarin zij deze waarden onderschrijven. De EU spreekt met ieder land dat onder het nabuurschapsbeleid valt, een actieplan Deutsch English Français af. Hierin wordt bepaald welke politieke en economische hervormingen op korte en middellange termijn prioritair zijn.Bovenkant pagina
Nauwere samenwerking:
Een regeling waarbij een groep EU-landen op een bepaald gebied kan samenwerken, ook al kunnen of willen de andere voorlopig niet meedoen. Die andere landen moeten wel de mogelijkheid hebben zich later, indien zij dit wensen, bij de eerste groep te voegen.
Non-paper:
Een onofficieel document, dat dus niet formeel werd goedgekeurd en louter voor intern gebruik bestemd is.
Officiële talen:
Sinds 1 januari 2007 zijn er 23 officiële talen in de EU: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

De wetgeving van de EU wordt in alle officiële talen gepubliceerd en u kunt elk van deze talen gebruiken om met de instellingen van de EU contact op te nemen. Daarnaast worden er natuurlijk vele andere talen gesproken in Europa, en deze diversiteit van nationale en regionale talen is iets wat de Europeanen koesteren. Het maakt deel uit van hun rijke culturele patrimonium. De Europese Commissie stimuleert het leren van talen en de taalkundige verscheidenheid.

Open coördinatiemethode:
Op talrijke gebieden (bijvoorbeeld onderwijs en opleiding, pensioenen en gezondheidszorg, immigratie en asiel) bepalen de regeringen van de EU-landen hun eigen beleid en is er geen voor de hele EU geldende wetgeving. Het is echter logisch dat de regeringen informatie delen, beste praktijken overnemen en hun maatregelen op elkaar afstemmen. Deze methode om van elkaar te leren wordt de "open coördinatiemethode" genoemd.Bovenkant pagina
Passerelle:
Via deze procedure kunnen bepaalde aangelegenheden van de derde pijler van de EU naar de eerste pijler worden overgeheveld zodat zij volgens de communautaire methode kunnen worden behandeld. Ieder besluit om de passerelle te gebruiken moet door de Raad met eenparigheid van stemmen worden genomen en vervolgens door elke lidstaat worden geratificeerd.
Pijlers van de EU:
De Europese Unie neemt besluiten op drie verschillende terreinen (beleidsgebieden), ook wel bekend als de drie "pijlers" van de EU.
  • De eerste pijler is het "communautaire gebied", dat betrekking heeft op het grootste deel van het gemeenschappelijk beleid, waar de beslissingen worden genomen volgens de communautaire methode, waarbij de Commissie, het Parlement en de Raad zijn betrokken.
  • De tweede pijler is het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, waarbij de beslissingen alleen door de Raad worden genomen.
  • De derde pijler is de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, waarover de Raad eveneens beslist.

Binnen de eerste pijler neemt de Raad de besluiten gewoonlijk met gekwalificeerde meerderheid. In de andere pijlers moet de Raad unaniem besluiten. Ieder land kan dus zijn veto stellen. Indien de Raad dit besluit, kan hij de passerelle gebruiken om bepaalde kwesties van de derde naar de eerste pijler over te hevelen.

Raad:
Drie verschillende Europese organen hebben het woord "raad" in hun naam:
De Europese Raad
Dit is de bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders (nl. de president en/of de eerste minister) van alle EU-landen, plus de voorzitter van de Europese Commissie. De Europese Raad komt in principe vier keer per jaar samen om het algemene beleid van de EU vast te stellen en de geboekte vooruitgang te evalueren. De Europese Raad is het hoogste besluitvormingsorgaan van de Europese Unie; daarom wordt een vergadering van de Europese Raad vaak een "top" genoemd.
De Raad van de Europese Unie
In de Raad van de Europese Unie - vroeger de Raad van ministers genoemd - hebben ministers van de nationale regeringen van alle lidstaten zitting. De Raad komt regelmatig bijeen om gedetailleerde besluiten te nemen en EU-wetgeving aan te nemen.
De Raad van Europa
Dit is geen instelling van de Europese Unie. Het is een intergouvernementele organisatie in Straatsburg die (onder andere) tot doel heeft de mensenrechten te beschermen, de culturele diversiteit van Europa te stimuleren en maatschappelijke problemen zoals vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid te bestrijden. De Raad van Europa is in 1949 opgericht. Een van zijn eerste successen was de opstelling van het Europees Verdrag van de rechten van de mens. Om de burgers de mogelijkheid te geven hun rechten op grond van dat verdrag uit te oefenen heeft de Raad van Europa het Europees Hof voor de rechten van de mens opgericht.Bovenkant pagina
Rendez-vous-clausule:
Soms kunnen de Europese leiders bij de bespreking van een wettekst geen overeenstemming over een bepaalde kwestie bereiken. Zij kunnen dan besluiten later op dit onderwerp terug te komen. Hun besluit wordt officieel gemaakt doordat het op schrift wordt gesteld en als een zogenaamde "rendez-vous-clausule" wordt opgenomen in de wettekst die zij op dat ogenblik bespreken.
Schengenruimte, Schengenlanden:
In 1985 kwamen vijf EU-landen (Frankrijk, Duitsland, België, Luxemburg en Nederland) overeen de personencontrole aan hun onderlinge grenzen af te schaffen. Zo ontstond een gebied zonder binnengrenzen dat bekend staat als Schengenruimte. Schengen is de stad in Luxemburg waar de overeenkomst werd ondertekend.

De Schengenlanden voerden een gemeenschappelijk visumbeleid in voor de Schengenruimte en spraken af doeltreffende controles aan de buitengrenzen in te voeren. Controles aan de binnengrenzen kunnen gedurende een beperkte periode plaatsvinden wanneer de openbare orde of de nationale veiligheid dit vereisen.

De Schengenruimte is geleidelijk uitgebreid. In beginsel omvat zij nu alle EU-landen plus IJsland en Noorwegen; de overeenkomst maakt thans een integrerend deel uit van de EU-verdragen. Maar Ierland en het Verenigd Koninkrijk doen niet mee met de afspraken over grenscontroles en visa. Meer hierover.

Burgers van Schengenlanden hebben geen visum nodig om binnen de Schengenruimte te reizen. Met een visum voor eender welk Schengenland kan je automatisch vrij in de Schengenruimte reizen, behalve in Ierland en het Verenigd Koninkrijk.

Sociale dialoog:
De besprekingen en onderhandelingen tussen de Europese sociale partners onderling en de besprekingen tussen deze organisaties en de EU-instellingen. Meer hierover in het glossarium.Bovenkant pagina
Sociale partners:
De organisaties van werkgevers en werknemers. In de Eu gaat het vooral om drie organisaties:
  • het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV), dat de werknemers vertegenwoordigt;
  • de Unie van Industrie- en Werkgeversfederaties der Europese Gemeenschap (UNICE), die de werkgevers van de particuliere sector vertegenwoordigt;
  • het Europees Centrum van gemeenschapsbedrijven (CEEP), dat de werkgevers van de openbare sector vertegenwoordigt.

De Europese Commissie raadpleegt hen wanneer zij voorstellen voor arbeids- en sociale wetgeving voorbereidt.
Meer hierover in het glossarium.

Straatsburg (Strasbourg):
Een Franse stad, dicht bij de grens met Duitsland. De plenaire vergaderingen van het Europees Parlement worden hier iedere maand gedurende een week gehouden. Ook bevindt zich hier het Europees Hof voor de Rechten van de mens en de Raad van Europa (die geen EU-instellingen zijn). De term "Straatsburg" wordt in de media soms gebruikt om een van deze instellingen aan te duiden.
Subsidiariteit:
Het "subsidiariteitsbeginsel" betekent dat besluiten van de Europese Unie zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden genomen. Dit betekent dat de EU enkel optreedt wanneer alleen zij bevoegd is of wanneer maatregelen op Europees niveau doeltreffender zijn dan maatregelen op nationaal, regionaal of lokaal niveau.
Supranationaal:
Op een niveau boven dat van de nationale regeringen, in tegenstelling dus tot intergouvernementeel, wat "tussen regeringen" betekent. Veel besluiten van de EU worden op "supranationaal" niveau genomen, omdat de EU-instellingen, waaraan de EU-landen bepaalde bevoegdheden hebben overgedragen, erbij zijn betrokken. Deze term mag niet worden verward met transnationaal of grensoverschrijdend.
Toetredingsland:
Een kandidaat-lidstaat die aan de criteria van Kopenhagen voldoet en waarvoor de onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie zijn voltooid.Bovenkant pagina
Top:
De vergaderingen van de Europese Raad worden soms "Europese top" of "EU-top" genoemd, omdat zij de staatshoofden en regeringsleiders van de EU bijeenbrengen. Sommige landen worden vertegenwoordigd door hun eerste minister, andere door hun president en weer andere door beide. Dit hangt af van hun grondwet.
Transparantie:
Letterlijk "doorzichtigheid". De term verwijst naar openheid in de manier waarop de EU-instellingen werken. Zij streven naar meer openheid en doen inspanningen om hun informatie beter toegankelijk en hun teksten duidelijker en leesbaarder te maken. Het taalgebruik in wetteksten moet beter worden en op langere termijn moet er één enkel, eenvoudiger en korter hervormingsverdrag komen.
Uitbreiding:
De Europese integratie begon in de jaren '50 met slechts zes lidstaten. Nu zijn er 27 EU-lidstaten. Die uitbreiding is geleidelijk gebeurd:
  • Jaren '50 België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland
  • 1973Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk
  • 1981Griekenland
  • 1986 Portugal en Spanje
  • 1995 Finland, Oostenrijk en Zweden
  • 2004Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië,
  • 2007Bulgarije en Roemenië.
Vier vrijheden:
Een van de belangrijke verwezenlijkingen van de EU is de ruimte zonder grenzen met vrij verkeer van (1) personen, (2) goederen, (3) diensten en (4) geld.
Vrijhandelszone:
Een groep landen die hebben besloten de onderlinge handelsbelemmeringen, zoals invoerrechten en -quota's, af te schaffen. In de wereld zijn er verscheidene vrijhandelszones ingesteld: Mercosur in Zuid-Amerika, Alena in Noord-Amerika, EVA in Europa enz. De EU is eveneens een vrijhandelszone, maar veel meer dan dat: zij is gebaseerd op een proces van economische en politieke integratie, met een gemeenschappelijke besluitvorming op talrijke beleidsgebieden.Bovenkant pagina

Juridische mededeling | Wat is er nieuw ? | Vraagbaak | Over de EUROPA-website | Index | Zoek | Contact | Naar boven